Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en WaardHet college besluit: Het Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard vast te stellen. Het collegebesluit van gemeente Langedijk (21AL004804, 1 juni 2021) en daarmee het Beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 in te trekken. Positionering beleid Voorwoord Klimaatverandering, u zult het vast herkennen. We krijgen steeds meer te maken met weersextremen. Wanneer het regent kan er in korte tijd veel regen vallen, waardoor water op straat blijft staan. Tegelijkertijd worden periodes van droogte langer, waardoor schade aan openbaar groen, tuinen en houten paalfunderingen kunnen ontstaan en drinkwatertekorten dreigen. Zomers worden steeds heter, waardoor het binnenshuis en in versteende buurten steeds moeilijker uit te houden is. Deze gevolgen van klimaatverandering zullen steeds duidelijker worden. Hoe kunnen we daar mee omgaan en kunnen we onze leefomgeving er op aanpassen? Dat kan. Met enthousiasme presenteren wij u hierbij het beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard, waarin we voor Dijk en Waard vooruitblikken op en stappen zetten naar een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving in
(2022)hanteert het Rijk de volgende uitgangspunten hiervoor. Dijk en Waard erkent onderstaande uitgangspunten voor Water en Bodem sturend en past ze ook zoveel mogelijk toe. Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet van privaat naar publiek. Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties volgens de klimaatscenario’s, waaronder hevige regenval, hitte en droogte. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit bereiken door een vitale bodem, die als een spons het water opneemt, maar ook door voldoende buffer- en afvoercapaciteit. Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om de gevolgen van overstroming te beperken, crisisbeheersing, snel herstel van schade en waterbewustzijn. Minder afdekking, minder vergraven en niet verontreinigen: benut de natuurlijke kracht van de bodem. Een gezonde, organisch rijke en vitale bodem werkt als een spons voor waterbuffering, is beter bestand tegen verdroging, slaat koolstof op, houdt stikstof vast en draagt bij aan de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Integrale aanpak in de leefomgeving: hanteer een integrale aanpak met alle opgaven in de fysieke leefomgeving, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Zoek actief naar functiecombinaties. Comply or explain: pas toe of leg uit. Wanneer wordt afgeweken geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds gehaald worden. De uitgangspunten hebben geleid tot 33 structurerende keuzes van het Rijk voor water, bodem en verschillende gebiedstypen. Borging en uitvoering vindt plaats in programma’s van het rijk, gebiedsprocessen van de provincie en regelgeving van waterschappen. Op deze manier kunnen de structurerende keuzes van het Rijk doorsijpelen naar Dijk en Waard. Een aantal noemenswaardige keuzes: Water en bodem: Breng de omvang van alle grondwateronttrekkingen in beeld. Werk toe naar een drinkwatergebruik van 100 liter in 2035 (thans 125 liter) per hoofd van de bevolking en beperk laagwaardig gebruik van drinkwater. Geef uitvoering aan de maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water. Creëer ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Reserveer 5% tot 10% van de diepe polders voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen. Hier is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij het niet ten koste gaat van het waterbergende vermogen. Versterk de regie op de inrichting van de ondergrond. Zodanig dat een efficiënte inrichting ontstaat en ontwikkelingen als woningbouw en energietransitie mogelijk worden gemaakt zonder de bodem aan te tasten. Maak bij verstedelijking en infrastructuur zo efficiënt mogelijk gebruik van de ruimte. Voorkom onnodig landgebruik. Dek de bodem zo min mogelijk af en herstel de bodem waar mogelijk. Behoud waardevolle organisch rijke landbouw- en natuurbodems en behoud de sponswerking van de bodem. Stuur ook in bestaand bebouwd gebied op de vermindering van onnodige bodemafdekking. Herstel de bodem en zet in op stedelijk groen. Ga bodemverstoring door ontgraving zo veel mogelijk tegen en hergebruik grond hoogwaardig. Behoud daarmee een gezonde en vitale bodem. Bebouwd gebied: Maak de risico’s op overstroming, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van nieuwbouw. Pas de maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving toe en ontwikkel gebieden daarmee klimaatbestendiger. Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving Als uitwerking van een deel van de kamerbrief Water en Bodem sturend ontwikkelt het Rijk een ruimtelijke afwegingskader. Met het ruimtelijke afwegingskader worden risico’s op overstroming, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze, inrichting en bouwwijze van nieuwbouwprojecten. Het is geen instrument dat per locatie exacte duiding geeft over wel of niet bouwen. Het is een hulpmiddel dat door de provincie meegenomen wordt bij ruimtelijke puzzels en richting geeft aan gemeenten voor het maken van lokale afwegingen en keuzes voor locatie, inrichting en bouwwijze van nieuwbouwprojecten. Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Naast de keuze waar te bouwen vanuit het (toekomstige) water- en bodemsysteem, is een standaard klimaatrobuuste inrichting en bouwwijze voorwaarde om nu en in de toekomst schade en extra kosten als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. Daarom heeft het Rijk de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ontwikkeld. Deze maatlat geeft richting bij de vraag ‘hoe’ een gebied klimaatbestendig kan worden ingericht of bebouwd. Dit geldt zowel voor bestaand bebouwd gebied als nieuw in te richten gebieden. De landelijke maatlat is samengesteld uit regionale voorbeelden en verrijkt met de ervaringen die inmiddels zijn opgedaan. Deze maatlat zal periodiek herijkt worden, als praktijkervaringen, kennisontwikkeling en klimaatveranderingen volgens de klimaatscenario’s van het KNMI hiertoe aanleiding geven. De landelijke maatlat bevat alleen landelijke normen als ze in heel Nederland gelden en geeft daarnaast opdracht om decentraal gebiedsspecifieke ondergrenzen vast te stellen en te borgen. Ook zijn er landelijke richtlijnen en voorkeursvolgorden met een minder hard karakter vanwege de nog beperkte ervaring of onderbouwing. De landelijke maatlat vraagt dus uitwerking in beleid van Dijk en Waard. 4.2Beleidsuitgangspunten Dijk en Waard Werk-met-werk maken De ambitie is een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050. Dit biedt de mogelijkheid om de omgeving waterrobuust en klimaatbestendig te maken op logische momenten. Dijk en Waard hanteert daarom het beleidsuitgangspunt werk-met-werk maken. Dit maakt de opgave voorspelbaar, efficiënt en voorkomt dubbele uitgaven en overlast. Maar hoe werkt dit? Dijk en Waard is continu in verandering. De gemeente staat voor een enorme (woning)bouwopgave. Dit uit zich in inbreidingslocaties zoals woon- en werkgebied de Frans, het Stationskwartier en uitbreidingslocaties zoals Westpoort/De Scheg en de Oostrand Noord- en Zuid Scharwoude. Ook zijn er bedrijventerrein in ontwikkeling, zoals De Vaandel. Dus zowel binnen de stad als buiten de stad vinden nieuwbouwprojecten plaats. Dit zijn echter niet de enige veranderingen. De bestaande gebouwde omgeving is, vaak na een jaar of 40, toe aan groot onderhoud. De openbare ruimte wordt dan heringericht door de gemeente om opnieuw voor een dergelijke periode door te kunnen. Om in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig te zijn ingericht is het uitgangspunt dat: nieuwbouwontwikkelingen waterrobuust en klimaatbestendig ingericht worden. bestaande wijken bij groot onderhoud waterrobuust en klimaatbestendig heringericht worden. Niet alle bestaande wijken zullen voor 2050 heringericht worden. Voor deze wijken is nader onderzoek nodig naar de klimaatkwetsbaarheden. Op basis van dit onderzoek kan worden bezien of het noodzakelijk is (een deel van) de herinrichting naar voren te halen. Daarbij wordt ook bekeken of koppelkansen, zoals de aanleg van een warmtenet, aanleiding geven om de klimaatbestendige (her)inrichting naar voren te halen. Ook privaat terrein levert een bijdrage Binnen de bebouwde kom is slechts 35% van de ruimte in eigendom van de gemeente. Zonder maatregelen op privaat terrein, worden weersextremen afgewenteld op publiek terrein, naar andere functies of op toekomstige generaties. Bij nieuwbouw wordt nieuw privaat terrein gerealiseerd. Nieuwbouw biedt daarom een uitgelezen mogelijk om (ook) het privaat terrein klimaatbestendig in te richten. Bij herinrichting van de openbare ruimte in bestaande wijken is dit niet zomaar het geval. De ontwerpvrijheid is dan beperkt. Ontwerpers hebben rekening te houden met de bestaande stedenbouwkundige structuren, bebouwing, (ondergrondse) infrastructuur en bewoners. De bestaande private eigendommen zijn vaak niet klimaatbestendig ingericht, waardoor de gevolgen van bijvoorbeeld hevige regenval worden afgewenteld op de openbare ruimte. Het is fysiek daarom niet altijd mogelijk om wijken volledig waterrobuust en klimaatbestendig te maken door de openbare ruimte her in te richten. Dijk en Waard gaat echter voor het maximaal haalbare. Na herinrichtingsprojecten kunnen klimaatkwetsbaarheden resteren. Het is van belang om resterende klimaatkwetsbaarheden voorafgaand aan de uitvoering van de herinrichting te rapporteren en daarmee (voorlopig) te accepteren. Bestaande private eigendommen kunnen dus een grote bijdrage leveren aan het realiseren van een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving. Dit kan op logische momenten, zoals bij nieuwbouw. Maar het merendeel van de private ruimte is bestaand. Dijk en Waard zet zich daarom in om inwoners, ondernemers en organisaties aan te sporen hun eigendommen klimaatadaptief in te richten. Dijk en Waard hanteert een maatlat voor klimaatbestendige bouw Maar wat is waterrobuust en klimaatbestendig inrichten? De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft hiervoor zogenoemde uitgangspunten en basisveiligheidniveaus voor klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld. In 2021 hebben voormalige gemeenten Heerhugowaard en Langedijk versie 2.0 hiervan overgenomen in haar beleid en vastgesteld als werkkader voor nieuwbouw en (her)inrichtingen. Na de fusie heeft Dijk en Waard de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland ondertekend en zich gecommitteerd aan versie 3.0 van de uitgangspunten en basisveiligheidniveaus voor klimaatbestendige nieuwbouw. Deze intentieovereenkomst is ondertekend door een veelvoud aan gemeenten, waterschappen en bouwende partijen. Ook andere regio’s in Nederland ontwikkelden soortgelijke kaders. Dit heeft ertoe geleid dat het Rijk de handschoen heeft opgepakt en begin 2023 de landelijke maatlat ‘groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ heeft gelanceerd. Zoals eerder aangegeven vraagt de landelijke maatlat om uitwerking in lokaal beleid. Dijk en Waard hanteert daarom een eigen maatlat klimaatbestendige bouw voor (her)inrichting van wijken en locatie- en gebiedsontwikkelingen. De eigen maatlat is een samenvoeging van de landelijke maatlat en de uitgangspunten en basisveiligheidniveaus versie 3.0 en is waar nodig decentraal en gebiedsspecifiek verrijkt. Gezien de snelheid waarin inzichten over klimaatverandering en klimaatadaptatie worden opgedaan is het ook gewenst daarin te kunnen meebewegen. Dit kan aanleiding geven om de maatlat klimaatbestendige bouw aan te passen of te concretiseren. Om een waterrobuuste en klimaatbestendige (her)inrichting te realiseren is het cruciaal om dit vanaf de eerste ontwerpfase mee te nemen. De stedenbouwkundige opzet, situering van gebouwen, straten, waterlopen, plantvakken en bomen kunnen een aanzienlijk effect hebben. Het is niet onmogelijk om in een latere ontwerpfase een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting te borgen, maar dit maakt het wel een stuk ingewikkelder. Als voorbeeld: wanneer de bomen niet juist gepositioneerd staan bieden ze geen schaduw op het heetste moment van de dag. Of: wanneer het ontwerp gericht is op een snelle afvoer van hemelwater naar de sloot, wordt het lastig alsnog hemelwater vast te houden, te infiltreren en vertraagd af te voeren via wadi’s en/of andere groenvoorzieningen. Oplossingen worden dan veelal technischer, minder gebaseerd op natuurlijke principes, moeilijker in stand te houden en daarmee minder robuust, en veelal duurder bij aanleg of in onderhoud. Denk bijvoorbeeld aan ondergrondse retentiekratten. Het uitgangspunt is daarom dat het klimaatbestendige ontwerp meegroeit met de verschillende ontwerpfases van gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting. Klimaatadaptieve voorzieningen worden in stand gehouden Na de realisatie van een gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting start de gebruiksfase. De gemeente heeft zelf controle over het functioneren van de openbare ruimte en klimaatadaptieve voorzieningen daarin. Middels beheer- en onderhoud houdt de gemeente klimaatadaptieve voorzieningen op eigen terrein in stand op het niveau van de bij realisatie geldende maatlat klimaatbestendige bouw. Ook op privaat terrein zullen steeds meer klimaatadaptieve voorzieningen gerealiseerd worden die bijdragen aan een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving en de schade door weersextremen beperken. Instandhouding hiervan is belangrijk. Sommige voorzieningen zullen zonder onderhoud minder functioneren. Ook zijn er voorzieningen onder de grond, waarbij een mindere werking niet direct zichtbaar is. Een terugkerende inspectie is dan belangrijk. Waar mogelijk wordt instandhouding in publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke documenten opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan het omgevingsplan of in koopcontracten (bijv. door een kwalitatieve verplichting of kettingbeding met doorgeefverplichting). Een volgende stap kan zijn om hierop toezicht te houden en te handhaven. Op dit moment gebeurt dat nog niet. De juridische mogelijkheden, de noodzaak, de wenselijkheid, de wijze waarop en de gevolgen voor de gemeentelijke organisatie moeten nog in beeld gebracht worden. 4.3Beleidskaders Bij herinrichting van bestaande wijken worden deze zo goed als mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Nieuwbouw locatie- en gebiedsontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Dijk en Waard hanteert hiervoor een maatlat klimaatbestendige bouw. De maatlat klimaatbestendige bouw is van toepassing voor de nieuwbouw en (her)inrichting in de publieke en private ruimte. Juridische borging van de maatlat voor klimaatbestendige bouw vindt voor locatie- en gebiedsontwikkelingen waar mogelijk plaats in privaatrechtelijke overeenkomsten (zoals intentie- en anterieure overeenkomst, kavelpaspoort, algemene verkoopvoorwaarden) en publiekrechtelijk in daarvoor bestemde documenten (zoals bestemmingsplan, ruimtelijke onderbouwing, omgevingsplan, omgevingsvergunning). In privaatrechtelijke en publiekrechtelijke documenten wordt, indien mogelijk, een instandhoudingsplicht opgenomen om de mate van waterrobuustheid en klimaatbestendigheid te borgen gedurende de gebruiksfase. Bij herinrichting van bestaande wijken en bij locatie- en gebiedsontwikkelingen worden klimaatkwetsbaarheden in beeld gebracht (de 0-situatie) alvorens belangrijke ontwerpkeuzen gemaakt worden. Verdiepende (model)onderzoeken en-berekeningen worden uitgevoerd indien dit nodig is om tot betrouwbare ontwerpkeuzen te komen. Het klimaatbestendige ontwerp groeit mee met het detailniveau van de verschillende ontwerpfases van gebiedsontwikkeling, locatieontwikkeling en herinrichting van bestaande wijken. Gedurende die ontwerpfases wordt in steeds meer detail aangetoond en beoordeeld of aannemelijk is dat de inrichting aan de maatlat klimaatbestendige bouw zal voldoen. Bij locatie- en/of gebiedsontwikkeling wordt ten minste voor vergunningverlening aangetoond dat aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw wordt voldaan. Bij herinrichting van bestaande wijken wordt uiterlijk voor de uitvoering aangetoond dat deze zo goed als mogelijk aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw voldoet. Bij locatie- en/of gebiedsontwikkeling moet in principe altijd voldaan worden aan de maatlat voor klimaatbestendige bouw. Alleen indien het voldoen aan deze regels redelijkerwijs niet mogelijk is, kan hiervan afgeweken worden. In dat geval kan aan de initiatiefnemer een financiële bijdrage gevraagd worden, zodanig dat de gemeente buiten het plangebied alsnog een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving kan realiseren, beheren en onderhouden. Deze situatie kan zich voordoen indien het technisch niet mogelijk is om afdoende klimaatbestendige maatregelen te nemen of als maatregelen buiten het plangebied een veel duurzamere of robuustere oplossing bieden. De gemeente houdt de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van heringerichte wijken in stand op de bij (her)inrichting geldende normen en richtlijnen voor klimaatbestendige bouw. Er kunnen redenen zijn om de maatlat voor klimaatbestendige bouw te vernieuwen, bijvoorbeeld door beleid van rijk, provincie of functionele overheden zoals het waterschap. Ook nieuwe inzichten in klimaatverandering of de adaptatie daarop, en ervaringen binnen Dijk en Waard kunnen hier aanleiding toe geven. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om deze vernieuwingen door te voeren. De ambtelijke organisatie is bevoegd om de maatlat klimaatbestendige bouw verder te concretiseren als daar behoefte aan is. Geenszins zal dit een mindere- of verdere mate van waterrobuustheid en/of klimaatbestendigheid betekenen. Het betreft in deze het verduidelijken, bijvoorbeeld door deze specifiek of meetbaar te maken. 4.4Maatlat klimaatbestendige bouw De maatlat klimaatbestendige bouw werkt met doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden. Doel: Basisprincipe en startpunt voor verdere uitwerking. Norm: Ondergrens of ontwerpvoorschrift die ongeacht de gebiedsspecifieke condities geldt. Richtlijn: Richtlijn of ontwerpvoorschrift waarbij maximaal resultaat wordt nagestreefd. Voorkeursvolgorde: Selecteren van maatregelen op volgorde van de waarde voor de leefomgeving. De doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden zijn hieronder per klimaatthema uiteengezet. De thema’s zijn wateroverlast, droogte, bodemdaling, hitte, overstroming en natuurinclusiviteit en biodiversiteit. In de bijlage is een uitgebreidere toelichting van de thema’s en daarbij horende doelen, normen, richtlijnen en voorkeursvolgorde te vinden. Wateroverlast Doel Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Norm Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en beschikbaar. Neerslag van een hevige bui (70
- mm)op het verharde deel van privaat terrein en openbaar terrein wordt verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Bij een waterdiepte van 20 cm op (het laagste punt van) de rijbaan door extreme regen en/of overstroming mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer op watersystemen of gebieden buiten de plangrens. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied. Richtlijn In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Voorkeursvolgorde Benutten en besparen Vasthouden en infiltreren Bergen Afvoeren Droogte Doel Bij langdurige droogte wordt structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies voorkomen. Norm De verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte zijn sturend voor de inrichting van het plangebied. Richtlijn Buitenstedelijke ontwikkeling is infiltratieneutraal: grondwateraanvulling blijft gelijk ondanks verhardingstoename, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype. Binnenstedelijke ontwikkeling is infiltratiepositief: er is meer infiltratie (range 0 tot +10 %) dan voor de ontwikkeling, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype. Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp. Voorkeursvolgorde Benutten en besparen Vasthouden en infiltreren Bergen Afvoeren Bodemdaling Doel Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar. Norm Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting. De bodem heeft een maximale restzetting van 10 cm over een periode van dertig jaar voor openbaar en privaat terrein. Hitte Doel Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Richtlijn Koele groene plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig. Er is tenminste 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes, verblijfsplekken en drinkwaterstroken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. Tenminste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/ gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied (het hitte-eiland effect) te beperken. Vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar bij hitte. Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwinstallaties. Voorkeursvolgorde De ladder van koeling door OSKA (Overleg Standaarden KlimaatAdaptatie): Koele omgeving Warmte werend Passief koelen Actief koelen Natuurinclusiviteit en biodiversiteit Doel Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus. Richtlijn Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren van het specifieke gebied hebben de voorkeur boven 'puur technische' oplossingen: groen, tenzij. Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak in volgroeide staat telt mee). Het plangebied creëert, afhankelijk van de grootte, een hoogwaardig habitat voor één of meer soortencategorieën. Footprint Hoogte Habitat Kleinschalig project <500 m2 en <15 m Gebouw bewonende soorten Middelgroot project <2000 m2 en/of 15-30 m Gebouw bewonende soorten + een andere soortencategorie. Grootschalig project >2000 m2 en/of >30 m Tenminste 3 soortencategorieën. Soorten categorieën: gebouw bewonend, boom bewonend, aan struweel gebonden, aan bloemrijk grasland gebonden, aan water en oevers gebonden. Overstroming Doel De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken. Richtlijn Afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen. Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas. Schade voorkomen Bij overstroming mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. Schadebeperking Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in het geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn. Schuilen en evacueren Er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming. v&k = vitale en kwetsbare functies 5Uitvoeringsparagraaf 2024-2030 (Werken) De hiervoor beschreven beleidsuitgangspunten, beleidskaders en maatlat klimaatbestendige bouw borgen dat herinrichtingsprojecten en nieuwbouwontwikkelingen waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Dit zou moeten leiden tot concrete prestaties, vooruitgang en tastbare resultaten. Het stellen van beleidskaders zorgt er echter niet automatisch voor dat ze ook uitgevoerd worden. Daarnaast zijn er nog onzekerheden. Zo zijn er delen van de gemeente die niet voor 2050 opnieuw ingericht worden. Ook bezitten inwoners, ondernemers en organisaties een belangrijk deel van het grondgebied en kunnen daardoor een aanzienlijke bijdrage leveren aan een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving. De uitvoeringsparagraaf richt zich daarom op de implementatie van het beleid. Aan de hand van de speerpunten geeft het globaal weer welke inspanningen Dijk en Waard neemt om de doelstellingen te behalen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. 5.1Inspanningen De programmabegroting geeft inzicht in het budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid. Begroting Budget 2024 Gewenst budget/ jaar Programma 5: Sport, cultuur, recreatie en openbare ruimte Het onttegelen van de openbare ruimte € 70.000 € 70.000 Het stimuleren van het onttegelen van particuliere ruimten6 Dijk en Waard gebruikt deze post voor het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen op privaat terrein. Dit past beter bij de doelstelling voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting dan de weliswaar waardevolle, maar eenzijdige focus op onttegelen. € 110.000 € 110.000 Programma 7: Volksgezondheid en milieu Uitvoering geven aan de klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar € 30.000 € 60.000 Uitvoering gemeentelijk beleid klimaatadaptatie € 62.000 € 70.000 Totaal Totaal € 272.000 € 310.000 Hierna staat per speerpunt globaal weergegeven waar Dijk en Waard aan werkt. De meeste van deze inspanningen zijn structureel en daarmee terugkerend. Enkele inspanningen zijn incidenteel, bijvoorbeeld een verdiepend onderzoek. Dergelijke vragen komen echter wel jaarlijks terug, waardoor de inspanningen goed te plannen zijn. In blauw7 Beperkingen: - Het budget om uitvoering te geven aan de klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar daalt volgens de programmabegroting 2023 vanaf 2024 naar €30.000. Daarmee is alleen de regionale programmasturing begroot en niet het uitvoeren van de activiteiten die in de uitvoeringsagenda zijn opgenomen. Zonder verhoging van het budget, zal dit ten koste gaan van andere gemeentelijke inspanningen.- Inhuur externe specialisten om specifieke opdrachten uit te werken op onderdelen waar nu nog kennishiaten zijn en/of ambtelijk niet te leveren zijn. staan de beperkingen van het huidige budget aangegeven. Via de begrotingscyclus wordt het gewenste budget opgevoerd. Dit biedt ruimte om de blauwe inspanningen volledig te kunnen leveren. Indien dit budget niet beschikbaar komt, kunnen deze inspanningen alleen volledig uitgevoerd worden ten koste van andere inspanningen. Aangegane verplichtingen in het samenwerkingsverband regio Alkmaar gaan hierbij voor eigen inspanningen. Speerpunt 1: Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, we handelen klimaatbestendig in de hele keten en wet benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte. Uitdragen van het beleid in de gemeentelijke organisatie. Kennisontwikkeling. Het delen van voorbeeldprojecten. Registeren van klimaatadaptieve maatregelen in de openbare en private ruimte (bijv. in beheersystemen). Monitoring en evaluatie van de effectiviteit van het beleid. Het aanvragen van subsidies om een meer waterrobuuste of klimaatbestendige omgeving te realiseren of om deze sneller te realiseren. Samenwerken in de regio en het uitvoeren van de Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar. Verdiepende onderzoeken naar klimaatkwetsbaarheden en oplossingsrichtingen: Voor delen van de openbare ruimte die niet voor 2050 (her)ingericht worden. Voor delen van de gemeente die ogenschijnlijk omvangrijke en/of urgente klimaatkwetsbaarheden hebben. Beheer- en monitoringssystematiek inregelen met kaartmateriaal en/of modelsimulaties die beter inzicht geven in de klimaatkwetsbaarheden en voortgang. Speerpunt 2: De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte. Waterrobuustheid en klimaatbestendigheid als een vast onderdeel in op te stellen gebiedsvisies en andere ruimtelijke plannen. Inzicht bieden in de onderbouwing die nodig is gedurende de verschillende fasen van (her)inrichtingsprojecten, locatie- en gebiedsontwikkeling om aan te tonen dat voldaan wordt aan het beleid (de maatlat klimaatbestendige bouw). Klimaatadaptatiebeleid verbinden met ander beleid en programma’s dat wordt opgesteld in de gemeente, regio of door ketenpartners. De maatlat klimaatbestendige bouw borgen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Het uitvoeren van de (zesjaarlijkse) cyclus uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (weten-willen-werken). Op basis daarvan het huidige beleid evalueren en mogelijk vernieuwen. De maatlat klimaatbestendige bouw waar mogelijk uitwerken naar juridische regels voor publiekrechtelijke en privaatrechtelijke overeenkomsten. In kaart brengen gewenste toezicht en handhavingsstrategie. Onderzoek andere instrumentaria om klimaatbestendigheid in de openbare en private ruimte te realiseren. Speerpunt 3: Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte. Inzicht geven in de gevolgen van klimaatverandering en de mogelijkheden om klimaatadaptief te handelen. Draagvlak en gevoel van urgentie vergroten om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Het delen van inspirerende voorbeelden van klimaatbestendige oplossingen in de openbare ruimte en private ruimte. Subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen op privaat terrein. Stimuleringsacties zoals NK-tegelwippen. 5.2Kosten klimaatbestendige bouw Herinrichting van bestaande wijken Bij herinrichting van bestaande wijken worden deze zo goed als mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig ingericht volgens de maatlat klimaatbestendige bouw. Dit staat verder beschreven in het hoofdstuk Beleid (Werken) en in de Maatlat klimaatbestendige bouw. Hieronder is uiteengezet wat de financiële consequenties zijn van dit beleid en hoe dit verankerd is in de gemeentelijke begroting. Er zijn op dit moment nog geen toepasbare landelijke kengetallen om te bepalen in welke mate de kosten van een klimaatbestendige herinrichting afwijken van de huidige inrichting. Deskundigen geven aan dat de opgave per wijk verschilt, afhankelijk van lokale klimaatkwetsbaarheden en de reeds aanwezige ruimtelijke randvoorwaarden. Desondanks wordt in verschillende gemeenten en door verschillende ingenieursbureaus rekening gehouden met een plus van 10% á 15%. In Dijk en Waard is dit daarom als volgt geregeld: De kosten voor het herinrichten van de openbare ruimte (verharding en groen) nemen met 10% toe. Daarvan is 5% toe te wijzen aan water gerelateerde opgaven (wateroverlast en droogte) en te dekken uit het programma stedelijk water en riolering Dijk en Waard. De andere 5% is niet toe te wijzen aan water gerelateerde opgaven, bijvoorbeeld doordat deze specifiek gericht zijn op het tegengaan van hitte-eilanden en hittestress. Deze uitgaven zijn gedekt via de voorziening voor het groot-onderhoud/herinrichting van wijken. De voorziening voor het groot-onderhoud/herinrichting van wijken en programma stedelijk water en riolering zijn afhankelijk van onder andere het prijspeil en de areaalgrootte. Beide zijn aan verandering onderhevig, en dus het budget voor klimaatadaptatie ook. Beheer openbare ruimte Vaak bevat een klimaatbestendige inrichting meer groen en water en minder verharding dan een niet-klimaatbestendige inrichting. Bepaalde keuzes (bijv. soorten beplanting) vragen meer onderhoudskosten dan verharding. Over het algemeen is onderhoud aan verharding echter duurder dan onderhoud aan groen en water. Daarom is vooralsnog het uitgangspunt dat er geen extra middelen voor het structurele onderhoud nodig zijn. Locatie- en gebiedsontwikkeling Locatie- en gebiedsontwikkelingen worden waterrobuust en klimaatbestendig ingericht volgens de maatlat klimaatbestendige bouw. Dit staat verder beschreven in het hoofdstuk Beleid (Werken) en in de Maatlat klimaatbestendige bouw. De gevolgen hiervan kunnen (deels) bij de gemeente terecht komen, maar ook (deels) bij ontwikkelaars, corporaties en woningeigenaren. De gevolgen zijn sterk afhankelijk het type gebiedsontwikkeling, de ruimtelijke randvoorwaarden, de grondpositie en de rol van de gemeente. De gevolgen zullen daarom per gebiedsontwikkeling inzichtelijk gemaakt worden via het gebruikelijke proces. 5.3Monitoring en evaluatie Klimaatkwetsbaarheden Conform de werkwijze van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zullen iedere 6 jaar de klimaatkwetsbaarheden (stresstesten) in beeld gebracht. Hiermee wordt de ambitie een waterrobuust en klimaatbestendig Dijk en Waard in 2050 op hoofdlijnen gemonitord. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven tot het vernieuwen of uitbreiden van het beleid. Klimaatbestendige herinrichting, locatie- en gebiedsontwikkeling. In de ontwerpfase van herinrichtings- en nieuwbouwprojecten wordt de situatie (klimaatkwetsbaarheden) voorafgaand en na uitvoering van het project weergegeven. Hiermee wordt aangetoond dat de omgeving voldoende waterrobuust en klimaatbestendig is na afronding van het project. Na herinrichtingsprojecten kunnen klimaatkwetsbaarheden resteren. Het is van belang om resterende klimaatkwetsbaarheden te rapporteren. Er is nu nog geen beheersystematiek om alle klimaatadaptieve maatregelen in de openbare en private ruimte vast te leggen. Beheerders kijken vooral naar hun eigen beheerareaal. Tegelijkertijd zijn stresstesten, de klimaateffectatlas en de klimaatatlas van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) gebaseerd op (landelijke) data en satellietbeelden. Dijk en Waard beschikt daarnaast over grondwatermeetnetten en een dynamisch grondwatermodel. Veel van de klimaatkwetsbaarheden zijn op basis van deze gegevens te monitoren. Er zijn klimaatadaptieve maatregelen die niet zichtbaar zijn in deze gegevens, bijvoorbeeld omdat ze onder de grond of in de kruipruimte van een gebouw geplaatst zijn. Een plek kan dus klimaatbestendig ingericht zijn, maar de data die voorhanden is kan nog steeds het idee geven dat dit niet het geval is. In het beleid is daarom een inspanning opgenomen om een beheer- en monitoringssystematiek in te regelen. In ieder geval betreft het hierbij het registreren van klimaatadaptieve maatregelen die niet automatisch gemonitord worden via (landelijke en gemeentelijke) data en satellieten. Maatlat klimaatbestendige bouw Er kunnen redenen zijn om de maatlat voor klimaatbestendige bouw te vernieuwen, bijvoorbeeld door beleid van rijk, provincie of functionele overheden zoals het waterschap. Ook nieuwe inzichten in klimaatverandering of de adaptatie daarop, en ervaringen binnen Dijk en Waard kunnen hier aanleiding toe geven. Jaarlijks zal in gesprek met water-, riool en groenbeheerders en gemeentelijke projectleiders voor herinrichting van wijken en locatie- en gebiedsontwikkelingen een evaluatiegesprek plaatsvinden. Zo wordt er stilgestaan bij de haalbaarheid van het beleid en/of dit tot de gewenste resultaten leidt. Indien nodig wordt de maatlat klimaatbestendige bouw vernieuwd en/of concreter gemaakt. Inspanningen Jaarlijks wordt de voortgang van de inspanningen gemonitord. Daarbij wordt ook beoordeeld in hoeverre de inspanningen nog aansluiten bij de speerpunten en/of het gewenste effect teweegbrengen. 6Huidig beleid Wat is het huidige beleid en wat vervangt deze nota Nieuw beleid (na vaststelling) Oud beleid (na intrekking) Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard Beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 7Bijlage: toelichting maatlat klimaatbestendige bouw 7.1Vitale en kwetsbare functies Uitval of beschadiging van belangrijke functies door overstroming, wateroverlast, droogte of hitte kan leiden tot ernstige gevolgen voor mens, milieu of economie op nationaal niveau. Denk daarbij aan functies zoals de energievoorziening, de hoofdinfrastructuur en ziekenhuizen. Doordat uitval van deze belangrijke functies tot ernstige gevolgen kan leiden, noemen we ze vitaal en kwetsbaar. Daarnaast kunnen vitale en kwetsbare functies noodzakelijk zijn om een gebied te herstellen, bijvoorbeeld na een overstroming. Er is vaak samenhang tussen verschillende vitale en kwetsbare functies. Uitval van één functie leidt vaak tot uitval van een andere functie. Uitval van stroom heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het verkeer: stoplichten vallen uit en bruggen kunnen niet meer worden bediend. Het Deltaprogramma heeft een overzicht gemaakt van nationale vitale en kwetsbare functies: Deze nationale functies kunnen bij uitval leiden tot ernstige gevolgen voor heel Nederland. Daarnaast zijn er ook functies op decentraal niveau die bij uitval tot grote schade kunnen leiden. Denk bijvoorbeeld aan een zorginstelling, bedrijventerrein, datacentrum of een museum. Er bestaat geen complete lijst van vitale en kwetsbare functies op decentraal niveau. Bij ieder project wordt daarom een afweging gemaakt of er vitale en kwetsbare functies zijn die tot grote schade kunnen leiden in het geval van overstroming, wateroverlast, droogte en hitte. 7.2Wateroverlast Toelichting doel Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Toelichting norm - hevige neerslag Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en beschikbaar. Met de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve omgeving heeft het rijk aangegeven dat dit een landelijke norm (ondergrens) betreft die ongeacht de gebiedsspecifieke condities geldt. Dijk en Waard heeft dit daarom als norm overgenomen. De norm gaat uit van een stationaire bui van 1/100 jaar, 70 mm in een uur als maatgevende ondergrens. Voor vitale en kwetsbare functies geldt een zwaardere bui van 1/250 jaar, 90 mm in een uur. In 2018 is gewerkt aan de standaarden voor de stresstest wateroverlast. Het ministerie van I&W, STOWA en Stichting RIONED hebben gezamenlijk de Notitie Standaarden voor de stresstest wateroverlast uitgebracht. De referentienorm uit deze notitie is gebruikt als uitgangspunt voor de norm binnen het thema wateroverlast. De intensiteit van de neerslaggebeurtenissen is gebaseerd op de herhalingstijden in het huidige klimaat, de daaruit volgende intensiteiten en de door het KNMI / HKV Lijn in Water gehanteerde factoren voor de vertaling van het huidige klimaat naar het klimaat van 2050. Onderstaande tabel geeft de verwachte herhalingstijden weer voor neerslaggebeurtenissen voor het huidige klimaat en het klimaat in 2050. Schaal Duur Herhalingstijd huidige klimaat (jaar) Hoeveelheid huidig klimaat (
- mm)Hoeveelheid klimaat 2050 (
- mm)Factor Lokaal 1 uur 100 60 70 21% 250 75 90 21% 2 uur 1000 130 160 21% Regionaal 48 uur* 100 100