Beleidsregels Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren gelet op artikel 10 resp. 14 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen van de Wet Participatie; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels/nadere regels: Beleidsregels Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Deze beleidsregels zien op het verlenen, onderzoeken, en terugvorderen van bijstand, leenbijstand en leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal op grond van de Participatiewet voor zelfstandigen. HoofdstukI – Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven in het volgende lid hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), Participatiewet (PW) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). In deze beleidsregels wordt verstaan onder: leenbijstand: de als renteloze lening verstrekte algemene bijstand op grond van de PW en het Bbz 2004 die al dan niet geheel of gedeeltelijk kan worden omgezet in een bedrag om niet. bijstand: algemene bijstand op grond van de PW, waaronder begrepen de door het college in bijstand om niet omgezette leenbijstand. Lening ten behoeve van bedrijfskapitaal: bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening belanghebbende: degene aan wie bijstand, leenbijstand of een lening ten behoeve van bedrijfskapitaal is of wordt verstrekt Artikel2Wettelijke bevoegdheden Bbz 2004 Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: Het instellen van een onderzoek naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens zoals beschreven in artikel 53a lid 6 PW. Het instellen van een onderzoek naar de levensvatbaarheid van het bedrijf of zelfstandig beroep. (Artikel 23 lid 3 Bbz 2004.) Artikel3Rechtmatigheidsonderzoeken Onderzoeken naar de rechtmatigheid van de bijstand worden in beginsel uitgevoerd naar aanleiding van meldingen en signalen. Elke 12 maanden wordt beoordeeld of de zelfstandige die bijstand ontvangt op grond van artikel 25 Bbz 2004 voldoet aan de in dit artikel gestelde inkomenseis. Artikel4Periodieke toekenning en levensvatbaarheidsonderzoeken Leenbijstand aan startende en gevestigde ondernemers wordt toegekend voor een periode van 6 maanden. Voor verlenging van de uitkering na 6 maanden moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. Bij elke aanvraag wordt de levensvatbaarheid van het bedrijf of zelfstandig beroep beoordeeld. Leenbijstand die op grond van artikel 18 of 23 Bbz 2004 is toegekend, wordt beëindigd zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is. Artikel5Beëindiging bedrijf of zelfstandig beroep In die gevallen zoals genoemd in artikel 43 Bbz 2004, wordt de lening ten behoeve van bedrijfskapitaal renteloos gemaakt. HoofdstukII - Terugvordering Artikel6Herziening en intrekking toekenningsbesluit Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54 lid 3 en 4 PW. Toepassing van deze bevoegdheid beperkt zich niet tot situaties waarin sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Artikel7Terugvordering (leen)bijstand en leningen bedrijfskapitaal (Leen)bijstand of een lening ten behoeve van bedrijfskapitaal wordt teruggevorderd in de gevallen en op de wijze zoals vermeld in deze beleidsregels en de artikelen 58 tot en met 60 PW. Leenbijstand wordt teruggevorderd in de gevallen zoals genoemd in artikel 12 lid 2 c Bbz
- Leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal worden teruggevorderd indien: De termijn van uitstel van aflossing en betaling van rente zoals genoemd in artikel 41 lid 2 Bbz 2004 is verlopen, zoals bepaald in artikel 41 lid 4 Bbz
- De situatie zich voordoet zoals beschreven in artikel 41 lid 5 Bbz
- Betrokkene ook na een tweede aanmaning niet aan zijn betalingsverplichting voldoet. niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen in artikel 39 lid 2 en 3 Bbz 2004 en de toepassing van artikel 43 Bbz
- HoofdstukIII - Invordering Artikel8Wijze van invordering Uitgangspunt is dat de belanghebbende een vordering ineens dient te voldoen. Hierbij wordt de termijn van artikel 4:87 Awb aangehouden. Op verzoek van de belanghebbende kan de vordering in termijnen worden voldaan indien: de vordering binnen 36 maanden wordt afgelost en het aflossingsbedrag minimaal € 50,00 bedraagt. Indien volledige aflossing binnen de in het eerste en/of tweede lid genoemde betalingstermijn niet mogelijk is, stelt het college de maandelijkse aflossing vast. Het vastgestelde of afgesproken aflossingsbedrag geldt als een opgelegde betalingsverplichting. Bij de vaststelling van het aflossingsbedrag wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet en de eventuele verhoging hiervan. Bij de vaststelling van de betalingsverplichting in het inkomen wordt ook rekening gehouden met de bijzondere, financiële en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende. Het onderzoek naar mogelijk gewijzigde financiële omstandigheden wordt periodiek en/of naar aanleiding van meldingen of signalen uitgevoerd. Artikel9Dwanginvordering Indien de belanghebbende een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, dan kan het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd worden door middel van: verrekening met de maandelijks verleende bijstand op grond van artikel 60, derde lid, van de Participatiewet, dan wel verrekening met de maandelijkse uitkering op grond van artikel 28, derde lid van zowel de IOAW als de IOAZ; of bij het ontbreken van deze mogelijkheid en nadat een dwangbevel is verzonden: een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, behoudens artikel 479e, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. In geval van beslaglegging en/of het inschakelen van een deurwaarder zoals vermeld in dit artikel, wordt de vordering verhoogd met de invorderingskosten en met de wettelijke rente. De invorderingskosten worden vastgesteld op 15% van de openstaande vordering met een maximum van €375,
- HoofdstukIV - Kwijtschelding Artikel10Kwijtschelding (leen)bijstand Het college kan besluiten tot ambtshalve kwijtschelding van (leen)bijstand indien de belanghebbende: gedurende 60 maanden zijn aflossingsverplichting voor de als geldlening verstrekte bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vordering minder bedraagt dan € 125; gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten. de in onderdeel c genoemde termijn bedraagt tien jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering. Artikel11Kwijtschelding (leen)bijstand en/of bedrijfskapitaal in verband met een schuldregeling In aanvulling op artikel 42 Bbz 2004 kan het college op verzoek van belanghebbende besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere invordering van bijstand af te zien, indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Artikel12Kwijtschelding bedrijfskapitaal Kwijtschelding van een lening ten behoeve van bedrijfskapitaal is mogelijk in die gevallen zoals beschreven in artikel 42 en 43 Bbz
- Artikel13Afzien van terugvordering in verband met dringende redenen Het college ziet af van terugvordering of verdere invordering (verleent kwijtschelding), als hiervoor een dringende reden aanwezig is als bedoeld in artikel 58 lid 8 PW. HoofdstukV - Slotbepaling Artikel14Relatie met overige beleidsregels Indien deze beleidsregels Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 afwijken van hetgeen in is bepaald in algemene beleidsregels aangaande de Participatiewet, dan prevaleren deze beleidsregels Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
- Artikel15.Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot 1 januari
- Artikel16.Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
- Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 juni 2020.Burgemeester en wethouders van De Fryske Marren,gemeentesecretaris, burgemeester,Ditta Cazemier Fred Veenstra