Beleidsregels inkomensondersteuning kinderopvang Voorne aan Zee 2023Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee; gelet op artikel 35 Participatiewet, artikel 1.13, artikel 1.6 en artikel 1.7 Wet kinderopvang, artikel 108 en 147 Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; en rekening houdend met: de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om nadere regels op te stellen voor de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang die bijdraagt aan het slagen van participatietrajecten of scholing, tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op grond van de sociaal medische indicatie en de minimaregeling peuteropvang; besluit vast te stellen deze BELEIDSREGELS INKOMENSONDERSTEUNING KINDEROPVANG VOORNE AAN ZEE 2023 HOOFDSTUK1:ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1:Begrippen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Belanghebbende: iedere ouder die voldoet aan de voorwaarden gesteld in deze beleidsregels; BRP: basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente Voorne aan Zee. Casusregisseur: door college aangesteld persoon die de uitvoering van het ondersteuningsplan coördineert; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee; Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs van die kinderen begint; Kinderopvangorganisatie: een in het Landelijk Register Kinderopvang (LKR) geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang; Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder h, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van de kinderopvang; Ondersteuningsplan: een plan waarin afspraken met de inwoner en betrokken netwerk over de doelen van de ondersteuning en de wijze waarop getracht wordt deze te bereiken; Ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, de echtgenoten of samenwonenden gezamenlijk, die de zorg dragen voor een inwonend kind of inwonende kinderen op wie de kinderopvang betrekking heeft; Sociaal gebiedsteam: een professioneel team dat inwoners ondersteunt bij hun hulpvraag of toeleidt naar passende ondersteuning; Sociaal Medische Indicatie: een indicatie afgegeven om tijdelijk in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming in de kosten voor noodzakelijke kinderopvang: als gevolg van sociale, lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder in combinatie met het opheffen of verminderen van een dreiging op de ontwikkeling van het kind en het niet kunnen verrichten van arbeid, waardoor geen aanspraak gemaakt kan worden op de regeling kinderopvangtoeslag van het Rijk als ook het ontbreken van een netwerk of voorliggende mogelijkheden om opvang voor het kind te organiseren. Voorliggende voorziening: elke adequate (opvang)voorziening buiten deze beleidsregel waarop belanghebbende aanspraak kan maken of een beroep kan doen voor de bekostiging van de noodzakelijke kinderopvang. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wmo, de Jeugdwet, de Wet Kinderopvang, Besluit kinderopvangtoeslag. Artikel2:Inlichtingen- en medewerkingsverplichting 1.Belanghebbende doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een in deze beleidsregels genoemde vergoeding. 2.Belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze beleidsregels. Artikel3:Aanvraag De belanghebbende maakt voor de aanvraag gebruik van een door de gemeente beschikbaar gesteld (digitaal) aanvraagformulier. Artikel4:Doelgroepen 1.Voor de tijdelijke tegemoetkoming kinderopvang sociaal medische indicatie komt in aanmerking de ouder die: volgens de BRP woonachtig is in de gemeente Voorne aan Zee en; indien van toepassing rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 en; waarbij is vastgesteld dat ten behoeve van de ouder op grond van een sociaal medische indicatie tijdelijke kinderopvang noodzakelijk is en; kind of kinderen heeft in de leeftijd vanaf 0 jaar tot het moment waarop het basisonderwijs voor dit kind of deze kinderen eindigt. niet zelf in de kinderopvang kan voorzien en geen beroep kan doen op een andere passende voorliggende voorziening. 2.Voor de bijzondere bijstand kosten kinderopvang komt in aanmerking de belanghebbende die: volgens de BRP woonachtig is in de gemeente Voorne aan Zee en indien van toepassing rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 en valt onder de wettelijke doelgroep als genoemd in artikel 1.6 jo artikel 1.13 Wet Kinderopvang en; een inkomen heeft dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm en; een vermogen heeft dat niet meer bedraagt dan de in artikel 34 Participatie¬wet neergelegde vermogensnorm en; niet zelf in de kinderopvang kan voorzien en geen beroep kan doen op een andere passende voorliggende voorziening. 3.Voor de peuterregeling in natura komt in aanmerking de belanghebbende die volgens de BRP woonachtig is in de gemeente Voorne aan Zee en; indien van toepassing rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 en; een inkomen heeft dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm en; een vermogen heeft dat niet meer bedraagt dan de in artikel 34 Participatie¬wet neergelegde vermogensnorm en; die geen recht heeft op een andere vorm van kinderopvang en; kind of kinderen heeft in de leeftijd vanaf 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar en de basisschool betreedt. HOOFDSTUK2:TIJDELIJKE TEGEMOETKOMING KOSTEN KINDEROPVANG SOCIAAL MEDISCHE INDICATIE Artikel5:Noodzaak Het college stelt door middel van een onderzoek vast of belanghebbende tot de doelgroep tijdelijke tegemoetkoming kinderopvang Sociaal Medische Indicatie behoort. Voor het vaststellen van de noodzaak, hoeveelheid gevraagde uren en de duur van de kinderopvang kan het college een adviseur raadplegen. Artikel6:Weigeringsgronden Het college weigert de tegemoetkoming als: de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 4 lid 1: Doelgroepen van deze beleidsregels; de ouder in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; de opgegeven activiteiten in verband waarmee de ouder een tegemoetkoming aanvraagt, niet of niet geheel zullen plaatsvinden; de ouder aanspraak kan maken op een adequate voorliggende voorziening; In het geval dat er sprake is van een echtpaar en beide ouders niet aan de gestelde vereisten voldoen. Artikel7:Ingangsdatum 1.De tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag door het college is ontvangen. 2.Als op de datum van de aanvraag nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang van start gaat. 3.Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgeweken van de ingangsdatum als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel. Artikel8:Duur en verlenging 1.Het college verleent de tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie voor het aantal uren kinderopvang dat naar haar oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is, met een maximum van 12 maanden. 2.De tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie wordt voortijdig beëindigd in de volgende gevallen: het kind of kinderen bereiken het moment waarop het basisonderwijs eindigt; de belanghebbende niet langer in de gemeente Voorne aan Zee woonachtig is; de belanghebbende inmiddels aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening; de noodzaak is komen te vervallen; de geïndiceerde kinderopvang niet langer een passende maatwerkvoorziening is; de vastgestelde ondersteuningsdoelen zijn bereikt. Artikel9:Omvang en hoogte 1.De berekenings- en betalingssystematiek van de Belastingdienst over de kinderopvangtoeslag wordt gebruikt voor de berekening van de tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie. 2.Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte en duur rekening met een gemeentelijke maximering: voor dagopvang: 156 uur per maand. voor buitenschoolse opvang: 78 uur per maand. 3.De belanghebbende blijft een eigen bijdrage betalen in de kosten van de kinderopvang. Deze is afhankelijk van het toetsingsinkomen. Indien belanghebbende voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 lid 2: Doelgroepen, kan er bijzondere bijstand worden aangevraagd voor deze kosten. Artikel10:Betaling 1.De tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie wordt maandelijks aan belanghebbende uitbetaald aan de hand van de door belanghebben-de overlegde factuur van het kinderopvangcentrum. 2.Als belanghebbende een machtiging heeft ondertekend, worden de betalingen rechtstreeks aan het kinderopvangcentrum gedaan. 3.Indien nodig bepaalt het college de wijze van betaling. Artikel11:Intrekking, herziening en terugvordering 1.Het college kan de verstrekte tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie herzien of intrekken als: het niet of onvoldoende nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 2: Inlichtingen- en medewerkingsverplichting geleid heeft tot een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte tegemoetkoming; anderszins een tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt, voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen weten of begrijpen. 2.In geval van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid, kan het college de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte tegemoetkoming terugvorderen. 3.Voor de uitvoering van het tweede lid is titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van paragraaf 4.4.4.2, van toepassing. Artikel12:Overgangsrecht tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie 1.Toegekende tijdelijke tegemoetkoming kosten kinderopvang Sociaal Medische Indicatie eindigt uiterlijk 1 januari 2024 dan wel eerder zoals in de beschikking is toegekend. 2.Nieuwe aanvragen en verlengingsverzoeken van al toegekende tijdelijke tegemoetkoming kosten Sociaal Medische Indicatie ingediend na de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden beoordeeld op basis van deze beleidsregels. HOOFDSTUK3:BIJZONDERE BIJSTAND KOSTEN KINDEROPVANG Artikel13:Noodzaak De kosten van de eigen bijdrage aan de reguliere kinderopvang kunnen, wanneer deze kosten noodzakelijk zijn voor werk, scholing of deelname aan een participatietraject, voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Artikel14:Ingangsdatum 1.De bijzondere bijstand kosten kinderopvang wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag door het college is ontvangen. 2.Als op de datum van de aanvraag nog geen kinderopvang plaatsvindt, worden de bijzondere bijstand kosten kinderopvang verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. 3.Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgeweken van de ingangsdatum als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel. Artikel15:Hoogte van de bijzondere bijstand en wijze van betaling 1.Het college vult de kinderopvangtoeslag aan tot ten hoogste de werkelijk gemaakte kosten aan noodzakelijk geachte kinderopvang rekening houdend met de door de Belastingdienst gehanteerde maximeringen, zoals beschreven in het Besluit kinderopvangtoeslag. 2.De bijzondere bijstand wordt maandelijks aan belanghebbende uitbetaald aan de hand van de door belanghebbende overlegde factuur van het kinderopvangcentrum onder aftrek van de ontvangen kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. 3.Als belanghebbende een machtiging heeft ondertekend, worden de betalingen rechtstreeks aan het kinderopvangcentrum gedaan. Artikel16:Overgangsrecht bijzondere bijstand kosten kinderopvang Voor het overgangsrecht wordt verwezen naar artikel 34 van de Beleidsregels Bijzondere Bijstand Voorne aan Zee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.