Het algemeen bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de Kop van Noord-Holland, - gelezen het advies van de Cliëntenraad WWB d.d. 12 oktober 2010 - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur, d.d. 28 oktober 2010 gelet op - de Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord-Holland, - artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, - de artikelen 8, eerste lid onderdeel b en 18, tweede lid van de Wet werk en bijstand (WWB), - de artikelen 35 eerste lid onderdeel b en artikel 20 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (Ioaw)en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), - de artikelen 12 eerste lid onderdeel b en 41 , eerste lid van de Wet investeren in jongeren (WIJ), overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot: het verlagen van de algemene bijstand bedoeld, in artikel 18, tweede lid van de WWB; het weigeren en verlagen van de uitkering, bedoeld in artikel 20 van de Ioaw en de Ioaz; het verlagen van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 41, eerste lid van de WIJ, BESLUIT - in te trekken de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord Holland en de Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord-Holland en - vast te stellen de Afstemmingsverordening WWB, WIJ, Ioaw en Ioaz Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord-Holland. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de Ioaw, de Ioaz en de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder: de WWB: de Wet Werk en Bijstand; de WIJ: de Wet investeren in jongeren; de Awb: de Algemene wet bestuursrecht; de Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; de Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; de wet SUWI: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; de uitkeringsnorm: bijstandsnorm op grond van de WWB, inclusief gemeentelijke toeslagen en verlagingen en de vakantietoeslag; de op grond van de WIJ van toepassing zijnde norm inclusief gemeentelijke toeslagen en verlagingen en de vakantietoeslag; de grondslag op grond van de Ioaw en de Ioaz, inclusief vakantietoeslag; de uitkering: uitkering op grond van de WWB, WIJ, Ioaw en Ioaz; algemeen geaccepteerde arbeid: alle werkzaamheden die algemeen maatschappelijk aanvaard zijn, waaronder begrepen alle vormen van gesubsidieerde arbeid en arbeid als zelfstandige, met uitzondering van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw); re-integratie-instrumenten: instrumenten die het dagelijks bestuur ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de WWB en artikel 34 van de Ioaw en de Ioaz; werkleeraanbod: het besluit van het dagelijks bestuur met daarin een omschrijving van de in het kader van het werkleeraanbod te verrichten activiteiten naar aard, omvang en plaats; re-integratieovereenkomst; een overeenkomst, die tot doel heeft om binnen een bepaald tijdsbestek te komen tot arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie; tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan: het verrichten van handelingen door belanghebbende dan wel het nalaten daarvan waardoor eerder een beroep op de WWB en Ioaz wordt gedaan dan wel de bijstandverlening langer voortduurt op grond van de WWB, Ioaw en Ioaz; benadelingsbedrag: het netto of bruto bedrag aan uitkering dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend en dat op grond van een terugvorderingsbesluit wordt teruggevorderd; Artikel 2 Het toepassen van een verlaging De uitkering wordt verlaagd als: de belanghebbende, naar het oordeel van het dagelijks bestuur, de verplichtingen die de WWB, de WIJ, de Ioaw, Ioaz en de Wet SUWI aan het recht op uitkering verbinden, niet of niet voldoende nakomt; de belanghebbende zich jegens het dagelijks bestuur zeer ernstig misdraagt, dan wel ndien de belanghebbende naar het oordeel van het dagelijks bestuur een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan. Het percentage van de verlaging zoals genoemd in deze verordening is afgestemd op de ernst van de verplichting die niet is nagekomen. Het dagelijks bestuur kan het percentage van de verlaging – bedoeld in lid 2 van dit artikel - hoger of lager vaststellen door rekening te met: - de mate waarin de belanghebbende een verwijt kan worden gemaakt en - de omstandigheden waarin hij verkeert. Toelichting Bij lid 2. In de verordening is vastgelegd hoe hoog de verlaging is voor het niet nakomen van een bepaalde verplichting. Dus is het van belang om zorgvuldig vast te stellen om welke verplichting het gaat. Vervolgens kan het percentage verlaagd of verhoogd worden in verband met de mate van verwijtbaarheid. De mate van verwijtbaarheid heeft betrekking op de mate waarin de belanghebbende verwijt kan worden gemaakt voor het niet nakomen van de verplichting. Er kunnen omstandigheden zijn waarin hij verkeert of verkeerde – gelegen in hemzelf of daarbuiten – waardoor het niet nakomen van de verplichting meer of minder verwijtbaar is. Bij de “omstandigheden waarin hij verkeert” moet met name gedacht worden aan de gevolgen die de verlaging van de uitkering heeft voor de belanghebbende en zijn gezin. In de rapportage en in de afweging is het goed om deze drie stappen (het feit, de verwijtbaarheid, de omstandigheden) te benoemen en wel in deze volgorde. Ook in het besluit moeten deze drie stappen terugkomen (zie artikel 4 onder e). Artikel 3 Berekeningsgrondslag 1. De verlaging wordt toegepast op de uitkeringsnorm (zie begripsomschrijving artikel 1 onder g). 2. De verlaging kan niet meer bedragen dan de uitkering waarop belanghebbende recht zou hebben gehad over de periode waarop de verlaging betrekking heeft. 3. In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt de verlaging ook toegepast op de bijzondere bijstand indien aan de belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de WWB (aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan personen van 18, 19 en 20 jaar). Artikel 4 Het besluit tot toepassen van een verlaging Het besluit waarmee de uitkering wordt verlaagd vermeldt in ieder geval: de reden van de verlaging; de duur van de verlaging; het percentage en/of het bedrag van de verlaging; indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardverlaging; dat de verlaging is afgestemd op de ernst van de verplichting die niet is nagekomen, de mate waarin belanghebbende een verwijt kan worden gemaakt en de omstandigheden van belanghebbende die van invloed zijn op de hoogte van de verlaging. Artikel 5 Schriftelijke waarschuwing 1. Een schriftelijke waarschuwing – in plaats van de verlaging van de uitkering – is slechts mogelijk in de gevallen waarin dat in deze verordening is bepaald. 2. Een schriftelijke waarschuwing wordt in een beschikking bekend gemaakt aan belanghebbende. Artikel 6 Horen van belanghebbende Voordat een besluit om de uitkering te verlagen wordt genomen, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Toelichting Uit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit is belangrijk dat de belanghebbende in de gelegenheid gesteld wordt om zijn mening te geven. Hij is niet verplicht om er gebruik van te maken. In dat geval zal de standaard verlaging worden toegepast en wordt er geen rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin hij verkeert. Artikel 7 Ingangsdatum, tijdvak en recidive 1. De uitkering wordt verlaagd met ingang van de eerste van de kalendermaand waarover nog geen betaling heeft plaats gevonden. 2. Het besluit waarmee de uitkering wordt verlaagd moet tenminste een week voor de datum waarop gebruikelijk betaald wordt, verzonden zijn. 3. In afwijking van lid 1 kan de uitkering worden verlaagd met ingang van een datum in de toekomst, wanneer dit de effectiviteit van de verlaging ten goede komt. 4. De uitkering wordt verlaagd: voor de duur van één maand wanneer een verplichting voor de eerste keer niet wordt nagekomen; voor de duur van twee maanden wanneer er binnen een jaar voor de tweede keer sprake is van het niet nakomen van een verplichting waarvoor een zelfde of een hogere verlaging van toepassing is op grond van deze verordening; voor meer dan twee maanden of voor onbepaalde duur als er sprake is van het meer dan twee keer binnen een jaar niet nakomen van verplichtingen en ook als de ernst van de situatie en de verwijtbaarheid, daarvoor aanleiding geven. 5.Het dagelijks bestuur overweegt het besluit als bedoeld onder c van dit artikel op grond van de WWB en de WIJ binnen een termijn van ten hoogste drie maanden. 5. Het dagelijks bestuur overweegt het besluit als bedoeld onder c van dit artikel op grond van de WWB en de WIJ binnen een termijn van ten hoogste drie maanden. Toelichting lid 4 Er is geen sprake van recidive na een waarschuwing. De verdubbeling van de duur van de verlaging is alleen van toepassing als er eerder sprake was van een verlaging van de uitkering. Toelichting lid 5 De verplichting om het besluit te heroverwegen is opgenomen in artikel 18 lid 3 van de WWB en artikel 41 lid 3 van de WIJ. Bij de heroverweging moet gekeken worden naar het gedrag en de omstandigheden van belanghebbende. Voor werkwijze zie Handboek Schulinck hoofdstuk 5 (verplichtingen en afstemming) paragraaf 9 (afstemming (maatregelen)) onderdeel 11 (heroverweging). Voor wat betreft de WIJ zal een langdurige maatregel minder vaak voorkomen. Bij herhaald en ernstig niet nakomen van de verplichtingen zal er eerder gekozen worden voor het intrekken van het werkleeraanbod, waardoor het recht op de inkomensvoorziening komt te vervallen. De Ioaw en Ioaz zijn niet genoemd in dit lid, omdat in de wetten zelf gesproken wordt van het blijvend of tijdelijk weigeren van de uitkering. Uitgewerkt in een schema ziet het er als volgt uit: Verlagen van de uitkering Blijvend of tijdelijk weigeren Ioaw - schending inlichtingenplicht - arbeidsverplichting artikel 37, uitgezonderd aanvaarden arbeid - misdragen jegens college - verwijtbaar werkloos tijdens uitkering - niet aanvaarden of niet krijgen arbeid Ioaz - schenden inlichtingenplicht - arbeidsverplichting artikel 37, uitgezonderd aanvaarden arbeid - te kort schietende verantwoordelijkheid vooraf en tijdens uitkering - misdragen jegens college - verwijtbaar werkloos tijdens uitkering In ernstige gevallen is het dus mogelijk om bij het niet nakomen van bepaalde verplichtingen de uitkering blijvend te weigeren. Dat zal gezien de populatie niet of nauwelijks voorkomen. Voor andere verplichtingen is dat niet mogelijk en geldt dus ook daarvoor dat de verlaging voor onbepaalde duur kan worden opgelegd. Een heroverweging hoeft dan echter niet gedaan te worden, omdat de wet het niet voorschrijft. Artikel 8 Afzien van het toepassen van een verlaging Het dagelijks bestuur ziet af van het toepassen van een verlaging indien: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; het niet nakomen van de verplichting meer dan drie maanden vóór constatering heeft plaats gevonden, tenzij het gaat om schending van de inlichtingenplicht en er als gevolg daarvan te veel uitkering is betaald. Voor de Ioaw- en Ioaz-gerechtigde wordt het niet voeren van verweer of het instemmen met de beëindiging van de dienstbetrekking op verzoek van de werkgever niet als verwijtbaar aangemerkt (artikel 20 lid 4 van de Ioaw en Ioaz). Toelichting Als er afgezien wordt van het verlagen van de uitkering dan wordt er geen besluit verstuurd. Het is namelijk geen beslissing in de zin van de Awb, omdat er geen rechtsgevolg is. Als het belangrijk is om de belanghebbende wel te laten weten dat er bepaalde verplichtingen niet zijn nagekomen dan kan daarover een brief worden gemaakt en verstuurd. Artikel 9 Samenloop van gedragingen 1. Indien belanghebbende een aantal verplichtingen tegelijkertijd niet nakomt dan worden de verlagingen ook tegelijkertijd toegepast. 2. Ook in dit geval kan de verlaging niet meer bedragen dan de uitkering waarop belanghebbende recht zou hebben gehad over de periode waarop de verlaging betrekking heeft. Hoofdstuk 2 Niet en/of onvoldoende nakomen van de verplichting op grond artikel 9 van de WWB Artikel 10 Percentage van de verlaging Het percentage van de verlaging voor het niet nakomen van de verplichtingen bedraagt voor: De eerste categorie 5% van de uitkeringsnorm of een waarschuwing als daar aanleiding voor is; de tweede categorie 10% van de uitkeringsnorm of een waarschuwing als daar aanleiding voor is; de derde categorie 20% van de uitkeringsnorm; de vierde categorie 100% van de uitkeringsnorm. Toelichting Er wordt een waarschuwing gegeven als daar aanleiding voor is. De hoofdregel is dus dat de uitkering wordt verlaagd, maar er kan een waarschuwing worden gegeven. Eerste categorie: Het zich niet op tijd laten registreren als werkzoekende of het niet op tijd laten verlengen van de registratie bij het UWV-WERKbedrijf Tweede categorie a. Het gedurende een periode van zes maanden regelmatig niet reageren op uitnodigingen voor een gesprek dat noodzakelijk is met de klantmanager of het re-integratiebedrijf; b. het niet actief zoeken naar werk; c. het niet ondertekenen van de trajectovereenkomst; d. het niet meewerken aan schuldhulpverlening, terwijl dit noodzakelijk is voor de reïntegratie of participatie; e.het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, arbeids(on)geschiktheid, scholing of opleiding dan wel het niet of onvoldoende verstrekken van informatie die hiervoor van belang is. Toelichting Sub a In de “Beleidsregel toepassing en werkwijze bij opschorting en het stellen van termijnen bij niet nakomen arbeidsverplichting” is opgenomen dat het recht op uitkering wordt opgeschort als belanghebbende niet op een afspraak verschijnt. Dit is effectiever dan het verlagen van de uitkering voor het niet reageren. Om toch de mogelijkheid te hebben om de uitkering te verlagen als belanghebbende zeer regelmatig niet reageert, is het onderhavige onderdeel in de verordening opgenomen. Overigens is het besef aanwezig dat het bijstellen van gedrag in een aantal situaties beter bereikt wordt met een gesprek dan met verlaging van de uitkering. Het is maatwerk. Sub b Het niet nakomen van de verplichting om actief naar werk te zoeken heeft een relatie met het gestelde onder a bij de derde categorie: Het zich zo gedragen in contacten met mogelijke werkgevers dat de kans op het krijgen van werk wordt belemmerd. En dat heeft weer een relatie met het gestelde onder b van de vierde categorie: Het niet aanvaarden van werk. Het zijn verplichtingen die in zwaarte een drietrapsraket zijn. De lichtste verplichting is voldoende solliciteren; de middelzware verplichting het “kansrijk” opstellen in een gesprek; de zwaarste verplichting het aanvaarden van werk. Als er tijdens een gesprek met een werkgever werk wordt aangeboden en dat wordt geweigerd valt het niet nakomen van de verplichting in de vierde categorie. De vierde categorie is dus alleen van toepassing als er daadwerkelijk sprake is van een aanbod van werk. Derde categorie a.Het zich zo gedragen in contacten met potentiële werkgevers en/of uitzendbureaus dat de kans op het krijgen van werk wordt belemmerd; b.het zich niet onderwerpen aan een medische behandeling, terwijl dit noodzakelijk is voor de reïntegratie of participatie; c.het niet of onvoldoende meewerken aan de uitvoering van de trajectovereenkomst zonder dat dit heeft geleid tot beëindiging van de gestarte activiteit. Sub a Zie toelichting bij sub b van de tweede categorie Vierde categorie a.Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid of het niet behouden van een inkomensvoorziening die op grond van de WWB als een passende voorliggende voorziening in de kosten van levensonderhoud wordt aangemerkt; b.het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid vanaf het moment van melding bij het UWV-WERKbedrijf en tijdens de uitkering; c.het niet of onvoldoende meewerken aan de start van een noodzakelijke activiteit met als gevolg dat die activiteit niet wordt gestart; d.het niet of onvoldoende meewerken aan de uitvoering van de activiteit waardoor deze voortijdig wordt beëindigd. Toelichting Sub a Ten opzichte van de verordening per 1 januari 2007 is de omschrijving uitgebreid. Het niet behouden van een voorliggende inkomensvoorziening – anders dan werk – is gelijk gesteld met het door eigen toedoen verliezen van werk. De aanspraak op bijstand was te voorkomen. Sub b Zie toelichting bij sub b van de tweede categorie De opmerking “vanaf het moment van melding bij UWV-WERKbedrijf” sluit aan bij het idee dat werk boven een uitkering gaat. Hoofdstuk 3 Niet en/of onvoldoende nakomen van de verplichting op grond artikel 45 van de WIJ Artikel 11 Percentage van de verlaging Het percentage van de verlaging voor het niet nakomen van de verplichtingen bedraagt voor: De eerste categorie 5% van de uitkeringsnorm of een waarschuwing als daar aanleiding voor is; de tweede categorie 10% van de uitkeringsnorm of een waarschuwing als daar aanleiding voor is; de derde categorie 20% van de uitkeringsnorm; de vierde categorie 100% van de uitkeringsnorm. Eerste categorie Het zich niet op tijd laten registreren of het niet op tijd laten verlengen van de registratie als werkzoekende bij het UWV-WERKbedrijf . Tweede categorie Het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud van of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid; het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling waaronder in ieder geval wordt verstaan: het gedurende een periode van zes maanden regelmatig niet reageren op uitnodigingen voor een gesprek dat noodzakelijk is met de klantmanager of het re-integratiebedrijf; het niet actief zoeken naar werk; het niet meewerken aan schuldhulpverlening, terwijl dit noodzakelijk is voor de reïntegratie of participatie. Toelichting Voor toelichting bij niet reageren op oproepen zie toelichting tweede categorie sub a bij hoofdstuk 2 over de WWB. Het actief zoeken naar werk (tweede categorie sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.