Regeling bezoldiging en toelagen onderwijspersoneel BonaireEILANDSBESLUIT VAN ALGEMENE STREKKING van 10 JUL 2019 no. 1 tot vaststelling van regels met betrekking tot de bezoldiging en toelagen van het onderwijspersoneel op Bonaire ter uitvoering van de Wet primair onderwijs BES, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES (Regeling bezoldiging en toelagen onderwijspersoneel Bonaire). HET BESTUURSCOLLEGE VAN HET EILANDGEBIED BONAIRE; Overwegende : dat het wenselijk is om ter uitvoering van de Wet primaire onderwijs BES (WPO BES), de Wet voortgezet onderwijs BES (WVO BES) en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) de geldende afspraken voor onderwijspersoneel vast te leggen. Gelet op: artikel 37, tweede lid Wet primair onderwijs BES; artikel 90, tweede lid Wet voortgezet onderwijs BES, en artikel 4.1.4 Wet educatie en beroepsonderwijs BES. Gelezen: de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst onderwijspersoneel Bonaire 2018 -2020 van 20 september 2018 en de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst onderwijspersoneel Bonaire Aanvullende loonsverhoging 2019 - 2020 van 29 november 2020. HEEFT BESLOTEN: vast te stellen het navolgende eilandsbesluit, van algemene strekking : HoofdstukIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Definities In dit besluit wordt verstaan onder: werknemer : het personeel als bedoeld in artikel 1 sub b van de WPO BES, artikel 1 sub b van de WVO BES en artikel 4.1.1 van de WEB BES; werkgever: het bevoegde gezag; functie : het samenstel van werkzaamheden door de werknemer in zijn ambt te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door of namens het daartoe bevoegde gezag uitdrukkelijk of impliciet is opgedragen; bezoldiging : het loon van de werknemer voor het vervullen van zijn functie, met inachtneming van de bepalingen van dit eilandsbesluit, aan de hand van een bezoldigingsschaal vastgesteld; bezoldigingsschaal: een als zodanig in bijlage 2 vastgestelde, van een volgnummer voorziene, reeks van bedragen; bezoldigingstrede: elk afzonderlijk binnen een bezoldigingsschaal opgenomen bezoldigingsbedrag; werktijdfactor : het gedeelte van de normbetrekking waarvoor de werknemer een dienstverband heeft, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op vier cijfers achter de komma; maximum-bezoldiging: het bedrag behorende bij de hoogste bezoldigingstrede van een bezoldigingsschaal, waarvan de volgnummeraanduiding uitsluitend uit een getal bestaat; toelage: een één- of meermalige toeslag op de bezoldiging in meerdering en tezamen met deze bezoldiging betaalbaar gesteld; normbetrekking: 1659 uur per jaar, de zogeheten normjaartaak; plaats van tewerkstelling :gebouw, gebouwencomplex of terrein waar of van waaruit de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht ; rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit ambtenarenwet BES; standplaats: openbaar lichaam waar de plaats van tewerkstelling is gelegen; dienstreis : door het bevoegde gezag schriftelijk opgedragen reis, daaronder begrepen het hiermee verband houdende verblijf buiten de standplaats in verband met het verrichten van werkzaamheden of scholing, bedoeld in artikel 72a van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES; tarieflijst: in bijlage I, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland, opgenomen lijst. HoofdstukIIBEPALINGEN BETREFFENDE DE BEZOLDIGING Artikel2Vaststelling bezoldigingsschaal 1.Bij de indiensttreding of bij de overgang naar een andere functie wordt de bezoldigingsschaal door het bevoegd gezag bepaald, met inachtneming van de aard en het niveau van de functie waarmee de betrokken werknemer wordt belast. 2.Aard en niveau van de functie worden bepaald aan de hand van de in de bijlage 1 bij dit besluit opgenomen taakkarakteristieken voor de normfuncties van het onderwijspersoneel. Bij geringe of ontbrekende ervaring wordt aangevangen op de laagste trede in de schaal. 3.Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk VIII van het rechtspositiebesluit, kan zonder voorafgaand ontslag voor de werknemer geen bezoldigingsschaal worden vastgesteld die een lagere maximum-bezoldiging bevat, dan die welke in de voordien voor hem geldende bezoldigingsschaal aangegeven is. 4.De bezoldiging van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende normjaartaak, wordt berekend met de werktijdfactor . Artikel3Bezoldiging 1.De bezoldiging en eventuele toelagen warden maandelijks, uiterlijk op de voorlaatste werkdag van de maand waarop de betaling betrekking heeft, betaald. 2.Wanneer de bezoldiging of een toelage moet warden uitbetaald over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het te betalen bedrag berekend door het voor een kalendermaand vastgestelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal dagen gedurende welke de betrokken werknemer in die kalendermaand in dienst is geweest, en het product te delen door dertig. 3.Van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan warden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat. 4.De bezoldiging per uur bedraagt 1/1659 deel van de bezoldiging per jaar bij een volledige normbetrekking . Artikel4Verhoging bezoldigingsschalen 1.De bezoldigingsschalen voor de werknemer warden per 1 januari 2018 met 2% verhoogd zoals in bijlage 2 van deze regeling is vermeld. 2.In aanvulling op lid 1 van dit artikel wordt de bezoldigingsschaal LA voor het personeel benoemd in een functie voor het geven van primair onderwijs, verhoogd met 3% per 1 januari 2018, zoals in bijlage 2 van deze regeling is vermeld. 3.De bezoldigingsschalen voor de werknemer warden per 1 januari 2019 met 1,75% verhoogd zoals in bijlage 2 van deze regeling is vermeld. 4.Personeel dat voor 1 juli 2013 benoemd is in een functie voor het geven van onderwijs en in schaal LB is benoemd, heeft bij goed functioneren na trede 15 per 1 augustus aanspraak op trede 16. Artikel5Toekenning periodieke verhogingen 1.De bezoldiging van de werknemer wordt verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de naast-hogere bezoldigingstrede in de voor de werknemer geldende bezoldigingsschaal , indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het rechtspositiebesluit, zijn functie naar behoren vervult. Deze beoordeling vindt voor de werknemer ten laatste een jaar na zijn indiensttreding of overgang naar een andere functie plaats en vervolgens ten minste aan het einde van elk schooljaar. 2.De bezoldiging van de werknemer kan warden verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de eerste bezoldigingstrede volgend op de naast-hogere bezoldigingstrede in de voor hem geldende bezoldigingsschaal, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag, dat is neergelegd in een formele, schriftelijke beoordeling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het rechtspositiebesluit, zijn functie zeer goed of uitstekend verricht. 3.Vervult de werknemer zijn functie naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan blijft verhoging van de bezoldiging achterwege. Dit wordt schriftelijk vastgelegd in het personeelsdossier. 4.De in het eerste en het tweede lid bedoelde verhogingen van de bezoldiging warden met ingang van 1 augustus van een jaar toegekend, zolang de werknemer de maximum-bezoldiging van de voor hem geldende bezoldigingsschaal nog niet heeft bereikt, doch voor de eerste maal niet eerder dan zes maanden na zijn aanstelling. Artikel6Vaststelling bezoldiging bij benoeming of aanstelling in hogere functie 1.In geval de werknemer in hetzelfde schooljaar wordt bevorderd naar een functie waaraan een bezoldigingsschaal is verbonden die een hogere maximum-bezoldiging bevat dan die welke voorkomt in de bezoldigingsschaal volgens welke hij tot dusver is bezoldigd, wordt hem een naast hogere bezoldigingstrede in de nieuwe bezoldigingsschaal toegekend. 2.lndien de benoeming of aanstelling in een hogere functie ingaat in een volgend schooljaar, dan wordt de bezoldiging eerst verhoogd met een periodiek in die vorige functie in dat voorafgaande schooljaar en daarna vastgesteld op het naast-hogere bedrag in de nieuwe schaal. Artikel7Overgangsbepaling functiewisseling 1.lndien de werknemer anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk VIII van het rechtspositiebesluit wordt belast met een andere functie, als gevolg waarvan zijn bezoldiging op grand van de overige bepalingen van dit besluit een verlaging zou moeten ondergaan, zonder dat de bekleding met die andere functie bij wijze van waarneming als bedoeld in artikel 24 van het rechtspositiebesluit geschiedt of zonder dat ontslag voorafgegaan is, blijft deze verlaging achterwege . 2.lndien de werknemer door toepassing van functiewaardering in een lagere functie wordt geplaatst dan hij vervulde, behoudt hij, zolang hij in dienst is bij dezelfde werkgever, zijn bezoldiging en het bezoldigingsuitzicht verbonden aan zijn vorige functie. HoofdstukIIITOELAGEN EN UITKERINGEN Artikel8.Werkzaamheden op afroep. De vergoeding bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van het rechtspositiebesluit bedraagt voor de werknemer USD 1,59 per uur waarop de werknemer beschikbaar is geweest. Artikel9Extra werkzaamheden bij calamiteiten De vergoeding bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van het rechtspositiebesluit onder b bedraagt: USD 5,26 per uur. Artikel10Onregelmatige werktijden De toelage, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van het rechtspositiebesluit, bedraagt voor werknemers per gewerkt uur op: maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur en tussen 20 en 24 uur: USD 2 ,37; zaterdag en zondag tussen 0 en 24 uur: USD 4,74 ; en feestdagen tussen 0 en 24 uur: USD 9,48. Artikel11Kindertoelage 1.De kindertoelage bedoeld in artikel 27 van het rechtspositiebesluit wordt aan de werknemer toegekend door de werkgever die de bezoldiging aan de werknemer uitkeert en daarin wijzigingen kan aanbrengen. 2.De kindertoelage bedraagt per jaar USD 67,04 voor een kind, USD 100,56 voor twee kinderen en USD 134,08 voor meer dan 2 kinderen, vermeerderd met het in onderstaande kolom 1 aangegeven percentage van de bezoldiging en met inachtneming van de in de onderstaande kolommen 2 en 3 aangegeven minima en maxima: Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Aantal kinderen Percentage Minimain USD Maximain USD 1 5 87,15 368,72 2 9,5 174,30 703,91 3 13,5 261,45 1.005,59 4 16,5 348,60 1.173,18 5 19 435,75 1.340,78 6 21,5 522,91 1.508,38 7 24 610,06 1.675,98 8 26,5 697,21 1.843,58 9 29 784,36 2.011,17 10 31,5 871,51 2.178,77 3.Wanneer het aantal kinderen meer dan 10 bedraagt, wordt het in kolom 1 vermelde percentage van 31,5 verhoogd met 2,5, voor elk kind boven het getal 10 en warden de in de kolommen 2 en 3 vermelde bedragen van USD 871,51 en USD 2.178,77 verhoogd met USD 87,15 onderscheidenlijk USD 167,60 voor elk kind boven het getal 10. 4.Het totaal bedrag aan kindertoelage wordt naar boven afgerond tot het naaste bedrag in USD, dat een veelvoud is van twaalf. 5.Het genot van kindertoelage vangt aan met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarin het recht op kindertoelage is ontstaan en eindigt met ingang van de eerste van de maand, volgende op die, waarin het recht op kindertoelage verloren is gegaan. 6.De kindertoelage wordt aan de ambtenaar uitbetaald tegelijk met zijn bezoldiging. De kindertoelage kan, indien gegrond vermoeden bestaat dat zij niet ten goede komt of zal komen aan het kind ten behoeve waarvan zij is toegekend, aan een ander dan aan de ambtenaar betaalbaar warden gesteld. lndien beide ouders ambtenaar zijn, heeft slechts de ouder, tot wiens huisgezin het kind behoort, recht op het genot van de kindertoelage. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid wordt bij de vaststelling van de kindertoelage rekening gehouden met de ouder, die de hoogste bezoldiging geniet. Artikel12Detacheringstoelage 1.De werknemer als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het rechtspositiebesluit die tijdelijk buiten zijn standplaats te werk wordt gesteld, wordt ter bestrijding van de daaruit voortvloeiende onvermijdelijke uitgaven in het genot gesteld van een detacheringstoelage. 2.De toelage wordt van geval tot geval en als regel voor een tijdvak van ten hoogste drie maanden vastgesteld mede aan de hand van de door de ambtenaar verstrekte gegevens. Artikel13Vereveningstoelage De toelage, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van het rechtspositiebesluit bedraagt: 0% van de bezoldiging voor de ambtenaar die werkzaam is op Bonaire; 9,6% van de bezoldiging voor de ambtenaar die werkzaam is op Sint Eustatius; en 9,5% van de bezoldiging voor de ambtenaar die werkzaam is op Saba. Artikel14Gratificatie en eenmalige geldelijke beloning voor buitengewone toewijding of loffelijke dienstverrichting 1.De gratificatie wegens bijzondere prestatie of buitengewone toewijding als bedoeld in art. 70 van het rechtspositiebesluit bedraagt in een schooljaar, ten hoogste acht en een derde procent (8 1/3%) van de bezoldiging van de betrokken werknemer, berekend over de periode van een jaar. 2.De eenvoudige geldelijke beloning als bedoeld in artikel 70 van het rechtspositiebesluit gaat een bedrag gelijk aan 10% van de aanvangsbezoldiging behorende bij de laagste bezoldigingsschaal als bedoeld in artikel 5 van dit besluit niet te boven en kan ten hoogste tweemaal per kalenderjaar aan dezelfde ambtenaar warden toegekend. Artikel15Eindejaarsuitkering 1.De medewerker heeft jaarlijks recht op een eindejaarsuitkering . Deze wordt uitbetaald in de maand november. 2.De eindejaarsuitkering bedraagt: met ingang van 1 januari 2018 5%, met ingang van 1 januari 2019 6%; en met ingang van 1 januari 2020 7%, van de bezoldiging vermeerderd met de Saba en Sint Eustatius toelage van artikel 13 van dit besluit, met een minimum van USD 1.500. 3.Voor een medewerker voor wie de geldende werktijd korter is dan de gebruikelijke normbetrekking, wordt het ingevolge het tweede lid van toepassing zijnde bedrag vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal uren van de voor die medewerker geldende werktijd en de noemer uit het aantal uren van de normbetrekking. 4.In afwijking van het eerste lid, wordt bij ontslag van de medewerker de eindejaarsuitkering over het gewerkte deel van het jaar, uitbetaald in de laatste maand van zijn tewerkstelling . Artikel16Reis- en verblijfkostenvergoeding 1.Het beginpunt en het eindpunt van de dienstreis wordt bepaald door het bevoegd gezag. Als de dienst het toelaat, kan het bevoegd gezag op schriftelijk verzoek en voordat de dienstreis is aangevangen verlenging van een dienstreis tot ten hoogste 72 uur voor privedoeleinden toestaan. Voor zover deze uren onder de werktijden van de ambtenaar vallen, warden deze in mindering gebracht op het aantal vakantie-uren waarop hij ingevolge artikel 8 van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES aanspraak heeft. De ambtenaar draagt zelf de meerkosten die aan de verlenging van de dienstreis en het verblijf verbonden zijn. Besparingen als gevolg van de verlenging komen ten goede aan de staat. 2. Wegens reiskosten per boot en per openbaar vervoer warden vergoed de kosten die blijkens overgelegde bewijsstukken in verband met de dienstreis zijn gemaakt voor het gebruik van daartoe door het bevoegd gezag aangewezen vervoermiddelen. lngeval van vervoer per vliegtuig warden de kosten voor luchthavenrechten eveneens vergoed. De ambtenaar die tijdens een dienstreis gebruik maakt van vervoer per trein, is gerechtigd om voor rijksrekening in de eerste klasse te reizen. Voor internationale reizen is het gebruik van de hogesnelheidstrein toegestaan. Als het dienstbelang dan wel de reisomstandigheden daartoe aanleiding geven, warden toeslagen voor bijzondere treinen, kosten van plaats reservering in treinen en kosten voor het gebruik van een slaapwagen alsmede extra kosten voor bagage als reiskosten vergoed. Voor het vervoer per vliegtuig verstrekt het bevoegd gezag vliegtuigtickets in de economy klasse of, indien beschikbaar, in de economy comfort klasse. Vervoer per vliegtuig in de business klasse is toegestaan, indien de ambtenaar de meerkosten daarvan zelf draagt of indien hiervoor medische redenen zijn, dan wel bijzondere omstandigheden dit naar het oordeel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. In geval van een vlucht met een totale vliegtijd van langer dan zes uur is de ambtenaar gerechtigd om twaalf uur te recupereren alvorens hij op de plaats van bestemming zijn werkzaamheden of scholing aanvangt of zijn werkzaamheden in zijn standplaats hervat. Voor zover deze uren onder de werktijden van de ambtenaar vallen, warden deze niet in mindering gebracht op het aantal vakantie uren waarop hij ingevolge artikel 8 van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES aanspraak heeft. Sub f is niet van toepassing indien de ambtenaar gebruik heeft gemaakt van vervoer per vliegtuig in de business klasse waarvoor hij niet zelf de meerkosten draagt. Het bevoegd gezag kan de ambtenaar die in de economy of economy comfort klasse vliegt uit eigen beweging of naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van die ambtenaar toestaan kosten te declareren voor het gebruik van een business lounge op een vliegveld indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven. Flexibele tickets warden alleen vergoed of verstrekt op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ambtenaar dat voorafgaand aan de dienstreis is ingediend bij het bevoegd gezag. Vergoedingen waarop aanspraak gemaakt kan warden als gevolg van vertraging tijdens een dienstreis komen toe aan de staat. De ambtenaar verleent het bevoegd gezag alle medewerking bij het identificeren en het geldend maken van aanspraken op dergelijke vergoedingen. Het verzamelen van loyaliteitspunten is toegestaan. Verzamelde punten mogen uitsluitend met inachtneming van door het bevoegd gezag gegeven aanwijzingen ten behoeve van volgende dienstreizen worden aangewend. lndien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang ermee is gebaat dat tijdens een dienstreis gebruik wordt gemaakt van een gehuurd vervoermiddel of een taxi, worden de aan dat gebruik verbonden kosten met inachtneming van het tweede lid vergoed. De kosten van een gehuurd vervoermiddel uit een andere klasse dan de laagste klasse worden niet vergoed, tenzij het bevoegd gezag voorafgaand aan de dienstreis heeft verklaard dat de huur van een auto uit een hogere klasse noodzakelijk is vanwege meereizende personen of bijzondere bagage. lndien voor een binnen de standplaats verlopend gedeelte van de dienstreis dat aansluit op een reisgedeelte per boot of vliegtuig gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig of bromfiets, wordt daarvoor een vergoeding verleend van USD 0,37 per afgelegde kilometer. Bij een dienstreis binnen het Caribisch deel van Nederland van langer dan dertig dagen, een verlenging op grond van lid 1 sub b van dit artikel niet meegerekend worden met overeenkomstige toepassing van lid 2 van dit artikel een maal per maand de reiskosten van het openbaar lichaam van bestemming naar de standplaats en terug vergoed. 3. Aan de ambtenaar die tijdens de dienstreis overnachting van overheidswege ontvangt en daarvoor kosten maakt, worden deze kosten vergoed. In geval van de verstrekking van overheidswege geen gebruik is gemaakt, bestaat geen aanspraak op vergoeding, tenzij betrokkene aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. lndien de ambtenaar geen overnachting van overheidswege ontvangt, worden zijn logieskosten tijdens de dienstreis vergoed met inachtneming van lid 4 sub a, b, c, en f van dit artikel. lndien geen bewijsstukken kunnen worden overlegd waaruit blijkt dat logieskosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid, wordt voor ten hoogste vier overnachtingen per dienstreis een bedrag vergoed van USD 45,00 per nacht. In dit lid wordt verstaan onder overnachting van overheidswege: overnachting verstrekt vanwege het bevoegd gezag, het rijk of een ander Caribisch Nederlands of Europees Nederlands publiekrechtelijk lichaam of semipubliekrechtelijk lichaam, dan wel opleidingsinstituut. 4. De vergoeding voor verblijfskosten tijdens dienstreizen naar het Europese deel van Nederland bestaat uit: USD 1,74 voor ieder uur dat de dienstreis duurt (urencomponent); een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten tot ten hoogste USD 145,00 per overnachting (logiescomponent); USD 13,92 voor iedere periode van 6.00 uur tot 8.00 uur die binnen de dienst- of scholingsreis valt (ontbijtcomponent); USD 23,20 voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de dienst- of scholingsreis valt (lunchcomponent); USD 37, 12 voor iedere periode van 18.00 uur tot 21 .00 uur die binnen de dienstreis valt (dinercomponent). Voor de berekening van de vergoeding voor verblijfskosten tijdens andere dienstreizen dan dienstreizen in het Europese deel van Nederland, wordt uitgegaan van de tarieflijst , met dien verstande dat de daarin genoemde bedragen worden omgerekend in US dollars met behulp van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde referentiewisselkoers. De vergoeding als bedoeld in sub b bestaat uit: een bedrag ter grootte van 1,5% van het bedrag voor overige kosten, genoemd in de tarieflijst (urencomponent) voor ieder uur dat de dienstreis duurt; een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten tot ten hoogste per overnachting het daarvoor opgenomen bedrag in de tarieflijst (logiescomponent); een ontbijtvergoeding ter grootte van 12 procent van het bedrag voor overige kosten, genoemd in de tarieflijst voor iedere periode van 6.00 uur tot 8.00 uur die binnen de dienstreis valt (ontbijtcomponent); een lunchvergoeding ter grootte van 20 procent van het bedrag voor overige kosten, genoemd in de tarieflijst voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de dienstreis valt (lunchcomponent); een dinervergoeding ter grootte van 32 procent van het bedrag voor overige kosten, genoemd in de tarieflijst voor iedere periode van18 .00 uur tot 21 .00 uur die binnen de dienstreis valt (dinercomponent). De aanspraak op de in sub a 3°, 4° en 5° de in sub c 3°, 4° en 5° van dit artikel genoemde vergoedingen bestaat slechts voor zover voor het verkrijgen van een ontbijt , lunch, onderscheidenlijk diner kosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. In afwijking van sub a en sub c bestaat geen aanspraak op vergoeding voor maaltijden, voor zover tijdens de dienstreis gelegenheid bestaat al dan niet tegen betaling maaltijden van overheidswege te ontvangen, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. lndien kosten zijn gemaakt voor maaltijden van overheidswege, warden deze kosten met inachtneming van het eerste of derde lid vergoed . Onder maaltijden van overheidswege wordt verstaan: volledige maaltijden, verstrekt vanwege het bevoegd gezag, het rijk of een ander Caribisch Nederlands of Europees Nederlands publiekrechtelijk lichaam of semipubliekrechtelijk lichaam, dan wel opleidingsinstituut. In afwijking van het sub a en sub c bestaat geen vergoeding voor verblijfskosten voor een reisgedeelte per intercontinentale vlucht. lndien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt overlegd waaruit niet blijkt welk deel van de kosten voor logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt, warden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover deze niet meer bedragen dan de som van de vergoedingen, genoemd in sub a , onder 2° en 3° of in sub c onder 2° en 3°. 5.lndien de dienstreis een bestemming heeft waarvoor op het tijdstip van verblijf winterkleding noodzakelijk is, heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van 50% van de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van winterkleding. Per kalenderjaar bedraagt de vergoeding voor aangeschafte winterkleding ten hoogste USD 252, 10. 6. Bij een dienstreis binnen het Caribisch deel van Nederland van meer dan dertig dagen draagt het bevoegd gezag zo mogelijk zorg voor een ingerichte woning in het openbaar lichaam van bestemming . De volgende zaken worden door het bevoegd gezag vergoed : huur, water, elektra en internet. lngeval de ambtenaar door toepassing van het sub a de beschikking heeft over een ingerichte woning, bedraagt de vergoeding voor verblijfkosten in afwijking van lid 8, vanaf de dag dat de ambtenaar het openbaar lichaam van bestemming bereikt per dag USD 55,00. 7. Van de vergoedingen , als in sub 2° ,3° en 4 ° kan het bevoegd gezag voor de reiskosten en de verblijfkosten, zowel afzonderlijk als tezamen, met inachtneming van het tweede en derde lid, vaste reissommen per maand of kwartaal vaststellen. Bij de berekening van het bedrag van een vaste reissom als bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met de veelvuldigheid en de duur der dienstreizen en de daarmee samenhangende gemiddelde verblijfkosten die de dienstuitoefening of scholing van de ambtenaar in de regel vereist. De vaste reissom bedraagt niet meer dan de vergoeding die hij vervangt. Een vaste reissom wordt in ieder geval herzien, zodra wijziging van betekenis optreedt in de factoren waarmee bij de vaststelling ervan rekening is gehouden. 8.lndien de ambtenaar aantoont dat hij ten gevolge van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen tot ten hoogste USD 2.268,80 per dienstreis. 9. Het declareren van de reiskosten en de verblijfkosten geschiedt op een door het bevoegd gezag voorgeschreven wijze, onder overlegging van de vereiste bewijsstukken. De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de ambtenaar de declaratie niet indient binnen drie maanden na de maand waarop de declaratie betrekking heeft. De ambtenaar vraagt zijn vliegtickets en hotelovernachtingen zo vroeg mogelijk aan, maar uiterlijk 21 dagen voor vertrek van de eerste vlucht. lndien dit niet mogelijk is, geeft hij voorafgaand aan de boeking een schriftelijke , gemotiveerde verklaring hiervoor aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan aanwijzingen geven over preferred suppliers. 10.lndien van derden een vergoeding wordt ontvangen voor de reis en verblijfkosten zoals in deze regeling bedoeld , dan wordt deze in mindering gebracht op de vergoeding waarop ingevolge deze regeling aanspraak bestaat. 11.ln gevallen waarin niet of niet voldoende in deze regeling is voorzien , beslist het bevoegd gezag naar redelijkheid en, waar mogelijk, in overeenstemming met de strekking van de bepalingen van deze regeling. 12.Vliegtuigtickets die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt of aangeschaft, worden niet ingewisseld of gewijzigd op grond van de enkele reden dat op grond van dit besluit een vliegtuigticket in een andere klasse is toegestaan. Artikel17Verhuiskostenvergoeding 1.Bij verandering van standplaats, zomede bij eerste vestiging op een standplaats buiten de woonplaats, wordt aan de ambtenaren een vergoeding voor de verhuizing toegekend. Deze vergoeding wordt ook genoten: door hen, die omdat zij op non-activiteit of op wachtgeld zijn gesteld, of gepensioneerd, of eervol uit dienst van de staat zijn ontslagen, zich van hun standplaats naar een ander openbaar lichaam, Curaçao, Sint Maarten of Aruba begeven, indien de reis derwaarts plaats vindt binnen drie maanden, nadat zij hun betrekking hebben neergelegd; door hen, die van hun op non-activiteit- of op wachtgeldstelling vanuit hun woonplaats hun betrekking weder gaan aanvaarden; en door het wettig gezin, nagelaten door een overleden ambtenaar, dat binnen drie maanden na het overlijden van de ambtenaar naar een ander openbaar lichaam, Curaçao, St. Maarten of Aruba verhuist. Onder vergoeding van verhuizing wordt verstaan: kosten vereist om in de plaats van vertrek- en in die van bestemming personen en goederen over te brengen naar en van het voor het vervoer bestemde vervoermiddel; kosten voor het in- en uitpakken van de verhuisboedel; kosten van aanmaak of aanschaffing van verpakkingsmiddelen; en 4 ° overvracht op bagage en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.