← Nederland

Verordening peuterspeelzaalwerk gemeente Texel 2009 (Texel)

Verordening peuterspeelzaalwerk gemeente Texel 2009De raad van de gemeente Texel; gelezen het advies van Burgemeester en Wethouders; gelet op: - artikel 149 van de Gemeentewet; - de wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie; - en de ontwikkelingen in het kader van de deregulering; gehoord de raadscommissie Welzijn; overwegende: - dat de Verordening Kinderopvang 2001 is verouderd; - dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de kwaliteit van peuterspeelzalen en daarmee in de pas te lopen met landelijke wettelijke ontwikkelingen voor gelijkschakeling van kwaliteitseisen tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk; BESLUIT:

  1. de verordening Kinderopvang Texel 2001 in te trekken;
  2. met ingang van 1 augustus 2009 (schooljaar 2009-2010) vast te stellen deVerordening peuterspeelzaalwerk gemeente Texel 2009 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen; peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt; houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert; beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties; begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal. Hoofdstuk2Meldingsplicht Artikel2Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.De melding vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier. Artikel3Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk De houder geeft in de melding aan het college aan welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk gehanteerd wordt, met dien verstande dat de gemeente Texel in het verlengde van het landelijke kwaliteitskader ‘Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie’ (inwerkingtreding augustus 2010) en vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet met onderliggende verordening kiest voor gelijkschakeling van de kwaliteit van peuterspeelzalen aan die van de kinderopvang. Het komende jaar geldt als een overgangsjaar. Daarmee wordt tussen de inwerkingtreding van deze verordening per augustus 2009 en de inwerkingtreding van de landelijke wetgeving per augustus 2010 het ambitieniveau van Texelse peuterspeelzalen van
  3. naar
  4. opgetrokken:- ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’;- ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’. Artikel4Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen acht weken na het tijdstip van de melding.Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden. Artikel5Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan. Artikel6Register Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn verstrekt.Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden.Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter inzage. Artikel7Wijzigingen van gegevens De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college.Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in het register zijn aangetekend. Hoofdstuk3De kwaliteitseisen Artikel8Algemene kwaliteitseisen De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze, voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot verantwoord peuterspeelzaalwerk. Dit wordt onderbouwt in een pedagogisch beleidsplan. Artikel9Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich meebrengt. Artikel10Oppervlakte speelruimte Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan binnenspeelruimte beschikbaar.Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de bruto-oppervlakte minimaal 4 m² per kind bedraagt en die voor kinderen bereikbaar is. Artikel11Groepen en groepsgrootte De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.In een groep zijn ten hoogste zestien kinderen gelijktijdig aanwezig. Artikel12Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is afhankelijk van het door de houder gekozen ambitieniveau.Indien de houder ambitieniveau 1 hanteert: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.Indien de houder ambitieniveau 2 hanteert (wettelijk verplicht vanaf augustus 2010): ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in elke groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig.Gezien het lage kinderaantal bij enkele van de Texelse peuterspeelzalen wordt, wanneer het aantal geplaatste kinderen per groep minder dan zestien bedraagt, naar rato van het werkelijke aantal geplaatste kinderen aanwezigheid van beroepskrachten gevraagd: op een groep van ten hoogste acht kinderen volstaat één beroepskracht plus één begeleider. Artikel13Overeenkomst tussen houder en ouder Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en een ouder. Artikel14Informatieplicht aan de ouders De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over:- de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;- het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;- het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarinvanuit de visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met kinderen is beschreven;- de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing van het kind bij de peuterspeelzaal. Artikel15Verklaring omtrent het gedrag Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.Deze verklaring wordt aan de houder overlegd voordat een persoon zijn werkzaamheden aanvangt.De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden.Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn. Hoofdstuk4Het gemeentelijk toezicht Artikel16Aanwijzing van toezichthouders Het college wijst toezichthouders aan. Artikel17Onderzoek door de toezichthouder De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, binnen acht weken of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening. Artikel18Het inspectierapport De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar. Artikel19Aanwijzing en bevel Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, als mede de in verband daarmee te nemen maatregelen.Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden verlengd.De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. Artikel20Strafbepaling Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in hoofdstuk 3 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Hoofdstuk5Slot- en overgangsbepalingen Artikel21Overgangsbepaling Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een vergunning op grond van de Verordening kinderopvang 2001 beschikken.Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig zijn voor het register.Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na de inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.De gemeente Texel kiest in het verlengde van het landelijke kwaliteitskader ‘Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie’ (in werkingtreding augustus 2010) en vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet met onderliggende verordening voor gelijkschakeling van de kwaliteit van peuterspeelzalen aan die van de kinderopvang. Om aan de verhoogde kwaliteitseisen en het verhoogde ambitieniveau
  5. te kunnen voldoen geldt voor peuterspeelzalen een overgangsfase van één jaar (tot augustus 2010). Tot dan worden de geldende kwaliteitseisen overeenkomstig genoemd in ambitieniveau
  6. gehanteerd. Artikel22Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus
  7. Artikel23Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Texel 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.