Verordening cliëntenparticipatie Wmo 2008 De raad van de gemeente Boarnsterhim, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2008 Gelet op artikel 11 en 12 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Overwegende dat de gemeente verantwoordelijk is voor de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie in het kader van de Wmo Overwegende dat het noodzakelijk is dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de wijze waarop inwoners of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet; B E S L U I T Vast te stellen de “Verordening cliëntenparticipatie Wmo 2008” Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen a. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) b. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boarnsterhim c. Wmo-cliënten: de groep van personen die een Wmo-voorziening heeft en/of andere (zelforganisaties van) belanghebbenden in de zin van de Wmo. d. Wmo-raad: de cliëntenparticipatie als bedoeld in artikel 11 en 12 van de Wmo Hoofdstuk2Doel, samenstelling en werkwijze Artikel2Doel 1.Het college stelt een officieel overleg- en adviesorgaan in onder de naam Wmo-raad. 2.De Wmo-raad adviseert aan het college en/of de raad gevraagd en ongevraagd over Wmo- beleidszaken en de algemene belangen van Wmo-clienten 3.De Wmo- raad is niet bevoegd te adviseren over klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben. De Wmo- raad is wel bevoegd de hiervoor gehanteerde procedures, regelingen en alle met individuele gevallen verband houdende zaken met een algemeen karakter te behandelen. Artikel3Samenstelling 1.De Wmo-raad is samengesteld uit Wmo-clienten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties. 2.De samenstelling van de Wmo-raad vormt zoveel mogelijk een afspiegeling van alle doelgroepen van de Wmo en bestaat uit maximaal 9 leden. 3.De leden van de Wmo-raad worden door het college op voordracht van de Wmo-raad benoemd. Artikel4Werkwijze 1.Het college voorziet de Wmo-raad van alle informatie die nodig is voor het vervullen van zijn taak op een zodanig tijdstip dat er daadwerkelijk invloed mogelijk is op de beleidsvorming en besluitvorming. 2.Het college zorgt ervoor dat onderwerpen die de algemene belangen raken voor advies worden voorgelegd aan de Wmo-raad voordat een besluit wordt genomen. 3.Het college kan bij uitzondering afzien van advisering door de Wmo-raad als naar het oordeel van het college advisering vooraf zal leiden tot een ongewenste vertraging in de besluitvorming of informatieverstrekking aan de Wmo-clienten. 4.Wanneer het college een besluit neemt, dat afwijkt van het advies van de Wmo-raad dan brengt het college dit gemotiveerd ter kennis aan de voorzitter van de Wmo-raad. 5.De Wmo-raad stelt een reglement vast waarin ten minste wordt geregeld: de samenstelling en functies, de zittingsduur en manier van stemmen, het beëindigen van het lidmaatschap en de werkwijze in de vergaderingen. Artikel5Vergaderingen 1.De Wmo-raad vergadert minstens vier keer per jaar of zo vaak als de voorzitter en de secretaris samen nodig achten of de Wmo-raad bij meerderheid van stemmen besluit. 2.De voorzitter en secretaris nodigen de leden van de Wmo-raad tenminste tien werkdagen voor een vergadering uit en verzenden dan tevens de schriftelijke stukken. 3.De vergaderingen van de Wmo-raad zijn openbaar, tenzij het belang zich tegen openbaarheid verzet. Artikel6Geheimhoudingsplicht 1.De leden van de Wmo-raad, derden die een vergadering bijwonen en derden die geraadpleegd worden, zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen zij in die hoedanigheid vernemen voorzover de Wmo-raad hen dit oplegt. 2.Het college maakt van de in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht melding op de stukken. 3.De geheimhoudingsplicht als bedoeld in het derde lid vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de Wmo-raad. Artikel7Financiën 1.Het college stelt per jaar een budget beschikbaar zodat de Wmo-raad naar behoren kan functioneren. 2.De leden van de Wmo-raad bepalen hoe dit budget wordt ingezet door het opstellen van een begroting. 3.Na afloop van het jaar stelt de Wmo-raad een jaarverslag op Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel8Citeertitel en inwerkingtreding 1.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. 2.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening cliëntenparticipatie Wmo 2008”. 3.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.