Huisvestingsverordening van de gemeente Leeuwarden HOOFDSTUK1:ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsbepalingen besluit: het Huisvestingsbesluit; bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA); bestuurlijke boete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 85a van de wet; bouwtechnisch rapport: een bouwtechnisch rapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouwd. Dit rapport bevat in elk geval een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw; bouwverordening: de geldende bouwverordening van de Gemeente Leeuwarden; duurzame gemeenschappelijke huishouding: een gezin of daarmee gelijk te stellen samenlevingsvorm of een groep alleenstaanden welke van aanvang bestaat uit dezelfde personen, waar geen sprake is van een vooraf vaststaande tijdelijkheid en waar van een redelijke termijn van samenwonen is gebleken; eigen toegang: elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die voorzien is van een van gemeentewege verleend huisnummer; exploitant: persoon die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een pand als omschreven onder o. exploiteert; gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van twee of meer kamers; hospita/inwoning: het verhuren van maximaal 3 wooneenheden aan maximaal 3 personen of een verdieping in een woning of het niet zelfstandig inwonen in een woning, waarbij de eigenaar de hoofdbewoner van de woning is en minimaal 50% van de woning (woonoppervlakte) zelf bewoont (exclusieve gebruiksrecht); huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, lid j, van de wet bepaalde; ingezetene: degene die in de Gemeentelijke Basis Administratie van de Gemeente Leeuwarden is opgenomen en feitelijk in de gemeente hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; kamerverhuur, kamerkoop: de verhuur of verkoop van een deel van een al dan niet zelfstandige wooneenheid ten behoeve van (langdurige) bewoning aan personen voor welke bewoning inschrijving in het Gemeentelijke Basis Administratie noodzakelijk is; kamerverhuurpand, kamerverkooppand: gebouw of een deel van een gebouw met of geschikt te maken voor drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een gezinsverband levende personen; omzetten: het treffen van voorzieningen in een gebouw of deel van een gebouw waardoor twee of meer onzelfstandige woonruimten ontstaan, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoelt in het Bouwbesluit, dat als hoofdverblijf apart kan worden bewoond door niet in gezinsverband levende personen; omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid sub c, van de wet; onderhoudsindicatie: een rapport die inzicht geeft in de bestaande onderhoudstoestand van het gebouw en de tot afzonderlijke wooneenheid bestemde gedeelten van het gebouw; onzelfstandige woonruimte: een wooneenheid, die door de aard van de inrichting en gebruik, het privé domein is of zijn van maximaal één bewoner, welke geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner voor het overige is aangewezen op het gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen; ouder-kindsituatie: bewoning van een kamerverhuurpand door maximaal drie alleenstaanden waarbij één van de alleenstaanden een kind (of daarmee vergelijkbare relatie) is van de eigenaar niet zijnde de bewoner van het pand; splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet; straat: straat of straatdeel, zoals gecodeerd aangeduid in het geldende KPN postcodeboek en de geldende KPN telefoongids; wet: de Huisvestingswet; wooneenheid: gedeelte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur dat bestemd is voor afzonderlijke bewoning met een minimaal vloeroppervlak van 11 m2 met een minimale breedte van 1,8 meter en een minimale hoogte van 2,1 meter of 7,5 m2 indien er sprake is van een gemeenschappelijke woonkamer van met minimaal oppervlak van 18 m2 met een minimale breedte van 1,8 meter en een minimale hoogte van 2,1 meter; woonfunctie voor kamergewijze verhuur: niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich drie of meer wooneenheden bevinden; woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1b, van de wet bepaalde; woningcomplex: samengesteld geheel van tenminste drie gestapelde woningen; zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. HOOFDSTUK2:WIJZIGING VAN DE SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORAAD Paragraaf2.1Splitsing in appartementsrechten Artikel2.1.1Werkingsgebied Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle bestaande gebouwen bevattende woonruimte in de Gemeente Leeuwarden. Artikel2.1.2Vergunningsvereiste Het is verboden om zonder splitsingsvergunning van burgemeester en wethouders een recht op een gebouw, aangewezen in artikel 2.1.1 te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien één of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van één of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid. Artikel2.1.3Aanvragen van een splitsingsvergunning De aanvraag voor een splitsingsvergunning wordt in drievoud ingediend bij burgemeester en wethouders op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier dat op verzoek van de aanvrager ter beschikking wordt gesteld en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: kadastrale ligging van het te splitsen gebouw; bouwjaar van het te splitsen gebouw; een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; het aantal appartementsrechten waarin het recht op een gebouw zal worden gesplitst; de tegenwoordige en toekomstige bestemming van de te vormen appartementsrechten; de namen en adressen van de bewoners van het te splitsen gebouw; een bouwtechnisch rapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw; een korte omschrijving welk onderhoud gaat vallen onder de verantwoordelijkheid van de vereniging van eigenaars; Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot de in dit artikel bedoelde bescheiden nadere regels te stellen of aanvullende gegevens op te vragen over inhoud, uitvoering en vorm van indiening. Artikel2.1.4Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren indien: het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan, beheersverordening of exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen; niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor bewoning; het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd. Bij de beoordeling van het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw, of de in een gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, opgenomen woonruimten betrokken. Burgemeester en wethouders kunnen eveneens een splitsingsvergunning weigeren indien de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen de splitsing verzet en de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven, dan wel niet binnen de op basis van artikel 2.1.6 lid 4 gestelde termijn de gebreken zijn hersteld. Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake indien burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 1a, 1b, 7b, 13 en 13a van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd. Burgemeester en wethouders kunnen eveneens een splitsingsvergunning weigeren wanneer de huurprijs van een of meer der woonruimten het bedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag, niet te boven gaat. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is het bepaalde in paragraaf 2.1 niet van toepassing op onzelfstandige woonruimten, ligplaatsen voor woonschepen en woonruimte als bedoeld in artikel 6 eerste lid van de Huisvestingswet. Artikel2.1.5Beslissing op het in behandeling nemen van de aanvraag splitsingsvergunning Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.2 binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 12 weken verdagen. Van de in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde bevoegdheid om de aanvraag wegens onvolledigheid niet te behandelen, kan slechts gebruik worden gemaakt indien de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen. In de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders tenminste de volgende informatie: de mededeling dat binnen één jaar na onherroepelijk worden van de splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden; het gebouwd onroerend goed waarop de splitsing betrekking heeft. Artikel2.1.6Aanhouding van de splitsingsaanvraag Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag voor een splitsingsvergunning aanhouden, indien voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is voordat de aanvraag om vergunning werd ingediend en redelijkerwijs verwacht mag worden dat de uitvoering van sanerings-, reconstructie- of verbeterplannen nadelig zal worden beïnvloed door het afgeven van de vergunning en de mogelijk daaraan verbonden rechtsgevolgen. De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt tot het moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening is vervallen. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij binnen een door burgemeester en wethouders gestelde redelijke termijn de gebreken als bedoeld in artikel 2.1.4 tweede lid met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen. Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag om een splitsingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit redelijk achten. Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn, eindigt de aanhouding. Indien de gebreken niet zijn hersteld binnen de in het besluit aangegeven termijn wordt de vergunning geweigerd. Artikel2.1.7Stellen van voorwaarden Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden verbinden. Artikel2.1.8Intrekken van de vergunning Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken: indien blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave hebben verleend; indien blijkt dat de houder niet heeft voldaan aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 2.1.7; indien blijkt dat niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene te wiens aanzien het besluit tot intrekking wordt genomen daarvan in kennis is gesteld en in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze tegen het voorgenomen besluit kenbaar te maken. Paragraaf2.2Het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Artikel2.2.1Werkingsgebied Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen bevattende woonruimte in de Gemeente Leeuwarden. Artikel2.2.2Vergunningsvereiste Het is verboden om zonder een omzettingsvergunning van burgemeester en wethouders, met het oog op het behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad een zelfstandige woonruimte om te zetten in onzelfstandige woonruimte(n). Het verbod is van toepassing op alle woonruimten als bedoeld in artikel 2.2.1, waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan: drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens woonachtig is in de betreffende woning, of twee of meer personen, indien de eigenaar of hoofdhuurder tevens woonachtig is in de betreffende woning. Met een omzettingsvergunning wordt gelijk gesteld de registratie als bedoeld in artikel 2.2.12, lid 2, onder a. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: hospita; inwoning; ouder-kindsituatie; verlenen van huisvesting in kloosters, ziekenhuizen, verpleeginrichtingen, internaten en in soortgelijke instellingen. Artikel2.2.3Aanvragen van een omzettingsvergunning De aanvraag voor een omzettingsvergunning wordt in drievoud ingediend bij burgemeester en wethouders op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier dat op verzoek van de aanvrager ter beschikking wordt gesteld en gaat vergezeld van de volgende informatie en bescheiden in drievoud: Naam en adres van de eigenaar en/of diens gemachtigde; Gegevens over de huidige situatie: kadastrale kaart; aantal kamers; woonoppervlak (m2); woonla(a)g(en); bouwkundige plattegrond (schaal 1:100, met m1) met vermelding van functie; bouwkundige doorsnede (schaal 1:100, met m1) met hoogtematen; een onderhoudsindicatie betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw. Voor de onderhoudsindicatie kan gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier. Gegevens van de beoogde situatie: bestemming; bouwkundige plattegrond (schaal 1:100, met m1) met vermelding van functie, aantal m2 per kamer/gemeenschapsruimte; bouwkundige doorsnede (schaal 1:100, met 1 m1) met hoogtematen; tekening met gevelaanzichten en/of foto’s; aantal onzelfstandige woonruimten, kamers; aantal bewoners. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot de in dit artikel bedoelde bescheiden nadere regels te stellen of aanvullende gegevens en bescheiden op te vragen over inhoud, uitvoering en vorm van indiening. Artikel2.2.4Gronden tot weigering van een omzettingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning weigeren: indien het belang dat de aanvrager bij de omzetting heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft betrokken; indien het beoogde gebruik in strijd is met het van kracht zijn bestemmingsplan, beheersverordening of exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening en zij niet bereid zijn om voor het gewijzigde gebruik een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te verlenen; op grond van het gestelde in de beleidsregels. Artikel2.2.5Overige gronden tot weigering van een omzettingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning voorts weigeren indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de omzettingsvergunning ten behoeve van kamerverhuur of kamerverkoop zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw wordt in ieder geval aanwezig geacht indien: meer dan 5% van de tot bewoning bestemde gebouwen in de betreffende straat met dezelfde postcode wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel 2.2.2; de aanvraag betrekking heeft op een pand, dat minder dan twee panden verwijderd is van een kamerverhuurpand of kamerverkooppand waarvoor een omzettingsvergunning is verleend, dan wel een aanvraag tot omzettingsvergunning is ingediend of in het register als bedoeld in artikel 2.2.12 is opgenomen. Voor de beoordeling hiervan wordt uitgegaan van panden gelegen aan dezelfde straatzijde. Bij een pand gelegen aan twee straten (hoekpand) wordt uitgegaan van beide straten waaraan het pand is gelegen; de aanvraag betrekking heeft op een straat in de wijk: Tjerk Hiddes en Cambuursterhoek; ’t Vliet; Oranjewijk en Tulpenburg; Achter de Hoven; Vrijheidswijk; Valeriuskwartier; Bilgaard; Heechterp; Schieringen; Schepenbuurt; Wielenpolle; Huizum-Oost; Huizum-West; als gebieden bedoeld onder c geldt het gebied dat op de bij deze verordening behorende kaart(en) als zodanig zijn aangegeven. Artikel2.2.6Woningcomplex Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de artikelen 2.2.4 en 2.2.5 een omzettingsvergunning verlenen, wanneer de aanvraag een geheel woningcomplex, als bedoeld onder artikel 1.1 onder a.a. betreft en burgemeester en wethouders van mening zijn dat er geen ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in een straat of buurt ontstaat en de aanvraag alle ruimten van het woningcomplex betreft. Artikel2.2.7Beslissing op de aanvraag omzettingsvergunning Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2.2 binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 12 weken verdagen. Van de in artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde bevoegdheid om de aanvraag wegens onvolledigheid niet te behandelen, kan slechts gebruik worden gemaakt indien de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen. In de omzettingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders tenminste de volgende informatie: de mededeling dat binnen één jaar van de omzettingsvergunning gebruik gemaakt moet worden; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; het aantal onzelfstandige woonruimten. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel2.2.8Aanhouden van de aanvraag Als van de vergunning slechts gebruik kan worden gemaakt na afwijking van een bestemmingsplan, beheersverordening of exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, wordt de beslissing op de aanvraag aangehouden tot het moment dat op het verzoek om afwijking is beslist. Artikel2.2.9Het stellen van voorwaarden Burgemeester en wethouders kunnen aan de omzettingsvergunning voorwaarden en voorschriften verbinden ten aanzien van: het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag worden en/of het geordend woon- en leefmilieu. Artikel2.2.10Wijzigen omzettingsvergunning of registratie Burgemeester en wethouders kunnen de omzettingsvergunning of de registratie als bedoeld in artikel 2.2.12, lid 2 onder a wijzigen indien: hiertoe schriftelijk een verzoek is ingediend; bij de beoordeling van het verzoek wordt rekening gehouden met de gronden tot weigering als genoemd in de artikelen 2.2.4 en 2.2.5 en de beleidsregels. Het besluit op het verzoek ingevolge lid 1 wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.2.11Intrekken van de omzettingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen de omzettingsvergunning intrekken: indien blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave hebben verleend; indien blijkt dat de houder niet heeft voldaan aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 2.2.9; indien de vergunninghouder een jaar na onherroepelijk worden van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zal leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; indien geen gebruiksmelding op grond van het Bouwbesluit is ingediend of deze melding niet is geaccepteerd; indien niet aan de algemene en aan de gebruiksmelding als bedoeld onder e. verbonden voorwaarden ten aanzien van het brandveilig gebruik uit het Bouwbesluit wordt voldaan; indien het gebouw niet voldoet aan de (algemene) eisen uit het Bouwbesluit en eigenaar/exploitant niet bereid is om de noodzakelijke voorzieningen te treffen; indien het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal bewoners afwijkt van het in de vergunning vermelde aantal; het gebouw waarvoor de vergunning geldt uiterlijk twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit verwoest, vernield of beschadigd is, niet zodanig is hersteld dat weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten; de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de omzettingsvergunning is verleend beëindigd. in strijd wordt gehandeld met de beleidsregels. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene te wiens aanzien het besluit tot intrekking wordt genomen daarvan in kennis is gesteld en in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze tegen het voorgenomen besluit kenbaar te maken. Artikel2.2.12 Registratie kamerverhuur- en kamerverkooppanden Burgemeester en wethouders houden een register bij van kamerverhuur- en kamerverkooppanden. In dit register worden opgenomen alle kamerverhuur- en kamerverkooppanden: die als zodanig in gebruik waren voor 1 juli 1996; waarvoor na 1 juli 1996 een omzettingsvergunning is verstrekt op basis van een huisvestingsverordening; Nadat deze verordening in werking is getreden kunnen geen panden meer geregistreerd worden op grond van lid 2, onder a van dit artikel. De registratie als bedoeld in het tweede lid, onder a kan worden ingetrokken op gronden als bedoeld in artikel 2.2.11 en het gestelde in de beleidsregels. HOOFDSTUK3:OVERIGE BEPALINGEN Artikel3.1Vaststellen beleidsregels Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het gestelde in deze verordening beleidsregels vaststellen. Artikel3.2Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening. Artikel3.3Strafbepaling Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.2 en artikel 2.2.2 wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. Artikel3.4Bestuurlijke boete Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 30 van de Huisvestingswet. De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt: voor de eerste overtreding van het artikel genoemd in het eerste lid, de bedragen die in de tabel in bijlage 2 is opgenomen in de kolom “eerste overtreding”; voor de tweede en volgende overtreding van het artikel genoemd in het eerste lid, de bedragen die in de tabel in bijlage 2 is opgenomen in de kolommen “tweede overtreding”, “derde overtreding” en “vierde overtreding”. Artikel3.5Handhaving Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. Met de opsporing van de bij artikel 3.2 strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de in artikel 75 van de Huisvestingswet aangewezen ambtenaren, belast de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor zover zij door de minister van justitie daartoe zijn aangewezen. De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als genoemd in artikel 77 van de Huisvestingswet. Artikel3.6Restbepaling In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders, waarbij zij zich uitsluitend zullen laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de schaarse woonruimte en het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel3.7Leges Voor het in behandeling nemen van een aanvraag splitsingsvergunning en een omzettingsvergunning zijn leges verschuldigd. De leges staan opgenomen in de op het moment van indiening geldende Legesverordening Leeuwarden. HOOFDSTUK4:OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel4.1Overgangsbepaling Aanvragen om verlening van volgens deze verordening gelijkgestelde vergunning welke vóór of op de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de betrokkene gunstiger is. Artikel4.2Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. Artikel4.3Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de “Huisvestingsverordening Gemeente Leeuwarden 2013”. Bijlage 1: kaart behorende bij de Huisvestingsverordening Gemeente Leeuwarden 2013 Bijlage 2 bij de Huisvestingsverordening Tabel: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 30, lid 1, sub c, Huisvestingswet Eerste overtreding Tweede overtreding Derde overtreding Vierde overtreding en verder Onvergund omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte € 4.000,- € 6.000,- € 12.000,- € 18.500,- Onvergund omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte vanuit een bedrijfsmatige exploitatie € 8.000,- € 12.000,- € 18.500,- € 18.500,- TOELICHTING OP DE HUISVESTINGSVERORDENING Algemeen De huisvestingsverordening is voor een groot deel gebaseerd op de modelhuisvestingsverordening van de VNG en op de voorgaande huisvestingsverordening die van kracht was. De verordening vindt haar oorsprong in de Huisvestingswet en beoogt volkshuisvestingsbelangen te regelen. Deze toelichting is bedoeld om de kenbaarheid van de verordening te vergroten. De verordening maakt in hoofdstuk 2 onder paragraaf 1 “Splitsing in appartementsrechten” het splitsen van rechten op gebouwen vergunningplichtig. Dit heeft tot doel te voorkomen dat zonder enige controle rechten op complexen worden gesplitst en beoogt een tweeledige gemeentelijke controle: Voorkomen dat sociale huurwoningen zonder vergunning worden onttrokken aan de huursfeer die valt binnen de werkingssfeer van artikel 13, eerste lid onder a van de wet op de huurtoeslag. Dit betreft de huur onder de liberalisatiegrens. Controle op de bouwkundige staat en onderhoud van het complex. In hoofdstuk 2 onder paragraaf 2 “omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte” wordt de groei van het aantal kamerverhuur- en kamerverkooppanden gereguleerd. Doel van de regeling is te zorgen voor een spreiding van de kamerverhuur- en kamerverkooppanden en in buurten waar al veel kamerverhuur- en/of kamerverkooppanden voorkomen uitbreiding daarvan tegen te gaan. Primair is het een volkshuisvestingsbelang dat regulering nodig maakt. Dat belang is gelegen in: het behoud van een redelijke voorraad (goedkope) koopwoningen; een redelijke geografische spreiding van de kamerverhuur- en kamerverkooppanden, zodat niet te veel druk op de leefbaarheid van bepaalde wijken, buurten en straten ontstaat; mogelijkheden te bieden om voldoende kamerverhuuraanbod te creëren; het belang van de kamerbewoning bij ordentelijke huisvesting. Leeuwarden kent een grote en groeiende studentenpopulatie. Het is deze doelgroep die in meerderheid gebruik maakt van kamergewijze bewoning van de woningvoorraad. De gemeenteraad heeft in de nota wonen 2012 (oktober 2012) gekozen om studentenhuisvesting (in alle vormen) zoveel mogelijk te concentreren in de binnenstad en rondom de kennisinstellingen (Kenniscampus en Watercampus/ Van Hall Instituut). Het is niet mogelijk om op korte termijn studentenhuisvesting tot deze gebieden te beperken noch zou daarmee voorzien worden in de woonwensen van alle studenten en andere kamerbewoners. Vandaar dat er ook in andere delen van de stad nog (beperkt) ruimte wordt geboden om via omzettingsvergunningen nieuwe kamerverhuur te realiseren. Ten opzichte van eerdere verordeningen is gekozen voor een aanscherping van de norm van 10% naar 5% kamerverhuurpanden per 6-positie postcodegebied. Hiermee blijft in 379 postcodegebieden (de nieuwe uitleg en de dorpen niet meegerekend) ruimte voor nieuwe kamerverhuur. Gelet op het huidige aantal kamerverhuurpanden is dit voldoende ruimte voor uitbreiding. Door niet meer dan 5% van de tot bewoning bestemde gebouwen in een straat met dezelfde postcode in aanmerking te laten komen voor een omzettingsvergunning wordt voorkomen dat een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in een straat of buurt ontstaat. De hierboven genoemde belangen worden daarmee zoveel mogelijk te gewaarborgd. Voor de afwegingen die bij het geordende woon- en leefmilieu een rol kunnen spelen is (nieuw) in de verordening opgenomen dat Burgemeester en wethouders beleidsregels kunnen opstellen. De systematiek van vaststellen van een beleidsregel biedt de mogelijkheid tot uitbreiding van het aantal kamerverhuur- en kamerverkooppanden in specifieke gebieden, om de groeiende studentenpopulatie te voorzien van geschikte en (brandveilige) woonruimte. Dit sluit ook aan bij het beleid t.a.v. studentenhuisvesting zoals dat in de nota wonen 2012 is opgenomen. Daarnaast maakt dit de uitvoering van de afspraken met de corporaties in het kader van het Leeuwarder bestek mogelijk. De 5% regeling voor omzettingsvergunningen ten behoeve van kamerverhuur en kamerkoop is gerelateerd aan een straat of straatdeel. Hiervoor is gekozen omdat dit een werkbare en voor alle partijen overzichtelijke manier van toepassen van de regeling is. 5% van alle panden in een straat of straatdeel, zoals gecodeerd aangeduid in het KPN postcode- en telefoonboek, komt in aanmerking voor een omzettingsvergunning. Verder worden wijken waar op dit moment het geordend woon- en leefmilieu onder druk staat uitgesloten voor verruiming. Heeft de aanvraag omzettingsvergunning betrekking op een straat in de wijken: Tjerk Hiddes en Cambuursterhoek; ’t Vliet; Oranjewijk en Tulpenburg; Achter de Hoven; Vrijheidswijk; Valeriuskwartier; Bilgaard; Heechterp; Schieringen; Schepenbuurt; Wielenpolle; Huizum-Oost; Huizum-West, dan wordt deze geweigerd. Het brandveilig gebruik is vanaf 1 april 2012 geregeld in het Bouwbesluit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.