Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2024De raad van de gemeente Tilburg; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2024'. HoofdstukI Inleidende bepalingen Artikel1.Rechten Krachtens deze verordening worden geheven: havengeld; staangeld. Artikel2.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; bedrijf: een aan een langshaven, de insteekhaven of een openbare loswal gevestigde onderneming die gebruik maakt van schepen voor de aan- dan wel afvoer van goederen; havencoördinator: de ambtenaar van de gemeente Tilburg belast met het toezicht op naleving van het bepaalde in deze verordening of diens plaatsvervanger. HoofdstukII Havengeld Artikel3Aard der belasting Onder de naam 'havengeld' wordt een recht geheven voor het meren, hetzij middellijk of onmiddellijk, van vaartuigen aan de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal, met de bedoeling om goederen te laden dan wel te lossen. Artikel4.Grondslag 1.Het havengeld wordt berekend naar het tonnage van de in Tilburg geladen dan wel geloste goederen. 2.Inzake het havengeld geldt een aangifteplicht. De aangifte dient maandelijks, uiterlijk zeven dagen na afloop van een kalendermaand, plaats te vinden middels het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier. 3.In afwijking van het gestelde in de tweede volzin van het voorgaande lid, mag aangifte plaatsvinden op een andere wijze, mits tenminste de gegevens worden vermeld zoals die op het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier zijn opgenomen. Artikel5.Tarief Het havengeld bedraagt € 0,15 per ton, of gedeelte daarvan, in Tilburg geladen dan wel geloste goederen. Artikel6.Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven voor: vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het Rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst; vervallen; sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst weer vertrekken; vaartuigen, die uitsluitend voor het innemen van gasolie en/of drinkwater voor eigen gebruik aan de kaden aanleggen; vaartuigen, waarvan de schippers aantonen, dat zij wegens familieomstandigheden of dringende noodzakelijkheid van de kade gebruik moeten maken, mits niet wordt geladen of gelost. Artikel7.Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. HoofdstukIII Staangeld Artikel8.Aard en grondslag der belasting 1.Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het gebruik van gedeelten van de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal met toestellen, werken of inrichtingen, welke onmiddellijk dan wel middellijk met het lossen en laden van vaartuigen verband houden, zoals los- en laadbruggen, hijskranen, elevatoren of andere soortgelijke toestellen, werken of inrichtingen. 2.Bij dit gebruik is het onverschillig, of de in het eerste lid bedoelde toestellen, werken of inrichtingen zich in, op of boven de daar aangeduide kaden bevinden. 3.Het staangeld wordt mede geheven voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht. Artikel9.Tarieven 1.Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen € 19,50 per strekkende meter kademuur, met als minimum € 95,55 b. voor elke hijskraan met bijbehorende werken € 499,35 c. voor vergaarputten op bakken per stuk € 24,30 en voor daarbij behorende buisleidingen € 9,75 per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van € 95,55 d. voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen € 19,50 per vierkante meter met een minimum van € 95,55 en € 169,20 per strekkende meter kademuur met een minimum van € 866,05 bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; e. voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn zijn aangebracht per vaartuig € 293,55 2.Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd. 3.Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden. Artikel10.Belastingplicht Het staangeld wordt geheven van degene aan wie de gedeelten van de kaden in gebruik zijn gegeven. HoofdstukIV Algemene bepalingen Artikel11.Belastingjaar Ter zake van de in artikel 8 opgenomen rechten wordt het belastingjaar gelijkgesteld aan een kalenderjaar. Artikel12.Tijdstip ontstaan/eindigen belastingplicht in de loop van het belastingjaar Indien de belastingplicht van de in artikel 8 opgenomen rechten in de loop van het belastingjaar aanvangen dan wel eindigen, worden de rechten geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang/einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel13.Wijze van heffing De rechten worden geheven: Bij wijze van maandelijkse factuur voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 3 als voldoening op aangifte. Bij wijze van aanslag voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 8. Artikel14.Kwijtschelding Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel15.Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3.De 'Verordening Scheepvaartrechten 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening scheepvaartrechten 2024'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023.de griffier, de voorzitter,Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening scheepvaartrechten 2024' Tarieven Voor 2024 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 7,16%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 533.000,-- en de opbrengsten € 101.000,--. Kosten enopbrengsten (x € 1.000) bedragen * € 1.000,- Jaarrekening 2022 begroting 2023 begroting 2024 Kosten taakveld(en) incl omslagrente 161 356 496 Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente 0 0 0 Netto kosten taakveld 161 356 496 Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente 30 37 11 BTW 26,82 40,83 25,81 Totale kosten 218 434 533 Opbrengst heffingen 79 84 101 Saldo 139 350 432
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.