Besluit van provinciale staten van Zeeland houdende vaststelling Verordening nadeelcompensatie provincie Zeeland 2024Besluit van provinciale staten van 17 november 2023, kenmerk 368464.tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie provincie Zeeland 2024 Provinciale staten van Zeeland gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 26 september 2023, nr. 365322; gelet op de artikelen 105 en 145 van de Provinciewet; gelet op titel 4.5 Algemene wet Bestuursrecht; gelet op afdeling 15.1 Omgevingswet; overwegende dat het gewenst is de rechtszekerheid te bevorderen en transparantie te bieden voor aanvrager en derde belanghebbenden over nadeelcompensatie. besluiten de navolgende ‘Verordening nadeelcompensatie provincie Zeeland 2024’ vast te stellen. Artikel1Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om compensatie van nadeel als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de provincie. Artikel2Indieningsvereisten In aanvulling op de indieningsvereisten van artikel 4:127 Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: als het schade in de vorm van winst- of inkomstenderving betreft: jaarrekeningen en maandcijfers, inclusief winst- en verliesrekening, over het jaar waarin schade is geleden en over de drie daaraan voorafgaande jaren, desgevraagd voorzien van accountsverklaring, en; de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting; als het schade in de vorm van gederfde huurinkomsten betreft: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte; als het schade in de vorm van een toename van kosten (zoals transportkosten) betreft: jaarrekeningen en maandcijfers, inclusief winst- en verliesrekening, over het jaar waarin schade is geleden en over de drie daaraan voorafgaande jaren inclusief winst- en verliesrekening; een specificatie van het aantal kilometers per jaar over het jaar waarin schade is geleden en over de drie daaraan voorafgaande jaren als hierom wordt verzocht door het bestuursorgaan; als het schade betreft wegens de aanpassing van kabels en leidingen: een specificatie van het bedrag berekend conform hoofdstuk 3 van de Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructurele maatregelen en kabels en leidingen provincie Zeeland 2024, en ingediend aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1. De ontvangst van de aanvraag wordt uiterlijk binnen twee weken na de ontvangst bevestigd. Daarbij wordt de verzoeker in kennis gesteld van de te volgen procedure en zo nodig in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. Artikel3Minimale hoogte van de schade Om voor een vergoeding van schade in aanmerking te komen, moet de hoogte van de schade tenminste bedragen: € 500,-- voor een particulier € 1.500,-- voor een onderneming Artikel4Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een vergoeding van schade wordt géén recht geheven. Artikel5Vereenvoudigde behandeling van het verzoek Het verzoek wordt zonder nader onderzoek afgewezen indien het kennelijk ongegrond is. Een verzoek is onder meer kennelijk ongegrond wanneer: het steunt op de onrechtmatige uitoefening van een door of namens een van de bestuursorganen van de provincie Zeeland, aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak; het causaal verband evident ontbreekt tussen de geclaimde schade en het door de provincie Zeeland of één van haar bestuursorganen genomen besluit; de vergoeding van de geclaimde schade anderszins is gewaarborgd; de schade evident valt binnen het normaal maatschappelijk risico; de schade ook op een ieder drukt, waardoor er evident géén sprake is van een speciale last ten aanzien van de verzoeker. Een besluit om het verzoek wegens kennelijke ongegrondheid af te wijzen wordt aan verzoeker schriftelijk medegedeeld binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, dan wel binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de verzoeker het verzoek kon aanvullen. De in het vorige lid genoemde termijn kan eenmaal met ten hoogste zes weken worden verlengd. De verzoeker wordt daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Artikel6Benoeming adviescommissie Het bestuursorgaan kan een adviescommissie benoemen bestaande uit één of meerdere deskundigen, met een maximum van drie, die tot taak heeft hen van advies te dienen over de op de aanvraag om nadeelcompensatie te nemen beslissing. Artikel7Wraking adviescommissie Voordat aan de adviescommissie opdracht tot advisering wordt verstrekt, informeert het bestuursorgaan de aanvrager, andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden schriftelijk over het voornemen tot benoeming van de adviescommissie. De aanvrager, andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen 10 kalenderdagen na de bekendmaking van het voornemen tot benoeming een wrakingsverzoek in te dienen. Het bestuursorgaan beslist binnen drie weken op een ingediend wrakingsverzoek na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn. Artikel8Het advies De commissie geeft aan het bestuursorgaan advies over de op de aanvraag te nemen beslissing. De commissie stelt daartoe, voor zover een zorgvuldige advisering daartoe noopt, een onderzoek in naar: de vraag of de door verzoeker in zijn aanvraag gestelde schade, aangemerkt kan worden als compensatie van nadeel zoals bedoeld in artikel 1; de omvang van de schade als bedoeld onder a; de vraag of deze schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zulks met inachtneming van het in de afdeling 15.1 Omgevingswet en artikelen 4:126 Algemeen wet bestuursrecht bepaalde. Artikel9Bevoegdheden en verplichtingen Op verzoek van de adviescommissie verstrekt het bestuursorgaan en de aanvrager de gegevens die voor de advisering nodig zijn en waarover zij in redelijkheid de beschikking kunnen krijgen. De adviescommissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Indien hiermee kosten zijn gemoeid, wordt deze bevoegdheid pas uitgeoefend na instemming van het bestuursorgaan. De adviescommissie kan een plaatsopneming houden. Artikel10Onderzoeksprocedure De adviescommissie stelt de aanvrager, de betrokken bestuursorganen en eventuele andere belanghebbenden in kennis van de te volgen procedure. De adviescommissie stelt de aanvrager in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting op de aanvraag en vraagt de betrokken bestuursorganen en eventuele andere belanghebbenden, naar hun standpunt over de aanvraag. Partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen. Van de toelichtingen wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt aan de aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden toegezonden, als onderdeel of bijlage van het conceptadvies. De adviescommissie kan aanvrager, bestuursorgaan, eventuele andere betrokken bestuursorganen of andere belanghebbenden binnen een door de adviescommissie te stellen termijn om overlegging van nadere gegevens of stukken verzoeken. De adviescommissie stelt een conceptadvies op en zendt dat aan de aanvrager, het bestuursorgaan en eventuele andere betrokken bestuursorganen of andere belanghebbenden. De aanvrager, het bestuursorgaan, andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden, kunnen binnen vier weken gerekend vanaf de dag van verzending van het conceptadvies schriftelijk bedenkingen tegen het conceptadvies aan de adviescommissie kenbaar maken. De adviescommissie stelt het advies vast binnen vijf maanden na de ontvangst van de aanvraag, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift een andere termijn is bepaald. Op verzoek van de adviescommissie kan het bestuursorgaan deze termijn met ten hoogste vijf maanden verlengen. De adviescommissie zendt het advies terstond toe aan de aanvrager, het bestuursorgaan en andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden. Artikel11Voorschoten In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 4:95 en 4:96 Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan, alvorens een besluit te nemen over de toekenning van een voorschot, een adviescommissie horen. Een besluit tot het verlenen van een voorschot is geen erkenning van een aanspraak op nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht. Artikel12De beslissing op het verzoek om schadevergoeding In aanvulling op artikel 4:130 Algemene wet bestuursrecht beslist het bestuursorgaan binnen een maand na ontvangst van het definitieve advies van de adviescommissie op het verzoek om schadevergoeding en maken dit besluit binnen deze termijn bekend aan de aanvrager. Het bestuursorgaan zend een kopie van het besluit aan de adviescommissie. Indien de termijn voor het opstellen van het advies op grond van artikel 10, lid 7 is verlengd, beslist het bestuursorgaan, binnen twee maanden na ontvangst van het definitieve advies van de adviescommissie. Artikel13Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om nadeelcompensatie, wordt het toegewezen bedrag aan nadeelcompensatie zo spoedig mogelijk uitgekeerd nadat de beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel14Intrekking De Planschadeverordening Zeeland en de Regeling nadeelcompensatie Verkeers- en Vervoersvoorzieningen en provinciale projecten provincie Zeeland 2010 worden gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Artikel15Overgangsrecht Als vóór de inwerkingtreding van deze verordening schade is veroorzaakt door een taak of bevoegdheid van een bestuursorgaan van de provincie, blijft de Planschadeverordening Zeeland, de Regeling nadeelcompensatie Verkeers- en Vervoersvoorzieningen en provinciale projecten provincie Zeeland 2010 van toepassing op een verzoek om schadevergoeding, dat wordt ingediend binnen vijf jaar nadat deze verordening inwerking is getreden. Artikel16Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor zover bekendmaking van deze verordening in het Provinciaal Blad na die datum plaatsvindt, werkt zij terug tot en met de datum waarop titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in werking is getreden. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening nadeelcompensatie provincie Zeeland 2024.” Aldus vastgesteld in de vergadering van provinciale staten van 17 november 2023.Drs. J.M.M. Polman, voorzitterDrs. F.J. van Houwelingen MPA, statengriffierBijlage1Model indieningsvereisten kabels en leidingen Aanvrager: Verplichtingennummer: Kabel/leiding (kenmerk): Diameter: Leeftijd: Type/materiaal: Omschrijving Eenheid Prijs per eenheid Aantal Bedrag 1. Materiaalkosten € Subtotaal € 2. Voordeeltoerekening materiaalkosten € Subtotaal € (1-2) Totaal materiaalkosten € ... 1. Kosten van uit en in bedrijf stellen € Subtotaal € 2. Voordeeltoer. uit en in bedrijf stellen € Subtotaal € (1-2) Totaal uit en in bedrijf stellen € ... 1. Kosten van ontwerp en begeleiding € Subtotaal € 2. Voordeeltoer. ontwerp en begeleiding € Subtotaal € (1-2) Totaal ontwerp en begeleiding € ... 1. Uitvoeringskosten € Subtotaal € 2. Voordeeltoerekening uitvoeringskosten € Subtotaal € (1-2) Totaal uitvoeringskosten € ... Totaal eindspecificatie € ...y Toelichting Wat is nadeelcompensatie? Nadeelcompensatie betreft een vergoeding die de overheid soms verschuldigd is, hoewel haar handelen niet onrechtmatig was. Een voorbeeld daarvan is de nadeelcompensatie die wordt toegekend als door bijvoorbeeld een omgevingsvergunning of projectbesluit er veranderingen in de omgeving plaatsvinden die leiden tot schade. Bij dit type schade is meestal sprake van vermogensschade door waardevermindering van woning, bedrijf of grond. Daarnaast kan het voorkomen dat er sprake is van inkomensschade, bijvoorbeeld als een bedrijf tijdelijk niet of niet goed te bereiken is als gevolg van de reconstructie van een weg. Rechtmatig overheidshandelen leidt in de praktijk regelmatig tot schade. Dat is niet te voorkomen en de overheid is ook niet verplicht om elke schade te vergoeden, die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd; die schade behoort tot het normaal maatschappelijk risico van elke burger en elk bedrijf. In sommige gevallen moet dergelijke schade echter wel worden vergoed. Het is een algemeen aanvaard beginsel dat degene die door rechtmatig overheidshandelen in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen (de zogenaamde ‘speciale last’) en waarbij de schade uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico (de zogenaamde ‘abnormale last’), daarvoor een vergoeding dient te ontvangen. Dit is het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten of het égalitébeginsel. De hoogte van de compensatie moet in zo’n geval redelijk zijn. De vergoeding dekt dus niet de volledige schade. Nieuwe regeling in de Algemene wet bestuursrecht over nadeelcompensatie Titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht voorziet in een algemene regeling over vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. In die regeling zijn bestaande wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Afdeling 15.1 Omgevingswet bevat ook een regeling over nadeelcompensatie en schade. Deze regeling neemt de algemene regeling van Titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht als uitgangspunt en vult deze op onderdelen aan. Daarom zijn de grondslagen, materiële eisen en procedurele bepalingen van Titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht eveneens van toepassing op de toekenning van nadeelcompensatie als gevolg van besluiten die worden genomen op grond van de Omgevingswet. Daar waar afdeling 15.1 Omgevingswet afwijkt van de regeling in de Algemene wet bestuursrecht, gaat afdeling 15.1 Omgevingswet voor (lex specialis). Afdeling 15.1 Omgevingswet bevat een limitatieve en exclusieve opsomming van schadeoorzaken. In artikel 15.7 is de invulling van het normaal maatschappelijk risico geregeld voor die schadeoorzaken. Wat regelt deze verordening Er bestaat behoefte om in aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht procedureregels vast te stellen. Dit maakt het voor aanvragers en andere belanghebbenden inzichtelijk hoe het proces verloopt om te komen tot een besluit op een aanvraag om nadeelcompensatie en wat daarbij de rechten en verplichtingen zijn. In deze verordening worden als betrokken partijen naast het bestuursorgaan waaraan de aanvraag gericht is en de aanvrager, ook andere bestuursorganen of andere belanghebbenden genoemd. De uitbreiding met deze twee groepen kan zich voordoen bij aanvragen om nadeelcompensatie op basis van een besluit op grond van afdeling 15.1 Omgevingswet. Bij dergelijke besluiten worden soms afspraken gemaakt met andere bestuursorganen of de initiatiefnemer over toedeling van de kosten van nadeelcompensatie. In deze verordening wordt met het bestuursorgaan bedoeld het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland. Voor de beoordeling van aanvragen om nadeelcompensatie past het bestuursorgaan of de adviescommissie bij schadevergoeding vanwege infrastructurele maatregelen en de hiermee samenhangende overheidsbesluiten en handelingen- waaronder de aanpassing van kabels en leidingen- de Beleidsregel Nadeelcompensatie Infrastructurele maatregelen en kabels en leidingen Zeeland 2024 toe. Deze is niet van toepassing op aanvragen die vallen onder afdeling 15.1 Omgevingswet, tenzij het schadeveroorzakend infrastructurele besluit is opgenomen in een projectbesluit, zoals bijvoorbeeld een verkeersbesluit of wegontrekkingsbesluit. In deze beleidsregel zijn de berekeningsmethoden vastgelegd voor het behandelen van een aanvraag om nadeelcompensatie. De beleidsregel bevat ook enkele drempels die in eerste instantie bepalen of de schade al dan niet onder het normaal maatschappelijk risico valt en voor rekening van benadeelde blijft. Kabels en leidingen vallen onder de vergunningplicht van de Omgevingswet. Als echter schade bij de aanpassing van kabels en leidingen het gevolg is van infrastructurele werken, ligt de schadeoorzaak in de eerste plaats bij het verzoek tot aanpassing, doorgaans VTA genoemd. Dit formele verzoek tot het doen van aanpassingen, wordt gezien als het schadeveroorzakende besluit. Op de berekening van de toe te kennen vergoeding van schade voor de aanpassing van kabels en leidingen, is daarom de hiervoor genoemde beleidsregel van toepassing. Wat regelt deze verordening niet Deze verordening is niet van toepassing op schadevergoeding anders dan bedoeld in titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 Omgevingswet. Te denken valt aan schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de overheid schade moet vergoeden omdat ten onrechte een vergunning werd geweigerd. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Toepassingsbereik De reikwijdte van de verordening beperkt zich tot afhandeling van aanvragen om nadeelcompensatie als gevolg van rechtmatige overheidsbesluiten of overheidshandelingen. Deze verordening ziet op nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 Omgevingswet. Artikel 2 Indieningsvereisten De artikelen 4:2 en 4:127 Algemene wet bestuursrecht bevatten een grondslag voor de aanvraag vereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om nadeelcompensatie. In artikel 4:2 Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.