lege van burgemeester en wethouders d.d. 3 oktober 2023; Gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikele
, bedoeld in artikel 3 van de gemeentelijke Bomenverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor het kappen van maximaal 4 bomen € 217,00 voor 5 bomen of meer € 432,00 Artikel 2.15 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken of objecten plaatsen op de weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan, bedoeld in artikel 2:10A van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
- indien 50m2 of minder gemeentegrond in gebruik wordt genomen € 217,00
- indien meer dan 50m2 gemeentegrond in gebruik wordt genomen € 432,00 Artikel 2.16 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft opeen omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
- voor het verkrijgen van een vergunning voor een standplaats van één tot maximaal 5 dagen per kalenderjaar € 183,00
- voor het verkrijgen van een vergunning voor een standplaats van vijf dagen of meer per kalenderjaar € 244,00 Artikel 2.17 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 198,00 Paragraaf 2.8 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.18 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:
- voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 220,00
- in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 220,00 Artikel 2.19 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
- .Als de aanvraag om één of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 1.010
- Als de aanvraag om één of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief: € 1.010 Artikel 2.20 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.18 en 2.19, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 220,00 Paragraaf 2.9 Gelijkwaardigheid Artikel 2.21 Gelijkwaardige maatregel
- Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief € 220,00 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief € 0 c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: € 95,00 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 95,00
- Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.10 Overige tarieven Artikel 2.22 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 316,00 Artikel 2.23 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.24 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: € 212,00 Artikel 2.25 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning
- voor één of meer milieubelastende activiteiten, tenzij artikel 2.39 van toepassing is € 1.010
- voor andere activiteiten, behalve kappen/vellen van houtopstanden € 95,00
- activiteit voor kappen/vellen van houtopstanden € 0 Artikel 2.26 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.31 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.27 Wijzigen van het omgevingsplan
- Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan bedraagt in ieder geval: € 677,00
- Het in lid 1 vermelde tarief wordt, vanaf het moment van indienen, tot het vaststellen van een omgevingsplan (beoordelen aanvraag, opstellen omgevingsplan en volgen procedure) vermeerderd met: a. minimaal: € 4.784,00 b. en maximaal: € 108.900,00
- Het ingevolge het bepaalde in onderdeel 2 verschuldigde tarief wordt, indien van toepassing, verhoogd met de externe advieskosten, met een maximum van: € 34.175,00
- Het ingevolge het bepaalde in onderdeel 1 en 2 verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het verlenen van de aldaar bedoelde medewerking aan de aanvrager schriftelijk medegedeeld middels een begroting welke ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
- Indien een begroting als bedoeld in onderdeel 4 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager is verzonden, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag schriftelijk is ingetrokken.
- Indien de aanvraag wordt afgewezen bedraagt het tarief voor de in onderdeel 2 en 3 vermelde diensten: € 684,00 Artikel 2.28 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 212,00 Paragraaf 2.11 Modaliteiten Artikel 2.29 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 20% met een maximum van: € 1.378,00 Artikel 2.30 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:
- als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 4.545
- als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gecombineerd met een bouwactiviteit: € 4.786,00 indien de bouwkosten meer dan € 150.000,- bedragen, wordt dit bedrag verhoogd met: 0,42% van de bouwkosten boven de € 150.000 met een maximum van: € 54.031,00
- als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet gecombineerd met een bouwactiviteit: bij een perceel van maximaal 1.000m² € 4.786,00 bij een perceel groter dan 1.000m² en maximaal 5.000m² € 6.806,00 bij een perceel groter dan 5.000m² € 9.474,00
- als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen 1,2 en 3: € 4.786,00 Artikel 2.31 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
- voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 372,00
- voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: € 424,00
- voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: € 424,00
- voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 424,00
- voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: € 424,00
- voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek voor beoordeling van een MER aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Het verzoek wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken
- voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 424,00 Paragraaf 2.12 Vermindering Artikel 2.32 Vermindering na conceptverzoek
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om conceptverzoek als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, worden de volgens artikel 2.4, lid 1 en lid 3 geheven leges voor het conceptverzoek in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
- Voor de toepassing van het eerste lid is vereist dat de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt gedaan: voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het conceptverzoek betrekking had; in overeenstemming met de uitkomsten van het conceptverzoek; en binnen 12 maanden na dagtekening van de kennisgeving op het conceptverzoek. Artikel 2.33 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
- De vermindering bedraagt: 7 % Paragraaf 2.13 Teruggaaf Artikel 2.34 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, een en ander met een minimum te vorderen legesbedrag van: € 170,00 Artikel 2.35 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 65% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, een en ander met een minimum te vorderen legesbedrag van € 220,00 het minimumbedrag geldt niet voor de activiteit kappen/
Artikel 2
.36 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
- bij gehele of gedeeltelijke intrekking voordat de aanvraag naar de inhoud is beoordeeld en getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; een en ander met een minimum te vorderen legesbedrag van: € 220,00
- bij gehele of gedeeltelijke intrekking nadat deze naar de inhoud is beoordeeld en getoetst aan de daarvoor geldende wet - en regelgeving, maar voordat daarop een besluit is genomen 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; een en ander met een minimum te vorderen legesbedrag van: € 220,00 het minimumbedrag geldt niet voor de activiteit kappen/
Artikel 2
.37 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 20% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.38 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning
- Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 20% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges, met een minimum te vorderen legesbedrag van: € 220,00
- Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. het minimumbedrag geldt niet voor de activiteit kappen/
Artikel 2
.39 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
- HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van:
- Een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: a. Voor de uitoefening van een horecabedrijf: € 405,00 b. Voor de uitoefening van een slijtersbedrijf: € 394,00 Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van: a. Een ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2:29 zevende lid van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 246,00 a. Een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: € 394,00 b. Een verlof op grond van artikel 2:34k van de Algemene Plaatselijke Verordening (verstrekken van alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse in een besloten ruimte anders dan om niet): € 197,00 d. Een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: € 98,00 d. Een wijziging van een verlof op grond van artikel 2:34k lid 1 en 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 147,00 e. Een terrasvergunning: € 197,00 Artikel 3.3 Melding Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet, dan wel naar aanleiding van een wijziging van een leidinggevende: € 197,00 Artikel 3.4 Niet-ontvankelijk Indien een aanvraag als bedoeld in de artikel 3.1, 3.2 of 3.3 niet-ontvankelijk is en aanvullende stukken moeten worden opgevraagd, worden de leges voor de desbetreffende vergunning verhoogd met: € 207,00 Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.5 Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
- Om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening: € 1.188,00
- Als bedoeld in artikel 2.1 van de nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven: a. Bij een inrichting met 1 tot 5 werkkamers, bovenop het bedrag dat vermeld staat onder 1: € 705,00 b. Bij een inrichting met 5 tot 10 werkkamers, bovenop het bedrag dat vermeld staat onder 1: € 1.264,00 c. Bij een inrichting met 10 of meer werkkamers, bovenop het bedrag dat vermeld staat onder 1: € 1.828,00 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.6 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdwet: € 189,00 Paragraaf 3.4 Organiseren evenement Artikel 3.7 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:
- Het verlenen van een vergunning op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening: a. Een evenement categorie A: € 82,00 b. Een meerdaags evenement categorie A: € 131,00 c. Een evenement categorie B: € 244,00 d. Een meerdaags evenement categorie B: € 305,00 e. Een evenement categorie C: € 366,00 f. Een meerdaags evenement categorie C: € 464,00 Artikel 3.8 Vermindering of teruggaaf vanwege intrekking aanvraag evenementenvergunning
- Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk intrekt, bestaat aanspraak op vermindering of teruggaaf van een deel van de verschuldigde leges. De vermindering of teruggaaf bedraagt: 65% van de voor het in behandeling nemen van de ingetrokken onderdelen van de aanvraag verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 54,00
- Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken nadat deze naar de inhoud is beoordeeld en getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving, maar voordat daarop een besluit is genomen, bedraagt de vermindering of teruggaaf: 20% van de voor het in behandeling nemen van de ingetrokken onderdelen van de aanvraag verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 54,00 Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.9 Marktstandplaatsvergunningen
- Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. Voor het verkrijgen van een vergunning voor een standplaats van 1 tot maximaal 5 dagen per kalenderjaar als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 183,00 b. Voor het verkrijgen van een vergunning voor een standplaats van 5 dagen of meer per kalenderjaar als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 244,00 Paragraaf 3.6 Kinderopvang Artikel 3.10 Exploitatie gastouderopvang, gastouderbureau of kindercentrum
- Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, lid 1 en 2, Wet kinderopvang voor het in exploitatie nemen van: a. Een voorziening voor een gastouderopvang: € 396,00 b. Een gastouderbureau of een kindercentrum: € 1.783,00 Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Artikel 3.11 Verlenen van een andere vergunning, ontheffing of beschikking Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 99,00 Artikel 3.12 Coördinatieregeling Indien de coördinatieregeling wordt toegepast waarbij meerdere vergunningen of ontheffingen uit hoofdstuk 1 en 3 van deze verordening gelijktijdig en in samenhang worden aangevraagd, dan wordt een korting toegepast op de som van de afzonderlijk verschuldigde leges van: 20% Paragraaf 3.8 Vermindering of teruggaaf Artikel 3.13 Vermindering of teruggaaf vanwege intrekking aanvraag binnen hoofdstuk 3 (behalve paragraaf 3.4) Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing, geheel of gedeeltelijk intrekt nadat deze is ingediend, bestaat aanspraak op vermindering of teruggaaf van een deel van de verschuldigde leges. De vermindering of teruggaaf bedraagt: a. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken voordat deze naar de inhoud is beoordeeld en getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving: 65% Van de voor het in behandeling nemen van de ingetrokken onderdelen van de aanvraag verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 82,00 b. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken nadat deze naar de inhoud is beoordeeld en getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving, maar voordat daarop een besluit is genomen: 20% Van de voor het in behandeling nemen van de ingetrokken onderdelen van de aanvraag verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 82,00 Artikel 3.14 Vermindering of teruggaaf vanwege intrekking verleende vergunning en/of ontheffing Als op verzoek van de vergunninghouder een verleende vergunning en/of ontheffing geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, bestaat aanspraak op vermindering of teruggaaf van een deel van de verschuldigde leges, mits het verzoek is gedaan binnen een jaar na de verlening van de vergunning en/of de ontheffing en van het onderdeel of de onderdelen van die vergunning en/of ontheffing waarop het verzoek betrekking heeft, geen gebruik is gemaakt. De vermindering of teruggaaf bedraagt: 20% van de voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het onderdeel of de onderdelen van de vergunning en/of ontheffing waarop het verzoek om intrekking betrekking heeft verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 82,00 Artikel 3.15 Vermindering of teruggaaf vanwege het weigeren van een vergunning en/of ontheffing
- Als de gemeente een vergunning en/of ontheffing geheel of gedeeltelijk weigert, bestaat aanspraak op vermindering of teruggaaf van een deel van de verschuldigde leges. De vermindering of teruggaaf bedraagt: 20% van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor het betreffende onderdeel of de betreffende onderdelen van de vergunning en/of ontheffing verschuldigde leges, een en ander met een minimum legesbedrag van: € 82,00
- Onder een weigering als bedoeld onder het eerste lid van dit artikel wordt mede verstaan geheel of gedeeltelijke vernietiging van een vergunning en/of ontheffing in bezwaar of beroep. Artikel 3.16 Teruggaaf als gevolg van het niet behandelen van een aanvraag voor een vergunning en/of ontheffing
- Als de gemeente een aanvraag niet behandelt op grond van artikel 4:5 Awb, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 65% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met een minimum te vorderen bedrag van: € 82,00
- Indien na een weigering, een besluit tot buiten behandeling laten, of intrekking van een vergunning en/of ontheffing conform artikel 3.5, dezelfde vergunning en/of ontheffing, binnen één jaar na het besluit of intrekking, opnieuw wordt aangevraagd, waarbij het gebrek is hersteld, wordt 75% van het bedrag, dat na verrekening van teruggaaf op grond van artikel 3.16 lid 1 in rekening is gebracht, in mindering gebracht op de leges. Behorende bij het raadsbesluit van 8 november
- De griffier van de gemeente Hengelo