wet bestuursrecht; I. Gelet op: Onderstaande besluiten: Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400) Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet (Stb. 2020, 557) Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (S
Artikel 22
.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand tot een geurgevoelig gebouw, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.12. Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig gebouw bij geur door het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand Geurgevoelig gebouw Afstand Gelegen binnen de bebouwingscontour 100 m Gelegen
Artikel 22
.102 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand Artikel 22.101 is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel. In een geval als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen en de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet afnemen. Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf Onverminderd de artikelen 22.98 tot en met 22.102 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierverblijf tot een geurgevoelig gebouw bij geur door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden Geurgevoelig gebouw Afstand Gelegen binnen de bebouwingscontour 50 m Gelegen buiten de bebouwingscontour 25 m In afwijking van artikel 22.97 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf. Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.103, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: die afstand niet afnemen; de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw niet toenemen; en het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen. Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony’s die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.103, eerste lid, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden: die afstand niet afnemen; en het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen. Artikel 22.106 t/m 22.113 [vervallen] Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand Dit artikel is van toepassing op het opslaan van: vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden; champost; of dikke fractie. Dit artikel is niet van toepassing op: het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m3 of minder; het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en het opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig gebouw bij geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie Opslaan van vast mest, champost of dikke fractie Geurgevoelig gebouw Afstand Gelegen binnen de bebouwingscontour 100 m Gelegen
Artikel 22
.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m
- Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig gebouw bij geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong Geurgevoelig gebouw Afstand Gelegen binnen de bebouwingscontour 100 m Gelegen
Artikel 22
.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand Dit artikel is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m
- Dit artikel is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.22 Afstand tot een geurgevoelig gebouw bij geur door het composteren of opslaan van groenafval Composteren of opslaan van groenafval Afstand Geurgevoelig gebouw, gelegen binnen de bebouwingscontour 100 m Geurgevoelig gebouw, gelegen
Artikel 22
.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking Dit artikel is van toepassing op het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in artikel 22.114, het opslaan van substraatmateriaal van plantaardige oorsprong, bedoeld in artikel 22.113, het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in artikel 22.116, en het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel 22.119, als: het opslaan al voor 1 januari 2013 plaatsvond; de afstand tussen een activiteit en een geurgevoelig gebouw op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.114, derde lid, 22.115, tweede lid, 22.116, derde lid, of 22.119, derde lid; en verplaatsing van de opslagplaats of composteringshoop redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Dit artikel is ook van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins, bedoeld in artikel 22.117, eerste lid, als: de afstand tussen de activiteit, bedoeld in artikel 22.117, eerste lid, en een geurgevoelig gebouw op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.117, tweede lid; het mestbassin voor 1 januari 2013 is opgericht; en verplaatsing van het mestbassin redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid is artikel 22.114, derde lid, 22.115, tweede lid, 22.116, derde lid, 22.117, tweede lid, of 22.119, derde lid, niet van toepassing en neemt de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet af. Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.23 Waar voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig gebouw Activiteit Geurgevoelig gebouw Grenswaarde Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 0,5 ouE/m3 Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk Gelegen: Op een gezoneerd industrieterrein; Op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; Op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of Buiten de bebouwingscontour. 1 ouE/m3 In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig gebouw door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.
- Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig gebouw Activiteit Geurgevoelig gebouw Grenswaarde Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996 Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 1,5 ouE/m3 Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996 Gelegen: Op een gezoneerd industrieterrein; Op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; Op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of Buiten de bebouwingscontour. 3,5 ouE/m3 Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten De waarden, bedoeld in artikel 22.122, eerste lid, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten die: op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gebouwd; of in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd. Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen 22.122, tweede lid, en 22.123, is de waarde van de geur op een geurgevoelig object als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig object, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in artikel 22.122, eerste lid, niet worden overschreden. Artikel 22.200 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 22.200 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen. Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.