Uitvoeringsregels Wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente Noordoostpolder 2023INLEIDING Op 13 november 2023 heeft de gemeenteraad van Noordoostpolder de 'Wegsleepverordening gemeente Noordoostpolder 2023” (hierna: Wegsleepverordening), vastgesteld. In deze Wegsleepverordening staat beschreven in welke gevallen de gemeente Noordoostpolder overgaat tot het laten wegslepen van voertuigen. Om op adequate wijze uitvoering te geven aan deze Wegsleepverordening, zijn de voorliggende “Uitvoeringsregels wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente Noordoostpolder 2023” (hierna: Uitvoeringsregels) opgesteld. Middels deze Uitvoeringsregels wordt een eenduidige werkwijze gegenereerd ten aanzien van het wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen. De toepassing is daarmee ook mogelijk bij bijvoorbeeld marktterreinen, standplaatslocaties, evenementenlocaties, werkzaamheden, onderhoud, voetgangersgebieden en invalidenparkeerplaatsen. 1Begripsomschrijvingen 1.Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Apv: Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Noordoostpolder; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Bevoegde functionaris: de gemandateerde parkeercontroleur, gemandateerde buitengewoon opsporingsambtenaar en/of de gemandateerde executieve politieambtenaar; Buitengewoon opsporingsambtenaar: ambtenaar in dienst van de gemeente Noordoostpolder bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang met betrekking tot de Wegsleepverordening; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; Executieve politieambtenaar: politieambtenaar bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang met betrekking tot Wegsleepverordening; Rechthebbende: de eigenaar of houder van een voertuig; Bewaarder: de directeur van het bergingsbedrijf Delta Berging en Transport B.V. dat gemandateerd is tot uitvoering van de Wegsleepverordening; de bewaarder is belast met zowel het wegslepen, bewaren als teruggave van voertuigen. 1.2Bewaarder Het college mandateert de bevoegdheid tot het bewaren aan de directeur van het bergingsbedrijf Delta Berging & Transport BV. Deze persoon vervult namens het college de functie van ‘bewaarder’. De bewaarder beheert het bewaringsregister en ziet erop toe dat de wettelijke termijnen niet worden overschreden. Hij geeft uitvoering aan die werkzaamheden die in de regelingen, genoemd in deze Uitvoeringsregeling, aan de bewaarder zijn toebedeeld. Daarnaast doet hij al het nodige om een goede en verantwoordelijke bewaring van voertuigen te verzekeren. Hiertoe behoren in ieder geval: het wegslepen en opslaan van het voertuig; het doen van een mondeling verzoek aan de politie om de rechthebbende op een voertuig te achterhalen; het doen van een mondeling verzoek aan het college van burgemeester en wethouders om de rechthebbende aan te schrijven het voertuig op te komen halen; alle handelingen om te komen tot verkoop van het voertuig (inclusief ingeschakelde taxateur); de daadwerkelijke verkoop. 2.Aantreffen foutief geparkeerde voertuigen 2.1.Algemeen 1.Wegslepen is een bijzondere vorm van bestuursdwang, waarvoor de wettelijke regels wat betreft bestuursdwang van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. De procedure betreffende de Wegsleepverordening start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig, dat onbruikbaar of beschadigd gestrand is. Onder "voertuigen" wordt mede verstaan: snorfietsen, bromfietsen, scooters, gehandicaptenvoertuigen, vrachtauto's, bussen, aanhangwagens, campers, caravans, kampeermiddelen en reclamevoertuigen. De eerste afweging die moet worden gemaakt is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Voertuigen zijn wegsleepwaardig, indien er een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: de veiligheid op de weg en/of; de vrijheid van het verkeer en/of; het vrijhouden van de wegen of weggedeelten, zoals aangewezen in het ‘Besluit wegslepen van voertuigen’ (Staatsblad 2001, nr. 353) en waarop de gemeentelijke Wegsleepverordening van toepassing is. Daarnaast is een voertuig wegsleepwaardig, indien er sprake is van overtreding van artikelen 5:2, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9 en 5:10 van de Apv. 2.Ingevolge artikel 170 lid 1 sub c van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 2 van het ‘Besluit wegslepen van voertuigen’ juncto artikel 2 van de Wegsleepverordening zijn een aantal wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld aangewezen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de meeste gevallen gaat het om een van de volgende wegen of weggedeelten: wegen en weggedeelten waar door middel van bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24 lid 1 sub e van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; wegen en weggedeelten waar door middel van bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub g van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV 1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven: de categorie of groep voertuigen waardoor de parkeergelegenheid is bestemd, of; het voertuig op een andere dan aangegeven wijze is geparkeerd, of; het parkeren op bepaalde dagen of uren is verboden; taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage 1 bij het RVV 1990; gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage I bij het RVV 1990; voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord C1 van bijlage 1 bij het RVV 1990; wegen en weggedeelten binnen de bebouwde kom waar een voertuig dat met inbegrip van de lading, een lengte van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter is geparkeerd; parkeergelegenheden ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen, aangeduid door bord E8c van bijlage I bij het RVV 1990. 2.2.Geen Mulder-traject na wegslepen 1.De wetgever zet in de memorie van toelichting uiteen dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder, kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voertuig al genoeg ‘gestraft’ is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er in feite geen sprake is van straffen. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging, niet het bestraffen van de bestuurder. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang wel met hoge kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren. Hierin kan aanleiding worden gevonden van een strafrechtelijk of bestuursrechtelijk vervolg af te zien. Overigens is de wetgever van mening dat het niet opleggen van een Mulder-sanctie niet in alle gevallen zal opgaan. Als de parkeerovertreding zo ernstig is – als gevolg van de overtreding is bijvoorbeeld een omvangrijke schade ontstaan – kan een strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sanctie passend zijn. Dat staat dan ter beoordeling van justitie en politie. 2. Daarnaast is een uitzondering binnen de gemeente Noordoostpolder van toepassing. Dit betreft de situatie dat er meerdere auto's moeten worden weggesleept om het betreffende terrein te kunnen inrichten voor de markt of voor een ander evenement. In dat geval wordt op de auto's eerst een Mulder-bon achtergelaten. Vervolgens gaat de bewaarder de auto's wegslepen. Op het moment dat daadwerkelijk met het wegslepen wordt begonnen, wordt de Mulder-transactie ingetrokken. Dit wordt zo gedaan om rechtsongelijkheid te voorkomen. 2.3.Noodzaak Het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het ‘Besluit wegslepen van voertuigen’, is in beginsel voldoende om de Wegsleepverordening toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur 's nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (het houden van een weekmarkt op die dag bijvoorbeeld) niet noodzakelijk. 2.4Actie Alleen executieve politieambtenaren, de buitengewoon opsporingsambtenaren en de marktmeester die werkzaamheden verrichten namens de gemeente Noordoostpolder (hierna: “de bevoegde functionaris”) zijn bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Zodra de overtreding is geconstateerd overlegt bij twijfel de bevoegde functionaris met de manager Vergunningen, Toezicht en Handhaving of, bij diens afwezigheid, met de piketdienst openbare orde en veiligheid/vervangende manager of er sprake is van een wegsleepwaardige situatie. 2.5Waarnemingstijd Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen is allereerst een waarnemingstijd nodig. Verbod stil te staan: voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. Parkeerverboden: bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel voordat er kan worden geconstateerd dat er sprake is van parkeren. Parkeren op laad- en loshavens: bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren. Na de constatering van de overtreding wordt overgegaan tot inschatting van de noodzaak tot wegslepen. 3.Toepassing procedure 3.1.Besluit bestuursdwang De bevoegde functionaris schakelt bij een wegsleepwaardige situatie de bewaarder in of besluit de procedure zelf ter hand te nemen en volgt de hieronder aangegeven procedure. De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de bewaarder. Na de komst van de bewaarder maakt het personeel van het bergingsbedrijf (bewaarder) Delta Berging en Transport BV een foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hierdoor kan het nodig zijn meerdere foto's te maken. De foto c.q. foto's worden in het bewaringsregister opgenomen. Het personeel van het bergingsbedrijf (bewaarder) Delta Berging en Transport BV vult, alvorens te starten met de wegsleepwerkzaamheden, ter plaatse een proces-verbaal van het wegslepen en opslaan van het voertuig in. In het proces-verbaal wordt eventuele schade aan het voertuig genoteerd. Dit document wordt ondertekend door een medewerker van het bergingsbedrijf (bewaarder) Delta Berging en Transport BV namens de directeur van dit bedrijf (bewaarder) en de bevoegde functionaris. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het bergingsbedrijf (bewaarder) Delta Berging en Transport BV het voertuig nogmaals op beschadigingen en maakt indien nodig een of meerdere foto’s. De bevindingen worden eveneens ingevuld op het proces-verbaal. Het proces-verbaal wordt opgenomen in het bewaringsregister. 3.2Schade noteren In verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172 lid 8 Wegenverkeerswet 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op aanwezige schade. De schade wordt genoteerd in het proces-verbaal. Ook schade die wordt veroorzaakt tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet worden genoteerd en gefotografeerd. 3.3Sleepfasen en kosten Het wegslepen van voertuigen is te verdelen in drie fasen: Fase 1: Een bergingsvoertuig is bij de bewaarder besteld. Er is sprake van een onvolledige berging indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het bergingsvoertuig ter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan de voorbereiding van de overbrenging van het voertuig, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de onvolledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept en dienen de wegsleepkosten op de bewaarplaats te worden betaald. Fase 2: Het wegsleepvoertuig van de bewaarder is ter plaatse en het voertuig bevindt zich op de lepel van het wegsleepvoertuig en is reeds bevestigd op het wegsleepvoertuig. Vanaf dat moment is er sprake van een volledige berging. De eigenaar/houder/bestuurder komt ter plaatse en wil het voertuig verplaatsen. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan het overbrengen van het voertuig naar de bewaarplaats, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de volledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig weggesleept en dienen de wegsleepkosten op de bewaarplaats te worden betaald. Fase 3: Het voertuig is/wordt weggesleept en in bewaring gesteld. Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten: de wegsleepkosten en de kosten van bewaring. Ingeval een voertuig in beslag genomen wordt en daartoe wordt weggesleept zijn de kosten geheel voor de politie. Denk hierbij aan tijdelijke bewaring in het kader van hulpverlening, bij inbeslagname en in het kader van ondertoezichtstelling. Voor voertuigen die na het vrijgeven niet worden opgehaald kunnen wel bewaarkosten worden berekend. In deze gevallen zal de bewaarder per aangetekend schrijven de eigenaar/houder hiervan in kennisstellen en wordt dit vermeld in het bewaarregister. 3.4Karakter bestuursdwang 1.Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang, dat wil in dit geval zeggen het toepassen van de Wegsleepverordening als bedoeld in artikel 170, lid 1, WVW 1994, wordt op schrift gesteld door de bevoegde functionaris. Deze schriftelijke beslissing is een beschikking (artikel 5:24 lid 1 Awb). Wanneer een voertuig bij de bewaarder wordt opgehaald door de eigenaar/houder of gemachtigde, wordt door de bewaarder het besluit tot last onder bestuursdwang uitgereikt. 2.Ingevolge het tweede lid van artikel 5:24 Awb moet in dit besluit het overtreden voorschrift worden vermeld. Tegen het besluit tot last onder bestuursdwang staat de mogelijkheid om bezwaar in te dienen open. Tevens vermeldt het besluit aan welke voorwaarden het bezwaarschrift moet voldoen. 3.5Karakter proces-verbaal meevoeren en opslaan Van het meevoeren en opslaan van het voertuig moet proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een afschrift wordt verstrekt aan degene die het voertuig onder zich had. Het woord ‘proces-verbaal’ heeft hier de betekenis van een verklaring krachtens artikel 5:29 lid 2 Awb. Het opmaken van een proces-verbaal is met name voorgeschreven in het belang van de rechtszekerheid van de rechthebbenden. Met betrekking tot de Wegsleepverordening zal dit proces-verbaal met name een rol kunnen spelen ingeval de belanghebbende tegen de toepassing van de Wegsleepverordening bezwaar maakt bij het college. Degene die het bezwaarschrift indient, moet daarbij aan afschrift van het proces-verbaal voegen. 3.6Bezwaar- en beroepsmogelijkheid De rechthebbende kan zijn bezwaren tegen het toepassen van de bestuursdwang - in casu de Wegsleepverordening op grond van artikel 170 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 - richten aan het college. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep open bij de rechtbank met de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeente Noordoostpolder heeft een commissie bezwaarschriften, die het college bij de heroverweging op het bezwaar adviseert. Het college zal zich in de regel laten vertegenwoordigen door de juridisch handhaver, de ambtenaar openbare orde en veiligheid of de betrokken toezichthouder/buitengewoon opsporingsambtenaar. 4Bewaren van voertuigen 4.1Aanvang van het bewaren Het is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voertuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn verhaalbare bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat in op het moment dat het voertuig van het bergingsvoertuig is losgekoppeld op de plaats van bewaring. Dit tijdstip wordt genoteerd in het bewaringsregister. 4.2Plaats van het bewaren Het bewaren van een voertuig geschiedt op de daarvoor bestemde plaats. Het college bepaalt op grond van artikel 3 van de Wegsleepverordening, dat de weggesleepte voertuigen worden bewaard op het terrein van Delta Berging en Transport BV in Emmeloord. Het adres van de vestiging is Cantineweg 6, 8305 AB te Emmeloord. Hier worden ook de weggesleepte aanhangwagens, snorfietsen, caravans, campers, kampeermiddelen en reclamevoertuigen geplaatst. Het beleid dient er op gericht te zijn om de bewaartijd van voertuigen op de aangewezen bewaarplaats te beperken. 4.3Procedure voertuigen 1.Het voertuig wordt conform artikel 4.2 geplaatst op de daarvoor aangewezen plaats. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder. 2.De bewaarder draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.