Uitvoeringsregel beoordeling splitsen woningen en percelen binnen de bebouwde komHet College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst; overwegende dat er behoefte is aan een toetsingskader voor alle gebieden binnen de bebouwde kom van de gemeente Maashorst; gelet op artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet, juncto artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en artikelen 1:3, vierde lid, 4:81 en 4:82 van de Algemene wet bestuursrecht. b e s l u i t vast te stellen de Uitvoeringsregel beoordeling splitsen woningen en percelen binnen de bebouwde kom. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze uitvoeringsregel wordt verstaan onder: Bebouwde kom: de gebieden die als bestaand stedelijk gebied (stedelijk concentratiegebied en kernen in landelijk gebied) zijn aangemerkt in de provinciale omgevingsverordening. Splitsing perceel met toevoegen van een extra grondgebonden woning: het splitsen van een bouwperceel om een extra zelfstandige grondgebonden woning op het af te splitsen perceel toe te voegen. Woningsplitsing: van woningsplitsing is sprake wanneer een tweede zelfstandige woning wordt gecreëerd binnen het casco van een reeds bestaande woning, die beide permanent worden bewoond door zelfstandige huishoudens. Hoofdstuk2.Toetsingsregels Artikel2.Beleidstoets 2.1 Algemeen Dit beleidskader richt zich alleen op omgevingsplanactiviteiten of buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen de bebouwde kom. De nieuw te vormen woningen moeten kunnen voldoen aan de eisen vanuit het op dat moment geldende bouwbesluit of vervangende regeling van bouwvoorschriften op rijksniveau (bijvoorbeeld t.a.v. de bergruimte). Bij splitsing van een bestaande woning kan hier een uitzondering op worden gemaakt voor het rechtens verkregen niveau, bijvoorbeeld omdat de maatvoering niet meer aan te passen is (onder andere bij een eis van minimale verdiepingshoogte). 2.2 Volkshuisvestelijk belang Getoetst wordt of splitsing niet strijdig is met het volkshuisvestelijk belang: doet het toestaan van een nieuwe woning afbreuk aan het bereiken van de beleidsdoelen vanuit volkshuisvesting? 2.3 Cultuurhistorisch belang Getoetst wordt of splitsing niet strijdig is met het cultuurhistorisch belang van de, of de omliggende bebouwing zoals is vastgelegd in een bestemmingsplan, omgevingsplan of in het gemeentelijk erfgoedregister: doet splitsing afbreuk aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de woning en de directe omgeving? 2.4 Belang voor de leefbaarheid en diversiteit van een buurt Getoetst wordt of splitsing geen afbreuk doet aan de diversiteit van de opbouw van het woningbestand in de buurt. Getoetst wordt of splitsing mogelijk een negatieve bijdrage levert aan de leefbaarheid van een buurt: doet splitsing afbreuk aan het oplossen van sociale knelpunten in de wijk? 2.5 Noodzakelijke voorwaarde Uitgangspunt van de beleidstoets is dat geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen genoemd onder 2.2 tot en met 2.4 (volkshuisvestelijk, cultuurhistorisch, of bijdrage aan de leefbaarheid of diversiteit van een buurt). Indien dit wel het geval is, wordt niet meegewerkt aan de splitsing en vindt ook geen ruimtelijke toets of omgevingstoets plaats. Artikel3.Ruimtelijke toets 3.1 Verkeer en parkeren Uitgangspunt is dat extra parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit is mede afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden voor de inpassing op het perceel, waarbij ook toetsing plaatsvindt aan de ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld. Indien de extra parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan ook worden gekeken naar het parkeren in de openbare ruimte: Biedt de parkeerbalans in de directe omgeving eventueel ruimte om de extra benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te vangen of kunnen extra parkeerplaatsen aangelegd worden? Het bepaalde in het parkeerbeleid is daarbij van toepassing. De kosten van de aanleg van extra parkeerplaatsen (inclusief vergoeding voor de daarvoor benodigde grond) worden verhaald op de initiatiefnemer. 3.2Stedenbouwkundig Het splitsen van een woning of perceel mag geen afbreuk doen aan de stedenbouwkundige kwaliteit (hoofdopzet en straatbeeld), waarbij gekeken wordt naar aspecten als de zichtbaarheid van de woningen vanaf de openbare weg, de effecten van de nieuwe woonpercelen op aanliggende woonpercelen, de nieuw te vormen kavelbreedte, voortuindiepte, bebouwingsoppervlak en bebouwingsbreedte in verhouding tot de overige percelen in de straat. Voor een illustratie hiervan zie bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.