Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2024Zaaknummer: 2055432 gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. betreft: Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2024 De Raad van de gemeente Hoorn besluit: gelet op artikel 228a van de gemeentewet; vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2024 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering verstaan: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen; onder afvalwater verstaan: water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan: een roerende zaak of onroerende zaak. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die bij de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en zuivering van huishoudelijk afvalwater; de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, en ook het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam “rioolheffing” wordt geheven: een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft volgens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een heffing van de gebruiker van een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een heffing van de gebruiker van een eigendom van waaruit meer dan 1.000 m3 afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Over de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, behalve als blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet volgens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; die een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan; het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld; degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden, aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden. Artikel4Zelfstandige gedeelten Als gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de heffingen geheven over elk als zodanig bestemd gedeelte, tenzij twee of meer van die gedeelten als een geheel worden gebruikt, dan worden deze als één eigendom aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing Met de heffing, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a. en b. wordt geheven per eigendom. De heffing, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c. wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater boven 1.000 m3, dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt, als de belastingplichtige dit aantoont, verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel6Tarieven De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a. bedraagt per eigendom voor de eigenaar: € 122,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.