Financieel Statuut gemeente Hellendoorn 2023Nijverdal, 21 november 2023 Nr. 2023-019257 Burgemeester en wethouders van Hellendoorn; Overwegende dat het met het oog op een goede afbakening van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de financiële functie alsmede op de structurering van de financiële processen noodzakelijk is daartoe nadere regels te stellen; Gelet op artikel 31, eerste lid, van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023; B e s l u i t e n: vast te stellen het navolgende Financieel Statuut gemeente Hellendoorn 2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In het financieel statuut wordt verstaan onder: college: Burgemeester en Wethouders; tussentijdse rapportage: periodieke rapportage van het college aan de gemeenteraad, waarin op hoofdlijnen verantwoording wordt afgelegd over de uitvoering van het beleid en de besteding van de daarbij behorende budgetten, minimaal twee maal per jaar; programmabegroting: door de gemeenteraad vast te stellen (meerjaren)begroting, waarin ten behoeve van de bestuurlijke afweging een overzicht wordt gegeven van het voorgenomen beleid en de daarbij behorende budgetten, prestaties en beoogde effecten; gemeenterekening: door het college op te maken en door de gemeenteraad vast te stellen gemeenterekening (bestaande uit de onderdelen jaarverslag en jaarrekening), waarin het college verantwoording aflegt over de uitvoering van de programmabegroting; treasury: het geheel van activiteiten in verband met het aantrekken en uitzetten van financieringsmiddelen op korte en lange termijn, teneinde op optimale wijze in de financieringsbehoefte te voorzien; administratieve organisatie: het geheel van maatregelen gericht op het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van financiële en bedrijfsvoeringsgegevens gericht op het verstrekken van informatie ten behoeve van: het besturen, het doen functioneren en het beheersen van de organisatie; de verantwoordingen die daarover moeten worden afgelegd; interne controle: het geheel van maatregelen en handelingen gericht op beheersing van het (financiële) proces en het voorkomen van onrechtmatigheden c.q. frauduleuze handelingen; manager: de integraal (eind)verantwoordelijke voor het beleid en de uitvoering van de producten van het team en de inzet van de daartoe benodigde middelen. Onder manager dienen voor de toepassing van dit statuut tevens te worden verstaan: de algemeen directeur en de griffier; kassier: is belast met het dagelijks beheer van de geldmiddelen; comptabele: is belast met het verrichten van betalingen door de gemeente. Artikel 2 Doeleinden Het financieel statuut heeft tot doel het aangeven van de structuur van de financiële informatievoorziening ten behoeve van het gemeentelijk bestuur en management en de daarbij behorende controle op de administratie en het beheer van vermogenswaarden alsmede de kaders waarbinnen besluitvormingsprocessen met financiële aspecten plaatsvinden. Het financieel statuut dient als nadere uitwerking ten behoeve van het college van de volgende verordeningen: de Financiële verordening gemeente Hellendoorn, voorgeschreven in artikel 212 Gemeentewet; de Controleverordening gemeente Hellendoorn, voorgeschreven in artikel 213 Gemeentewet; de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Hellendoorn, voorgeschreven in artikel 213a Gemeentewet. Hoofdstuk 2 Begrotingswijzigingen Artikel 3 Begrotingsdiscipline Dreigende overschrijdingen van uitgavenramingen worden zoveel mogelijk door tijdige en passende maatregelen voorkomen, tenzij zij voortvloeien uit rechtstreeks daarmee in verband staande stijgingen van inkomsten of het gevolg zijn van verschuivingen van apparaatskosten en/of interne doorberekeningen. Op een begrotingspost van een product en onderdelen daarvan zijn overschrijdingen in directe uitgaven toelaatbaar, mits compensatie binnen hetzelfde product c.q. hetzelfde beleidsveld binnen hetzelfde programma en hetzelfde type uitgaven (materiële ramingen, apparaatskosten of kapitaallasten) plaatsvindt. Onderschrijdingen van uitgavenramingen mogen niet worden aangewend voor nieuw beleid en/of beleidsintensiveringen; wel mogen zij binnen het betreffende programma en hetzelfde type uitgaven dienen als compensatie van overschrijdingen, bedoeld in het tweede lid, of van tegenvallende inkomsten. Mee- en tegenvallers op baten komen ten gunste respectievelijk ten laste van de algemene middelen. Onder de hier bedoelde baten zijn begrepen de voor- en nadelen van overhevelingen van specifieke uitkeringen naar de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op de balans worden onder crediteuren en overige schulden geen bedragen opgenomen waaraan per 31 december geen aangegane verplichtingen ten grondslag liggen. De opgenomen bedragen kunnen uitsluitend overeenkomstig het oorspronkelijke doel worden besteed. Het saldo van positieve en (onvermijdelijke) negatieve afrekeningsverschillen op de in het vijfde lid bedoelde bedragen komt ten gunste of ten laste van de algemene middelen. Overschrijdingen van totale lasten per programma als gevolg van beleidswijzigingen c.q. beleidsintensiveringen zijn slechts toelaatbaar na voorafgaande goedkeuring door de raad, door middel van een daartoe strekkende begrotingswijziging. Hiervan uitgezonderd zijn overschrijdingen als gevolg van aanpassing van interne doorberekeningen en/of verschuiving van apparaatskosten. Artikel 4 Begrotingswijzigingen Begrotingswijzigingen als gevolg van nieuw beleid en intensiveringen van bestaand beleid worden ter vaststelling aan de raad aangeboden. Vooruitlopend daarop kunnen ter zake geen uitgaven worden gedaan c.q. verplichtingen worden aangegaan. Het college legt wensen voor nieuw beleid alleen voor aan de raad als deze wensen integraal tegen elkaar afgewogen kunnen worden met inachtneming van de beschikbare financiële ruimte. Deze afweging vindt op 1 moment per jaar plaats: bij de behandeling van de begroting door het college en de raad. Bij de tussentijdse rapportages en bij de jaarrekening worden geen besluiten genomen over nieuw beleid. Bij de tussentijdse rapportages worden wel knelpunten en dekking daarvan integraal bezien Beleidsvoornemens of aangepast beleid worden alleen tussentijds ter besluitvorming voorgelegd als ze voldoen aan de drie O's: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. De algemeen directeur is ervoor verantwoordelijk dat ontwerpbegrotingswijzigingen aan het college worden voorgelegd. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze in de dekking wordt voorzien. De manager bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor toetsing van de wijzigingsvoorstellen, waarborgt dat gestelde kaders en richtlijnen juist gehanteerd zijn en dat sprake is van betrouwbare informatie. Artikel 5 Voorstellen met financiële consequenties Indien raads- en collegevoorstellen kunnen leiden tot hogere of lagere uitgaven of ontvangsten voor het lopende begrotingsjaar of voor latere jaren, worden de financiële gevolgen in een afzonderlijk onderdeel vermeld in de bijbehorende toelichting. Daarbij wordt tevens aangegeven of, onderscheidenlijk in hoeverre, de financiële gevolgen begrepen zijn in de laatst vastgestelde begroting. De manager is ervoor verantwoordelijk dat voorstellen waaraan financiële of beleidsinhoudelijke gevolgen zijn verbonden en die een wijziging van de begroting noodzakelijk maken, voorzien van een integraal advies worden voorgelegd aan het college. Een voorstel van het college om geld uit te geven voor tussentijdse beleidsvoorstellen (geen nieuw beleid) moet een compleet dekkingsvoorstel bevatten. Als er geen sprake is van externe dekking, moet aangegeven worden welke bestaande begrotingspost daarvoor wordt ingezet of welk oud beleid moet worden verminderd of geschrapt ten gunste van het betreffende beleidsvoorstel. Er kunnen geen inhoudelijke voorstellen worden gedaan waarbij de financiële consequenties worden doorgeschoven naar een later moment. Hoofdstuk 3 Financieel beheer Artikel6 Administratieve organisatie/interne controle Het geheel van maatregelen gericht op het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van financiële- en bedrijfsvoeringsgegevens en de daarbij behorende interne controlemaatregelen worden beschreven in de controleplannen per proces voor de financieel meest relevante processen. De manager bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor het tot stand komen van het meerjaren beleidsplan interne controle en het jaarplan interne controle, waarin kaders en richtlijnen voor het beschrijven van de administratieve organisatie en de opzet van de interne controle worden beschreven. De manager is ervoor verantwoordelijk dat binnen de kaders van het meerjaren beleidsplan interne controle de administratieve organisatie en interne controle binnen zijn team worden uitgewerkt en actueel worden gehouden. Team bedrijfsvoering geeft hierbij noodzakelijke ondersteuning. Artikel7 Regeling budgetverantwoordelijkheid De manager is budgethouder en verantwoordelijk voor de budgetten van zijn/haar team/onderdeel en als zodanig ambtelijk verantwoordelijk voor de vorming en coördinatie van beleid en doelmatige uitvoering van een aan een product of onderdeel daarvan verbonden taak. Onder budget wordt verstaan de middelen die via de begroting (incl. begrotingswijzigingen) zijn toegekend aan taakvelden, producten, voorzieningen en/of projecten/investeringskredieten, inclusief de daarbij behorende doelstellingen, resultaten en/of prestaties. De manager is verantwoordelijk voor het tijdig en volledig in rekening stellen van de bij het budget behorende inkomsten. De manager is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de (meerjaren)ramingen van de onder zijn/haar verantwoordelijkheid vallende begrotingsposten en investeringen alsmede de tussentijdse wijzigingen van deze posten en draagt zorg voor de bijbehorende beleidsmatige toelichtingen, inclusief prestatie- en productgegevens, kengetallen e.d.. De manager is verantwoordelijk voor het periodiek opstellen van een overzicht van de werkelijke uitkomsten van het budget, de geregistreerde prestaties en de kencijfers en voorziet een en ander zo nodig van nadere analyses en toelichtingen. Onder eigen verantwoordelijkheid kan de manager sociaal domein de bevoegdheid met betrekking tot de uitvoering van de aan het budget verbonden werkzaamheden binnen de limiet van de tekenbevoegdheid geheel of gedeeltelijk overdragen aan één of meerdere coördinatoren binnen het team, die daarmee de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van een budgethouder verkrijgen. De manager en de overige budgethouders (coördinatoren) kunnen de bevoegdheid van het realiseren van doelstellingen, resultaten en prestaties door middel van de inzet van (maximaal) de daarvoor beschikbare middelen en binnen de limieten van de tekenbevoegdheid geheel of gedeeltelijk overdragen aan één of meerdere budgetbeheerders. De manager en de overige budgethouders blijven verantwoordelijk. De manager, niet zijnde de algemeen directeur, informeert de algemeen directeur tijdig omtrent de door hem/haar gesignaleerde c.q. verwachte afwijkingen van het toegekende budget. Dit betreft zowel over- als onderschrijdingen van de in het budget opgenomen uitgaven en inkomsten, afwijkingen in prestatie-eenheden en kostendekkingspercentages en overige kencijfers. De manager, niet zijnde de algemeen directeur, is voor de organisatie en uitvoering van de aan het budget verbonden werkzaamheden rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de algemeen directeur, die op zijn beurt verantwoording is verschuldigd aan het college. Artikel8 Budgetbevoegdheden Verplichtingen mogen slechts worden aangegaan nadat de manager of budgetbeheerder heeft geconstateerd dat ter zake een toereikend budget beschikbaar is en het aangaan van die verplichtingen direct verband houdt met de aan het budget ten grondslag liggende taakstelling(en). Op het aangaan van verplichtingen zijn de in het inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgestelde kaders en richtlijnen van toepassing. De manager of één of meerdere aangewezen budgetbeheerder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.