Verordening nadeelcompensatie gemeente Ermelo 2024De raad van de gemeente Ermelo; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 juni 2023 (kenmerk 02330000172023); gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie gemeente Ermelo 2024 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvraag: een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht; aanvrager: degene die een aanvraag om schadevergoeding indient; bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente Ermelo, dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om schadevergoeding; adviescommissie: een schadebeoordelingscommissie bestaande uit één of meerdere door het bestuursorgaan te benoemen onafhankelijke deskundigen die niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Ook zijn zij niet betrokken bij de schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien de commissie uit meer leden bestaat, wijst het bestuursorgaan de voorzitter aan; belanghebbende: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, of als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht; gemeente: de gemeente Ermelo; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo. Artikel2.Toepassingsbereik 1.Deze verordening heeft betrekking op aanvragen als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat de schade wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente; 2.Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is; 3.Deze verordening is niet van toepassing op aanvragen om tegemoetkoming voor schade, als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Artikel3.Aanvraag De aanvrager maakt gebruik van een door het bestuursorgaan beschikbaar gesteld (elektronisch) formulier. Artikel4.Heffen recht 1.Voor het in behandeling nemen van de aanvraag wordt een recht van € 300,00 geheven. 2.Het bestuursorgaan wijst de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel5.Adviescommissie 1.Het bestuursorgaan wint over een ingediende aanvraag advies in bij een adviescommissie, voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is. 2.De adviescommissie heeft tot taak het bestuursorgaan te adviseren over de op aanvragen te nemen beslissingen. 3.Het college kan een vaste adviescommissie benoemen. 4.Het bestuursorgaan kan ook een tijdelijke adviescommissie benoemen voor de afhandeling van één of meerdere specifieke aanvragen of voor een bepaald tijdvak. 5.Het bestuursorgaan doet mededeling aan de aanvrager en de belanghebbenden van de benoeming van een tijdelijke adviescommissie. Als er sprake is van een vaste adviescommissie, doet het bestuursorgaan daarvan mededeling aan de aanvrager en de belanghebbenden. 6.De aanvrager en de belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het vijfde lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd bij het bestuursorgaan bedenkingen uiten tegen de benoeming van één of meerdere deskundigen van de adviescommissie. 7.Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na afloop van de hiervoor genoemde termijn over bedenkingen, bedoeld in het zesde lid. Artikel6.Werkwijze van de adviescommissie 1.De adviescommissie stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid een toelichting te geven, dan wel een standpunt over de aanvraag kenbaar te maken. 2.Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, wordt door de adviescommissie de situatie ter plaatse bezichtigd. Het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt wordt bepaald door de adviescommissie 3.Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan het bestuursorgaan, aan de aanvrager en aan de belanghebbenden. De adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen maximaal 4 weken verlengen; 4.In het advies worden, voor zover van toepassing, een verkorte weergave van de in het eerste lid genoemde standpunten en de plaatsopneming, bedoeld in het tweede lid, opgenomen. 5.De aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren; 6.In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. De adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen; 7.In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan. Artikel7.Beslissing op de aanvraag 1.Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn, onder toezending van het advies, bekend aan de aanvrager en de belanghebbenden. 2.Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. 3.Het besluit om de aanvraag af te wijzen zonder inschakeling van een adviescommissie wordt genomen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan deze termijn maximaal vier weken verdagen. Artikel8.Uitbetaling schadevergoeding Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag, wordt het toegewezen bedrag uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel9.Aanvraag voorschot 1.Als een aanvrager daarom verzoekt, kan het bestuursorgaan een voorschot uitkeren tot een maximum van 75% van de in het conceptadvies als bedoeld in artikel 6, derde lid, opgenomen geldsom. 2.De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing. Artikel10.Bijzondere projecten De raad van de gemeente kan voor bijzondere projecten een afzonderlijke regeling treffen, waarin de bepalingen van deze verordening worden aangevuld dan wel daarvan wordt afgeweken. Artikel11.Inwerkingtreding Deze verordening treedt gelijktijdig in werking met de inwerkingtreding van de Wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht, maar niet eerder voordat deze verordening is bekendgemaakt. Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 november 2023,J.L. Vissers,griffier,P.J.T. van Daalen,voorzitter,Bijlage: Toelichting Algemeen Op 1 januari 2024 treedt de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. Op 1 januari 2024 treedt ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow). Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd, dit heet normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Deze verordening In deze verordening wordt geregeld op welke manier aanvragen om vergoeding in schade worden afgehandeld. Beschreven wordt bijvoorbeeld dat een adviescommissie kan worden ingeschakeld om het bestuursorgaan te adviseren over een ontvangen verzoek om schadevergoeding. Het is in de huidige praktijk gebruikelijk om extern advies in te winnen. Dit heeft alles te maken met inhoudelijke kennis die tamelijk specialistisch is. Om die reden is het wenselijk deze lijn voor te zetten. De reden dat dit niet in de vorm van een beleidsregel wordt gedaan, is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. In de verordening is dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie geregeld. Het is niet wenselijk om het heffen van het recht zoals hiervoor omschreven op te nemen in de legesverordening. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd. Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. Wij zien ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van leges en andere rechten. Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Een adviescommissie zou wel in beleidsregels geregeld kunnen worden, maar omdat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet en dus niet in een beleidsregel kan worden opgenomen, geeft het duidelijkheid om alle artikelen over nadeelcompensatie bij elkaar te houden en daarmee te kiezen voor een verordening nadeelcompensatie. Een andere reden om de adviescommissie in de verordening te regelen (en niet per afzonderlijke beleidsregel) is dat daarmee afdeling 3.3 van de Awb wordt binnengehaald. Die afdeling gaat immers over adviseurs die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met adviseren. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.