Bomenverordening Ouder-AmstelDe raad van de gemeente Ouder-Amstel; gelezen het voorstel van het college van 30 november 2023; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het wenselijk is de Bomenverordening in overeenstemming te brengen met de Wet natuurbescherming; Besluit vast te stellen de: Bomenverordening Ouder-Amstel 1.Algemeen Artikel1:Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Bebouwde kom: de bebouwde kom van gemeenten, zoals die vastgesteld is door de gemeenteraad. Bomenlijst: de door het college vastgestelde “Monumentale Bomenlijst”. Bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand of boom, op basis van landelijke richtlijnen van de bomenfonds. Bomencompensatiefonds: fonds waarin geldelijke bijdragen worden gestort ten gevolge van opgelegde herplantplicht. Boom: een opzichzelfstaand houtachtig, opgaand gewas, levend of afgestorven, met een stamdiameter van minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste stam. Boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Dunnen: velling ter bevordering van het voortbestaan van de overige houtopstand. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouder-Amstel. Houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Kappen: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom tot gevolg kunnen hebben; het rooien; het kappen; het verplanten; het snoeien van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge kan hebben. Uitzonderingen worden nader toegelicht zoals regulier onderhoud. Knotten: beheermaatregel bestaande uit het periodiek geheel of gedeeltelijk tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout. Monumentale boom: een bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving. Vellen: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; het rooien; het kappen; het verplanten; het snoeien van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kan hebben. Uitzonderingen worden nader toegelicht zoals regulier onderhoud. Artikel2:Geldigheid bomenverordening 1)Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is deze verordening opgesteld en is van toepassing binnen de bebouwde kom en ook van toepassing buiten de bebouwde kom voor zover de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. 2)Na 1 januari 2024, met inwerkingtreding van de Omgevingswet, is deze verordening van toepassing binnen de bebouwde kom en ook van toepassing buiten de bebouwde kom voor zover afdeling 11.3 van Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) niet van toepassing is. Artikel3:Velverbod bomen 1)Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college; Houtopstand te vellen of doen vellen, of boom te kappen of te doen kappen binnen de bebouwde kom. Houtopstand te vellen of doen vellen, of boom te kappen of te doen kappen buiten de bebouwde kom, voor zover de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. Een boom of houtopstand op de monumentale bomenlijst te vellen of doen vellen, of te kappen of te doen kappen. 2)Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verbod behoudens vergunning, geldt eveneens voor: Een boom die is aangeplant op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikelen 10 en 11 van deze verordening. Een boom die is aangeplant op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan. 3)In afwijking van het eerste lid is geen vergunning vereist voor het vellen van; Een boom met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geld de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Een boom wanneer de eigenaar of zakelijke gerechtigde een publiek rechtelijk lichaam is, de boom met een stamdiameter van minder dan 10 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geld de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college. Een houtopstand of boom in een achtertuin van een woning. Een heg met een lengte van minder dan 25 m en met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld. Het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud. Het periodiek knotten of kandelaberen als beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud. Een houtopstand die eenmalig in een periode van minimaal 3 jaar bij wijze van dunning moet worden geveld met een maximum van 30% van de houtopstand. Een klimplant minder dan 5 meter hoog en met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld. (Lint)begroeiing waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2. Bosplantsoen waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2. Sierplantsoen bestaande uit hoofdzakelijk niet-inheemse heesters en struiken. 4)Het college kan een noodomgevingsvergunning verlenen voor het direct vellen van een houtopstand, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Artikel4Kapverbod monumentale en bijzondere bomen 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college bomen te kappen of te doen vellen die staan vermeld op de in artikel 1 genoemde bomenlijst. Monumentale bomen en bijzondere bomen kunnen binnen en buiten de bebouwde kom staan 2.De omgevingsvergunning voor het vellen van een monumentale boom kan, indien alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien er sprake is van: Een zeer zwaarwegend belang of; Naar professioneel boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 3.Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan voorschrift tot herplant of tot het doen van een geldelijke storting aan het bomenfonds worden verbonden. 2.Vergunning en procedure Artikel5:Aanvraag vergunning 1)De omgevingsvergunning met de activiteit kappen moet worden aangevraagd door, namens dan wel met schriftelijke toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2)Het college kan aan de vergunningaanvraag de voorwaarde verbinden tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. 3)Boominspectie/taxatie bij monumentale bomen wordt uitgevoerd door gecertificeerd inspecteur/taxateur. Artikel6:weigeringsgronden 1)De omgevingsvergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 3 wordt onder verwijzing naar beleid en/of beheer geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand of boom. 2)Deze omgevingsvergunning wordt onder verwijzing van één of meer van de volgende waarden beoordeeld: natuur- en milieuwaarden; landschappelijke waarden; cultuurhistorische waarden; waarden van stads- en dorpsschoon; waarden voor recreatie en leefbaarheid; leeftijd; toekomstverwachting; ruimtelijke structuur. Artikel7:Procedure 1)Een beschikking treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de bezwaartermijn, bedoeld in artikel 6.7 van de Algemene wet bestuursrecht. 2)Indien in gevallen als bedoeld in het eerste lid, gedurende de daar bedoelde termijn, een bezwaarschrift is ingediend, treedt de beschikking niet inwerking voordat het college op het bezwaarschrift heeft beslist. 3)In afwijking van lid 1 geldt dat de beschikking terstond na bekendmaking in werking treedt, indien een noodomgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 3, lid 4 van deze verordening. Artikel8:Vervaltermijn vergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 3 vervalt van rechtswege indien daarvan geen gebruik is gemaakt binnen een termijn van twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning. Artikel9:Vergunningsvoorschriften, bijzondere voorschriften en nadere regels 1)Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, het voorschrift verbinden dat niet eerder van de vergunning gebruik gemaakt mag worden, dan nadat: Daarmee samenhangende bepaalde andere vergunningen of besluiten zijn verleend en niet door de voorzieningenrechter zijn geschorst of; De feitelijke en financiële voortgang van de werken en werkzaamheden, waarvoor de vergunning nodig is, voldoende is gewaarborgd. 2)Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, beperkingen en andere voorschriften verbinden, voor zover deze strekken tot bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. 3)Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, het voorschrift verbinden tot het opstellen en overleggen van een Flora- en Fauna-onderzoek. 4)Onverminderd het gestelde in artikel 4 lid 3, behoort tot aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen, herplant plaats moet vinden of een geldelijke bijdrage moet worden gestort in het Bomencompensatiefonds, overeenkomstig vastgesteld beleid. 5)In het voorschrift van herplant als bedoeld in het vierde lid wordt tevens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-aangeslagen herplant moet worden vervangen. 6)Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de geldelijke bijdragen die worden opgelegd ten gevolge van een herplantplicht, die gestort dient te worden in het Bomencompensatiefonds. Artikel10:Herplantplicht en instandhoudingsplicht 1.Het college verbindt aan de omgevingsvergunning het voorschrift dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen wordt herplant, tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten. 2.Het college bepaalt dat herplant geschiedt met een houtopstand of boom die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand. 3.Als herplant niet tot de mogelijkheden behoort, kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift worden verbonden dat de monetaire boomwaarde van de gevelde houtopstand of boom wordt gestort in het bomencompensatiefonds van de gemeente. 4.Indien op basis van de geldende regels geen vergunning kan worden verleend voor het vellen van de houtopstand of van een boom op de bomenlijst, wordt aan de eigenaar van deze houtopstand een instandhoudingsplicht opgelegd. (Deze wordt slechts opgelegd, indien het een waardevolle houtopstand betreft die door de eigenaar zodanig verwaarloosd is, waardoor de houtopstand verloren kan gaan). 5.Indien een houtopstand of boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de houtopstand of boom zich bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten binnen een door hen te stellen termijn of tot het doen van een storting van een geldelijke bijdrage in het Bomencompensatiefonds overeenkomstig de respectievelijke door het college vastgestelde nadere regels. 6.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 7.Indien een houtopstand of boom waarop het verbod tot vellen of kappen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand of boom bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: Overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen of; Een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het college. Artikel11:Aanschrijvingsbevoegdheid en intrekking 1)Het college schrijft de zakelijk gerechtigde tot een houtopstand of boom, waarop het verbod als bedoeld in artikel 3 van toepassing is en die zonder vergunning is geveld of op andere wijze is tenietgegaan, aan om tot herplant over te gaan. Artikel 10 en artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op een aanschrijving. 2)Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op een houtopstand of boom die moet worden geveld krachtens de Plantengezondheidswet of vanwege een spoedeisend belang als bedoeld in artikel 3, vierde lid. 3)Het college schrijft de zakelijk gerechtigde tot een houtopstand of boom waarop een verbod tot vellen van toepassing is en die ernstig in zijn voortbestaan wordt bedreigd aan tot het treffen van voorzieningen waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 4)Als aannemelijk is dat een voorgenomen bouw of aanleg gevolgen heeft voor de duurzame instandhouding van een houtopstand of boom zoals bedoeld in artikel 10 en 11. Kan het college degene die voornemens is de werkzaamheden uit te voeren, aanschrijven om een Bomen Effect Analyse te laten opstellen. 5)Het college kan de vergunning intrekken als daar niet binnen twee jaar na het onherroepelijke worden van de vergunning gebruik maken. 3.Behoud en Bescherming Artikel12:Bestrijding van boomziekten 1.Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten en/of schimmels, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: De boom te kappen of houtopstand te vellen; Conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand of gekapte boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2.Het is verboden zonder vergunning van het college gevelde houtopstanden, gekapte bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. 3.Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Artikel13afstand van erfgrens: Voor openbare grond of openbaar erf wordt de afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek vastgesteld op 2 meter voor bomen. 4.Toezicht en Handhaving Artikel14:Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen ambtenaren, of personen, ieder voor zover het betreft de in de aanwijzing vermelde bepalingen. Artikel15:Bescherming gemeentelijke houtopstanden 1.Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden of bomen te beschadigen, te bekladden of te beplakken. 2.Het is verboden zonder toestemming van burgermeester en wethouders één of meer voorwerpen in of aan een in lid 1 bedoelde houtopstand of bomen aan te brengen of anderszins te bevestigen. Artikel16:Schadevergoeding 1.Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een omgevingsvergunning tot vellen op grond van artikel 6.3 lid 1 van de Wet natuurbescherming. 2.Na 1 januari 2024, met inwerkingtreding van de Omgevingswet, komt het artikel 6.3 lid 1 Wet natuurbescherming te vervallen. Verzoeken omtrent schadevergoedingen en omgang nadeelcompensatie worden dan behandeld zoals afdeling 15.1 omschrijft in de Omgevingswet. 5.Overgangs- en slot bepalingen Artikel17Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1)Deze verordening treedt in werking één dag na bekendmaking. 2)De “Bomenverordening 2014”, aangepast in 2016, wordt ingetrokken. 3)De Bomenverordening Ouder-Amstel 2014 blijft van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunningen met de activiteit kappen die voor het in werking treden van deze verordening zijn ingediend. 4)De intrekking van de Bomenverordening Ouder-Amstel 2014 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel18:Citeertitel en slotbepaling Deze verordening wordt aangehaald als: “Bomenverordening Ouder-Amstel”. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Ouder-Amstel op 30 november 2023,de raadsgriffier,L. Moolenaar,de voorzitter,J. LangenackerBijlage: bebouwde kom grens Grens bebouwde kom zoals bedoeld in Wet natuurbescherming, weergegeven met de rode lijn en de gemeentegrens is weergegeven in het blauw. Toelichting Wijzigingen inwerkingtreding van de Omgevingswet In artikel 3 is geanticipeerd op de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. De bepalingen, zoals die momenteel voor buiten de bebouwde kom gelden op basis van de Wet natuurbescherming, worden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet overgeheveld in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 1: Begripsomschrijvingen Bebouwde kom: Spreekt voor zich Bomenlijst: De Monumentale bomenlijst is de door het college vastgestelde lijst van waardevolle, bijzondere beschermwaardige bomen en/of andere houtopstanden met name in achtertuinen. Bomen effect analyse: Spreekt voor zich Bomencompensatiefond: Spreekt voor zich Boom: Het kernbegrip boom van deze verordening, waarop het velverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn samen met houtopstand. Het opnemen van het begrip boom is van belang om af te bakenen wat de ondergrens van bescherming is. Dit betreft de doorsnede van minimaal 10 cm op een hoogte van 1.30m boven het maaiveld, omdat deze maat de gangbare norm is in stedelijke gebieden en ook vaker gebruikt wordt bij het bepalen van het al dan niet gemakkelijk verplaatsbaar zijn van bomen. Deze is eenvoudig te meten met als omtrek 31cm wat overeenkomt met de dwarsdoorsnede van 10 cm. Vanzelfsprekend geldt de minimumdoorsnede niet voor aanplant opgelegd in het kader van de herplant-of instandhoudingsplicht. Dit voorkomt de discussie over wat wel of geen boom is, vooral bij meerstammigheid, boomachtige struiken en zeer jonge bomen. De gekozen omschrijving van het begrip boom in deze verordening maakt dat oude struiken en andere gewassen in juridische zin een boom zijn als de stam(men) de minimale dikte hebben bereikt. Bescherming van “boomgelijke” struiken is van belang in stedelijke parken en op buitenplaatsen of landgoederen. Ook afgestorven bomen vallen onder de vergunningplicht omdat zij in ecologisch opzicht vaak zeer waardevol zijn, daarom is het begrip ‘afgestorven’ opgenomen om ook dode bomen te beschermen omdat: In het najaar en in de winter het moeilijk te bepalen is of een boom daadwerkelijk afgestorven is. Het op deze manier niet lonend is om ervoor te zorgen dat een levende boom afsterft, zodat er geen omgevingsvergunning meer nodig is. Boomwaarde: Spreekt voor zich Dunnen; velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand, met een maximum van 30% dunning van de houtopstand. Het college: Spreekt voor zich Houtopstand: Het kernbegrip van deze verordening, waarop het velverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. De definitie in de Omgevingswet van ‘houtopstand’ is ‘een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend.’ Deze definitie sluit het kappen van een solitaire boom uit. Beide begrippen worden daarom omschreven in deze verordening. Bovendien is de definitie van ‘vellen’ in de Omgevingswet ‘rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben’. Daarom is onder de Omgevingswet ‘een boom kappen’ een aparte activiteit naast ‘het vellen van een houtopstand’. Voor een boom wordt dus de term ‘kappen’ gebruikt, en voor een houtopstand ‘vellen’. Boomvormer: een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom – meerstammige boom. Hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. (Lint) begroeiing: is een geplante doorgegroeide wilde haag of spontaan opgeslagen groen. Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijvoorbeeld een meidoorn of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting, om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden, vergunningplichtig vanaf een aaneengesloten oppervlakte van 100 m2(1 are). Bosplantsoen: Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters en boomvormers, vergunningplicht vanaf een aaneengesloten oppervlakte van 100m2 (1 are). Struweel: een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken, vergunningplichtig vanaf een aaneengesloten oppervlakte van 100m2(1 are). Sierplantsoen: een begroeiing van hoofdzakelijk niet-inheemse soorten heesters en struiken, sierplantsoen is niet vergunningplichtig. Heg: een lintvormige aanplant van heesters al dan niet in een vorm gesnoeid, vergunningplichtig vanaf een minimale lengte van 25 meter. Klimplant: verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer klimplanten, vergunningplichtig vanaf 5 meter hoog. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Kappen: van toepassing op solitaire bomen. De definitie van ‘vellen’ in de Omgevingswet ‘rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben’. Daarom is onder de Omgevingswet ‘een boom kappen’ een aparte activiteit naast ‘het vellen van een houtopstand’. Voor een boom wordt dus de term ‘kappen’ gebruikt, en voor een houtopstand ‘vellen’. Knotten: Spreekt voor zich Monumentale boom: Een bijzondere beschermwaardige boom en/of andere houtopstand. De houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een omgevingsvergunning voor kappen wordt verleend. Bij benoeming van een monumentale boom dient een redengevende beschrijving opgegeven te worden. Dit is een zorgvuldige motivering van de reden(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.