Verordening Fysieke Leefomgeving 2023Besluit van de raad van de gemeente Lochem tot vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Lochem
(1)maal per etmaal. Indien de gebruikers aan de in het vorige bedoelde verplichting niet of niet tijdig voldoen, kan het college besluiten de schoonmaakwerkzaamheden op kosten van degenen, die het reinigen hebben nagelaten, te laten verrichten. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. Afdeling 5 – Handhaving Artikel4.42.Aanwijzingen Het college kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder. Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is verplicht de aanwijzing onmiddellijk op te volgen. Artikel4.43.Toezichthoudende ambtenaren Met het toezicht op de naleving van het bij of op grond van deze afdeling bepaalde is belast de havenmeester. Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten, als bedoeld in artikel 6.
- Hoofdstuk5– Overig Afdeling 1 – Festiviteiten Artikel5.1.Aanwijzing collectieve festiviteiten De geluidsnormen als bedoeld in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 5.3 van deze verordening gelden niet voor de volgende collectieve festiviteiten: nieuwjaarsdag, oudejaarsdag, carnaval (4 dagen), koningsnacht, koningsdag en de kermisdagen per kern (stad, dorp of buurtschap). De voorwaarden voor de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 22.239 van het omgevingsplan Lochem gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt voor nader aan te wijzen gebieden. Het college maakt de aanwijzing bedoeld in het tweede lid tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de festiviteit, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. De geluidsnorm bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB (A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Ook wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 5.3 van deze verordening – uiterlijk om 01.00 uur op zaterdag en zondag en om 00.00 uur op overige dagen beëindigd. Artikel5.2.Melding incidentele festiviteiten In afwijking van artikel 5.3 is het toegestaan op maximaal twee dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 5.3 niet van toepassing zijn Een melding wordt ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan gedaan aan het college. In afwijking van artikel 5.3 is het toegestaan om tijdens maximaal twee dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij het omgevingsplan Lochem niet van toepassing is. Een melding wordt ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit gedaan aan het college. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Ook wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm bedoeld in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 5.3 – uiterlijk om 01.00 uur op zaterdag en zondag en om 00.00 uur op overige dagen beëindigd. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen en goederen. Artikel5.3.Onversterkte muziek Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 22.70 van het omgevingsplan Lochem, binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. Tabel 07:00–19:00 uur 19:00–23:00 uur 23:00–07:00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) Voor de duur van ten hoogste 8 uur per week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het tweede lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is afdeling 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing. Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 en artikel 5.
- Afdeling 2 – Het bewaren van houtopstanden Artikel5.4.Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. Het bevoegd gezag kan nadere regels vaststellen over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in lid 1 en de belangen genoemd in artikel 5.
- Het verbod geldt niet voor: bomen met een stamdwarsdoorsnede van minder dan 0,10 m op 1,3 m hoogte boven het maaiveld, waarbij in geval van meerstammigheid de dwarsdoorsnede van de dikste stam geldt; niet geknotte populieren en niet geknotte wilgen langs wegen of eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden; vruchtbomen (met consumptiefruit) en windschermen om boomgaarden met uitzondering van walnoten- en kastanjebomen; bomen met een stamdiameter minder dan 0,30 m op 1,3 m hoogte boven maaiveld gelegen binnen de bebouwde kom, voorzover geen onderdeel uitmaken van een groeps-, rij of singelbeplanting, voor zover deze niet zijn aangeplant vanuit een eerder opgelegde herplantplicht; bomen op een aaneengesloten stuk grond van minder dan 300 m² gelegen binnen de bebouwde kom, waarop ingevolge de omgevingsplanregels een zelfstandige, bij elkaar behorende woonbebouwing is toegestaan en is aangelegd; sparren, dennen, ceder en coniferen met uitzondering van Douglas, Larix en Grove den; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5.10; houtopstanden ten aanzien waarvan bij het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze te vellen zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag waarbij wordt beoogd dezelfde belangen te beschermen als in artikel 5.7; houtopstand gelegen binnen een agrarisch bouwvlak conform omgevingsplan Lochem; periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten met uitzondering van de eerste knot- of kandelaberbeurt bij bomen ouder dan 20 jaar; of bomen of houtopstanden die aantoonbare schade berokkenen aan onroerende zaken, welke in de nabijheid van de betreffende bomen of houtopstand gelegen zijn, of waarbij sprake is van grote gevaarzetting of een spoedeisend belang waardoor de kap dringend noodzakelijk is. Artikel5.5.Aanvraag vergunning De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Artikel5.6.Weigeringsgronden De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van: de natuurwaarde van de houtopstand; de landschappelijke waarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. Artikel5.7.Afstand tot de erfgrens De afstand als bedoeld in artikel 5:42, lid 2 Burgerlijk Wetboek bedraagt langs openbare wegen één meter voor bomen te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en 0,50 meter voor heesters en heggen, voor zover het bomen, heesters en heggen betreft op een openbare weg. Artikel5.8.Bijzondere vergunningsvoorschriften Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij ook worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Artikel5.9.Herplant-/instandhoudingsplicht Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld of waarvoor door de burgemeester noodkap is toegepast dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld. Artikel5.10.Bestrijding van boomziekten Als zich op een terrein een houtopstand bevindt die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, als hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: de houtopstand te vellen; of volgens de richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de gevelde houtopstand of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Afdeling 3 – Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel5.11.Voorwerpen op of aan de weg Het gebruiken van de weg of een weggedeelte, anders dan de publieke functie daarvan, is alleen toegestaan als het bevoegd gezag daar een vergunning voor heeft verleend. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor categorieën van voorwerpen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen; bij een openbare inrichting behorende terrassen; en standplaatsen als bedoeld in artikel 5.30 van deze verordening Het verbod in het eerste lid is ook niet van toepassing op voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet, Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Gelderse wegenverordening. De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond van het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet. Artikel5.13.Vrij te stellen categorieën Het bevoegd gezag kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid van artikel 5.12 geldt niet. Artikel5.14.Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als de activiteiten zijn verboden bij omgevingsplan; Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Gelderse wegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Lochem. Artikel5.15.Maken of veranderen van een uitweg Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het bevoegd gezag, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of het bevoegd gezag het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. De uitweg kan worden aangelegd als het bevoegd gezag niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Gelderse wegenverordening. Afdeling 4 – Veiligheid op de weg Artikel5.16.Hinderlijke beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Het college kan over het in het eerste lid bepaalde nadere regels stellen in het belang van de veiligheid op de weg. Afdeling 5 – Parkeerexcessen Artikel5.17.Voertuigen van autobedrijf Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 250 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; of de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel5.18.Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel5.19.Voertuigwrakken Het is verboden een autowrak op de weg te plaatsen. Artikel5.20.Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te hebben; of op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. Artikel5.21.Reclamevoertuigen Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel5.22.Grote voertuigen Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de verboden. Artikel5.23.Uitzichtbelemmerende voertuigen Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel5.24.Parkeren anders dan op de rijbaan Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Artikel5.25.Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Dit verbod is niet van toepassing op: de weg; voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; of voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel5.26.Overlast van fietsen of bromfietsen Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. Artikel5.26a.Weesfietsen Het college van burgemeester en wethouders kan openbare (brom)fietsstallingsgebieden aanwijzen waar het, in het belang van het beheer van de openbare ruimte, verboden is een fiets of bromfiets langer dan een door het college te bepalen periode onafgebroken te stallen. Afdeling 6 – Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel5.27.Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen geven. Afdeling 7 – Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel5.28.Opslag voertuigen, vaartuigen, mest en afvalstoffen Het is verboden op een door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; en mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 22.41 van het omgevingsplan Lochem, de Omgevingswet of de Provinciale Verordening. Artikel5.29.Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving. Afdeling 8 – Standplaatsen Artikel5.30.Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Het innemen of hebben van een standplaats is alleen toegestaan als het bevoegd gezag daar een vergunning voor heeft verleend. Het bevoegd gezag weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. De vergunning kan worden geweigerd als: de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Het eerste lid is niet van toepassing op: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement. Artikel5.31.Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel5.32.Afbakeningsbepalingen Artikel 5.30, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Gelders wegenreglement. De weigeringsgrond van artikel 5.30, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Afdeling 9 – Verblijfsrecreatie Artikel5.33Kampeerverbod Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein. Dit verbod geldt niet voor het plaatsen van maximaal twee kampeermiddelen voor eigen gebruik voor een korte periode (maximaal drie dagen aaneengesloten) door de rechthebbende op een terrein. Dit verbod geldt niet voor verenigingskamperen, met een maximum van twee keer per jaar voor eigen gebruik voor een korte periode. Dit verbod geldt niet voor scoutinggroepen die kampeermiddelen mogen plaatsen conform de eerder aan hen verstrekte vergunningen. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid indien sprake is van een evenement of bijzondere activiteit waarvoor: de burgemeester of het college een vergunning heeft verleend, en de deelnemers meerdere aaneengesloten dagen deelnemen aan het evenement, en het aantal deelnemers dermate groot is, dat de reguliere verblijfsrecreatieve mogelijkheden in de vereiste nabijheid aantoonbaar te kort schieten. Artikel5.34Weigeren van de ontheffing Het college kan de ontheffing weigeren in het belang van: De openbare orde; Het voorkomen en/of beperken van overlast; De verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; De zedelijkheid of gezondheid; De bescherming van natuur en landschap. Hoofdstuk6– Slotbepalingen Artikel6.1Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 2.3 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 2.3 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 5.4, eerste lid, artikel 5.11 en artikel 5.
- Artikel6.2.Toezichthouders Artikel 18.6 van de Omgevingswet is van overeenkomstige toepassing op deze verordening. Artikel6.3.Binnentreden woningen Artikel 18.7 van de Omgevingswet is van overeenkomstige toepassing op deze verordening. Artikel6.4.Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordeningen, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel6.5Intrekking oude regelingen Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening worden de volgende verordeningen ingetrokken: Havenbeheerverordening gemeente Lochem 2021 Verordening Verblijfsrecreatie voor de gemeente Lochem Artikel6.6.Inwerkingtreding verordening Deze verordening (inclusief bijlagen) treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel6.7.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Lochem
- Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2023de griffier de burgemeesterP. de Boer S.W. van ’t ErveBegripsbepalingen en overige bijlagen Bijlage 1 Asbus: een bus ter berging van as van een overledene; Bebouwde kom: het grondgebied dat is gelegen binnen de lijnen, die op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte kaarten zijn aangegeven; Binnenvaartschip: schip, niet zijnde een zeeschip; Bromfiets: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; Bunkercontrolelijst: bunkercontrolelijst waarin uitsluitend de onderdelen zijn overgenomen zoals die staan in de Bunkering Safety Checklist van de International Safety Guide for Oil Tankers and Terminals (ISGOTT); Bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een tankschip naar een binnenschip; Collectieve festiviteit: festiviteit die in hoofdzaak in de openbare ruimte plaatsvindt; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem; Commissie ruimtelijke kwaliteit: de op basis van afdeling 17.2 van de Omgevingswet ingestelde adviescommissie met als taak het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, erfgoed- en welstandbepalingen, de Omgevingswet, de Erfgoedverordening, het monumentenbeleid en het welstandsbeleid; Dunning: een velling, die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand beschouwd moet worden; Exploitant: eigenaar, beheerder of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; Gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën; Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen; Gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaak die van algemeen belang is of terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak; Graf: een zandgraf of keldergraf; Grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; Grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; Groepskamperen: het tijdelijk plaatsen van kampeermiddelen op een perceel, zijnde geen regulier kampeerterrein, gekoppeld aan het houden van een meerdaags evenement waarvoor de burgemeester toestemming heeft verleend; Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; Haven: wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen; Havenmeester: degene die door Burgemeester en wethouders de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening en de regeling van het verkeer in de havens en op de voor scheepvaart openstaande wateren opgedragen is; Hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld; Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; Kampeermiddel: tent(en) en/of tentwagen of kampeerauto of toercaravan; Kampeerterrein: terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en/of vaste verblijfsrecreatievoorzieningen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, en als zodanig bestemd in het bestemmingsplan dan wel via een omgevingsvergunning mogelijk is gemaakt; Kegelschip: een schip dat gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert en volgens wettelijk voorschrift overdag één of meer blauwe kegels moet voeren; Knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen, leilinden als periodiek noodzakelijk onderhoud; ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na laden of lossen en morsingen; ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen; Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; Openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; Openbare plaats: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; Parkeren: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; Pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; Schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; Scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede lading gebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden; Schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; Spudpaal: een verticale buizenconstructie, waarmee schepen zichzelf kunnen vastleggen Standplaats (anders dan bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 8): een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats van waaruit goederen dan wel diensten aangeboden, verkocht of afgeleverd worden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; Standplaats (als bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 9): een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel; Tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimte; Vaste verblijfsrecreatievoorziening: stacaravan, recreatiewoning, zomerhuis, trekkershut, groepsaccommodatie, e.d.; Verenigingskamperen: kamperen op eigen terrein voor verenigingen met doelstelling(en) van culturele, sociale, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard gedurende een korte periode; Verhalen: het verplaatsen van een schip naar een andere ligplaats binnen de haven Voertuig: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. Transponeringstabel Oud artikelnr. Nieuw artikelnr. in VFL Erfgoedverordening Art. 2 (het gebruik van het monument) Art. 3.
- Art. 3 (de aanwijzing tot gemeentelijk monument) Art. 3.
- Art. 4 (voorbescherming) Art. 3.
- Art. 5 (termijnen advies en aanwijzingsbesluit) Art. 3.
- Art. 6 (mededeling aanwijzingsbesluit) Art. 3.
- Art. 7 (registratie op de gemeentelijke monumentenlijst) Art. 3.
- Art. 8 (wijzigen van de aanwijzing) Art. 3.
- Art. 9 (intrekken van aanwijzing) Art. 3.
- Art. 10 (instandhoudingbepaling) Art. 3.
- Art. 11 (de schriftelijke aanvraag) geschrapt Art. 12 (termijnen advies) Art. 3.10 Art. 13 (weigeringsgronden) Art. 3.11 Art. 14 (intrekken van de vergunning) Art. 2.4 Art. 15 (vergunning voor beschermd monument) Art. 3.12 Art. 16 (tegemoetkoming in schade) geschrapt i.v.m. titel 4.5 Awb Beheersverordening begraafplaatsen Art. 1 onder n (definitie) geschrapt Art. 20 (onderhoud begraafplaatsen door de gemeente) (deels!) Art. 3.14 Art. 26 (lijst) Art. 3.13 Verordening verblijfsrecreatie Art. 2 geschrapt Art. 3.1 (recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein) Art. 5.33 Art. 3.2 (weigeren van de ontheffing) Art. 5.34 Algemene Plaatselijke Verordening Art. 5.24 (voorwerpen op, in of boven openbaar water) Art. 4.1 Havenbeheerverordening Art. 1.2 (toepassingsgebied) Art. 4.2 Art. 1.3 (beslistermijn) Art. 2.1 Art. 1.4 (voorschriften en beperkingen) Art. 2.2 Art. 1.5 (geldigheidsduur) Art. 4.3 Art. 1.6 (weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden Art. 4.4 Art. 1.7 (verplichtingen van houders van toestemmingen) Art. 4.5 Art. 1.8 (normadressaat) Art. 4.6 Art. 1.9 (aanwijzing havenmeester) Art. 4.7 Art. 1.10 (nadere regels) Art. 4.8 Art. 2.1 (verkeerstekens) Art. 4.9 Art. 2.2 (verbod nemen ligplaats) Art. 4.10 Art. 2.3 (duur verblijf in de haven) Art. 4.11 Art. 2.4 (ligplaatsenoverzicht) Art. 4.12 Art. 2.5 (voorzieningen en voorwerpen) Art. 4.13 Art. 2.6 (verhalen van schepen) Art. 4.14 Art. 2.7 (gebruik voortstuwers, boegschroeven of hefschroeven) Art. 4.15 Art. 2.8 (plezier- en zeilvaart in de haven) Art. 4.16 Art. 2.9 (overlast aan vaartuigen) Art. 4.17 Art. 2.10 (melding bedrijfsstoring, gebrek of schade) Art. 4.18 Art. 2.11 (maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water) Art. 4.19 Art. 2.12 (verbod tot baden en duiken) Art. 4.20 Art. 2.13 (onbeheerd drijvende vaartuigen, drijvende voorwerpen) Art. 4.21 Art. 2.14 (hond aan boord) Art. 4.22 Art. 2.15 (zeilplanken e.d.) Art. 4.23 Art. 2.16 (reddingsmiddelen) Art. 4.24 Art. 2.17 (stuwadoorsmaterieel en garneren van goederen) Art. 4.25 Art. 2.18 (aanwijzen gebieden) Art. 4.26 Art. 2.19 (maximum vaarsnelheid) Art. 4.27 Art. 3.1 (verontreiniging van lucht, stank, hinder of risico veroorzakende stoffen) Art. 4.28 Art. 3.2 (gebruik afvalverbrandingsoven) Art. 4.29 Art. 3.3 (melding en verwijdering te water geraakte stoffen of voorwerpen) Art. 4.30 Art. 3.4 (aanwijzen stoffen) Art. 4.31 Art. 3.5 (veilige toegang) Art. 4.32 Art. 3.6 (verbod gebruik hoofdmotor Art. 4.33 Art. 3.7 (bunkeren) Art. 4.34 Art. 3.8 (deugdelijk afmeren) Art. 4.35 Art. 3.9 (vergunning ontvangstvoorzieningen) Art. 4.36 Art. 3.10 (gebruik van ankers) Art. 4.37 Art. 3.11 (gebruik generatoren door binnenschepen) Art. 4.38 Art. 3.12 (verrichten van werkzaamheden) Art. 4.39 Art. 3.13 (ontsmetten van schepen) Art. 4.40 Art. 3.14 (reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen) Art. 4.41 Art. 4.1 (aanwijzingen handhaving) Art. 4.42 Art. 4.2 (strafbepaling) Art. 6.1 Art. 4.3 (toezichthoudende ambtenaren) Art. 4.43 Art. 4.4 (betreden van woonruimten) Art. 6.3 Algemene Plaatselijke Verordening Art. 4.2 (aanwijzing collectieve festiviteiten) Art. 5.1 Art. 4.3 (melding incidentele festiviteiten) Art. 5.2 Art. 4.5 (onversterkte muziek) Art. 5.3 Art. 4.11 (omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden) Art. 5.4 Art. 4.12 (aanvraag vergunning) Art. 5.5 Art. 4.12a (weigeringsgronden) Art. 5.6 Art. 4.12b (afstand tot de erfgrens) Art. 5.7 Art. 4.12c (bijzondere vergunningsvoorschriften) Art. 5.8 Art. 4.12d (intrekking vergunning) geschrapt, intrekking in algemeen paragraaf Art. 4.12f (herplant-/instandhoudingsplicht) Art. 5.9 Art. 4.12i (schadevergoeding) geschrapt i.v.m. titel 4.5 Awb Art. 4.12j (bestrijding van boomziekten) Art. 5.10 Art. 2.10a (voorwerpen op of aan de weg) Art. 5.11 Art. 2.10b (afbakeningsbepalingen en uitzonderingen) Art. 5.11 Art. 2.10c (vrij te stellen categorieën) Art. 5.13 Art. 2.11 ((omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) Art. 5.14 Art. 2.12 (maken of veranderen van een uitweg) Art. 5.15 Art. 2.15 (hinderlijke beplanting of voorwerp) Art. 5.16 Art. 5.2 (voertuigen van autobedrijf e.d.) Art. 5.17 Art. 5.4 (defecte voertuigen) Art. 5.18 Art. 5.5 (voertuigwrakken) Art. 5.19 Art. 5.6 (kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen) Art. 5.20 Art. 5.7 (reclamevoertuigen) Art. 5.21 Art. 5.8 (grote voertuigen) Art. 5.22 Art. 5.9 (uitzicht belemmerende voertuigen) Art. 5.23 Art. 5.10 (parkeren anders dan op de rijbaan) Art. 5.24 Art. 5.11 (aantasting groenvoorzieningen door voertuigen) Art. 5.25 Art. 5.12 (overlast van fietsen of bromfietsen) Art. 5.26 Art. 4.9 (toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen) Art. 5.27 Art. 4.13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.) Art. 5.28 Art. 4.15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) Art. 5.29 Art. 5.17 (definitie) geschrapt, staat in de definitielijst Art. 5.18 (standplaatsvergunning en weigeringsgronden) Art. 5.30 Art. 5.19 (toestemming rechthebbende) Art. 5.31 Art. 5.20 (afbakeningsbepalingen) Art. 5.32