← Nederland

Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028 (Winterswijk)

Water- en Rioleringsprogramma 2024-20281.Inleiding Te veel, te weinig, te vies. Dat zijn de uitdagingen met ‘water’ waar we de komende jaren voor staan. Water moeten we gaan zien als onze belangrijkste grondstof, ons ‘blauwe goud’. Onze gemeente Winterswijk ligt in een bekenrijk gebied op hoge zandgronden in het oostelijkste deel van de Achterhoek. Het unieke coulisselandschap met een veelvoud aan waterlopen, de verbindende gemeenschap en het brede aanbod aan voorzieningen maken Winterswijk uniek. De gemeente kent, naast de kern Winterswijk, een groot buitengebied en vele buurtschappen (Brinkheurne, Corle, Henxel, Huppel, Kotten, Meddo, Miste, Ratum en het Woold). Winterswijk biedt hiermee een unieke combinatie van natuur en stedelijke voorzieningen. Dit willen wij in de toekomst ook in stand houden. Tegelijkertijd zijn er de komende jaren een aantal grote opgaven. Water en riolering zijn meer dan ooit van invloed op de leefbaarheid en de leefomgeving! Om de uitdagingen met water aan te gaan en de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente op niveau te houden, is het van belang de openbare ruimte met de onderliggende systemen en structuren te onderhouden. Eén van de kernfactoren hierbij is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben immers de volgende belangrijke doelen voor het dagelijks leven: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater; Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte in de bebouwde omgeving; Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater. Het inzamelen van afvalwater en verwerken van overtollig hemelwater is een taak van de gemeente. Het waterschap zorgt vervolgens voor het transport en de zuivering van het afvalwater. Daarnaast heeft de gemeente een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast in het stedelijk gebied. De zorg voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn voor de gemeente wettelijke plichten. De gemeente heeft echter bij de invulling van deze zorgplichten de beleidsvrijheid de aanpak te kiezen wat zij, gelet op de lokale omstandigheden, het meest doelmatig en kostenefficiënt vindt. Duurzaamheidsdenken vinden wij daarbij belangrijk. Er is dus ruimte voor ambitiekeuzes. De gemeentelijke watertaken hebben eveneens raakvlakken met veel andere beleids- en taakvelden (zoals wegen, groen en ruimtelijke ordening). De afstemming wordt gerealiseerd door integrale onderhouds- en vervangingsprogramma’s van de gemeente, die samen voor ruimtelijke kwaliteit zorgen. Basisgedachte achter het Wrp is dat een gedegen en integrale beleidsafweging plaatsvindt op het terrein van de verbrede watertaken, met raakvlakken naar de openbare ruimte, financiën en personeel. De riool- en watertaken gaan dus verder dan alleen de buizen onder de grond. Onder meer de gemalen, randvoorzieningen, beken, vijvers en wadi’s dragen bij aan de bovenstaande doelen. 1.1Samenwerking in de regio Sinds 2016 slaan gemeenten Oost-Gelre, Winterswijk en het waterschap Rijn en IJssel de handen ineen voor een optimale en duurzame afvalwaterketen ten behoeve van een gezond watersysteem, in het samenwerkings- verband WintLicht. Gemeenten en waterschap zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de afvalwaterketen, bestaande uit riolering en afvalwaterzuivering. Het afvalwater wordt via de gemeentelijke riolering van Oost Gelre en Winterswijk ingezameld en getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringen van het waterschap te Winterswijk en Lichtenvoorde, onder vrijverval en met gemalen en persleidingen. Belangrijke waterlopen in de gemeente zijn de Boven Slinge, de Slinge, De Veengoot en de Baakse Beek. Figuur ‎1-1: Gebied WintLicht met zuiveringskringen Lichtenvoorde en Winterswijk. Samenwerking in de regio staat op de bestuurlijke agenda, en het gezamenlijk opstellen van onderhavig plan past prima binnen het Achterhoek+ en het WintLicht-verband. In het proces van het opstellen van dit Wrp trekken de gemeenten Oost Gelre en Winterswijk gezamenlijk op, in nauwe samenwerking met het waterschap Rijn en IJssel. Enerzijds om van elkaar te leren en elkaar te versterken, anderzijds vanuit synergievoordeel in het proces door het bundelen van overlegmomenten en het gebruik kunnen maken van elkaars teksten, kennis, kunde en ideeën. 1.2Visie, uitvoeringsprogramma en financiering in één Visie De visie en het Programma Water en Riolering wordt in den lande het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) genoemd. Voor de eenduidigheid is deze afkorting gehanteerd. Het Wrp beschrijft de visie en ambitie van de gemeente Winterswijk omtrent de wettelijke riool- en watertaken. De uitwerking van deze ambities wordt te zijner tijd gekoppeld aan de strategische doelen en pijlers uit de nog op te stellen Omgevingsvisie Winterswijk. Het Wrp geeft toetsbare kwaliteitskaders voor het in stand houden van de huidige voorzieningen en het toekomstbestendig, waterrobuust en klimaatadaptief maken van de riolering, watersysteem en leefomgeving. Afspraken en verplichtingen uit het verleden én vanuit het beleid dienen realistisch te zijn. In het Wrp is eenduidig vastgelegd hoe hiermee wordt omgegaan en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de zorgplichten, zodat onze inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Programma Het Wrp geeft inzicht in de programmering van de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval‐, hemel‐ en grondwater en het beheer en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater in de gemeente Winterswijk. Voor de periode 2024 t/m 2028 zijn de onderzoeken, activiteiten en maatregelen per jaarschijf geagendeerd en gebudgetteerd. Voor de lange termijn (tot 2080) geeft het Wrp een doorkijk. Financiering De manier van omgang en wijze van invulling is vervolgens omgezet in een consequentie voor zowel de tariefontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing als de personele middelen. De focus ligt op het programma, en de financiering hiervan vanuit de riool- en waterzorgheffing, voor de planperiode 2024 t/m

  1. 1.3De relatie met de Omgevingswet en het programma Klimaatadaptatie De beoogde invoering van de Omgevingswet is januari 20241Voor de actuele stand van zaken, zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Een overzicht waar het Wrp landt ten opzichte van Omgevingswet en andere beleidsdocumenten is in het volgende schema geïllustreerd. Koppeling met Omgevingsvisie De gemeente Winterswijk heeft nog geen vastgestelde Omgevingsvisie. Volgens de toelichting bevat een integrale Omgevingsvisie straks onder meer een globale beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond, grondwaterkwantiteit en -kwaliteit, grondwater- en oppervlaktewatersysteem en de maatschappelijke opgaven inclusief de rol van de diverse overheden hierin. Daarnaast kan de Omgevingsvisie handvatten bieden voor het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem. Bij het vaststellen van de Omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de Omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ow). Dit betekent voor de gemeente Winterswijk dat de onderhavige ambities en visie op de gemeentelijk watertaken gezien worden als onderlegger voor de op te stellen Omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 is de koppeling nadrukkelijk gezocht, vanuit de maatschappelijke thema’s zoals landelijke gebruikelijk. Te zijner tijd zal het visie- en beleidsdeel van het Wrp gepositioneerd worden in de Omgevingsvisie Winterswijk. Koppeling met omgevingsprogramma's Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun Omgevingsvisies operationeel in programma's (afd. 3.2 Ow). In de programma’s wordt het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving uitgewerkt en zijn maatregelen op te nemen om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin. Het omgevingsplan en de verordeningen kennen deze doorwerking daarentegen wel. Monitoring van de programma’s vindt plaats vanuit de nog op te stellen Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) onder de Omgevingsvisie. De effecten van de klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van heftige regenbuien, toenemende hitte en toenemende droogte komen nu al aan het licht. Ook leidt het verstenen van de bebouwde omgeving, zeker in combinatie met de klimaatverandering, tot een grotere kwetsbaarheid van woon-, werk- en winkelgebieden. Door klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving in de toekomst op niveau. De Klimaatadaptatiestrategie uit 2022 is geïntegreerd in onderhavige Wrp. De juiste uitvoering van de riool- en watertaken draagt bij aan de integrale aanpak van droogte, toenemende hitte en wateroverlast. Een deel van de klimaatmaatregelen is bovendien te financieren vanuit de rioolheffing, vanuit onderhavig programma, zoals reeds verkend bij het opstellen van het klimaatadaptatiestrategie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Dit is hiermee de afbakening van het Wrp. De drinkwatervoorziening (Vitens) en rioolwaterzuivering (waterschap) vallen buiten de scope van de gemeentelijke zorgplichten bij de riool- en watertaken. Dit geldt ook voor thema’s als waterrecreatie, viswater en de bluswatervoorzieningen. De uitwerking van deze thema’s krijgt een plek in de overige (nog op te stellen) programma’s. Koppeling met omgevingsplan Het omgevingsplan bevat voor de gehele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de regels die hierbij nodig zijn (art. 4.2 Ow). Ook kan de gemeente omgevings-waarden (art. 2.11 Ow) of maatwerkregels (art. 4.6 Ow) opnemen, mits de algemene rijksregels of de omgevingsverordening van de provincie daarvoor ruimte bieden. De gemeente Winterswijk geeft hier invulling aan door de (beleids)regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven te laten landen in het nog op te stellen omgevingsplan. 1.4Van beleidskader naar operationele uitvoeringsplannen De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het stellen van het beleidskader, het college is vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleidskader. Het is aan het college hoe zij op een doelmatige en efficiënte wijze dit beleidskader invult. De status van het Wrp onder de Omgevingswet is dat het enerzijds een programma is, als uitwerking van de Omgevingsvisie. De beleidskaders daaruit zijn door de gemeenteraad nog niet vastgesteld. Wel is het programma Klimaatadaptatie in 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Het Wrp hoeft niet per se te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Anderzijds werkt dit Wrp de beleidskaders nader uit voor de riool- en watertaken en is in het Wrp de financiering en de impact op de koers rioolheffing beschouwd. De rioolheffing zelf wordt jaarlijks vastgesteld door de raad, in de rioolverordening. Het Wrp is hiervoor de belangrijke onderlegger. Aangezien de Omgevingsvisie, de Klimaatadaptatiestrategie én dit Wrp voor het eerst in deze vorm en onderlinge samenhang worden opgesteld, is er in deze overgangsfase voor gekozen ook Wrp bestuurlijk te laten vaststellen door college en raad. Met dit Water- en rioleringsprogramma wordt het beleidskader en de financiering voor de riool- en watertaken door de Raad vastgesteld voor de periode 2024 t/m 2028 en vervangt hiermee het Gemeentelijk WaterPlan (GWP) 2019-
  2. 1.5Begrippenkader Het vakgebied van de gemeentelijke watertaken kent een eigen begrippenkader. De belangrijkste begrippen zijn door de Stichting Rioned in algemene bewoordingen toegelicht en te vinden op: www.riool.info/home en www.rioolenraad.nl. Meer verdieping is te vinden op: https://www.riool.net/begrippen-en-definities 1.6Leeswijzer en status rapportage Leeswijzer Het Wrp is opgebouwd uit een tweetal delen: Een hoofddocument voor de verantwoordelijke bestuurders, politici en vaktechnisch personeel. Dit document bevat de hoofdlijnen en beschrijft onder andere de visie op de rioleringszorg, de beleidskeuzes in de vorm van ambities, sfeerbeelden en speerpunten, de benodigde middelen en de consequenties voor de riool- en waterzorgheffing en de voorziening riolering. Een achtergrondendocument met meer detailinformatie, waaronder o.a. een uitgebreide evaluatie van de afgelopen jaren, een uitgebreid overzicht van de vertaling van de beleidskeuzes naar specifiekere kwaliteitsbeschrijvingen en kwaliteitsnormen, een nulmeting, de uitvoeringsstrategie om binnen de planperiode te gaan (en blijven) voldoen aan de gestelde beleidskeuzes en een uitgebreidere analyse van de benodigde middelen en ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing en de voorziening. Ook het achtergrondendocument neemt derhalve een belangrijke plaats in en is integraal onderdeel van het Wrp, met name voor de kaderstelling en vaststelling van de (meer technische) kwaliteitsnormen. Voorliggende rapportage betreft het hoofddocument. De indeling van de rapportage is als volgt: Hoofdstuk 2 gaat in op de prioriteiten en de te maken (beleids)keuzes: welke zijn dit en hoe wordt hiermee omgegaan? De speerpunten voor de komende planperiode zijn in dit hoofdstuk benoemd; Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van de programmering van de activiteiten en de vertaling hiervan naar de benodigde budgetten; In hoofdstuk 4 zijn de consequenties bepaald voor de riool- en waterzorgheffing vanuit het kostendekkingsplan en is de personele organisatie beschouwd. Hoofdstuk 5 tot slot betreft het ambtelijk advies en een samenvatting van de bestuurlijke besluiten. Status Onderhavige versie dient ter afstemming met en besluitvorming door de gemeentelijke bestuurders. 2.Visie en ambitie De gemeente Winterswijk heeft haar visie nog niet vastgelegd in een Omgevingsvisie. Vanuit het College is een koers bepaald; de onderstaande citaten uit het Coalitieakkoord 2022-2026 geven het kenmerkend weer: De kern: “Samen aan de slag, voor een duurzame toekomst” ” Wij vinden een veilige, gezonde leefomgeving met goede infrastructuur, duurzaamheid en sociale cohesie belangrijk voor Winterswijk. Die gemeente maken we samen. De betrokkenheid en saamhorigheid van mensen bij hun wijk, buurtschap of het dorp vinden we daarin cruciaal.” “Een schone, nette openbare ruimte draagt bij aan het welbevinden van iedereen. Hiervoor moet regelmatig onderhoud worden gepleegd. We kijken nadrukkelijk naar het onderhoud van de openbare ruimte in de wijken en in de buurtschappen. Met uitvoerende partijen maken we duidelijke afspraken over het onderhoud en de kosten hiervan.” “Het financiële beleid is erop gericht om een financieel gezonde positie te behouden. Er moet voldoende ruimte zijn om noodzakelijke en kwalitatief goede investeringen te doen voor de toekomst van Winterswijk. Wij streven naar een jaarlijks structureel sluitende begroting.” Voor het formuleren van de ambities voor het water- en rioleringsprogramma hebben wij aansluiting gezocht bij landelijk gangbare pijlers uit de Omgevingswet. Daarnaast is er afstemming met onze klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda. Ook is er aansluiting gezocht bij de visies en bewoordingen van het waterschap (Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waarde van de Waterketen in 2050) en de landelijke koers van het Rijk (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de kamerbrieven ’Water en Bodem sturend’ en ‘de landelijke maatlat klimaatadaptief’ en de KaderRichtlijn Water. In hoofdlijn onderkennen al deze visiedocumenten vier maatschappelijke pijlers die de komende tijd centraal staan en bijdragen aan een waardevolle leefomgeving: Goed leefklimaat: Gebiedsgericht werken, een gezonde, schone en veilige woon- werk- en leefomgeving. Kwalitatief goed openbaar gebied: Een toegankelijk en aantrekkelijke omgeving; goed onderhouden riolen, wegen, voet- en fietspaden: veilig, waterrobuust en klimaatbestendig. Duurzame ontwikkelingen: Verduurzaming stimuleren vanuit brede invalshoek. De gemeente richt zich in het bijzonder op energietransitie en een circulaire economie. Initiatieven vanuit de samenleving verdienen ondersteuning. Verbindende overheid: Participeren van inwoners, ondernemers en organisaties. De samenleving wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering en de gemeente regisseert. De basis ligt in een actieve communicatie met samenleving. Onderstaande kaders geven de hoofdlijnen van de gemeentelijke ambitie voor de riolerings- en watertaken weer. Onze inwoners en ondernemers kunnen ervan uitgaan dat de riool- en watertaken op een professionele en adequate manier door de gemeente worden ingevuld. Onze inwoners en ondernemer zijn sterk betrokken bij hun eigen leefomgeving en de inrichting van de openbare ruimte. We stimuleren en ondersteunen buurt- of inwonersinitiatieven die de leefbaarheid vergroten. Onze ambitie is om te zorgen dat de huidige inwoners van Winterswijk ­ en toekomstige generaties ­ wonen, werken en recreëren in een klimaatbestendige gemeente. We steken daarom in op een proactieve aanpak van klimaatadaptatie. De gemeente wil kansen creëren, perspectief bieden aan inwoners en organisaties en haar voorbeeldfunctie uitbreiden In dit Wrp geeft de gemeente concreet aan hoe de invulling van de gemeentelijk riool- en watertaken een bijdrage levert aan de diverse bovenstaande pijlers. Om inzichtelijk te maken waar de gemeentelijke watertaken en visie elkaar vinden, leggen wij dit verband in de komende paragrafen. Tevens zijn de paragrafen voorzien van referentiebeelden voor de betreffende watertaak; ter illustratie voor een sobere en voor een ambitieuze insteek. De omschrijvingen van de ambities, nulmeting en speerpunten zijn in dit Wrp kort en bondig; voor meer duiding wordt verwezen naar het achtergronddocument. Daarin is per aspect uitgebreid ingegaan op de kwaliteitsbeschrijvingen en (getalsmatige) kwaliteitsnormen en zijn de genoemde speerpunten nader uitgewerkt, zodat duidelijk is wat bewoners en bedrijven van ons kunnen verwachten. 2.1Overkoepelende ambities en beleid Sommige ambities en beleidspunten werken door in alle zorgplichten. Of we nu kijken naar het afvalwater, oppervlaktewater, grondwater of hemelwater, het is van groot belang dat de bijbehorende voorzieningen werken (technische staat), dat het risico op storing bij gemalen laag is (bedrijfszekerheid gemalen) en dat er bij de aanleg van nieuwe stelsels en systemen (zoals wadi’s en infiltratievoorzieningen) duidelijke kaders worden gesteld. Om herhaling te voorkomen zijn deze overkoepelende aspecten in deze paragraaf benoemd. Aspect Ambitie Goed leefklimaat Kwalitatief goed openbaar gebied Duurzame ontwikkelingen Verbindende overheid Algehele technische staat (de conditie van de voorzieningen) Er wordt tijdig ingegrepen als onderdelen onvoldoende functioneren (ingrijpmaatstaven). Maatregelen worden niet uitgesteld. De beheerdata (geometrie en inspecties) en telemetrie is actueel, op orde en veilig. Voorkomen van onnodige vervuiling en overlast voor de omgeving. Voorkomen van lekkend afvalwater naar de bodem. Voorkomen van ongewenst water op straat en stankoverlast, om de omgeving aantrekkelijk te houden. Verlengen bestaande infrastructuur door risicogestuurd beheren. Daarnaast zorgt adequaat onderhoud een langere levensduur van installaties en systemen. Het voorkomen van lekkages zorgt voor minder stroom- en waterverbruik. Meldingen worden beantwoord met actuele data. Werk-met-werk-maken. Data brengt de natuurlijke momenten in beeld. Bedrijfszekerheid gemalen Gemalen vallen niet uit. De afvoercapaciteit van de gemalen is te allen tijde gegarandeerd. Voorkomen van onnodige vervuiling en overlast voor de omgeving. Voorkomen van ongewenst water op straat, en overstorten van (schoon) water. Geen vervuiling van schoon regenwater als er lozingen plaatsvinden i.v.m. inactieve of onderpresterende gemalen. Meldingen worden beantwoord met actuele data. Werking gemalen wordt geactualiseerd met meldingen. Nieuwe aanleg en renovatie De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt overlast door afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater voorkomen. De Technische Richtlijnen en Verordeningen worden gevolgd. Er is aandacht voor de inbreng van inwoners en partners. Het gebruik van toekomstbestendige voorzieningen bij nieuwbouw en renovatie, om ook overlast in de toekomst te voorkomen. Gebruik van toekomst- bestendige en klimaatrobuuste voorzieningen bij nieuwbouw en renovatie. Duurzame, klimaat adaptieve en circulaire ontwerpen bij nieuwbouw en renovatie. Inwoners en partners worden bij relevante projecten betrokken. Beheerdata actueel, compleet en valide We hebben de geometrie en de technische staat van de leidingen en voorzieningen inzichtelijk, de inspectie-graad is de laatste jaren toegenomen. De beheerdata en beheersoftware maken wij verder op orde. Hier is de laatste jaren al een grote slag in gemaakt (>90% op orde), voor wat betreft de geometrie van de riolen. Ook de rioolinspecties zijn voor een groot deel uitgevoerd. Vanuit het dagelijks beheer is geborgd dat bij falen van bijvoorbeeld een gemaal of aan-sluitleiding snel kan worden gereageerd. Wij hebben het areaal nagenoeg volledig (riolering, drainage, oppervlaktewater) in het beheersysteem staan. Door deze beheerdata op orde te houden en te valideren, houden we het inzicht in de omvang en de staat van het systeem, en daarmee de verwachte kosten voor het dagelijks beheer. We zetten in op het verbeteren van de uitwisselbaarheid van data en informatie, via het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW) en diverse platforms. Inzicht in functioneren op orde Momenteel is er geen actueel Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). Wel zijn, samen met de regio Achterhoek+, klimaatstresstesten uitgevoerd. Deze test laat voor enkele locaties binnen de gemeente wateroverlast zien bij een T=100 neerslagintensiteit gedurende 1 uur. Dit is besproken in de klimaatdialogen in
  3. Het onderzoek naar de doelmatige aanpak van de bekende probleemlocaties, qua wateroverlast, is eind 2023 gereed, waarna eventuele maatregelen worden geagendeerd. Vanuit de actuele en complete data willen wij actuele modelstudies opstellen om te kijken hoe ons systeem presteert. Hiermee weten we getalsmatig waar we staan, wat voor risico’s we lopen en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Zodra we de eventuele zwakke punten van ons stelsel in kaart hebben en we weten welke maatregelen we kunnen treffen verwerken we dit in de planning. Betrouwbaar rioolstelsel en naar een waardegedreven beheer Het stelsel moet betrouwbaar zijn, knelpunten worden aangepakt, waar het stelsel niet voldoet of verouderd is grijpen wij in. Hierbij wegen wij de mogelijke effecten en risico’s en de beoogde kosten af, met als doel het maken van transparante en vastgelegde keuzes en het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. De komende planperiode gaan wij aan de slag met onze visie op het ‘beheer van de openbare ruimte’. De beheeropgaven en -processen houden wij tegen het gedachtegoed van de Omgevingsvisie aan. Bewoordingen bij dit gedachtegoed zijn: Leefomgeving centraal (effect/waardegestuurd, participatie, integraal scope en partners); Inzichtelijk en transparant (structuur in documenten, KPI’s, monitoring); Ruimte voor maatwerk en afweging van kosten/baten/risico’s; Cultuurverandering (werkprocessen, regie, rollen, korte en lange termijn). Integrale afstemming beheer- en vervangingsopgave en benutten meekoppelkansen We zetten ons in op een integrale afstemming van water- en rioleringsbeheer met andere activiteiten in de gemeente. We kijken bijvoorbeeld verder dan enkel de levensduur en kwaliteit van de riolen als het gaat om vervanging of reconstructie. Door af te stemmen met wegen, groen, klimaatadaptatie of nutsbedrijven is het mogelijk om enerzijds werk-met-werk te maken, en anderzijds om regie te houden op de drukte in de ondergrond. Vanuit actuele data hebben wij de natuurlijke momenten voor Integraal beheer Openbare Ruimte in beeld. Meekoppelkansen benutten betekent dat maatregelen gecombineerd worden met andere acties en doelen. Deze insteek trekken wij breder dan het assetbeheer; wij benutten ook de meekoppelkansen samen met verkeer en mobiliteit, landschap en stedenbouw, sociaal domein, woningcorporaties en projectontwikkelaars etc. Dit haakt ook in met het principe ‘werk-met-werk’ maken. Wij gaan actief op zoek naar deze kansen. Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten De gemeente Winterswijk laat zich niet verrassen door de klimaatverandering en is op de toekomst voorbereid met een klimaatrobuust systeem. We willen in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2022 hebben wij hiervoor de Klimaatadaptatiestrategie en Uitvoeringsprogramma uitgewerkt; wij zijn pro-actief als het gaat om klimaatadaptatie conform de Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Door een slimmere inrichting van de buitenruimte is de kans op hinder en overlast door regenwater verkleind. De buitenruimte is klimaatbewust ontworpen. Bij elk werk bekijken we met welke maatregelen de openbare ruimte voldoende ‘waterrobuust’ en ‘klimaatbestendig’ wordt gemaakt (voor zover dat in de omgeving van het werk verbetering behoeft). Hierbij is integraal aandacht voor de vermindering van hittestress en droogtestress. Een groot deel van de activiteiten en maatregelen landt in dit Wrp, om te kunnen worden gefinancierd vanuit de riool- en waterzorgheffing. Inzetten op participatie inwoners en partners uit netwerkomgeving Er moet structureel meer aandacht aan communicatie besteed worden om inwoners en netwerkpartners bewust te maken van de effecten van klimaatverandering. Mensen wéten wel dat klimaatverandering een probleem is, maar zien klimaatverandering als te groot en te complex en hun eigen aandeel daarin als praktisch nutteloos. In onze communicatieactiviteiten moeten we dus proberen om dit brede, abstracte en ‘ver van mijn bed-’onderwerp klein, concreet en dichtbij te maken. Zo kunnen we de bewustwording van en kennis over klimaatadaptatie vergroten Echter, bewustwording creëren en kennis van de effecten van klimaatverandering vergroten is niet genoeg. Het is belangrijk dat we inwoners en partners in de omgeving verleiden om hun houding en gedrag te veranderen en in actie te komen. Dit doen we op de volgende manieren: vragen om mee te doen aan een permanente dialoog (over bijvoorbeeld gezamenlijke acties of initiatieven, subsidiëring, advies en handelingsperspectief) te stimuleren, door het doorzetten van onze stimuleringsregelingen voor afkoppelen van verhard oppervlak door het goede voorbeeld te geven in de openbare ruimte, bij vervangings- en herinrichtingsprojecten en bij ons eigen vastgoed. De inrichting rondom het gemeentehuis is hier een goed voorbeeld van. overwegen of we kaders willen stellen in Omgevingsvisie/-plannen of regelgeving, bijvoorbeeld door het opstellen van een Hemelwaterverordening). 2.2Ambitie en beleid voor zorgplicht afvalwater De gemeente heeft de plicht te zorgen voor de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht komt voort uit de wettelijke zorgplicht zoals opgenomen in artikel 2.16 lid 1a in de Omgevingswet (Artikel 10.33 Wet milieubeheer). In de volgende tabel is voor onze invulling van deze zorgplicht toegelicht hoe deze bijdragen aan de overkoepelende thema’s van de gemeente Winterswijk. De aspecten ‘inzameling’ en ‘transport’ hebben betrekking op de wettelijke verplichting om huishoudelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren om te voorkomen dat dit in het leefmilieu terechtkomt, om zodoende een bijdrage te leveren aan een betere kwaliteit van het oppervlaktewater, grondwater en de bodem. Daarnaast wordt bij dit item aandacht besteed aan (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Om het afvalwater te kunnen inzamelen en transporteren moeten de buizen, putten, gemalen etc. voldoende capaciteit hebben, (onder vrijverval) binnen gestelde tijd afstromen en bedrijfszeker, dus in goede staat zijn. Aspect Ambitie Goed leefklimaat Kwalitatief goed openbaar gebied Duurzame ontwikkelingen Verbindende overheid Aansluiting en inzameling Al het afvalwater wordt ingezameld en gezuiverd en komt tijdens droog weer niet ongezuiverd in sloten of bodem. Er zijn geen stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem door het riool. Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling en transport (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Voorkomen dat afvalwater in het leefmilieu (op maaiveld of in het in oppervlakte water) terecht komt. Geen stankklachten of verstoppingen bij de inwoners. Aanmoedigen en meedenken met alternatieven ‘anders omgaan met afvalwater’ . Daarnaast zuinig omgaan met (drink)water. Ook afstemming met Waterschap over constantere aanvoer van afvalwater bij de zuivering voor een optimale werking. Communicatie tussen gemeente en inwoners voor aansluitplicht en voorkomen van nieuwe foutaansluit-ingen. Transport naar de rioolwater-zuivering Stedelijk afvalwater kan ongehinderd en binnen voldoende tijd afstromen, aanrotting van afvalwater wordt hiermee voorkomen. Aantasting van het riool is beperkt en er zijn geen risico’s door beschadigde riolen. Bij hoosbuien wordt het rioolwater zoveel mogelijk opgevangen in de riolen en bergingsvoorzieningen. De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers is beperkt. Slechts af en toe is er sprake van stank en vervuiling. De vuiluitworp leidt niet tot risico's voor mens en omgeving. Voorkomen dat ongewenste lozingen de kwaliteitseisen voor bodem en oppervlaktewater overschrijden. Beperkte stankoverlast, overlast door ongedierte en vuiluitworp in het openbaar gebied. Voorkomen dat afvalwater onnodig wordt verpompt. Initiatieven om het vuilwater-volume te brengen door stimulering vermindering gebruik drinkwater en gebruik regenwater. Assetmanagement Wij zetten in op risico- en effectgestuurd rioolbeheer, met als doel het maken van transparante en vastgelegde keuzes en het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. In gebieden waar het falen een andere impact dan elders, zoals bijvoorbeeld ons winkelgebied of riolen onder spoorlijnen of hoofdwegen, wijn we extra scherp. Dit doen wij vanuit een andere beheerstrategie: wij inspecteren deze riolen vaker en wij accepteren minder schades. Door bij onze koers van assetmanagement rekening te houden met de risico’s en effect op de leefomgeving geven wij elk probleem de aandacht die het verdient. De methodiek die deze beoordeling mogelijk maakt is de softwaretool Rasmariant. In het najaar van 2023 hebben we meer inzicht verkregen in ons rioolbeheer en daarmee het risico- en effect gestuurd rioolbeheer toegepast, voor het onderbouwen van de rioolinspecties en -vervangingen en bijbehorende budgetten. De managementsamenvatting beschrijft op hoofdlijnen de achtergronden bij de afwegingen voor accepteren, repareren, relinen of vervangen en geeft duiding aan de impact op de levensduur. Belangrijke constatering is dat de gemiddelde levensduur van onze riolen toeneemt van 60 jaar nu naar 80 jaar straks en de vervangingskosten zullen dalen. Hier tegenover staat dat het budget voor reparaties en inspecties in eerste instantie zullen stijgen. Per saldo nemen de lasten af. Met het efficiënt inzetten van middelen beperken we ons niet enkel tot de vervangingsopgave, maar kijken we ook naar de reiniging van de riolen. Woonwijken kunnen mogelijk volstaan met een lagere frequentie dan de hoofdriolen. In de stamriolen, grondwaterbeschermingsgebieden en nabij lozingspunten is een hogere frequentie wellicht wenselijk, op andere locaties kan het extensiever. De registratie van de daadwerkelijke vervuiling wordt gecontinueerd en dient als input voor de differentiatie en optimalisatie van het reinigingsplan. Benutten kansen verbetering waterkwaliteit en KaderRichtlijn Water (KRW) We blijven ons inzetten op optimalisatie van de afvalwaterketen. De gemaalcapaciteit van de rioolwaterwaterzuivering wordt in overleg tussen waterschap en gemeente optimaal in ingesteld op basis van de dan actuele inzichten. Ook met het zicht op de KaderRichtlijnWater is het terugdringen van de vuillast een belangrijk speerpunt. Het uitgangspunt is dat de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsel de doelstellingen voor het oppervlaktewater niet in gevaar mogen brengen. Deze zijn met de waterkwaliteitsbeheerder bepaald. Bij heftige buien kan de riolering niet al het water bergen en treden riooloverstorten in werking. We blijven de riooloverstorten monitoren en weten hoe vaak en hoeveel gemengd rioolwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. We zetten samen met het waterschap en de gemeente Oost Gelre in op de ‘slimme gemalen regeling’. Hiermee willen we zorgen voor een continu afvalwaterstroom naar de RWZI’s Winterswijk en Lichtenvoorde, waardoor uiteindelijk de KRW wordt ingevuld. Enkel afvalwater naar de zuivering Wij hebben al grote inspanningen gedaan betreft het afkoppelen van verharde oppervlakten op gemengde stelsels. Het verminderen van het watervolume richting de RWZI’s zetten wij door, bijvoorbeeld door bij rioolvervanging kijken we of een gemengd stelsel kan worden vervangen door een gescheiden stelsel. Daarnaast blijven we bij elke gelegenheid actief kijken of het mogelijk is om hemelwater af te koppelen van het gemengde stelsel. Denk aan de kleinschalige toepassing van verlaagde banden, infiltratiekolken, opvang in groenstroken, en andere technieken voor infiltratie. Beide maatregelen kunnen zorgen voor een verlaagde vuilwaterlast. Stimulering vermindering drinkwaterverbruik en gebruik regenwater We zetten in op het stimuleren van initiatieven om het drinkwaterverbruik te verminderen en het toepassen van regenwater voor bijvoorbeeld toiletspoeling, het doen van de was of in bedrijfsprocessen. Dit doen wij in samenhang de bewustwording voor het veranderende klimaat en de bijdrage die inwoners en ondernemers zelf aan klimaatadaptatie kunnen leveren. Wij houden de inwoners en ondernemers op de hoogte van hun jaarlijkse afvalwaterproductie (in bijvoorbeeld perspectief tot vergelijkbare woningen of buurten) en promoten de mogelijkheden om dit terug te dringen. Dit doen wij nadrukkelijk in samenwerking met het drinkwaterbedrijf Vitens en het waterschap Rijn en IJssel. Nieuwe sanitatie buitengebied Wij zetten in op de doelmatige verwerking van afvalwater in het buitengebied. Dit betekent niet dat wij per definitie aansluiten op drukriolering, maar alternatieven afwegen. Dit doen wij vanuit (nog nader uit te werken) kaders als kosteneffectief en doelmatig, maar ook vanuit het duurzaamheidsdenken (bijvoorbeeld stroomverbruik, vasthouden van water in droogtegebieden en toepassing van afvalwater als grondstof). In het geval van oppervlaktewaterlozingen wordt met het waterschap opgetrokken. 2.3Ambitie en beleid voor zorgplicht hemelwater De gemeente heeft de plicht te zorgen voor de inzameling van het hemelwater (regenwater). De zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig afvloeiend hemelwater sluit aan bij artikel 2.16 lid1a in de Omgevingswet (artikel 3.5 van de Waterwet). In de onderstaande tabel is toegelicht hoe de omgang met afvloeiend hemelwater bijdraagt aan de overkoepelende thema’s voor de gemeente Winterwijk. Bewuste, doelmatige keuzes over de omgang met hemelwater zijn noodzakelijk. Indien hemelwater niet lokaal in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam te brengen is, is transport en verwerking mogelijk. Bij gemengde rioolstelsels wordt het op daken en wegen vallend hemelwater vermengd met afvalwater van huishoudens en bedrijven en getransporteerd naar de RWZI’s. Om overlast tijdens heftige regen te voorkomen, moet de riolering voldoende afvoercapaciteit hebben. Hiervoor dienen de buizen, putten, etc. in goede staat te zijn. Regulier onderhoud en tijdige vervanging is daarbij noodzaak. Bij extreme buien heeft de gehele buitenruimte een rol in de opvang, afvoer en verwerking van het hemelwater. Daarnaast wordt een deel van het water al opgevangen op particuliere terreinen. Dit heeft ook de voorkeur. Daarom worden particulieren gestimuleerd om hemelwater te ontkoppelen middels de subsidieregeling “anders omgaan met hemelwater”. Aspect Ambitie Goed leefklimaat Kwalitatief goed openbaar gebied Duurzame ontwikkelingen Verbindende overheid Aansluitingen en inzameling Overtollig hemelwater dat de particulier redelijkerwijs niet op eigen terrein kan verwerken wordt ingezameld. Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren. Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk schoon hemelwater te scheiden van het stedelijk afvalwater, voor zover dit doelmatig is. Hemelwater wordt zoveel mogelijk bovengronds en zichtbaar verwerkt. De openbare ruimte wordt onderdeel van de verwerking én beleving van hemelwater. Water op straat is onvermijdelijk in de toekomst, Bepaalde gebieden worden hier juist op ingericht, om wateroverlast en/of schade te voorkomen. Voorkomen van onnodige inzameling en transport van schoon regenwater vermindert het energie en waterverbruik in de gehele keten. Communicatie tussen gemeente en inwoners voor de stimulering, bewust- wording en rolverdeling in de omgang met hemelwater en klimaat-adaptatie. Verwerking en afvoercapaciteit De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij regen redelijk goed kan afvoeren naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor. De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Bij normale regenval wordt het water afdoende verwerkt in de riolen en voorzieningen, zonder dat dit leidt tot hinderlijke water-op-straat. Bij extreme situatie (vanaf een bui die eens in 2 jaar optreedt) mag tijdelijk enige hinder door 'water op straat' situaties ontstaan. In 2050 is de verwerkings-capaciteit van de ondergrond én de openbare ruimte ingericht om de korte heftige bui die eens per 100 jaar valt te verwerken, zonder dat er wateroverlast optreedt. De inrichting is zowel klimaatbestendig en waterrobuust. Water op straat is onvermijdelijk in de toekomst, Bepaalde gebieden worden hier juist op ingericht, om wateroverlast te voorkomen Het tempo van maatregelen tegen wateroverlast wordt integraal afgestemd. Afstemming tussen gemeente, waterschap en inwoners omtrent de acceptatie van water-op-straatsituaties. Daarnaast inzetten op infiltreren en bergen water op particulier terrein Bewustwording Inwoners zijn op de hoogte van het veranderde klimaat en hoe dit zich vertaalt in uitdagingen in de gemeente. Inwoners worden betrokken zodat ze een actieve bijdrage kunnen leveren aan een klimaat neutrale straat. Meer water in de kernen waarmee beleving en zichtbaarheid water vergroot wordt - Inwoners worden geïnformeerd over de situatie, en gestimuleerd en uitgedaagd mee te denken aan oplossingen. Wij zetten de komende planperiode in op de volgende speerpunten: Omgaan met hemelwater - bewustwording bij particulieren Wij willen bij onze inwoners en ondernemers bewustzijn creëren voor de effecten van het veranderde klimaat en toename van neerslag. Wij denken aan publieksacties om inwoners bewust te laten worden van de effecten van een veranderend klimaat en hun rol daarin. Bijvoorbeeld een ‘actie regenton’ of het stimuleren van onttegelen van tuinen (NK-Tegelwippen), of door aan te sluiten bij initiatieven als operatie Steenbreek. Kaders, taken en verantwoordelijkheden van particulieren, ontwikkelaars en gemeente gaan wij de komende periode eenduidig vastleggen en communiceren. Met een veranderend klimaat en toenemende neerslag is dit een manier om ook in de toekomst veiligheid en een goede leefomgeving te garanderen voor de inwoners. In 2050 is onze gemeente klimaatbestendig en waterrobuust. Wij dragen deze boodschap en visie uit naar onze inwoners en bedrijven We zetten de stimuleringsregeling voor het afkoppelen van hemelwater door. Daarnaast willen we het bergen, infiltreren en gebruiken van hemelwater op particulier terrein stimuleren. Hiermee zien we een voorkeursvolgorde van het verwerken van hemelwater: Gebruik – de mogelijkheden en meerwaarde voor het opvangen en gebruiken van regenwater brengen wij onder de aandacht bij inwoners en bedrijven. Vasthouden – water zoveel mogelijk verwerken en infiltreren in de bodem daar waar het valt. Dit draagt bij aan de bestrijding van de droogte. Dit middels door een subsidie regeling/verordening Bergen – (tijdelijk) opslaan in wadi’s, retentievoorzieningen of oppervlaktewater. Afvoeren – als laatste instrument kan de afvoercapaciteit vanuit een gebied worden vergroot. Daarnaast nemen wij als gemeente een voorbeeldfunctie aan. Wij maken een plan om systematisch overbodige verharding in het openbaar gebied te verwijderen of te vervangen door waterdoorlatende verharding. Anticiperen op extreme buien - klimaatbestendig en water robuuste maatregelen in bestaand gebied Wij zetten tot 2050 in op het kunnen verwerken van de ‘klimaatbuien’ die eens per 100 jaar kunnen optreden en het verkoelen van kernen en wijken door het versterken van de groene leefomgeving. Zo zorgen wij er als gemeente voor dat in 2050 de waterveiligheid op orde is met een robuuste vitale infrastructuur en dat de leefbaarheid voor onze inwoners en ondernemers in stand blijft. Nieuwe constructies (riolering en de openbare omgeving) worden waterrobuust aangelegd, zo is de omgeving klaar voor de toekomst. Aan te leggen voorzieningen worden ontworpen op een klimaatbui van 70 mm in één uur, in aansluiting op de ´landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (maart 2023)’ vanuit de Rijksoverheid. Een dergelijke bui mag de grens van ernstige hinder niet overschrijden. We hebben de definitie van wateroverlast, en dus ook wat ernstige hinder is, bepaald aan de hand van 3 gradaties: Hinder: kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 0 –30 minuten; Ernstige hinder: forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksel, met een duur in de orde van 30 – 120 minuten.; Overlast: langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels en woningen (boven het vloerpeil van de begane grond) met materiele schade en mogelijk ook ernstige belemmering van en gevaar voor het (economische) verkeer. Van belang is dat, zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (zoals berging van water-op-straat, verwerking van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk wordt gecommuniceerd naar de gebruikers hiervan. De Klimaatadaptatiestrategie uit 2022 is geïntegreerd in onderhavige Wrp. Minder stenen nastreven draagt bijvoorbeeld ook bij aan het verminderen van ‘klimaatstress’. En doordat meer regenwater infiltreert in de bodem, neemt wateroverlast tijdens piekbuien en droogte af. Door klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving ook in de toekomst op niveau. De juiste uitvoering van de watertaken draagt bij aan de integrale aanpak van droogte, toenemende hitte en wateroverlast. Het deel van de klimaatmaatregelen dat de koppelen is aan de verwerking van overtollig hemelwater is bovendien te bekostigen vanuit onderhavig programma; maatregelen die sec gericht zijn op de aanpak van hittestress (zoals bijvoorbeeld de aanplant van bomen) en droogtebestrijding (zoals de plaatsing van stuwen in het landelijk gebied) vallen hier niet onder. Wateroverlast bij extreme neerslag – klimaatbestendig en waterrobuuste maatregelen in ontwikkelgebieden Kans en uitdaging bij vooral nieuwbouwprojecten is ‘Minder verstenen en verzamelen, meer vergroenen en verspreiden’. Bij nieuwbouwprojecten wordt daarnaast uitgegaan van bovengrondse, zichtbare afvoer over maaiveld in plaats van alleen via ondergrondse regenwatervoorzieningen (waaronder riolen). De voorwaarde wordt gesteld dat, om wateroverlast ten gevolge van extreme neerslag te voorkomen, water tijdelijk geborgen kan worden in het wegprofiel (tussen de trottoirbanden) of gestuurd kan worden naar laagtes in de omgeving (bijvoorbeeld in het groen of op pleinen). Dit geldt zowel voor de openbare ruimte als particuliere terreinen. Schade aan eigendommen van derden moet worden voorkomen. De basisgedachte voor zowel de gemeente als het waterschap hierbij is: geen waterschade tot en met een bui die 1x per 100 jaar voorkomt. Bij in- en uitbreidingen verwachten wij van de ontwikkelaars een inspanning voor het verwerken van een deel van het regenwater op eigen terrein. Wij sluiten aan bij landelijke richtlijnen van de Rijksoverheid van maart 2023 en focussen op de korte en heftige piekbuien, waarbij voor het waterschap meer de langere intensieve regenperioden maatgevend zijn. Regenwater is in principe schoon Uitgangspunt is dat hemelwater in principe schoon genoeg is om direct op oppervlaktewater te lozen. De afgelopen decennia hebben wij een deel van onze gemengde stelsels omgebouwd naar een gescheiden stelsel. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit en voorkomt het onnodige transporteren en zuiveren van hemelwater. Verdachte oppervlakken in de gemeente voeren af op een gemengd of verbeterd gescheiden stelsel. De ambitie om de afkoppelkansen te benutten (werk-met-werk maken) zetten wij door. Dit afkoppelen doen wij ter voorkoming van het onnodig transporten en zuiveren van schoon hemelwater, het voorkomen van wateroverlast en het beperken van droogte. Hierbij wordt het water waar mogelijk zoveel mogelijk bovengronds wordt afgevoerd. 2.4Ambitie en beleid voor zorgplicht grondwater De zorgplicht voor de structurele nadelige gevolgen van grondwaterstanden is opgenomen in artikel 2.16 lid1a in de Omgevingswet (artikel 3.6 van de Waterwet). Waar mogelijk zetten wij in op een positieve bijdrage aan het droogteprobleem. Grondwater is een natuurlijk verschijnsel. In het stedelijk gebied komen situaties voor waarbij de aan de grond gegeven bestemming en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen. Door de specifieke ligging van bijvoorbeeld een leem- of kleilaag is het ook in de gemeente Winterswijk mogelijk dat er zich in een kruipruimte structureel grondwater bevindt. Water in de kruipruimte is niet per definitie overlast. Water mag aanwezig zijn als dit geen gevolgen heeft voor het woongenot of de bouwtechnische staat. Naast hoge grondwaterstanden kunnen ook lage grondwaterstanden leiden tot overlast. Lage grondwaterstanden kunnen bijvoorbeeld leiden tot extra (ongelijke) zetting van veen- en kleibodems en verdorring van vegetatie in openbaar of particulier groen. Passende maatregelen komen veelal overeen met de voorkeursstrategie uit het omgaan met neerslagafvoer: vasthouden, bergen en pas als het niet anders kan afvoeren. Voorbeelden van maatregelen die hieraan bijdragen zijn: verminderen van gesloten verhard oppervlak, gebruik van infiltratievoorzieningen en vasthouden van extra grondwater door beperken van drainage. Aspect Ambitie Goed leefklimaat Kwalitatief goed openbaar gebied Duurzame ontwikkelingen Verbindende overheid Aansluiting en wijze van inzameling en opvang De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. Grondwater geeft geen problemen voor de aan de grond gegeven bestemming. - - Communicatie tussen gemeente en inwoners over de rolverdeling en bewustwording voor (structurele) grondwateroverlast. Burgers kunnen met vragen bij de Front Office terecht. Aanpak structurele overlast De gemeente treft, mits doelmatig, maatregelen op openbaar terrein ter beperking van structurele grondwateroverlast. Grondwater geeft geen problemen de aan de grond gegeven bestemming. - Het tempo van maatregelen tegen structurele grondwater-overlast volgt de natuurlijke vervangingsmomenten van riolering en wegen. Communicatie tussen gemeente en inwoners over de rolverdeling en bewustwording voor (structurele) grondwateroverlast. Burgers kunnen met vragen bij de Front Office terecht. Instandhouding waterbalans De gemeente draagt bij aan een duurzame omgang met water door waar mogelijk infiltratie van hemelwater te stimuleren. - Een groene, levendige omgeving. Waar droogte en hitte onder controle zijn. Door (schoon) hemelwater zo veel mogelijk lokaal te verwerken en/of infiltreren, voorkomt dit onnodige voorzieningen en energieverbruik. Communicatie tussen gemeente en bewoners over de bewustwording voor het anders omgaan met water. Voortzetten huidige koers In grote lijnen volgen wij de koers van de afgelopen jaren voor de invulling van onze gemeentelijke watertaken. Onze insteek is onveranderd: de gemeentelijke grondwaterzorgplicht wordt adequaat en doelmatig ingevuld. Het is erop gericht om op doelmatige wijze bestaande hinder weg te nemen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nieuwe hinder te voorkomen met als resultaat een duurzaam functionerend grondwatersysteem én een duurzaam gebruik. Wij nemen alleen zelf maatregelen tegen grondwateroverlast of -onderlast als dit doelmatig wordt geacht, en alleen in de openbare ruimte. De afwegingen en eventuele maatregelen zijn altijd locatieafhankelijk en maatwerk. De financiering van aanpak van droogtestress is niet volledig onder de zorgplicht grondwater te borgen, tenzij het ‘structurele nadelige gevolgen’ betreft. Dit maakt het niet mogelijk de hierbij bijhorende activiteiten te financieren vanuit de riool- en waterzorgheffing. Invullen regierol – belang van communicatie In grote lijnen volgen wij de koers van de afgelopen jaren voor de invulling van haar gemeentelijke watertaken. De insteek is onveranderd; in situaties waar grondwaterlast wordt gemeld, treden wij op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen. De gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar. Wij werken, waar mogelijk, mee aan oplossingen (onderzoekend en regisserend) en willen daartoe een duidelijk aanspreekpunt zijn voor inwoners en ondernemers betreffende grondwaterproblematiek en vragen over grondwater. In situaties waar grondwateroverlast wordt gemeld, treden wij op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen. De rol die wij op ons nemen wordt op projectbasis actief gecommuniceerd. Bewoners en bedrijven weten bij werken in uitvoering vooraf waar zij aan toe zijn, wat de rol van de gemeente is en waar hun eigen verantwoordelijkheid, ook in het nemen van maatregelen, begint. Verkrijgen van inzicht – voortzetten monitoring grondwaterstanden Het continue monitoren zorgt voor inzicht in de langjarige ontwikkeling van het grondwater in onze gemeente. Zo grijpen wij tijdig in als de grondwaterstand wordt aangetast. Verkrijgen van inzicht – inventariseren en inspecteren De voorzieningen die een bijdrage leveren aan de beheersing van het grondwater (met name drainagesystemen en duikers) leggen wij vast in het beheersysteem. Deze data is voldoende op orde en dient op orde te blijven. Wij zetten in op een structureel inspectie en reinigingsprogramma, ook voor deze voorzieningen. 2.5.Ambitie en beleid voor zorgplicht oppervlaktewater De gemeentelijke taken omtrent oppervlaktewater vallen buiten de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Oppervlaktewater is in dit Wrp wel opgenomen, aangezien het een belangrijke bijdrage levert aan de hoofddoelen vanuit de inleiding (H1). De gemeente heeft wel een verplichting voor het nastreven van een gewenste waterkwaliteit (afspraken KaderRichtlijnWater, zie par. 2.2 afvalwater en naar verwachting (conceptstatus) tevens vanuit de Europese richtlijn Stedelijk Water) en betreft kwantiteit verplichtingen die volgen vanuit de Keur van de waterschappen. Onderhavig Visiedocument richt zich op het oppervlaktewater in stedelijk gebied, gezien de samenhang en wisselwerking met de riolering. Voor het stedelijk oppervlaktewater is het de ambitie, samen met het waterschap, de aankomende planperiode de aspecten verder vorm te geven. Een klein deel van de watergangen en het oppervlaktewater is in beheer en onderhoud bij de gemeente, een merendeel bij het waterschap. Toch, zoals eerder aangegeven, is het stedelijke watersysteem van belang voor de gemeente. Afstemming van gezamenlijke kaders voor de technische staat en de beheer- en onderhoudsregimes van het oppervlaktewater is zinvol. Immers, in de kernen draagt een goed functionerend en onderhouden watersysteem, plus het omliggende groen, bij aan de klimaatopgaven voor het verminderen van wateroverlast, hittestress en droogtestress. Aspect Ambitie Goed leefklimaat Kwalitatief goed openbaar gebied Duurzame ontwikkelingen Verbindende overheid Afvoer-capaciteit Bij extreme situatie mag opstuwing tot op maaiveld en 'water-op-straat' situaties ontstaan. Dit mag niet leiden tot overlast/schade. De afvoercapaciteit wordt gegarandeerd. Zodat overlast en onveilige situaties zoveel mogelijk worden voorkomen. De bestaande en nieuwe watergangen leveren een bijdrage aan de leefbaarheid en beleving van de openbare ruimte en de klimaatopgaven - Meldingen over hoogwater of overlast worden opgepakt. Onderhoud De gemeente en de waterschappen zetten met regulier beheer in de optimale uitstraling van de watergangen en (retentie)vijvers. De wensen voor toename van de biodiversiteit versus de toename van plaagdieren wordt afgestemd. De bestaande en nieuwe watergangen leveren een bijdrage aan de leefbaarheid en beleving van de openbare ruimte en de klimaatopgaven - - Beleving en zichtbaarheid De gemeente en de waterschappen zetten in op vergroten van de belevingswaarde en biodiversiteit van het oppervlaktewater. - - - - Wij zetten de komende planperiode in op de volgende speerpunten: Een andere inrichting van de buitenruimte Andere keuzes in de inrichting van de openbare ruimte dragen bij aan de verwerking van het hemelwater, volgens de voorkeursvolgorde gebruik- vasthouden-bergen-afvoeren. Het water draagt positief bij aan het functioneren van het oppervlaktewater, qua aanvulling en doorspoeling. Van belang is, zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (berging van water op straat, berging van water in groenvoorzieningen) dit duidelijk gecommuniceerd wordt naar de gebruikers hiervan. Afstemming beheerstrategie (bijdragen aan beleving, zichtbaarheid en biodiversiteit) Het oppervlaktewater levert een bijdrage aan de beleving en aantrekkelijkheid van onze gemeente en is belangrijk voor de biodiversiteit. Het beheer en onderhoud ligt bij verschillende assetmanagers; van belang is de integrale benadering (proces en werkplan) goed af te stemmen. Het oppervlaktewater levert immers een belangrijke bijdrage aan een goed leefklimaat en openbare ruimte. Het waterschap heeft sinds 2005 de grotere watergangen en beken (exclusief beduikering) en tussentijds gerealiseerde retentievijvers in stedelijk gebied overgedragen gekregen van de gemeente. Inmiddels zijn er totaal circa 30 vijvers, waarvan het grootste deel retentievijvers, in eigendom en beheer van het waterschap. Het waterschap heeft daarmee het beheer en groot onderhoud vanuit hydraulisch oogpunt en is constructief verantwoordelijk. In 2013 zijn aanvullende afspraken tussen de gemeente en het waterschap gemaakt over het baggeren. Het groot onderhoud vindt in principe plaats door het waterschap, indien daarvan sprake is. Ook zij levert dus een belangrijke bijdrage aan de beleving, zichtbaarheid en biodiversiteit. Wij willen dan ook de streefbeelden voor het oppervlaktewater actualiseren in samenspraak met het waterschap (gekoppeld aan onder meer de KaderRichtlijn Water). De overige wateren (vijvers en kleinere sloten) blijven in beheer en onderhoud van de gemeente. Belangrijk is de aandacht voor de mogelijke toename plaagdieren, als neveneffect van de veranderde inrichting. Door extensiever beheer- en onderhoud van het stedelijk water ontstaan omstandigheden voor toename van ongedierte (zoals ratten) in stedelijk gebied. Te allen tijde willen we als gemeente voorkomen dat de volksgezondheid hierdoor in gevaar komt. Het waterschap bestrijdt tot op heden de bever- en muskusrat, en niet de bruine of zwarte rat. Vanuit de gewijzigde wetgeving van plaagdierbestrijding stemmen we, naast het beheer- en onderhoud van de watergangen en oevers en ambities voor de toename in biodiversiteit, ook de taken en verantwoordelijkheden in bestrijding van de plaagdieren af. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we op de hotspots gras zaaien plaats van kruidenmengsels en vaker en korter maaien. Verbeteren waterkwaliteit De waterkwaliteit en belevingswaarde van enkele retentievijvers, in vooral het centrum, laat periodiek te wensen over vanwege de toenemende aanwezigheid (meer en gedurende langere perioden) van blauwalg en mogelijk stank. Beide zijn mede een gevolg van langere perioden van droogte en hogere buitentemperaturen en zijn met name problematisch bij stilstaande wateren. Om invulling te geven aan ambitie om de beleving en uitstraling van water te vergroten, is afstemming met het waterschap noodzakelijk. Wij willen, samen met het waterschap, de aankomende jaren de volgende doelen realiseren: Het beheer en onderhoud van stedelijk water afstemmen en aanpassingen in inrichting en beheer doorvoeren mede met het oog op leefbaarheid, beleving en biodiversiteit. Dit ook in overleg met bewoners en uitvoeren voor zover combineerbaar met en inpasbaar in de algemene ambities en maatschappelijk verantwoord. Het meer zichtbaar en robuust maken van stedelijk water of andere projecten waar verbetering van waterbeleving aan de orde is. Het overwegen van de aanleg van wadi-systemen in plaats van nieuw oppervlaktewater. Beleving en zichtbaarheid Voor het deel van de Wehmerbeek binnen de bebouwde kom van Winterswijk is in 2003 -2004 een overkoepelende visie gemaakt. Vervolgens is een aantal deelprojecten benoemd. Voor de daadwerkelijk uitvoering wordt het juiste moment afgewacht om hier mee aan de slag te gaan. Sinds de visie zijn er inmiddels veel gezamenlijke initiatieven uitgevoerd op het moment dat er zich kansen en projecten op aangrenzende terrein van de Wehmerbeek voordeden. Mooie voorbeelden hiervan zijn de trajecten Avenarius, park Berkhof (aansluitend aan park Scholtenbrug) en landgoed Eelink (tot aan de Bataafseweg). Ruim de helft van deze trajecten is inmiddels zodanig ontwikkeld dat er in plaats van een diepe en smalle, grotendeels beklinkerde afvoersloot, een- ondiepe, hermeanderende en robuustere beektrajecten zijn ontstaan; aantrekkelijk en prettig om bijv. te wandelen en te fietsen. Bij veel regen kan tijdelijk veel water over een grote breedte worden verwerkt in combinatie met berging in nabijgelegen retentievijvers en lagergelegen gebieden. En bij aanhoudende droogte wordt juist minder (grond)water afgevoerd omdat de Wehmerbeek een ondieper beekbodem heeft gekregen. Hierbij is prachtig geanticipeerd op diverse facetten van klimaatadaptief inrichten. De inpassing in het centrum is complex; de mogelijkheden en termijnen zijn nog dermate onzeker, dat hiervoor de komende planperiode nog geen rekening is gehouden met projectinvesteringen. 3.Programma 2024 tot en met 2028 In het voorgaande hoofdstuk zijn de ambities, de actuele stand van zaken en bijbehorende speerpunten voor water en riolering beschreven. Maar wat betekent dit nu concreet? In het Programma hebben wij de onderzoeken, activiteiten en maatregelen voor de komende jaren uitgewerkt, om het beoogde kwaliteitsniveau te realiseren en te handhaven. De gemeente moet de reguliere beheer- en onderhoudsmaatregelen uitvoeren. Echter, voor een aantal facetten is het ook zaak het inzicht te vergroten en zijn diverse vervangings- en verbeteringsmaatregelen nodig. Vanuit de MeerjarenInvesteringsProgramma’s en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, opgesteld in 2022, komt de nodige input. Een nulmeting is opgesteld van de kwaliteit en kwantiteit van ons areaal (peildatum april 2023). Vervolgens is een gedetailleerd Programma Water en Riolering opgesteld om invulling te geven aan de ambities en speerpunten. De details zijn te vinden in respectievelijk de hoofdstukken 5 en 6 van Achtergrondendocument. In dit hoofdstuk is het Programma bondig opgesomd. 3.1Nulmeting Om de huidige situatie in de gemeente Winterswijk te beoordelen is een toetsing aan het kwaliteitskader uitgevoerd. Dit kader wordt gevormd door de beleidslijnen uit het verleden, aangepast naar met nieuwe inzichten vanuit bijvoorbeeld het Klimaatadaptatieprogramma. In het achtergronddocument (hoofdstuk 5) is in detail per kwaliteitsnorm beoordeeld of hieraan is voldaan. In de volgende tabel is de nulmeting samengevat. De onderstaande symboliek is gebruikt: Geconcludeerd is dat de toestand, het functioneren en de bedrijfszekerheid goed in beeld zijn en voldoen aan de daaraan gestelde kwaliteitsnormen. De taken worden door de gemeente Winterswijk adequaat ingevuld. Dit blijkt uit zowel de evaluatie van het GWP 2019-2023 als de nulmeting 2023 Het huidige onderhoudsniveau en het daaruit voortvloeiende kwaliteitsbeeld voor de openbare ruimte worden als voldoende ervaren. De kwaliteit van de buitenruimte is op een goed niveau, met de daarbij behorende financiële consequenties. Het Handboek Openbare Ruimte dient in 2024 te worden geactualiseerd, waaronder voor het beleidsuitgangspunt ‘adequaat afkoppelen’, de ‘omgang met regenwater bij herinrichtingen en nieuwbouw’ en in afstemming met de Visie klimaatadaptatie
  4. Voor het onderdeel oppervlaktewater zijn inspanningen nodig om de maatregelen (klimaatbestendige inrichting en verbetering waterkwaliteit (KRW) en kaders (voor onder de meer beheer en onderhoud van watergangen) in samenspraak met het waterschap af te stemmen en vast te stellen. 3.2Activiteiten in hoofdlijnen Het dagelijks beheer en onderhoud van de riool- en watervoorzieningen (inspecties, reiniging en kleine reparaties) doen wij vanuit het risico- en effectgestuurd rioolbeheer voor onze vrijvervalriolen. Voor het buitengebied zetten de huidige werkwijze voort. Hiervoor hebben we het gegevensbeheer op orde en hebben we voldoende inzicht in het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen. Accenten brengen we aan vanuit de speerpunten uit het voorgaande hoofdstuk. De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste activiteiten en accenten voor de periode 2024 -
  5. Activiteitenprogramma 2024 t/m 2028 Onderzoek en stimulering Uitvoeren Programma Klimaatadaptatiestrategie. Onderzoek heffingsgrondslagen riool- en waterzorgheffing Onderzoeken en afstemmen beheer- en onderhoud stedelijk water en plaagdierbestrijding met het waterschap. Implementeren subsidie- en stimuleringsregeling particulieren voor afkoppelen verhard oppervlak, aanleg groene daken en gebruik regenwater. Dagelijks beheer en onderhoud Dagelijks beheer (reinigen, inspecteren en repareren voorzieningen als riolen, gemalen, drainage en kolken). Straatvegen en baggerwerkzaamheden. Stap naar data- en waarde gedreven beheren. Investeringen Vervangen, renovatie en herstellen riolen die kwalitatief in slechte staat zijn, vanuit risico- en effectgestuurde afwegingen. Vervangen en herstellen gemalen en pompunits (buitengebied) die kwalitatief in slechte staat zijn. Maatregelen ter verbetering van het functioneren van riolen, zoals het afkoppelen van verhard oppervlak en aanpassen van diameters. Ruim de helft van het systeem is inmiddels gescheiden gerioleerd. Maatregelen ter verbetering van het functioneren van de watersystemen, met name de verwerking van overtollig te water. Klimaatbestendig en water robuuste meekoppelkansen; niet verstenen en verzamelen, maar vergroenen en verspreiden. Voor klimaatadaptatie zijn het niet enkel investeringen voor het bijleggen van hemelwaterriolering, maar ook voor bovengrondse oplossingen. Personeel Personele capaciteit, kwalitatief en kwantitatief. Structureel voor de adequate invulling van de water- en rioleringstaken en de klimaatopgave. 3.3Budgetten In het Water- en Rioleringsprogramma is de ambitie vertaald naar een strategie met onderzoeken, activiteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. Medio 2023 zijn deze budgetten afgestemd met de begrotingen. Onderstaande tabellen geven een samenvatting, als jaarschijven voor de komende planperiode. De budgetten voor onderzoek, dagelijks beheer en personeel komen direct op de exploitatie. De investeringen worden over een langere termijn afgeschreven; deze afschrijvingen (en rente) worden als kapitaallasten verrekend. Dit is in het volgende hoofdstuk uitgewerkt. Tabel 1: resumé exploitatie Activiteit Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 Onderzoek en stimulering € 425.000 € 420.000 € 480.000 € 390.000 € 390.000 Dagelijks beheer en onderhoud € 1.458.200 € 1.458.200 € 1.458.200 € 1.458.200 € 1.458.200 Personeel € 716.200 € 716.200 € 716.200 € 716.200 € 716.200 Totaal € 2.599.400 € 2.594.400 € 2.654.400 € 2.564.400 € 2.564.400 Tabel 1: resumé investering Investeringen Financiële afschrijvings-termijn 2024 2025 2026 2027 2028 Vervangingen Vrijvervalriolen en voorzieningen 60 jaar € 1.870.600 € 1.664.900 € 651.800 € 1.587.900 € 943.500 Vervangingen Drukriolen buitengebied 60 jaar € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 Vervangingen Installaties (elektromechanisch) 20 jaar € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 Verbeteringen Afkoppelen, klimaatadaptatie 60 jaar € 600.000 € 400.000 € 100.000 € - € 188.700 Totaal € 2.580.600 € 2.174.900 € 861.800 € 1.697.900 € 1.242.200 Voor de planperiode 2024 t/m 2028 is een totale investering van €8.557.400 gemoeid. De daadwerkelijke planningen van de maatregelen (reparatie, relining of vervanging) worden op reguliere basis afgestemd met de disciplines wegen en groen, en kabels en leidingen, in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MJIP). 4.Middelen Naast invulling van de kernfuncties, zoals beschreven in de inleiding, is het geheel aan riool- en watervoorzieningen een enorm kapitaalgoed. Zo ligt er alleen al zo’n 195 km aan hoofdriool, 51 km aan aansluitleidingen en 273 km aan drukriolen onder gemeentelijke grond. De totale vervangingswaarde hiervan in ingeschat op circa € 180 miljoen. De invulling van de gemeentelijke watertaken kost dan ook veel geld. De gemeente Winterswijk geeft hier jaarlijks €4,2 mln aan uit (jaarrekening 2023). Dit zijn niet alleen de kosten voor het vervangen en verbeteren van de voorzieningen, maar ook de kosten voor zaken als reiniging en inspectie, het uitvoeren van onderzoeken, de personeelslasten van de gemeente en de rente over investeringen. Dit bedrag wordt bekostigd vanuit d rioolheffing en dus direct door de inwoners en ondernemers in onze gemeente. Voor 2023 bedraagt deze heffing €300,- voor een regulier huishouden2Een regulier huishouden bestaat uit 2,2 inwoners en verbruikt 129 l/dag per persoon: link
  6. Totaal watergebruik (cbs.nl). Het is daarom van belang dat de rioleringszorg en watertaken serieus en efficiënt worden aangepakt, omdat het impact heeft op volksgezondheid, veiligheid, leefbaarheid én de lokale lasten. 4.1Ontwikkeling lasten In het Achtergrondendocument is de ambitie vertaald naar een strategie in detail, met onderzoeken, activiteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. Met dat beeld en aannames voor rentepercentages (rekenrente 2,0%) is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren. De volgende grafiek geeft een totaalbeeld van de componenten waaruit de lasten zijn gevormd voor de lange termijn. Dit betreft op hoofdlijn de personeelslasten, exploitatielasten, de factor compensabele btw en de kapitaallasten van nieuwe investeringen (afschrijving en rente) en lopende kapitaallasten van investeringen uit het verleden Figuur 4-1: lastenontwikkeling gemeentelijke watertaken lange termijn (exclusief inflatie) Bij het bepalen van de budgetten is inflatie buiten beschouwing gelaten. Inflatie maakt dat de kosten van alle genoemde posten stijgen, behalve de afschrijvingen over investeringen. Dit wordt jaarlijks, met ook de rekenrente op dat moment, beschouwd en verrekend in de daadwerkelijk vaststelling van de gemeentelijke tarieven. Waarom stijgen de lasten? De eerste aanleg van riolen is, en wordt, bekostigd vanuit de grondexploitatie en komt daarmee niet ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Het vervangen van de riolering komt wel ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Riolering in Winterswijk moet gemiddeld zo’n 60 tot 80 jaar na aanleg worden vervangen. De kosten voor vervanging zijn relatief hoog. Winterswijk is vanaf de jaren ’80 flink gaan uitbreiden, niet alleen in inwoneraantal maar ook in hoeveelheid riolering. Hiernaast is ongeveer de helft van het Winterwijkse areaal aangepast, tussen 2003 en 2015 om op duurzame wijze invulling te geven aan emissiereductie op het oppervlaktewater. Dit betekent dat de lasten voor het rioolbeheer tot circa 80 jaar na aanleg nog toenemen. Het beeld voor de komende planperiode is gebaseerd op het MJIP vanuit het risicogestuurde rioolbeheer. De daadwerkelijke maatregel (reparatie, relining of vervanging) wordt bepaald vanuit de kwalitatieve toestand vanuit de rioolinspecties en de afstemming met de overige assets in de openbare ruimte (wegen, groen, kabels en leidingen). Dit kan betekenen dat een riool dat kwalitatief nog voldoende is eerder wordt vervangen, omdat de bovenliggende weg reeds aan vervanging toe is en toch op de schop gaat. Advies financieringsstrategie In het GWP 2019-2023 is de financieringsstrategie verkend. Gezien het beeld van de toenemende lasten en de verkenning van ‘direct afschrijven’ (om de rentelasten op de lange termijn teug te dringen) is destijds geconcludeerd de huidige financieringsstrategie niet te wijzigen. Ook met de huidige inzichten blijft het beeld dat de stap naar een strategie van (deels of geheel) direct afschrijven van investeringen op de korte termijn ingrijpend is voor de hoogte van de rioolheffing. Vertrekpunt blijft dat de lasten voor de inwoners en ondernemers zo geleidelijk mogelijk stijgen. 4.2Consequenties voor de koers rioolheffing Verkenningen ontwikkeling Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld met de ‘Verordening Riool- en waterzorgheffing’. De gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt geloosd betaalt deze heffing De rioolheffing wordt bepaald aan de hand van het waterverbruik, aan de hand van de volgende staffel

(2023): 0-500 m³: € 2,82 per m³ 501-5.000 m³: € 2,78 per m³ 5.001-20.000 m³: € 2,73 per m³ 20.001 m³ en meer: € 0 per m³ Vanuit een landelijk gemiddeld waterverbruik van 129 l/dag per persoon en 2,2 inwoners per huishouden, betaalt een regulier huishouden dus €300,- per jaar aan rioolheffing in onze gemeente. Verkenning in scenario’s Het beleid van onze gemeente is dat de lasten voor de rioleringszorg en watertaken voor 100% gedekt worden door de rioolheffing, met een sluitende begroting voor een gezonde financiële situatie. Jaarlijks beschouwt onze gemeente de balans, inclusief mutaties op de voorziening riolering. Eventuele tekorten of overschotten worden bij de jaarrekening geëgaliseerd met de voorziening riolering. Aan de hand van 3 scenario’s zijn de consequenties voor de riool- en waterzorgheffing inzichtelijk gemaakt: Handhaven huidig peil rioolheffing; Geleidelijke stijging van de rioolheffing met benutting voorziening riolering; Risicovariant met rente 4,0%. De uitgebreide verkenning van deze scenario’s is uitgewerkt in hoofdstuk 7 van het Achtergrondendocument. Voor elk van deze scenario’s zijn de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Uitgangspunt voor alle scenario’s is dat de voorziening positief moet blijven, en de stand van de voorziening terug te brengen tot minstens €2.000.000 in 2040. De volgende grafiek geeft de benodigde stijging van de rioolheffing weer voor de periode in de periode 2024-2040. Figuur 4-2: Tariefontwikkeling voor de verschillende scenario’s (exclusief inflatie) Advies ontwikkeling rioolheffing Geadviseerd wordt de heffing de komende planperiode enkel aan te passen met de indexatie, mits de rekenrente onveranderd blijft op 2,0%. Hiermee wordt de voorziening gebruikt om de stijgende kosten op te vangen. Hieronder is het verloop van de voorziening in het geval van dit scenario gegeven. Het handhaven van de heffing op het huidige niveau is een optie. De voorziening zal geleidelijk worden benut. Na de planperiode is een stijging noodzakelijk. Om te voorkomen dat de voorziening volledig leegloopt, zal de riool- en waterzorgheffing op termijn verhoogt moeten worden. De benodigde stijging na de planperiode (+2,0% voor de periode 2031 -2039) en het benutting en vulling van de voorziening, is het in de onderstaande grafiek weergeven. Figuur 4-3: Verloop voorziening met geleidelijke stijging riool- en waterzorgheffing, op termijn Uitgaande van de huidige rente van 2,0% tot het einde van de planperiode, en het blijven activeren van de vervangingsbudgetten, zou dit betekenen dat eind 2028 de voorziening €905.000 bevat. Alle voorgenomen maatregelen worden hiermee gefinancierd, evenals de voorgenomen klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast, mocht de rekenrente in de komende jaren toenemen, is een stijging van de riool- en waterzorgheffing onvermijdelijk om kostendekkend te blijven. 5.Resumé en besluit 5.1Resumé Het voorliggende Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2024-2028 geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee wij als gemeente Winterswijk invulling geven aan de wettelijke zorgplichten van het stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater, en onze zorg voor het oppervlaktewater. Het Wrp beschrijft hierin de maatschappelijke doelen, de visie en de beleidskaders. Van daaruit ontstaan onze ambities, programmering en de financieringsstrategie voor de komende jaren. Met Wrp geeft onze watertaken en verplichtingen weer. Belangrijke ontwikkelingen hierin zijn de Omgevingswet, de grote ontwikkelgebieden in onze gemeente, het thema klimaatadaptatie en het IBOR. Vanuit deze basis is een visie op onze invulling van de gemeentelijke watertaken opgesteld. Wij steken onze ambities en kwaliteitskaders als volgt in: Onze inwoners en ondernemers kunnen ervan uitgaan dat de riool- en watertaken op een professionele, adequate en kosteneffectieve manier door de gemeente worden ingevuld. We zetten de huidige aanpak voor, we doen wat we moeten doen. Dit houdt in dat de voorzieningen functioneren op het basisniveau (voldoende onderhouden, hier en daar wat op aan te merken, af en toe hinder is mogelijk). Onze ambitie is om te zorgen dat de huidige inwoners van Winterswijk ­ en toekomstige generaties ­ wonen, werken en recreëren in een klimaatbestendige gemeente. We steken daarom in op een proactieve aanpak van klimaatadaptatie. De gemeente wil kansen creëren, perspectief bieden aan inwoners en organisaties en haar voorbeeldfunctie uitbreiden. Visie en ambities De komende jaren leggen wij de focus op: Overkoepelend Het op orde brengen van beheerdata en deze actueel, compleet en valide houden. Het vergroten van inzicht het functioneren. Het betrouwbaar houden van onze systemen door het tijdig vervangen, repareren of renoveren van onze riolen, pompen, gemalen etc. Het integraal afstemmen van onze investering en het benutten van de meekopppelkansen. Het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten vanuit de pro-actieve houding. Het inzetten op de participatie door onze inwoners en ondernemers. Afvalwater Het inzetten op risico- en effectgestuurd rioolbeheer, voor de doelmatige inzet van onze middelen. Het samen met de gemeente Oost Gelre en het waterschap inzetten voor de optimalisatie van de waterketen (riolen, gemalen en rwzi’
  1. s)in relatie tot de Kaderrichtlijn. Het aanvoeren van enkel afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Het creëren van bewustzijn bij inwoner en ondernemers voor het ‘anders omgaan met drinkwater en afvalwater’. Het benutten van kansen voor nieuwe sanitatie. Hemelwater Het creëren van bewustzijn bij inwoner en ondernemers voor het ‘anders omgaan met hemelwater’. Het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van bestaande gebieden. Het borgen van de klimaatadaptatieve maatregelen in de ontwikkelgebieden. Het implementeren van de voorkeursvolgorde gebruik-vasthouden-bergen-afvoeren. Regenwater is in principe schoon. Het uitvoeren van doelmatige maatregelen in de openbare ruimte, op probleemlocaties met wateroverlast. Grondwater Het invullen en communiceren van onze regierol. Het voortzetten van de monitoring van grondwaterstanden. Het uitvoeren van doelmatige maatregelen in de openbare ruimte, op probleemlocaties met structurele grondwateroverlast. Oppervlaktewater Het communiceren van de keuze van de inrichting van de buitenruimte vanuit de voorkeursvolgorde. Het afstemmen van de beheerstrategie met het waterschap. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het overwegen van de aanleg van nieuw water. Het afstemmen van de functies van oppervlaktewater met andere beleidsvelden. Programmering Om onze riool- en watervoorzieningen op het gewenste niveau te houden of te krijgen moeten kosten gemaakt worden. De benodigde activiteiten, onderzoeken en investeringen zijn gebudgetteerd en geagendeerd voor de planperiode 2024-2028 en in detail uitgewerkt in het achtergronddocument. Financiering De riool- en waterzorgheffing wordt jaarlijks voor de gemeenteraad vastgesteld met de ‘Verordening Riool- en waterzorgheffing’. Voor 2023 is de hoogte van de heffing vastgesteld volgens de volgende staffel: 0-500 m³: € 2,82 per m³ 501-5.000 m³: € 2,78 per m³ 5.001-20.000 m³: € 2,73 per m³ 20.001 m³ en meer: € 0 per m³ Dit komt neer op €291,57 voor een regulier huishouden. Geadviseerd wordt de komende planperiode de riool- en waterzorgheffing enkel met de indexatie te verhogen, mits de rekenrente 2,0% blijft. Organisatie Onze rol als gemeentelijke overheidsorganisatie is aan verandering onderhevig. Naast verbreding en integratie van thema’s als klimaatadaptatie wordt, om de gestelde ambities te bereiken, ook ingezet op burgerparticipatie, samenwerking en ‘verbinden’. Om de strategie voor de komende planperiode ten uitvoer te brengen, is de belangrijkste voorwaarde dat onze personele organisatie staat. In hoofdlijn sluit het formatiebeeld aan bij de kentallen vanuit de Stichting Rioned. Vooralsnog is het huidige budget voor personeelskosten niet aangepast. 5.2Advies De ambtelijke voorbereiding en uitwerking is verzorgd door een projectgroep, bestaande uit medewerkers van de gemeente Winterswijk, de gemeente Oost Gelre en het waterschap Rijn en IJssel, in samenspraak met de portefeuillehouder. Vanuit deze groep zijn de visie, ambitie en programmering tot stand gekomen. Het ambtelijk advies is: Het Water- en rioleringsprogramma Winterswijk 2024-2028 (Wrp) vast te stellen; De financiële consequenties van het Wrp te verwerken in de (meerjaren-) begroting; Het Gemeentelijk Watertakenplan Winterswijk 2019-2023 (GWP) in te trekken. 5.3Bestuurlijk besluit De bestuurlijke besluiten worden te zijner tijd los bijgevoegd. Water- en rioleringsplan 2024-2028 Gemeente Winterswijk - Achtergronden 1.Inleiding In dit achtergronddocument is de detailinformatie opgenomen voor de vaktechnici, inclusief op hoofdlijn het activiteitenprogramma met budgetten en een planning voor de komende planperiode. De beleidskaders en -keuzes zijn opgenomen in het hoofdrapport, bedoeld voor het bestuur en de beleidsadviseurs. Het doel van dit achtergronddocument is het beschrijven en toelichten van de gehanteerde bronnen, de gebruikte informatie, de overwegingen en de uitgevoerde analyses. In opbouw is het achtergronddocument geschreven als een bijlagerapport aanvullend op het hoofdrapport en geeft het achtereenvolgens inzage in: Visie Het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijft de visie en ambitie van de gemeente omtrent de wettelijke riool- en watertaken. De uitwerking van deze ambities is gekoppeld aan de gemeentelijke watertaken uit de Omgevingswet, artikel 2.16. Wat moeten wij? De context van de gemeentelijke watertaken (H2) Het wettelijk kader en bestaande afspraken van de gemeente (H2) Het Wrp geeft toetsbare kwaliteitskaders voor het in stand houden van de huidige voorzieningen en het toekomstbestendig, waterrobuust en klimaatadaptief maken van de riolering, het watersysteem en de leefomgeving. Hiervoor is het huidige areaal inzichtelijk gemaakt en het voorgaande Gemeentelijke Waterplan 2018-2022 geëvalueerd. Waar staan wij? Een overzicht van het areaal (H3) Een evaluatie van het GWP 2019-2023 (H4) Afspraken en verplichtingen uit het verleden én vanuit het beleid dienen realistisch te zijn. In het Wrp is eenduidig vastgelegd hoe hiermee wordt omgegaan en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de zorgplichten, zodat onze inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Wat vinden we belangrijk? Beleids- en kwaliteitskader gemeentelijke watertaken, inclusief de nulmeting (H5) Programma Het Wrp geeft inzicht in de programmering van de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval‐, hemel‐ en grondwater en het beheer en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater in de gemeente Winterswijk. Voor de periode 2024 t/m 2028 zijn de onderzoeken, activiteiten en maatregelen per jaarschijf geagendeerd en gebudgetteerd. Voor de lange termijn geeft het Wrp een doorkijk. Wat betekent dit? Uitwerking van het programma in activiteiten, investeringen en budgetten (H6) Financiering De manier van omgang en wijze van invulling is vervolgens omgezet in een consequentie voor zowel de tariefontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing als de personele middelen. Wat betekent dit? Analyse van de financieringsstrategie en advies voor de koers van de riool- en waterzorgheffing in het kostendekkingsplan (H7) Reacties en besluiten Basisgedachte achter het Wrp is dat een gedegen en integrale beleidsafweging plaatsvindt op het terrein van de verbrede watertaken, met raakvlakken naar de openbare ruimte, financiën en personeel. Dit is van toepassing voor zowel de gemeentelijke organisatie als bij externe partijen die hierbij belang hebben. Ingekomen reacties en besluiten zijn toegevoegd. Wat spreken wij af? Reacties van externen en bestuurlijke besluiten (separate bijlagen) Begrippenkader Het vakgebied van de gemeentelijke watertaken kent een eigen begrippenkader. De belangrijkste begrippen zijn door de Stichting Rioned in algemene bewoordingen toegelicht. Deze zijn te vinden op: www.riool.info/home en www.rioolenraad.nl/ Meer verdieping is te vinden op: https://www.riool.net/begrippen-en-definities Samenwerking afvalwaterteam WintLicht Gemeenten en waterschap zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de afvalwaterketen, bestaande uit riolering en afvalwaterzuivering. Het afvalwater wordt via de gemeentelijke riolering van Oost Gelre en Winterswijk ingezameld en vervolgens door het waterschap Rijn en IJssel met persleidingen getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringen Winterswijk en Lichtenvoorde. Belangrijke waterlopen in de gemeente zijn de BovenSlinge, de Slinge, De Veengoot en de Baakse Beek De gemeenten Winterswijk en Oost Gelre werkten sinds begin jaren negentig, zij het afzonderlijk, reeds intensief samen met het waterschap Rijn & IJssel binnen de waterketen op het gebied van afvalwater, regenwater, grondwater en in steeds toenemende mate open water. Het landelijk BestuursAkkoord Water heeft er toe geleid dat formeel een samenwerkingsverband WintLicht is opgericht. Sinds 2016 slaan gemeenten Oost-Gelre, Winterswijk en het waterschap Rijn en IJssel de handen ineen voor een optimale en duurzame afvalwaterketen ten behoeve van een gezond watersysteem, in het samenwerkings- verband WintLicht. Samenwerking in de regio staat op de bestuurlijke agenda, en het opstellen van onderhavig plan past prima binnen het Achterhoek+ en het WintLicht-verband. In het proces van het opstellen van dit Wrp trekken de gemeenten Oost Gelre en Winterswijk gezamenlijk op, in nauwe samenwerking met het waterschap Rijn en IJssel. Enerzijds om van elkaar te leren en elkaar te versterken, anderzijds vanuit synergievoordeel in het proces door het bundelen van overlegmomenten en het gebruik kunnen maken van elkaars teksten, kennis, kunde en ideeën. Figuur ‎1-1: Gebied WintLicht met zuiveringskringen Lichtenvoorde en Winterswijk. Kernteam en brede werkgroep Wrp De Wrp’s voor beide gemeenten zijn opgesteld door Antea Group vanuit één kernteam met medewerkers van gemeente Winterswijk, Oost Gelre en het waterschap Rijn en IJssel: Gemeente Winterswijk: Simon Wiggers (Projectleider / Beleidsmedewerker Water) Frank Welcker (Beleidsmedewerker Openbare Ruimte Roald Kroeze (Beheerder stedelijk water en riolering) Gemeente Oost Gelre Arjan Spaargaren (Projectleider / Beleidsmedewerker Water) Romy Verweij (beleidsmedewerker Stedelijk water en riolering) Gert Meutstege (adviseur riolering) André Helmink (adviseur water) Waterschap: Thorben Koeslag (Adviseur Waterketen) Antea Group: Benno Steentjes (Projectleider / Expert beheer openbare ruimte) Luuk Nieuwenhuis (Adviseur beheer openbare ruimte) Basisgedachte achter het Wrp is dat een gedegen en integrale beleidsafweging plaatsvindt op het terrein van de verbrede watertaken, met raakvlakken naar de openbare ruimte, financiën en personeel. Dit is van toepassing voor zowel de gemeentelijke organisatie als bij externe partijen die hierbij belang hebben. De ambtelijke voorbereiding en uitwerking is verzorgd door het kernteam. Hiernaast heeft afstemming plaatsgevonden met een brede werkgroep, bestaande uit gemeentelijke medewerkers van de disciplines Ruimtelijke Ordening, Klimaat & Duurzaamheid, Omgevingswet, Riool, Groen, Ecologie en civiel. Ook medewerkers van diverse disciplines vanuit het waterschap zijn betrokken in deze werkgroep. 2.De context van de gemeentelijke watertaken 2.1De taakstellingen en verplichtingen van de betrokken partijen De gemeentelijke watertaken omvatten meer dan de zorg voor een stelsel van buizen in de ondergrond. Om de inhoud van het Wrp te begrijpen is kennis nodig van de (milieu) technische, financiële, organisatorische en juridische aspecten. Dit hoofdstuk beschrijft de context van de gemeentelijke watertaken. De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de gemeente Winterswijk ligt, naast de gemeente, in de handen van het waterschap Rijn en IJssel, de provincie Gelderland, het drinkwaterbedrijf Vitens en de particulieren. De volgende figuur geeft een indicatie van de verdeling van de werkvelden en verantwoordelijkheden. Figuur ‎2-1: waterkringloop en verantwoordelijkheden 2.2Omgevingswet en zorgplichten De Omgevingswet wordt per 1 januari 2024 van kracht. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. De Omgevingswet omvat de belangrijkste delen van het omgevingsrecht, zowel procedureel als materieel. Dit nieuwe stelsel moet leiden tot: meer inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak binnen het omgevingsrecht; snellere en verbeterde besluitvormingsprocessen; integratie van plannen en toetsingskaders; een grotere bestuurlijke afwegingsruimte. De Omgevingswet heeft twee doelen: Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Benutten: de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Vanuit de wetgever is nu nog gesteld dat elke gemeente over een Gemeentelijk RioleringsPlan dient te beschikken waarin invulling aan de zorgplichten wordt gegeven (artikel 4.22 Wm). Met de komst van de Omgevingswet vervalt de planverplichting voor een GRP. De strekking voor de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater voor de gemeente wijzigt niet. In het volgende kader zijn de ‘nieuwe’ wetteksten opgenomen. Omgevingswet artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 * tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort. de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid. de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt * 2.17, 2.18 en 2.19 gaan in op de taken van de andere overheden voor de fysieke leefomgeving. * 2.20 gaat in de mogelijkheid van het aanwijzen van locaties met afwijkend beheerverantwoordelijkheid. De gemeente bepaalt zelf welke voorzieningen ze gebruikt en hoe ze deze beheert voor de inzameling, het transport en de (lokale) behandeling van het vrijkomend stedelijk afvalwater, het verwerken van overtollige hemelwater, uiteraard in overleg met de waterschappen en andere partijen. De gemeente heeft hiernaast een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast. Vanuit andere overheidslichamen is het onder de Omgevingswet, als gezamenlijk bestuurlijk besluit tussen gemeente en waterschappen, als ministeriële regeling of onder een omgevingsverordening, ook mogelijk de taak voor het beheer van watersystemen of de zuivering van stedelijk afvalwater bij de gemeente neer te leggen. Dit is dit binnen de gemeente Winterswijk niet aan de orde. Koppeling met omgevingsvisie Een integrale omgevingsvisie bevat onder meer een beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond, grondwaterkwantiteit en -kwaliteit, grondwater- en oppervlaktewatersysteem en de maatschappelijke opgaven inclusief de rol van de diverse overheden hierin. Daarnaast moet erin staan hoe het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem eruitziet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ob). Dit betekent voor de gemeente Winterswijk dat de onderhavige ambities en visie op de gemeentelijk watertaken gezien worden als onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie. Te zijner tijd zal het visie- en beleidsdeel van het Wrp gepositioneerd worden in de Omgevingsvisie Winterswijk. Koppeling met omgevingsprogramma's Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun omgevingsvisies operationeel in programma's (afd. 3.2 Ow). In de programma’s wordt het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving uitgewerkt en zijn maatregelen op te nemen om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin. Het omgevingsplan en de verordeningen kennen deze doorwerking daarentegen wel. De insteek vanuit de Omgevingswet is dat dat meten en monitoring van de ambities een belangrijke rol krijgt. Welke indicatoren (KPI’
  2. s)dat zijn, en hoe dit zich specifiek door vertaald naar de water- en rioleringstaken, laat de wetgeving in het midden. De komende jaren zal de gemeente dit uitwerken. Onderhavig plan voorziet in hiervoor in een onderzoeksbudget. De gemeente Winterswijk geeft hier invulling aan door het opstellen van het onderhavig Water- en rioleringsprogramma. Koppeling met omgevingsplan (invoering, decentralisatie en bruidsschat) Een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is decentralisatie. Dit houdt in dat bepaalde onderwerpen die het Rijk nu nog centraal regelt, onder de Omgevingswet worden overgelaten aan de gemeente of een andere decentrale overheid, zoals het waterschap. Dat geldt bijvoorbeeld voor de lozingsregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. De Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelen de overgang van het bestaande stelsel naar het nieuwe stelsel. Onderdeel hiervan zijn de regels die van het Rijk naar gemeenten en waterschappen overgaan. De regels uit de Omgevingswet zijn verder uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Het Omgevingsbesluit (Ob): dit besluit geeft antwoord op de vraag welke procedurele regels gelden en – in aanvulling op de Omgevingswet – wie het bevoegd gezag is om op een aanvraag te beslissen en te handhaven. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin staan algemene regels die erop zijn gericht om nationale doelstellingen te behalen en te voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl richt zich (alleen) tot overheden. Het bevat instructieregels (bijvoorbeeld voor het beheer van het openbaar vuilwaterriool) en omgevingswaarden. Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving vastleggen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat de algemene (rijks)regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit zijn onder andere de regels voor lozingen in bodem, riolering en oppervlaktewater. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): deze regels gelden (alleen) voor burgers en bedrijven. Denk aan regels voor veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is decentralisatie. Dit houdt in dat bepaalde onderwerpen die het Rijk nu nog centraal regelt, onder de Omgevingswet worden overgelaten aan de gemeente of een andere decentrale overheid, zoals het waterschap. Dat geldt bijvoorbeeld voor de lozingsregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Om te voorkomen dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet een situatie ontstaat zonder regels voor lozingen, gaan deze regels van rechtswege over naar decentrale overheden. Dit is de zogenoemde bruidsschat. Dit betekent dat de beleidsregels vanuit onderhavig Wrp met de planperiode 2024 tot en met 2028 gestand blijven en kunnen landen in het nog op stellen omgevingsplan. Koppeling met gemeentelijke riool- en waterzorgheffing De Wet milieubeheer, de Waterwet en de Gemeentewet bepalen elk voor een deel wat de gemeenten bij de gemeentelijke watertaken moeten doen en hoe ze het moeten organiseren. Door het inwerkingtreden van de Omgevingswet gaan (delen van) de Waterwet en de Wet milieubeheer op in de nieuwe Omgevingswet. Hierdoor vervalt de verplichting voor het opstellen van een GRP. Echter er dient nog steeds een onderbouwing van de riool- en waterzorgheffing opgesteld te worden. De gemeente Winterswijk geeft hier invulling aan door de budgetanalyse en het kostendekkingsplan integraal onderdeel te laten zijn van onderhavig Wrp 2024-2028. 2.3Verdeling taken en verantwoordelijkheden De vrijheid voor de gemeente om invulling te geven aan haar taken schept echter ook de verplichting naar de bewoners en bedrijven om helder te communiceren wat van de gemeente te verwachten is. Het volgende schema toont op hoofdlijn de taken en verplichtingen van de betrokkenen. grondeigenaar (bewoners/ bedrijven) De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat deze zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen voor de inzameling van stedelijk afvalwater en afwatering van hemel- en grondwater. Zo is de eigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het hemelwater dat op zijn terrein valt. Ook de gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar. Pas als de particulier niet met redelijke inspanning hieraan kan voldoen ligt er een adviserende taak voor onze gemeente. Daarnaast heeft de particulier een zorgplicht. Hij/zij mag niets doen waarvan verwacht kan dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. De voorschriften zijn in diverse besluiten wettelijk vastgelegd. Gemeente en waterschappen zien erop toe of de particulier zich hier ook aan houdt. Het ingezamelde huishoudelijk afvalwater dient de perceelseigenaar af te voeren naar het hoofdriool. Vervolgens gaat de verantwoordelijkheid over naar onze gemeente. In het kader op de volgende pagina is de verdeling van de verantwoordelijkheid voor de huisaansluitingen tussen de gemeente Winterswijk en de particulier nader toegelicht. gemeente Winterswijk Vanaf de huisaansluitingen verzorgt onze gemeente de verdere inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater (rioleringbeheer) tot het overnamepunt van het waterschap. Via een stelsel van ondergrondse leidingen, putten en gemalen en persleidingen wordt het van huis- en bedrijfsaansluitingen en straatkolken afkomstig afval- en hemelwater ingezameld en afgevoerd naar uiteindelijk de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het waterschap. Vanaf het overnamepunt is het waterschap verantwoordelijk voor de verdere afvoer van het ingezamelde stedelijk afvalwater. In de bebouwde kom van Winterswijk gaat dit onder vrijverval direct naar de RWZI, in het buitengebied middels drukriolering naar de ringleidingen en de grote gemalen van het waterschap. Ook heeft onze gemeente de zorg voor het transport van afvloeiende en overtollige hemelwater, van zowel particulieren als van de openbare ruimte. Daarnaast is onze gemeente verantwoordelijk voor de ontwatering van openbaar gebied. Als onderdeel hiervan onderhoudt onze gemeente een deel van de hiervoor noodzakelijke voorzieningen, bijvoorbeeld drainage en greppels. Onze gemeente draagt daarnaast nog zorg voor inrichting en beheer van de openbare ruimte en de integratie met andere beleidsterreinen, zoals wegen en groen. waterschap Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor schoon water, voldoende water en veiligheid. Het waterschap draagt de zorg voor de waterkering, de aan‐ en afvoer van water, het ondiep (grond)waterpeilbeheer, het zuiveren van afvalwater en het oppervlaktewater-kwaliteitsbeheer. provincie Fryslân Provincie Gelderland De Provincie Gelderland formuleert het overall beleid voor de Omgeving (RO en Water) en is verantwoordelijk voor het diepe grondwaterbeheer, de zwemwaterkwaliteit en is vaarwegbeheerder van de belangrijke vaarroutes. De provincie zet zich in voor het herstellen en handhaven van de grondwaterkwaliteit. provincie Fryslân Drinkwaterbedrijf Vitens Vitens is in de gemeente verantwoordelijk voor het drinkwater. Vitens haalt het drinkwater uit de grond, ook in de gemeente Winterswijk is een grondwaterbeschermings- en waterwingebied rondom Corle. Het waterbedrijf zuivert hiervoor het grondwater en pompt het naar hun klanten. Rijk Het Rijk bepaalt (o.a. op basis van de Europese Kaderrichtlijn Water) in het Nationaal Waterplan de hoofdlijnen van het landelijke beleid voor het waterbeheer en stelt de wettelijke kaders. In de gemeente Winterswijk beheert Rijkswaterstaat geen wateren. 2.4Wettelijke kaders, landelijke en regionale afspraken De betrokkenen uit de voorgaande tabel hebben verschillende taken en verplichtingen. Sommige verplichtingen zijn wettelijk vastgelegd, een aantal verplichtingen is vastgesteld in Europees, landelijk, provinciaal of regionaal beleid. Andere verplichtingen komen voort uit ambtelijke afspraken (al dan niet bestuurlijk vastgesteld). Soms gaat het om een resultaatsverplichting, in andere gevallen zijn slechts werknormen bepaald. Een actueel overzicht en toelichtingen is te vinden bij de Stichting Rioned. Link: www.riool.net/kennisbank Een duidelijk overzicht voor bepaalde onderdelen geeft ook het Infoblad Bouwbesluit, zoals uitgegeven door Stichting Rioned. Link https://www.riool.net/infoblad-bouwbesluit-2012-2015-herziene-versie-. Binnen de gemeente Winterswijk geldt dat de grondeigenaar van het perceel verantwoordelijk is voor de gehele perceelaansluiting tot aan de hoofdleiding, voor wat betreft het hydraulisch functioneren. 2.5Belangrijke ontwikkelingen Voor het formuleren van de visie en de keuzes is aansluiting gezocht bij de relevante documenten en visies die binnen de gemeente en het waterschap vastgelegd zijn. De belangrijkste zijn opgenomen in de onderstaande tabel: Overzicht beleids- en visiedocumenten Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda 2022 Vastgesteld Omgevingsvisie Winterswijk 2040 2023 Startnotitie Watervisie 2030 Waterschap Rijn en IJssel 2013 vastgesteld Waarde van de waardeketen in 2050 waterschap Rijn en IJssel 2019 vastgesteld Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rijn en IJssel 2022 vastgesteld Andere belangrijke ontwikkelingen die naar verwachting de komende jaren geïmplementeerd moeten worden zijn: De nieuwe KaderRichtlijn Water en de Europese Richtlijn Stedelijk Water CSIR, beveiliging van Proces Automatisering van gemeenten Klimaatadaptatiestrategie 2022-2027 Klimaatverandering gaat ons allemaal aan. Daarom hebben gemeenten, waterschappen, provincies en het rijk hier gezamenlijk een nationaal plan voor: het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). De ambitie in dit plan is helder: Nederland is in 2050 waterrobuust en klimaatbestending ingericht. De uitwerking voor Winterswijk is opgesteld in de klimaatadaptatie-strategie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. In de gemeente Winterswijk is de kans op overstromingen klein; klimaatadaptatie focust op de volgende thema’s: Wateroverlast Hitte Droogte Vanuit het DPRA is er een routekaart Klimaatadaptatie om regionale- en lokale overheden te ondersteunen. Deze routekaart onderscheidt drie fases: Weten: In deze fase zijn de kwetsbaarheden onderzocht Doormiddel van het uitvoeren van klimaatstresstesten Doormiddel van het voeren van risicodialogen en het opstellen van een strategie Willen: In deze fase worden de resultaten van de fase ‘Weten’ naar een beleidsprogramma met concrete doelen vertaald: Door het benutten van meekoppelkansen Door stimuleren en faciliteren van klimaatadaptatie Door reguleren en borgen Door handelen bij calamiteiten Door een uitvoeringsagenda op te stellen Werken: In de fase worden de beleidsmatige en juridische uitwerking geborgd Door het verankeren in lokaal beleid (bijv. het Wrp en de duurzaamheidsvisie) Door klimaatbestendig ontwerpen en uitvoeren Door meten, leren en verbeteren Inmiddels zijn de eerste twee fasen doorlopen. Onderhavig Wrp geeft de doorvertaling voor verankering en de financiering (deels). Watervisie 2030 Waterschap Rijn en IJssel In de watervisie voor 2030 maakt het waterschap inzichtelijk wat ze gaan doen voor de toekomst en hoe deze eruit ziet. Er zijn vier ontwikkelingen die beschreven worden in de watervisie: Klimaatverandering: Grote extremen in weer gaan toenemen. Vaker veel neerslag, of een tekort aan water. Dit heeft effect op landbouw, natuur en het leefklimaat. Duurzaam omgaan met grondstoffen en energie: De fossiele grondstoffen raken op en zijn schadelijk voor het milieu. Technologische vooruitgang maakt het steeds beter mogelijk om energie en grondstoffen op een efficiënte manier te winnen of terug te winnen. Informatiesamenleving: Nieuwe communicatievormen en daardoor een nieuwe dynamiek. Communicatielijnen worden korter en uitwisseling van informatie verloopt sneller. Sociaal economische trends: Veel partijen in de regio worden geraakt door de stagnerende economie, en op termijn, vergrijzing. Voor gemeente en waterschappen leidt dit bijvoorbeeld tot minder inkomsten uit de belastingheffing. Tegelijkertijd lopen kosten op doordat het Rijk taken of kosten overhevelt naar regionale overheden. Bezuinigingen van Rijk en Provincies beperken medefinanciering van integrale projecten (langs beken). Kostenbeheersing wordt steeds belangrijker. Deze vier ontwikkelingen worden als dé uitdagingen voor de toekomst gezien. Daar wordt op de volgende manieren mee om gegaan: Een multischalig waterschap: Samenwerking met medeoverheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties is uitgebouwd, om doelen beter te kunnen bereiken en/of kosten te beheersen. Kostenstijgingen beperkt het waterschap door slimmer of duurzamer te werken, en waar dit verantwoord is aan anderen over te laten. De uitvoeringen van de ene taak vergt een ander schaalniveau dan bij de andere. Daarom werkt het waterschap multischalig waardoor ze steeds met de juiste partners aan tafel zit. Hoogwaterveiligheid op niveau: Een robuuste en kosteneffectieve bescherming van de regio tegen hoogwater. Een deel van de aanpassingen voor 2030 is al uitgevoerd met partners van het nationale Deltaprogramma. Het waterschap werkt met nieuwe soorten dijken en betrekt gebiedspartijen meer bij de bescherming van binnendijkse gebieden. Helder regionaal waterbeheer: In 2030 wordt het regionale watersysteem klimaatbestendig beheerd en onderhouden. Risico’s op wateroverlast zijn bekend en ook de gebieden waar weersextremen negatieve gevolgen hebben. In samenwerking met agrariërs, terreinbeheerders en gemeenten werken ze aan maatregelen om extremen op te vangen. Ook werken ze samen aan een verbeterslag van de waterkwaliteit. Stoffen winnen uit de waterketen: In 2030 blijft het zuiveren van afvalwater met oog op de volksgezondheid de belangrijkste taak. Op basis van de modernste zuiveringstechnieken worden schadelijke stoffen uit het water gehaald. De meeste zuiveringsinstallaties draaien in 2030 op energie die uit het afvalwater wordt opgewekt. Ook in het regionale watersysteem zijn kansen op energiewinning benut. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rijn en IJssel In het waterbeheerprogramma staat wat het waterschap voor beleidsdoelen nastreeft, welke inspanning het pleegt en welke financiële middelen daarmee gemoeid zijn. De werkzaamheden zijn in vier thema’s weergegeven: Klimaatrobuust gebied Watersysteem op orde: effectief onderhoud, peilbeheer en inrichting van watergangen Naar een betere balans tussen te nat en te droog: Neerslagoverschot benutten, 100mm water vasthouden, infiltreren en minder afvoeren Gebiedsgerichte aanpak: Ruimtelijke adaptatie in combinatie met andere ruimtelijke ontwikkelingen Kennis over water en klimaat: Investeren in ontwikkelen van kennis Veilig gebied Beheer op maat: Risico gestuurd onderhoud en inspectie Inzicht in de sterkte van waterkeringen Versterking van de waterkeringen Aangrenzend areaal: inzicht in invloeden van dit areaal op veiligheid Sterke adviseur in ruimtelijke ordening: Zorg voor actuele en passende waterinformatie Overstromingsinformatie ten behoeve van de ruimtelijke ordening en crisisbeheersing Gezonde leefomgeving Water voor een schone en gezonde leefomgeving: Inrichting, beheer en onderhoud dragen bij aan de te halen KRW doelen. Zo veel mogelijk integrale aanpak benutten, zowel landelijke als stedelijk Afstemmen van functies en emissies op de draagkracht van het systeem: Monitoring, vergunningverlening, toezicht, handhaving en agenderen van knelpunten bij andere partijen Samen naar een gezond watersysteem: gebiedsgerichte uitwerking met andere partijen, waarbij een schone en gezonde leefomgeving gekoppeld wordt aan andere maatschappelijke doelen Kennis op peil houden: Routinematige monitoring, uitgebreider onderzoek Circulaire economie en energietransitie Grondstoffenakkoord en bijbehorende doelen: Duurzame GWW en circulair bouwen ‘23 Klimaatakkoord: Energietransitie en emissiereductie Waarde van de waardeketen in 2050 – Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap heeft het initiatief genomen om een visie op de afvalwaterketen van 2050 te ontwikkelen. In het afgelopen decennium is duidelijk geworden dat de groeiende bevolking en welvaart en de klimaatverandering een impact hebben op de afvalwaterketen. De verwacht is, dat in toenemende mate een beroep gedaan zal worden op de afvalwaterketen. De visie geeft een beter inzicht op de mogelijke impact van diverse integrale ontwikkelingen op de afvalwaterketen. Ontwikkelingen nieuwe KaderRichtlijn Water en de Europese Richtlijn Stedelijk Water Update juli 2023 De Europese Commissie kondigt nieuwe wetgeving aan om de verontreiniging van lucht, water en bodem in Europa terug te dringen. In het ‘Zero Pollution Action Plan’ staat al wetgeving over verontreiniging. Daar komen nu richtlijnen over onder andere stedelijk afvalwater bij. Zodra het wetgevingspakket is aangenomen, zullen ze geleidelijk van kracht worden, met verschillende doelen voor 2030, 2040 en 2050. Dit kan na vaststelling wel een jaar duren. De stand van zaken in juli 2023 is dat het onderhandelingsproces met het Europees parlement (EP) in volle gang is . Door zowel het Europees Parlement als diverse werkgroepen wordt hard gewerkt aan allerlei aanpassingen en amendementen. Het EP wil een finale versie vaststellen in de milieucommissie 21 september en plenair op 16 oktober. Dit zou kunnen betekenen dat het gaat lukken om voorjaar 2024 een compromis te hebben bereikt (tussen Raad, Commissie en Parlement) die dan de definitieve wetstekst wordt Waarschijnlijk moet de inzameling en behandeling van huishoudelijk afvalwater én de lozing van hemelwater aan verschillende eisen voldoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om normen voor de lozing van stikstof en fosfaat. Deze normen en de monitoring hiervan worden verscherpt. Zo moet de inzameling en zuivering van rioolwater binnen een aantal jaar energieneutraal zijn. Daarnaast wordt het voor alle grote rioolwaterzuiveringen verplicht om een aanvullende zuivering van medicijnresten te doen. Ook wordt het toepassingsgebied van de normen vergroot. De nieuwe richtlijn is van toepassing op alle steden met meer dan 1000 inwoners. Gemeenten voldoen grotendeels al aan de normen voor stedelijk afvalwater. Nederland blijft ruimschoots binnen de nieuwe norm voor lozingen van afvalwater via overstorten. De voorgestelde maatregelen voor infiltratie en opvang van regenwater passen goed in de inzet die Nederlandse gemeenten voor ogen hebben. Wel zijn de richtlijnen voor regenwater onduidelijk. Hierover wil de VNG in gesprek met de Europese Commissie. Prioritaire stoffen: bescherming van oppervlakte- en grondwater tegen nieuwe verontreinigende stoffen. De lat om aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen wordt verhoogd. De waterkwaliteit moet getoetst en gemonitord worden aan een aantal extra stoffen, zoals PFAS en bepaalde pesticiden. Cybersecurity Implementatierichtlijn Objecten – CSIR, beveiliging van Proces Automatisering van gemeenten Bericht VNG februari 2022 en december 2022 (https://vng.nl/artikelen/trendanalyse-4-digitale-veiligheid) De gemeentelijke infrastructuur ligt in toenemende mate onder vuur van hackers en ook op dit niveau hebben gemeenten en hun bestuurders een rol. Voor sommige functies is dit direct duidelijk. Zo hebben gemeenten fysieke infrastructuur als bruggen, sluizen, gemalen en verkeersregelsystemen onder beheer, die ook in toenemende mate verbonden zijn met het internet. Ook beheren gemeenten steeds meer internet-of-things technologie (IoT) in de publieke ruimte, zoals camera’s en sensoren. Het is ook vrij duidelijk dat gemeenten een verantwoordelijkheid dragen over deze apparatuur, inclusief de data die deze dragen. De vraag is of dat ook voor gemeentelijke functies als het onderwijs, de gezondheidszorg, de vuilnisophaaldienst of de lokale voedseldistributie. Als één van deze functies uitvalt, kan dat namelijk absoluut tot maatschappelijke onrust leiden. Zeker op lokaal niveau. Gemeenten gebruiken al de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als beveiligingsnorm voor ICT. Voor het beveiligingen van PA – procesautomatiserings-systemen bestaan aanvullende beveiligingseisen die niet in de BIO staan. Enige tijd geleden heeft RWS hiervoor de CSIR 2.4 (CyberSecurity ImplementatieRichtlijn) uitgegeven. Deze richtlijn bestaat uit de BIO en daar waar nodig aangevuld met de IEC 62443. De Waterschappen, Rijkswaterstaat en domeinexperts hebben onder aansturing van het Waterschapshuis samengewerkt om deze CSIR 2.4 van RWS te vertalen naar een veralgemeniseerde versie voor de Waterschappen en overige BAW (Bestuursakkoord Water) partners. Deze versie is tevens breed inzetbaar voor overheidsorganisaties die gebruik maken van industriële automatisering, en daarmee dus ook door Nederlandse gemeenten. De CSIR 3.4 is toepasbaar op technische PA-installaties behorende bij kunstwerken en objecten die worden gebruikt om te meten, bedienen, besturen en bewaken. Met de CSIR 3.4 heeft de gemeente alle middelen in handen om PA-risico gestuurd te beveiligen. Hiermee verbetert de continuïteit van PA en wordt de kans op cyberincidenten van PA geminimaliseerd. De CSIR en de bijbehorende bijlagen, zoals de proces- en systeemtechnische eisen, evenals de template voor het cybersecurity beveiligingsplan, het format voor de CMDB en de tool voor objectclassificatie, zijn te verkrijgen via het Waterschapshuis. 3.Riolering en water in de gemeente Winterswijk Voordat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt (per 1 januari 2024) blijft de Wet Milieubeheer van kracht. In de Wet milieubeheer staat in artikel 22 het volgende over het Gemeentelijk Rioleringsplan: De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. Het plan bevat ten minste: een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b, worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. Hiernaast volgt vanuit het Besluit Lozingen afvalwater Buiten Inrichtingen het voorschrift dat in het GRP de gemeentelijke lozingen worden beschreven. De onderstaande tabel maakt duidelijk waar wat te vinden is, waarmee expliciet invulling is geven aan de bovenstaande wettelijke voorschriften. Art 22 Lidnr. Overzicht Te vinden 2a Overzicht aanwezige voorzieningen Een actueel overzicht van de aanwezige voorzieningen is beschikbaar vanuit het beheersystemen van de gemeente (rioolbeheer Brutis en gemalenbeheer). Hierin is de actuele situatie qua zowel de ligging, geometrie als de kwalitatieve toestand en maatregelplanning eenvoudig raadpleegbaar. 2b Overzicht vervangingen Beheersysteem Brutis, het gemalenbeheer en het Meerjareninvesteringsprogramma 2c Overzicht beheer en onderhoud Hoofdstuk 6 van onderhavig WRP voor de activiteiten op hoofdlijnen, en het rioolbeheersysteem Brutis en het gemalenbeheer voor details op objectniveau. 2d Milieugevolgen De hoeveelheden emissie en hemelwaterlozingen zijn in beeld vanuit de laatste inspecties (‘vuile riolen’) en de overstortmetingen. De laatste grootschalige doorrekening van de rioolstelsels is gedaan in het BRP 2009. 2e Overzicht financiële gevolgen Een beschouwing is uitgewerkt in hoofdstuk 7 “kostendekkingsplan” van onderhavig document. 3.1Huidig areaal De huidige arealen (peildatum april 2023) zijn in kaart gebracht. De actuele hoeveelheden zijn beschikbaar in de beheersystemen. De volgende tabellen geven een overzicht: Tabel 1: overzicht huidig areaal Stelseltype Totaal 2019 Totaal 2023 % van totaal [naam] [m] [m] Gemengd 107.198 105.354 54% Hemelwaterafvoer (RWA, infiltratie) 53.751 64.600 33% Droogweerafvoer (DWA) 14.143 19.629 10% Divers (duiker, watergang) 2.387 5.715 3% Totaal vrijverval 177.479 195.200 Buiten gebruik 20.922 26.352 drainage 54.267 96.140 Drukriolering (persleiding) 299.565 273.445 vrijverval aansluitingen buitengebied 51.816 50.787 Tabel 2: Lengte naar strengfunctie - vrijvervalriolen Leidingfunctie Totaal 2019 [lengte in m] Totaal 2023 [lengte in m] Duiker 1.758 5.715 DWA Riool 14.143 19.532 Gemengd (hoofdriool) 97.082 95.117 Infiltratieriool 6.025 8.027 Overstortriool 209 448 RWA Riool 47.727 54.100 Transportriool (gemengd) 9.620 9.612 Watergang 483 483 Totaal 177.047 193.034 Buiten gebruik 18.297 26.352 Undefined 62 6 Aanleg periode per stelseltype In het Beheersysteem Brutis staan alle aanlegjaren per streng. De risicogestuurde modellen (zie bijlage voor meer duiding) laten zien dat het rioolstelsel laten zien dat de gemiddelde leeftijd van de riolen in Winterswijk laag is; deze bedraagt circa 30 jaar. In de komende 80 jaar neemt dit toe naar bijna 60 jaar (de rode of magenta lijn in de volgende figuur). Afvoerend verhard oppervlak De gemeente Winterswijk houdt al jaren het aangesloten afgekoppeld verhard in de kom Winterswijk en de omliggende kerndorpen bij in lijsten. Dit maakt aantoonbaar dat meekoppelkansen goed zijn benut. Onderstaande tabellen laat de hoeveelheden afgekoppeld en afvoerend oppervlak zien, in de kom Winterswijk en het totaal inclusief de omliggende kerndorpen. Inmiddels is er, bij benadering, zo’n 139 ha afgekoppeld van de 288 ha, oftewel bijna 50%. Gemeente Winterswijk 2018 (kom Winterswijk en kerndorpen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.