Inspraakverordening GeertruidenbergNr. 09 De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG; -overwegende, dat, in verband met diverse wetswijzigingen op nationaal niveau, de dualisering van het gemeentebestuur en de inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten, het gewenst is een (nieuwe) “Inspraakverordening” vast te stellen; - mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg van 23 december 2003; - gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening). Artikel1Begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder: a. inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; b. inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; c. beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Artikel2Onderwerp van inspraak 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2.Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3.Geen inspraak wordt verleend: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleids-voornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel3Inspraakgerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Artikel4Inspraakprocedure 1.Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing. 2.Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraak-procedure vaststellen. Artikel5Eindverslag 1.Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2.Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. 4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. Artikel6Intrekking oude verordening De “Inspraakverordening Geertruidenberg 1997”, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 januari 1997 en sindsdien gewijzigd bij besluit van 27 april 2000, wordt ingetrokken bij het in werking treden van de “Inspraakverordening Geertruidenberg”. Artikel7Inwerkingtreding Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in werking. Artikel8Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Inspraakverordening Geertruidenberg”. Geertruidenberg, 29 januari 2004. De raad voornoemd,De griffier, De voorzitter,Drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere M.J.A. Meijer. Inspraakverordening Artikelgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel, namelijk: - aan belanghebbenden de mogelijkheid te bieden hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken; - aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel te bieden in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Geadviseerd wordt echter het tweezijdige element van gedachtewisseling zo mogelijk wel onder de inspraakprocedure te brengen, omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, te wetenhet creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens. b. Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. In de inspraakverordening is afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van de verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak. c. Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Artikel 2 Onderwerp van inspraak In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is opgesomd welke wettelijke verplichtingen gelden. Deze tekst is niet opgenomen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat: - in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast; - in de tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee onoverzichtelijk wordt. Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij: a. de voorbereiding van ruimtelijke plannen of herziening daarvan dan wel bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (artikel 6a WRO); b. de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing (artikel 8 Wet op de stads- en dorpsvernieuwing); c. de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel 7a Wet stedelijke vernieuwing); d. de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM)); e. de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26, tweede lid, WM); f. het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet voorzieningen gehandicapten); g. de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand (artikel 47), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.