Monumentenverordening gemeente LanderdHoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen Hoofdstuk2Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel2Het gebruik van het monument Artikel3De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument Artikel4Voorbescherming Artikel5Termijnen advies en aanwijzingsbesluit Artikel6Mededeling aanwijzingsbesluit Artikel7Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Artikel8Wijzigen van de aanwijzing Artikel9Intrekken van de aanwijzing Hoofstuk 3 Instandhouding van gemeentelijke monument Artikel10Instandhoudingbepaling Artikel1Termijnen advies Artikel1Weigeringsgronden Artikel1Intrekken van de vergunning Hoofdstuk4Beschermde rijksmonumenten Artikel1Vergunning voor beschermd rijksmonument HoofdstukCultuurhistorischwaardevolle gebieden, objecten en landschapselementen ArtikelOmschrijvingen aanwijzing ArtikelRegistratie ArtikelRelatiemet bestemmingsplannen Artikeluimtelijkeplanontwikkeling HoofdstukOverigebepalingen Artikel2Tegemoetkoming in schade Artikel2Strafbepaling Artikel2Toezichthouders Artikel2Hardheidsclausule HoofdstukSlot-en overgangsbepalingen ArtikelIntrekkenoude regeling Artikel2Overgangsrecht ArtikelInwerkingtreding ArtikelCiteertitel Toelichtingverordening gemeente Hoofdstuk
- AlgemeenArtikel
- BegripsbepalingenDeze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; monumentencommissie: de op basis van art15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; (verbrede) welstandscommissie: de door de gemeenteraad ingestelde commissie, die als taak heeft het college te adviseren over bouwplannen van en in relatie tot zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten. Wanneer deze advisering gevraagd wordt, zal de welstandscommissie hiervoor incidenteel worden uitgebreid met een vertegenwoordiging van de monumentencommissie:de zogenaamde “verbrede” welstandscommissie; . bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. . het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ;: . vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. . Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hoofdstuk
- Aanwijzing gemeentelijke monumentenArtikel
- De aanwijzing tot gemeentelijk monumentHet college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een redengevende monumentbeschrijving. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. In bijzondere spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant. Artikel
- VoorbeschermingMet ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. Artikel
- Termijnen advies en aanwijzingsbesluitDe monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag. Artikel
- Mededeling aanwijzingsbesluitDe aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Het college stelt de monumentencommissie in kennis van het met reden omklede besluit. Artikel
- Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument en foto’s. Indien een deel van een onroerende zaak beschermingswaardig is, beperkt de bescherming en registratie zich tot dat specifieke deel. In de beschrijving dient dit tot uitdrukking te komen. Artikel
- Wijzigen van de aanwijzingHet college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. 5 De wijziging van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en indien om een wijziging van de aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Artikel
- Intrekken van de aanwijzingIndien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of wanneer het gemeentelijk monument op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant wordt aangewezen als beschermd. . De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. . De intrekking wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale ligger bekend staan en de overige belanghebbenden. Hoofdstuk
- Instandhouding van beschermde gemeentelijke monumentale zakenArtikel
- InstandhoudingbepalingHet is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch of archeologisch onderzoek. Het college kan aan een vergunning voorschriften verbinden betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing. Artikel
- De schriftelijke aanvraagEen schriftelijke aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 wordt ingediend overeenkomstig artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht. Artikel
- Termijnen advies en vergunningverleningHet bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument naar de verbrede welstandscommissie voor advies voordat zij beslist op de aanvraag op grond van artikel
- Binnen weken na de adviesaanvraag brengt de verbrede welstandscommissie schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. Indien deze commissie niet binnen deze termijn heeft geadviseerd, neemt het bevoegd gezag een besluit. Artikel
- WeigeringsgrondenDe vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Artikel
- Intrekken van de vergunningDe vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; c binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; d.tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen. Hoofdstuk
- BERijksmonumentenArtikel
- Vergunning voor beschermd rijksmonumentHet bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de verbrede welstandscommissie. De verbrede welstandscommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen weken na de datum van verzending van het afschrift. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de verbrede welstandscommissie geacht geadviseerd te hebben. HOOFDSTUK . CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE GEBIEDEN, OBJECTEN EN LANDSCHAPSELEMENTENArtikel
- Omschrijving en aanwijzing.Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, cultuurhistorischwaardevolle gebieden,objecten en landschapselementen aanwijzen welke naar hun oordeel voor bescherming in aanmerking komen en derhalve als cultuurhistorisch waardevol object gelden wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of (cultuur)historische waarde. Een cultuurhistorisch waardevol gebied, object en landschapselement kan onder meer bestaan uitelementen zoals wegen en waterlopen, beplanting, bomen, houtwallen, verkaveling en gebouwen in hun verschijningsvorm historisch bepaald. Ze kunnen de volgende kenmerken dragen: a) een verschijningsvorm van elementen van een cultuurhistorisch waardevol gebied, blijkende onder meer uit materiaalgebruik, kleur, detaillering, is geheel of goeddeels nog in overeenstemming met zijn authentieke streekgebonden historische karakter; b) storende elementen zijn slechts minimaal aanwezig; c) een of meer van de genoemde elementen hebben een belangrijke rol gespeeld in de lokale geschiedenis of herinnering. 3 Onder "historisch(e)" wordt mede verstaan cultuurhistorische, geomorfologisch(e) of archeologische; onder "schoonheid" wordt mede verstaan landschappelijke schoonheid. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Bij overschrijding van de in lid 4 genoemde termijn wordt deze commissie geacht geadviseerd te hebben. Artikel . RegistratieDe lijst van cultuurhistorisch waardevolle gebieden, objecten en landschapselementen geeft de plaatselijke aanduiding aan waarbij zo nodig de onderdelen worden genoemd waarop de aanwijzing gericht is. De lijst met cultuurhistorisch waardevolle gebieden, objecten en landschapselementen ligt ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. Artikel . Relatie met bestemmingsplannenBurgemeester en wethouders bevorderen dat cultuurhistorisch waardevolle gebieden,objecten en landschapselementen als bedoeld in artikel 19 overeenkomstig worden bestemd in bestemmingsplannen. Artikel . Ruimtelijke planontwikkelingAlvorens het bevoegd gezag een beslissing neemt om toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo vraagt het bevoegd gezag, in het geval het een cultuurhistorisch waardevol gebied betreft, aan de monumentencommissie advies over cultuurhistorische waarden. Het bevoegd gezag zendt een verzoek om toepassing te geven aan een procedure als bedoeld in lid 1 onmiddellijk na ontvangst om advies van de monumentencommissie. Deze commissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het bevoegd gezag. Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijn wordt deze commissie geacht geadviseerd te hebben. Hoofdstuk Overige bepalingenArtikel Tegemoetkoming in schade1 Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Artikel . StrafbepalingDegene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en artikel 16 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel
- ToezichthoudersMet het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1; de door het college aangewezen toezichthouders van de gemeente ; met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2;de door het college aangewezen toezichthouders van de gemeente . Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel
- Hardheidsclausule1.Het college handelt overeenkomstig deze verordening, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandighedenonevenredig zijn in verhouding tot de met deze verordening te dienen doelen. 2.De bewijslast voor de bijzondere omstandigheden ligt bij de aanvrager. Hoofdstuk . Slot- en overgangsbepalingenArtikel . Intrekken oude regelingDe Verordening “Monumentenverordening ” vastgesteld op februari vervalt op de dag dat de”verordening ” in werking treedt. Artikel
- OvergangsrechtDe op grond van de onder artikel 2 ingetrokken Monumentenverordening aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel ingetrokken verordening. Artikel InwerkingtredingDeze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. Artikel . CiteertitelDeze verordening wordt aangehaald als “verordeningemeente ” Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ber
- De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter . .C.