Verordening wegslepen voertuigen Helmond 2024De raad van de gemeente Helmond; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; gelet op de het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet en het Besluit wegslepen van voertuigen; besluit: vast te stellen de Verordening wegslepen voertuigen Helmond 2024; Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; wet: de Wegenverkeerswet 1994; besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV 1990; motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; het college: het college van burgemeester en wethouders van Helmond; vrachtauto: wat hieronder verstaan wordt in artikel 1, onder ao RVV 1990; wegen: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder b van de wet. Artikel2.Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Artikel3.Plaats bewaring van voertuigen en openingstijden 1.Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen het daarvoor bestemde gedeelte van de gemeentewerf van de gemeente Helmond, Beemdweg 10, 5705 BJ te Helmond. 2.De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats zijn de openingstijden van bureau van de Gemeente Helmond, afdeling Veiligheid en Naleving, Weg op den Heuvel 39, 5701 NV Helmond, zijnde: van maandag t/m vrijdag 10:00 uur tot 12:00 uur; van 14:00 uur tot 16:00 uur en op zaterdag van 10.00 uur tot 12.00 uur. Artikel4.Kosten overbrengen en bewaren voertuigen 1.Voor zover een voertuig niet wordt overgebracht naar een plaats van bewaring als bedoeld in het vorige artikel bedragen de voorrijkosten: € 80,72 exclusief BTW voor voertuigen tot 3500 kg; € 83,28 exclusief BTW voor vrachtauto’s vanaf 3500 kg. 2.De kosten voor het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen: € 81,27 exclusief BTW voor voertuigen tot 3500 kg; € 178,45 exclusief BTW per uur vermeerderd met € 0,65 exclusief BTW per kilometer voor vrachtauto’s vanaf 3500 kg; € 65,44 exclusief BTW per uur als toeslag voor vrachtauto’s vanaf 3500 kg. na 18:00 uur en op zater-, zon- en feestdagen. 3.De kosten van het bewaren en afgeven van een voertuig bedragen: Bewaarkosten: € 58,01 exclusief BTW voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan voor alle voertuigen; In voorkomend geval vermeerderd met: € 11,60 exclusief BTW voor elk volgend etmaal of een gedeelte daarvan voor alle voertuigen. afgiftevergoeding: € 40,45 exclusief BTW voor voertuigen tot 3500 kg; € 50,22 exclusief BTW voor voertuigen boven 3500 kg. 4.De kosten voor het bekendmaken van de beschikking tot overbrenging en inbewaringstelling voor zover het voertuig door de rechthebbende niet binnen 48 uur is afgehaald bedragen: € 17,41 exclusief BTW. 5.De kosten van het taxeren en verkopen van een voertuig bedragen: € 63,81 exclusief BTW voor de taxatie; € 73,13 exclusief BTW voor de verkoop; 6.De taxatie als voornoemd zal worden gedaan door een beëdigd (register)taxateur. 7.De regels ten aanzien van betalen, administreren en bewaren van voertuigen zijn in bijlage 1 bij deze verordening vastgelegd. 8.De kosten van wegslepen en in bewaring stellen zijn niet verschuldigd, indien: niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 9.De rechthebbende toont het genoemde onder 8a, b of c aan door een afschrift van het vonnis of uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van de rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. 10.De in de verordening vermelde bedragen zijn exclusief de eventueel opgelegde of op te leggen boetes, naheffingen e.d. 11.Indien niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan, wordt de rechthebbende na het afhalen van het voertuig in alle redelijkheid financieel gecompenseerd. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. 12.Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden. Artikel5.Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een (geldig) kenteken Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn de artikelen 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel6.Nadere regels Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel7.Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftelijk stuk, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige rechthebbende bekendgemaakt. Artikel8.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald in ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7: schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving; langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen dertig dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid genoemde termijn. Artikel9.Kwijtschelding Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10.Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De “Verordening wegslepen voertuigen Helmond 2023”, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel11.Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel12.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening wegslepen voertuigen Helmond 2024. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 7 november 2023.De raad voornoemd,de voorzitter de griffierBIJLAGE1 Regels ten aanzien van betalen, administreren en bewaren van voertuigen (uitwerking artikel 4, zevende lid) De administratieve afhandeling van een gesleept voertuig wordt verricht door de afdeling Veiligheid en Naleving van de Gemeente Helmond. Hier dient de betaling plaats te vinden voor het slepen, bewaren en eventueel de bekendmaking van een voertuig. De afdeling Veiligheid en Naleving of de afdeling Wijkbeheer en Exploitaties van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer houdt het bewaringsregister bij conform het gestelde in het “Besluit wegslepen van Voertuigen” (Koninklijk Besluit van 5 juli 2001, houdende nadere regels ter uitvoering van de in de Wegenverkeerswet 1994 vervatte wegsleepregeling). TOELICHTING BEHORENDE BIJ DE VERORDENING WEGSLEPEN VOERTUIGEN HELMOND 2024 A.Toelichting algemeen Het uitvoeren van de wegsleepregeling behoort tot de competentie van het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: het college). Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. Uitgebreide werking Voor 2002 mochten op grond van de oude WVW op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Met de herziening van de WVW in 2002 en de inwerkingtreding van het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid. Overigens kan een voertuig niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 uur ‘s nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo’n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan. Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college. Voor 2002 bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de huidige wegsleepregeling is deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging. Verordening In artikel 170 e.v. WVW is het kader aangegeven waarbinnen het college gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruik maken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: de aanwijzing van de plaats(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.