Verordening van de gemeenteraad van Venray houdende regels voor de heffing en invordering van rioolheffing 2024De raad van Venray, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; mede gezien het advies van de commissie Werken en Besturen van 20 november 2023; besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING VAN DE GEMEENTERAAD VAN VENRAY HOUDENDE REGELS VOOR DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2024 (Verordening rioolheffing 2024) Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; afkoppelen: het ongedaan maken van een situatie waarin hemelwater dat op verhard oppervlak valt, wordt afgevoerd naar een riolering; verhard oppervlak: de bedekking van het aardoppervlak met niet water doorlaatbare materialen (zoals asfalt, metaal, glas, steen en plastic) zoals daken, wegen, trottoirs; aangesloten verhard oppervlak: het gedeelte van het verhard oppervlak dat afwatert op de riolering, in horizontale meting, loodrecht gemeten als gevolg waarvan neerslag tot afvoer komt via de riolering. volle eenheid: het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal eenheden van 250 m³ waterverbruik. Een gedeelte van een eenheid wordt als volle eenheid gerekend. Het aantal eenheden wordt berekend aan de hand van het aantal kubieke water dat in de voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater alsmede bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belastingen worden geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt en welke tot bewoning dient, verder te noemen: gebruikersdeel woning. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt en welke niet tot bewoning dient, verder te noemen: gebruikersdeel niet-woning. 2.Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel5Maatstaf van heffing rioolheffing. 1.De heffing van het eigenarendeel wordt geheven: naar een vast bedrag per perceel; afhankelijk of een perceel al dan niet is afgekoppeld; naar het aangesloten verhard oppervlak per eenheid van 200 m². 2.De heffing van het gebruikersdeel wordt geheven: naar een vast bedrag per huishouden; naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel6Vrijstellingen 1.De rioolheffing wordt niet geheven ter zake van percelen voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor nutsvoorzieningen en voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige percelen die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs. 2.Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt niet geheven voor woningen als bedoeld in artikel 7 onder 2a voor zover de hemelwaterafvoer van het verhard oppervlak bij het begin van het belastingjaar volledig is afgekoppeld van de gemeentelijke riolering. 3.Geen eigenarendeel wordt geheven voor percelen of gedeelten van percelen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 20 m². Artikel7Belastingtarieven rioolheffing
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.