Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2024De raad van de gemeente Veere; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen op de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2024 Artikel1.Definities Deze verordening verstaat onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen; d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; f. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 15 november; g. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; h. passanten: diegene die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats. Artikel2.Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeenten zijn opgenomen, wordt onder de naam “watertoeristenbelasting” een directe belasting geheven. Artikel3.Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. 2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; 3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die regelmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend Artikel6.Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,40 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor vaartuigen met een vaste ligplaats, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.