StandplaatsenbeleidGemeente GeertruidenbergIn werking getreden op 8 februari 2008 BELEIDSNOTASTANDPLAATSENBELEID GEMEENTE GEERTRUIDENBERG Inleiding Begripsomschrijvingen en reikwijdte Doel en uitgangspunten Juridisch kader Huidige situatie Beleidskader Handhavingsparagraaf Evaluatie SlotbepalingenBijlagen:
(5)•Incidentele standplaatsvergunningen voor de jaarlijks terugkerende oliebollenkraam in december, het bevolkingsonderzoek op het Heereplein in Raamsdonksveer en de kerstbomenverkoop in de winter op de parkeerplaats van De Ganzewiel blijven mogelijk. •Overige incidentele standplaatsvergunningen zullen worden verleend voor de locaties Schonckplein in Geertruidenberg, Bachplein in Raamsdonksveer en het plein aan De Oude Melkhaven en de Stationstraat in Raamsdonk. Het gaat hier om vergunningen voor het eenmalig en/of het slechts één dag innemen van een standplaats (zoals bijvoorbeeld voor kentekengraveren).Dit om een spreiding van standplaatsen te realiseren, en om zoveel mogelijk de parkeerdruk op de Markt in Geertruidenberg en het Heereplein in Raamsdonksveer te ontlasten (dus in het belang van de openbare orde en [verkeers]veiligheid). Eénmaal per kalendermaand kan dus één standplaats ingenomen worden op:· het Schonckplein in Geertruidenberg· het Bachplein in Raamsdonksveer· het plein aan De Oude Melkhaven en de Stationstraat in Raamsdonk. Standplaatsen: de vergunningaanvraag•Een standplaatsvergunning dient ten minste 8 weken tevoren te worden aangevraagd.•De volgende stukken dienen bij een aanvraag te worden ingediend:- een recent uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan 6 maanden);- een kopie van een geldig Bewijs van Registratie van het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht (CRK-pasje);- indien van toepassing een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt (verificatieplicht Vreemdelingenwet 2000);- een verzekeringsbewijs in verband met wettelijke aansprakelijkheid;- indien van toepassing het kenteken van het voertuig waarmee de standplaats wordt ingenomen;- indien van toepassing de maatvoering van de kraam of verkoopwagen;- indien van toepassing een foto van de kraam of verkoopwagen. Standplaatsen: de vergunning•Een standplaatsvergunning komt op naam van een natuurlijke persoon en niet op naam van een onderneming zoals een v.o.f., en is in principe niet overdraagbaar. Het college kan bij bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, besluiten dat de standplaatsvergunning kan worden overgedragen.•De vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd, tenzij:· het een incidentele standplaatsvergunning betreft, of;· de standplaatslocatie waarvoor vergunning is gevraagd is aangewezen als een uitsterflocatie;· in verband met andere aspecten, zoals een op handen zijnde ruimtelijke ontwikkeling van een gebied, een vergunning voor onbepaalde tijd niet wenselijk is. •Een standplaatsvergunning voor bepaalde tijd wordt telkens voor maximaal één kalenderjaar verleend (of zoveel korter, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven).•Een vergunning geldt niet voor de dagen of uren dat er op de standplaatslocatie een weekmarkt of de kermis wordt gehouden.•Aan de vergunning worden voorschriften verbonden.•Een standplaats mag worden ingenomen van 09.00 tot 18.00 uur en tijdens koopavonden.•Het innemen van de standplaats dient door de vergunninghouder persoonlijk te geschieden. Hij/zij mag zich laten bijstaan door een persoon aan wie geen vergunning is verleend. Het college kan bij bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, besluiten dat in geval van ziekte een vergunninghouder zich tijdelijk (voor de duur van zijn ziekte), mag laten vervangen. •Naast de intrekkingsgronden in artikel 1.6 van de APV kan een vergunning worden ingetrokken ingeval van overlijden van de vergunninghouder (tenzij het college heeft besloten dat de vergunning kan worden overgedragen) en ingeval vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag.•De vergunninghouder dient voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.Standplaatsen: de wachtlijst•Er zal een wachtlijst worden gecreëerd voor die locaties waar de vraag het aanbod overtreft. Indien een vergunningaanvraag voldoet aan alle voorwaarden, maar niet kan worden gehonoreerd omdat het maximum aantal vergunningen is afgegeven, kan de aanvrager, mits hij dit wenst, op een wachtlijst worden geplaatst. Hiervan ontvangt aanvrager een schriftelijk besluit.•Een opengevallen standplaatslocatie wordt toegewezen aan de langst ingeschrevene op de wachtlijst.•Eén aangeboden standplaats mag met vermelding van de reden worden geweigerd zonder dat dit consequenties heeft voor de plaats op de wachtlijst.•De inschrijving op de wachtlijst vervalt:· op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;· bij overlijden van de ingeschrevene;· wanneer aan de ingeschrevene een vergunning is verleend;· indien de ingeschrevene niet meer voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor een vergunning;· indien de tweede aangeboden standplaats wordt geweigerd. Hoofdstuk7HANDHAVINGSPARAGRAAF Handhaving en controle van het venten en van standplaatsvergunningen is een primaire taak en verantwoordelijkheid van de gemeente. De controle op voorschriften van standplaatsvergunningen geschiedt door de marktmeester. Gezien zijn bevoegdheden kan de marktmeester wel om naleving van voorschriften verzoeken, maar dit niet afdwingen.Inmiddels is er een Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) aangesteld. Controle en handhaving van de APV zal een van diens taakvelden zijn. Deze BOA is wel bevoegd tot controle en met name handhaving van regels op grond van de APV, zoals de voorschriften van een standplaatsvergunning. Indien nodig kan deze BOA naleving van voorschriften afdwingen. De politie handhaaft niet primair op de vergunningsvoorwaarden, maar kan wel ondersteuning bieden bij excessen, bijvoorbeeld wanneer er geweldsincidenten zouden kunnen ontstaan. Bij reguliere politiecontroles (bijvoorbeeld van de horeca) kan de politie ook de standplaatsen meecontroleren. Kortom, in voorkomende gevallen kan de politie, veelal in de vorm van de wijkagent, de marktmeester of de BOA ondersteunen. Hoofdstuk8EVALUATIE Dit Standplaatsenbeleid zal 1 jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd.Naar aanleiding van de dereguleringsvoorstellen van de VNG is het mogelijk dat standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd worden verleend. In dit kader zal het de bedoeling zijn dat dit beleid voor langere tijd zal gelden. Daarom wordt een volgende evaluatie na 5 jaar beoogd.Indien een tussentijdse evaluatie noodzakelijk wordt geacht door een van de belanghebbende partijen kan hieraan gehoor worden gegeven.Naar aanleiding van deze evaluaties kan het beleid daar waar nodig bijgesteld worden. Hoofdstuk9SLOTBEPALINGEN Het college van burgemeester en wethouders kan in die gevallen waarin deze beleidsnota niet voorziet een gemotiveerd besluit nemen.Ook in het geval dat een te nemen besluit op grond van deze beleidsnota onevenredig zou zijn in verhouding tot het te dienen doel, kan het college na een belangenafweging een afwijkend besluit nemen. Deze beleidsnota kan worden aangehaald als “Standplaatsenbeleid gemeente Geertruidenberg” en treedt in werking op 8 februari
- Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 29 januari
- Het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester, mr. J.H. Willems M.J.A. Meijer REGELGEVING1 •APV (van toepassing zijnde artikelen): Artikel 1.2 Beslistermijn Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel 1.3 Indiening aanvraag Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffingDe vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffingDe vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder dit verzoekt. Artikel 1.7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijdEen krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of te aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Artikel 1.8 WeigeringsgrondenDe vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu. Artikel 5.2.2.1 Begripsomschrijving ventenIn deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden. Onder venten wordt niet verstaan:a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van deze verordening.c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3.1 van deze verordening. Artikel 5.2.2.2 Ventverbod Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt. Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen zonsondergang en 10.00 uur.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het Wegenverkeerswet. Artikel 5.2.3.1 Begripsomschrijving standplaatsen In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan:a. vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet;b. vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;c. vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.
- Artikel 5.2.3.2 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd:d. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijkewelstand;e. vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. In de toelichting op dit artikel staat het volgende.Bij het hanteren van de weigeringsgronden kan een verdeling gerealiseerd worden van het aantal standplaatsen, waarbij de af te geven vergunningen zodanig over de week verspreid worden dat een concentratie van de in te nemen standplaatsen wordt tegengegaan. De weigeringsgronden kunnen ook gebruikt worden wanneer veel belangstelling voor dezelfde locatie ontstaat. Een aantal standplaatsen op één plek doet ook de kans op feitelijke marktvorming ontstaan. Ook is het mogelijk om specifieke standplaatsen op bepaalde locaties te weren. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan bakkramen die in verband met stankoverlast of brandgevaarlijkheid niet in de directe nabijheid van gebouwen gewenst zijn.· Openbare ordeDit begrip omvat bescherming tegen een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan onderwerpen die de zedelijkheid betreffen zoals de menselijke waardigheid, de bescherming van minderjarigen en dierenwelzijn.· Openbare veiligheidZowel de weigeringsgrond openbare orde als openbare veiligheid omvatten het onderwerp verkeersveiligheid. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door deze verkeersaantrekkende werking ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden. Ook parkerende en geparkeerde auto’s kunnen overlast veroorzaken. In het belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal een standplaats in te nemen.· Volksgezondheid· Bescherming van het milieu· Eisen van redelijke welstandErvan uit wordt gegaan dat “uiterlijk aanzien van de gemeente” en “welstand” inhoudelijk dezelfde betekenis hebben ten aanzien van standplaatsen. Deze weigeringsgrond kan gehanteerd worden indien een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan niet alleen verkapte marktvorming worden tegengegaan, ook wordt daarmee het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles gewaarborgd. Het is niet noodzakelijk maar wel verstandig om hierbij de welstandscommissie om advies te vragen.· BestemmingsplanDe bepalingen in de APV met betrekking tot het innemen van een standplaats zijn gebaseerd op ordening van de straathandel en zijn gebaseerd op de regulerende bevoegdheid van de gemeente van zaken die tot haar huishouding behoren. Daarnaast vormen de besluiten op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening, zoals een bestemmingsplan, een zelfstandige weigeringsgrond. Dit betekent dat altijd gelet moet worden op de voorschriften die uit een bestemmingsplan voortvloeien.De bescherming van een redelijk verzorgingsniveau van de consument is geen weigeringsgrond meer in de APV (de Europese Dienstenrichtlijn die in dit kader wordt gevolgd, kent deze grond namelijk niet). Regels hieromtrent kunnen in het bestemmingsplan worden opgenomen.Artikel 5.2.3.3 Toestemming rechthebbendeHet is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.Artikel 5.2.3.
- Afbakeningsbepalingen Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. De weigeringsgrond milieu geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer; De weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken. Artikel 5.2.3.5 AanhoudingsplichtHet college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.Overige wettelijke regelingen•Grondwet Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Dit brengt met zich mee dat voor venten met gedrukte stukken normaliter geen vergunning benodigd is. Beoordeeld moet worden of er sprake is van drukwerk waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard.Het verspreiden van handelsreclame wordt niet tot de vrijheid van drukpers gerekend.• Colportagewet De Colportagewet ziet op de wijze van optreden in de relatie tussen de koper en de verkoper en niet op verkoop in relatie tot handhaving van de openbare orde. Dat houdt in dat naast de bepalingen van de Colportagewet artikel 5.2.2 van de APV afzonderlijk van toepassing is. Overigens heeft de gemeente bij de uitvoering van de Colportagewet geen bevoegdheden. Met de uitvoering van de bepalingen van de Colportagewet zijn de ambtenaren van de Economische Controledienst belast.•Warenwet Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren, waaronder tevens begrepen kauwpreparaten, andere dan van tabak, drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing.De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die door het college gesteld kunnen worden op basis van de standplaatsvergunning.•Winkeltijdenwet De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De handhaving van de openbare orde is geen motief dat aan deze wet ten grondslag ligt. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Winkeltijdenwet geschiedt door de Economische Controledienst.•Vreemdelingenwet 2000 In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dient bij de aanvraag om een vergunning een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden alvorens tot vergunningverlening wordt overgegaan. Artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000 schept een verplichting om desgevraagd bij een aanvraag voor een beschikking anders dan op grond van de Vw 2000, een document te overleggen waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.•Wet op de Ruimtelijke Ordening Wanneer een standplaatsvergunning krachtens de APV wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende bestemmingsplan worden gesteld van kracht.Gezien het feit dat een standplaats in het algemeen een mobiel karakter heeft, zal er geen definitieve planologische reservering van standplaatslocaties plaatsvinden. In de bestemmingsplannen zal zo nodig worden verwezen naar het standplaatsenbeleid.•Woningwet Op grond van artikel 40 van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders. Een standplaatshouder met een mobiele wagen die elke avond zijn standplaats ontruimt, heeft geen bouwvergunning nodig.Een bouwvergunningaanvraag dient onder andere te worden getoetst aan het bestemmingsplan. In een dergelijk geval is er sprake van sedentaire (dat wil zeggen zittende, vaste) detailhandel. De APV treedt dan terug (want met de Woningwet is hogere regelgeving van toepassing) en is er geen standplaatsvergunning nodig.• Wet milieubeheerIn de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als ‘inrichting’ kan worden aangemerkt.Vooral aan (mobiele) verkoopinrichtingen van vis en snacks worden milieueisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Het gaat dan om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en voorkomen van stankoverlast. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld, afhankelijk van de situatie ter plaatse. De standplaatshouder kan worden verplicht zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond de standplaats te voorkomen. Deze regels worden door de gemeente in de te verlenen vergunning opgenomen.