Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024De directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Gelet op: het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 21 november 2023, PZH-2023-838862848 (DOS-2020-0007039), houdende het toekennen van mandaat en machtiging aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2024; Besluit: Vast te stellen het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024 overeenkomstig de bij dit besluit behorende ondermandaatlijst met inachtneming van onderstaande bepalingen: Artikel1Ondermandaat De directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid stelt het ondermandaat ten behoeve van functionarissen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid vast overeenkomstig de bij dit besluit behorende ondermandaatlijst.b Artikel2Reikwijdte en voorwaarden Het ondermandaat, behorend bij de ondermandaatlijst, geldt met inachtneming van de in het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2024 en de daarbij behorende mandaatlijst opgenomen bepalingen en gestelde voorwaarden. Artikel3Ondertekening Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 1 luidt de ondertekening: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam van de functionaris, directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functieaanduiding en een automatisch genereerde disclaimer. Of (unitmanager): Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris (unitmanager) en aanduiding van de unit, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie (unitmanager)-unitaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer. Of (medewerker): Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris en naam van de unit waar de functionaris werkzaam is, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie-unitaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer. Artikel4Slotbepalingen 1.Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2021 wordt ingetrokken. 2.Dit besluit wordt bekendgemaakt in het provinciaal blad van Zuid-Holland en treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. 3.Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024. Artikel5Overgangsrecht Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2021 blijft van toepassing voor zover het mandaat of machtiging verleent tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen, voor zover daartoe krachtens enig overgangsrecht een verplichting of bevoegdheid bestaat op grond van een wettelijke bepaling, die als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarmee verband houdende wet- en regelgeving is ingetrokken. Aldus vastgesteld op 8 december 2023.Mr. R. VisserDirecteur Omgevingsdienst Zuid-Holland ZuidONDERMANDAATLIJST als bedoeld in artikel 1 van het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024 BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Algemeen TOELICHTING/ VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RAA01 Besluiten in bestuursrechtelijke procedures: - Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer, indien het besluit in mandaat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende. - Besluiten inzake verzoeken om toepassing van rechtstreeks beroep (art.7:1a Awb). Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep kan op grond van art. 10:3 Awb niet worden beslist door degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen. V.w.b. indienen van het verweerschrift en toepassing rechtstreeks beroep: unitmanager V.w.b. overige proceshandelingen: medewerker RAA02 Besluiten op grond van: a. art. 4:5 en 4:6 Awb (buiten behandeling stellen aanvraag en afdoen herhaalde aanvraag); b. art. 4:7 en 4:8 Awb (horen); c. afdeling 4.1.3 Awb (opschorten beslistermijn); d. besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen; e. titel 4.4 Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) met uitzondering van afdeling 4.4.4 Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel); f. art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak); g. afdeling 3.4 Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren); h. afdeling 3.5 Awb ((instemmen met) coördinatiebesluiten en het optreden als coördinerend bestuursorgaan). i. art. 16.10 Ow (buiten behandeling laten aanvraag); j. art. 16.24 lid 2 Ow (afdeling 3.4 Awb buiten toepassing verklaren bij kennelijke verschrijving). RAA03 - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om Gedeputeerde Staten te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures. - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om namens Gedeputeerde Staten ter zitting, binnen de grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande financiële belang, mee te werken aan finale geschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien daarvan te doen. Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing. Directeur RAA04 - Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten. - Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken. Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een besluit dat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende. Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is voor wat betreft het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken niet van toepassing. Directeur RAA05 Besluiten op bezwaarschriften op grond van de Awb conform advies van de bezwarencommissie (art. 7:11, Awb) indien het primaire besluit genomen is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur Omgevingsdienst vallende leidinggevende. Omvat mede besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger), 7:10 (verdagen beslistermijn), Awb. Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing. Directeur RAA06 Het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht. Directeur RAA07 Het aanvragen en verantwoorden van subsidies op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies. Het mandaat heeft geen betrekking op: - het besluit om als leadpartner op te treden en daarmee (mede) de verantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering van projecten door derden; - het besluit om Gedeputeerde Staten te committeren aan het vaststellen van een subsidieregeling. De uitgezonderde besluiten blijven voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Directeur RAA08 Besluiten in het kader van het beheren van een zekerheidstelling. RAA09 Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet Bibob, met uitzondering van: - het weigeren van een vergunning, - het verlenen van een vergunning onder voorwaarden, of - het intrekken van een vergunning vanwege een advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob of vanwege eigen onderzoek. Het mandaat betreft evenmin het verlenen van een vergunning in situaties van ernstig gevaar. Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing op het vragen van advies. NB. Het mandaat omvat mede het, eventueel voorafgaand aan het vragen van advies aan Landelijk Bureau Bibob, uit te voeren eigen onderzoek. Het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob (weigeren vergunning, verlenen vergunning onder voorwaarden, intrekken vergunning, intrekken vergunning) is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Unitmanager Indien het betreft het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB): Directeur RAA10 Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Woo. Het mandaat omvat zowel de bevoegdheid tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot passieve openbaarmaking, als tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot actieve openbaarmaking. Uitoefening van het mandaat vindt plaats met inachtneming van een door Gedeputeerde Staten te geven werkinstructie Woo, alsmede met inachtneming van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregels inzake actieve openbaarheid, zoals deze op het moment waarop het onderhavige mandaat wordt uitgeoefend geldend zijn. Onverminderd het bepaalde in art. 5, eerste lid van het mandaatbesluit, zendt de directeur Omgevingsdienst in de eerste week van elke kalendermaand een overzicht aan Gedeputeerde Staten van alle bij de omgevingsdienst ingediende verzoeken om passieve openbaarheid, alsmede informatie over de stand van zaken van in behandeling zijnde verzoeken. RAA11 Besluiten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), met uitzondering van het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens (datalekken). directeur RAA12 Het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens (datalekken) als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). directeur BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Vergunningverlening TOELICHTING/ VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RMV01 a. Omgevingsvergunningen (enkelvoudige aanvraag) voor een milieubelastende activiteit op grond van art. 5.1, tweede lid, van de Ow en het Bal (met uitzondering van “het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergie-systeem” als bedoeld in art. 3.19, eerste lid, sub a Bal), waarover Gedeputeerde Staten op grond van art. 4.6, eerste lid, onder c Ob of art. 4.16 Ob (“eens bevoegd gezag altijd bevoegd gezag”) dienen te beslissen; b. Omgevingsvergunningen (enkelvoudige aanvraag) voor een activiteit met betrekking tot het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreinigd grondwater waarvoor in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden; c. Omgevingsvergunningen (enkelvoudige aanvraag) voor een activiteit anders dan een milieubelastende activiteit op grond van art. 5.1, tweede lid, Ow en het Bal, waarover Gedeputeerde Staten op grond van art. 4.16 Ob (“eens bevoegd gezag altijd bevoegd gezag”) dienen te beslissen; d. Omgevingsvergunningen (meervoudige aanvraag) voor activiteiten, waarover Gedeputeerde Staten op grond van art. 4.6, eerste en tweede lid, Ob dienen te beslissen; e. Omgevingsvergunningen (meervoudige aanvraag) voor meerdere activiteiten, waarover Gedeputeerde Staten op grond van art. 4.16 Ob (“eens bevoegd gezag altijd bevoegd gezag”) dienen te beslissen; f. het stellen van maatwerkvoorschriften voor zover het betreft milieubelastende activiteiten. Hieronder valt ook: De activiteiten in afdeling 3.4 ZHOV voorkomen, beperken, beheren van verontreinigd grondwater; g. besluiten op verzoeken om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, voor zover het betreft milieubelastende activiteiten; h. het afhandelen van meldingen in verband met milieubelastende activiteiten; i. het afhandelen van meldingen, stellen van maatwerkvoorschriften en het beslissen op aanvragen om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel op grond van het Bbl. Het mandaat geldt niet voor besluiten waarmee een vergunning vanwege de Wet Bibob wordt geweigerd of verleend onder voorwaarden op grond van art. 5.31, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ow juncto art. 8.8 van het BKL (juncto art. 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, Ow). Het mandaat geldt eveneens niet met betrekking tot Seveso-inrichtingen of het exploiteren van een ippc-installatie als bedoeld in categorie 4 van bijlage I van de richtlijn industriële emissies. Betreft: - procedurestappen; - ontwerpbesluit; - besluit. T.a.v. de volgende specifieke activiteiten geldt een van c., d. en e. afwijkende regeling: - Natura 2000-activiteiten (ODH); - Flora- en fauna-activiteiten (ODH); - Ontgrondingsactiviteiten (ODH); - Activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden o.g.v. de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ODH); - Activiteiten in stiltegebieden o.g.v. de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (DCMR). Indien een aanvraag uitsluitend op één of meer van deze activiteiten betrekking heeft, heeft de specifieke omgevingsdienst het exclusieve mandaat voor de aan hem toegewezen specifieke activiteit(en), ongeacht waar de activiteit plaatsvindt. Indien de aanvraag bestaat uit een combinatie van een of meerdere specifieke ODH activiteiten en een specifieke DCMR activiteit, zijn beide omgevingsdiensten bevoegd voor alle activiteiten en wordt in onderling overleg bepaald wie, met advies van de andere omgevingsdienst, de aanvraag behandelt. Indien sprake is van een meervoudige aanvraag die niet uitsluitend op één of meer van deze specifieke activiteiten betrekking heeft, neemt de omgevingsdienst in wiens regio die activiteit plaatsvindt een besluit over alle aangevraagde activiteiten, waarbij ODH/DCMR m.b.t. de specifieke activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.