Inhoud Artikel 1: Begripsbepalingen. In deze verordening wordt verstaan onder: het stadsdeel: Stadsdeel Noord; het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het stadsdeel Noord; de raad: de deelraad van het stadsdeel Noord; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; Parkeerverordening: de Parkeerverordening 2009 van de gemeente Amsterdam; Centraal Mobiliteitsfonds: het Centraal Mobiliteitsfonds Amsterdam, zoals bedoeld in de Verordening Mobiliteitsfondsen Amsterdam 2008; Parkeerfonds: het stadsdeelparkeerfonds van het stadsdeel Noord, zoals bedoeld in artikel 7 van de Verordening Mobiliteitsfondsen Amsterdam 2008; bruto fiscale parkeeropbrengsten: alle fiscale inkomsten uit parkeren in het stadsdeel Noord, zoals die uit parkeerapparatuur, vergunningen, dag(deel)-, week- en maandkaarten, omschreven in de Parkeerverordening, met uitzondering van de inkomsten uit naheffingsaanslagen. Artikel 2: De voeding.
- De voeding van het Parkeerfonds bestaat uit: het restant van de bruto fiscale parkeeropbrengsten in het stadsdeel, dat niet wordt afgedragen aan het Centraal Mobiliteitsfonds; de aan het stadsdeel toekomende opbrengsten uit de naheffingsaanslagen.
- De voeding kan voorts bestaan uit andere daartoe door de raad aan te wijzen incidentele en structurele middelen, voor zover die hiervoor mogen worden aangewend. Artikel 3: Voorwaarden besteding.
- De bruto fiscale parkeeropbrengsten worden uitsluitend aangewend als dekkingsbron voor: het ontwikkelen, voorbereiden en implementeren van het verkeer- en vervoerbeleid van het stadsdeel; de kosten van inning en administratie, en van de handhaving van de parkeervoorschriften; het verrichten van onderzoek met betrekking tot het verkeer- en vervoerbeleid van het stadsdeel; projecten in het kader van het verkeer- en vervoerbeleid
- De onder lid 1b van dit artikel genoemde maatregelen mogen het centrale verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Amsterdam niet tegenwerken;
- De raad legt per zittingsperiode van het dagelijks bestuur de primaire bestedingsrichting vast in een besluit, waarin een duidelijke koppeling is gelegd met het vigerende programakkoord van het stadsdeel;
- Het dagelijks bestuur zendt aan het college een afschrift van het in lid
- van dit artikel genoemde besluit. Artikel 4: Het beheer.
- Het dagelijks bestuur is belast met het beheer van het Parkeerfonds.
- Het beheer vindt plaats conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (K.B. van 23 januari 2003).
- Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks, als onderdeel van de reguliere P&C-cyclus, een voorstel voor de bestedingen uit het Parkeerfonds vast. Dit gebeurt in een meerjarig perspectief van ten minste vier jaar.
- De raad bepaalt jaarlijks, tegelijk met de vaststelling van de begroting, de verdeling van de voor het desbetreffende begrotingsjaar uit het Parkeerfonds beschikbaar te stellen middelen.
- Bij het bestedingsvoorstel wordt uitgegaan van een reserve van ten minste €100.000,- in het Parkeerfonds, ter dekking van tegenvallende inkomsten in het Parkeerfonds of van onvermijdelijk hogere uitgaven uit het parkeerfonds binnen het begrotingsjaar;
- Als onderdeel van het bestedingsvoorstel wordt standaard een stelpost van €100.000,- opgenomen ten behoeve van kleine, incidentele initiatieven, passend binnen de in artikel 3 lid 1 genoemde bestedingsrichtingen;
- Het dagelijks bestuur legt jaarlijks via de reguliere P&C-cyclus verantwoording af over de voeding van en de voorgestelde en gerealiseerde bestedingen uit het Parkeerfonds. Artikel 5: Overgangsbepaling. Verplichtingen, reeds aangegaan onder het bestaande regime,worden geacht te zijn aangegaan onder de werking van deze verordening. Artikel 6: Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking op 30 december
- Artikel 7: Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening op het Parkeerfonds Stadsdeel Noord 2010.