Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten 2024De Raad van de gemeente Maashorst; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten 2024 Artikel1.Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan de Bronkhorstsingel in Uden of de Bossestraat in Schaijk graf: een zandgraf of keldergraf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en/of het doen verstrooien van as; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen: begraven en begraven houden van het lijken; bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledene te gedenken; gedenkzuil: een zuil waarop gedenkplaatjes kunnen worden bevestigd; gedenkplaatje: een door de gemeente beschikbaar gesteld rechthoekig plaatje welke bevestigd kan worden op een de gedenkzuil; asbus: een bus bestemd voor het bergen van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; particulier kindergraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon voor bepaalde tijd het recht is verleend tot het doen: begraven en begraven houden van lijken van personen beneden de leeftijd van 12 jaar; bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van personen beneden de leeftijd van 12 jaar; verstrooien van as van overledenen beneden de leeftijd van 12 jaar; rechthebbende: natuurlijk of rechtspersoon aan wie het uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf, een particulier urnennis, een particuliere gedenkplaats of een particulier kindergraf. Artikel2.Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden, onder de naam van begrafenisrechten, rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3.Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4.Vrijstellingen Algemene graven worden, onverminderd het bepaalde in de artikelen van de tarieventabel, kosteloos ter beschikking gesteld. Artikel5.Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel; 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6.Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor het recht wordt verleend. 3.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. 4.Het tijdvak van de rechten genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel lopen gelijk met de rechten genoemd in hoofdstuk 4 van de tarieventabel. Artikel7.Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending (elektronische toezending daaronder begrepen) of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8.Ontstaan van de belastingschuld 1.De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden voldaan binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving of de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11.Kwijtschelding Bij de invordering van de rechten genoemd onder hoofdstuk 1 en hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12.Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel13.Inwerkingtreding en citeerartikel 1.De ‘Verordening begrafenisrechten Uden 2022’ van 22 december 2022, zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Landerd 2022’ van 22 december 2022, zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 3.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 4.De datum van ingang van de heffing van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.