De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024.De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen
- Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Valkenburg aan de Geul een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak In dit artikel wordt verstaan onder: dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur maand: een kalendermaand jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december 1.Betaald-parkeergebieden en tarieven betaald parkeren Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt: Straat Tarief per uur Gedurende Per Daalhemerweg € 1,90 gehele jaar 60 minuten Neerhem oost € 1,90 gehele jaar 60 minuten Aan de Polfermolen € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Spoorlaan € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Parkeerterrein Tarief per uur Gedurende Per Berkelplein € 1,90 gehele jaar 60 minuten Koningswinkelstraat I (zijde Broekhem) € 1,40 gehele jaar 60 minuten Koningswinkelstraat II (zijde Koningshof) € 1,40 gehele jaar 60 minuten Plenkertstraat I (tussen nummer 45 en 47A) € 1,90 gehele jaar 60 minuten Plenkertstraat II (tussen nummer 46 en 50) € 1,90 gehele jaar 60 minuten Burg. Henssingel € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Walramplein € 1,90 gehele jaar 60 minuten Geulpark € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Odapark I (Pr. Bernhardlaan) € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Odapark II (Pr. Margrietlaan) € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Cauberg € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 8,- per dag Par’Course I (Geulzijde) € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag Par’Course II (Overzijde flat Statenlaan) € 1,90 met een maximum voor het gehele jaar van € 9,- per dag 1.1 Voor touringcars is het mogelijk gedurende de periode van ‘Kerststad Valkenburg’ van 15 november 2024 t/m 4 januari 2025 te parkeren op de parkeerterreinen ‘Odapark II (Pr. Margrietlaan), ‘Cauberg’ en ‘Beekstraat 13-15’. Hiervoor geldt een parkeertarief van € 25,00 per dag. 2.Parkeren vergunninghouders en tarieven vergunningen Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt: A.Parkeervergunning voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen Vergunning Tarief Gedurende Ring-centrum € 70,- per maand of gedeelte hiervan Rand-centrum € 35,- per maand of gedeelte hiervan Polfercenter € 4,16 per maand of gedeelte hiervan 4-uurs bezoekersvergunning Polfercenter € 1,- per stuk B.Bewonersparkeervergunning Sector Tarief Gedurende Centrum Oost 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 75,- per jaar of gedeelte hiervan Centrum West 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 75,- per jaar of gedeelte hiervan Oosterbeemd 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 75,- per jaar of gedeelte hiervan Broekhem zuid 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan Hekerbeek 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan Ventweg Nieuweweg 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan Station 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 75,- per jaar of gedeelte hiervan Centrum 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 75,- per jaar of gedeelte hiervan Daalhemerweg 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan Nieuweweg 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan Broekhem Noord 1e bewonersvergunning 2e of volgende bewonersvergunning € 0,- € 25,- per jaar of gedeelte hiervan C.Bezoekersparkeervergunning Sector Tarief Alle sectoren maximaal € 50,- zijnde een tegoed voor bezoekersparkeren per jaar D.Hotelparkeervergunning Vergunning Tarief Gedurende Hotelparkeervergunning € 9,- per dag E.Werkparkeervergunning Vergunning Tarief Gedurende Werkparkeervergunning onbeperkte duur € 80,- per jaar of een gedeelte daarvan Werkparkeervergunning beperkte duur € 9,- per dag Artikel5Vrijstelling Houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart zijn vrijgesteld van betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mits deze geheel zichtbaar achter de voorruit is aangebracht, zodanig dat deze vanaf de buitenkant van het motorvoertuig te lezen is. Deze vrijstelling geldt niet voor parkeren “achter de slagboom”. Artikel6Wijze van heffing De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt: het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. het bij aanvang van het parkeren inbellen op een centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
- De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, meer specifiek onder artikel 4, lid 1, onderdeel 1.1, wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel8Termijnen van betaling De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend; Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
- De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, meer specifiek onder artikel 4, lid 1, onderdeel 1.1 moet in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald binnen 5 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
- De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vijfde lid gestelde termijn. Artikel9Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel10Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht. Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast. Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld. Artikel11Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 76,
- De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem en de kosten voor de overbrenging en bewaring kunnen door het college, bij openbaar te maken besluit, worden vastgelegd. Het bedrag van de ingevolge het tweede lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. Artikel12Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel13Overgangsrecht De ‘Parkeerbelastingverordening 2023’ vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel15Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Parkeerbelastingverordening 2024’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2023.mr. J.W.L. Pluijmen D.M.M.T. Prevoogriffier voorzitter