Huisvestingsverordening Nijkerk 2024 – 2028 De raad van de gemeente Nijkerk; gelezen het voorstel van het college van 7 november 2023; gelet op de Huisvestingswet 2014 b e s l u i t : de volgende verordening vast te stellen Huisvestingsverordening Nijkerk 2024 – 2028 HOOFDSTUK1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbodmodel: verdelingsmodel waarbij beschikbare woonruimte overeenkomstig artikel 4 en 5 te huur wordt aangeboden en de volgorde van woningzoekenden wordt bepaald aan de hand van artikel 11 tot en met 13; basisregistratie personen: de basisregistratie bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; directe bemiddeling: het toewijzen van woonruimte aan een woningzoekende buiten het aanbodmodel of lotingmodel om; economische binding: binding als bedoeld in artikel 14, derde lid onder a van de wet; GBO: gebruiksoppervlakte, bepaald volgens NEN 2580; gemeente: Nijkerk; gemeente van regie/herkomst: de gemeente voorafgaand aan een tijdelijk verblijf in jeugdzorg, maatschappelijke opvang, begeleid of beschermd wonen waar de persoon in kwestie daadwerkelijk woonde. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huishoudinkomen: het huishoudinkomen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; huurtoeslaggrens: de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; ingangsdatum: de datum waarop de urgentieverklaring in werking treedt; inschrijfduur: de aaneengesloten periode dat een woningzoekende is ingeschreven in het inschrijfsysteem; inschrijfsysteem: het systeem, bedoeld in artikel 6, eerste lid; inwoning: bewoning van onzelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; jongerenwoning: woningen geschikt en gelabeld voor de leeftijdsgroep tot 23 jaar of de leeftijdsgroep van 23 jaar tot 28 jaar. lokale binding: economische of maatschappelijke binding van woningzoekenden aan de gemeente als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet; lotingmodel: verdelingsmodel waarbij de volgorde van kandidaten voor de aangeboden woonruimte door loting wordt bepaald; medische problematiek: een fysieke of mentale aandoening, beperking of handicap; maatschappelijke binding: binding van een persoon aan de woningmarktregio. Een maatschappelijke binding wordt in ieder geval aangenomen indien hij: een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de woningmarktregio of de gemeente te vestigen of: ten minste één jaar onafgebroken of gedurende de voorafgaande twintig jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de woningmarktregio of de gemeente; mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; nieuwbouw: woonruimte die nog niet eerder bewoond is geweest; onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; reisafstand: afstand gemeten volgens de voor een auto kortst mogelijke route via google maps; seniorenwoning: ‘rollator toe- en doorgankelijke’ woonruimte in een complex dat door de opzet en de ligging nabij voorzieningen in het bijzonder geschikt is voor woningzoekenden van minimaal 65 jaar oud; Stadsvernieuwing: het proces van renovatie of sloop-/nieuwbouw in stedelijke gebieden of kleinere woonkernen. Er is hierbij sprake van een volkshuisvestelijke belang en het stadsvernieuwingsproject is goedgekeurd door college van b&w. taakstelling: de op de gemeente rustende taakstelling als bedoeld in artikel 1 van de wet; toezichthouder: een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet; uitstroom uit maatschappelijke instelling: de woningzoekende die ingezetene is van de woningmarktregio en na een tijdelijk verblijf in jeugdzorg, maatschappelijke opvang, begeleid of beschermd wonen uitstroomt naar de gemeente van regie/ herkomst binnen de regio, of naar een andere gemeente in de regio wanneer er zwaarwegende redenen zijn om niet naar de gemeente van regie/ herkomst terug te keren. urgentieverklaring: een door burgemeester en wethouders afgegeven beschikking waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12 van de wet; vergunninghouder: de vergunninghouder als bedoeld in artikel 1 van de wet; voorrangsregel: bepaling in de wet of deze verordening op grond waarvan aan een specifieke categorie woningzoekenden voorrang wordt gegeven bij het verlenen van huisvestingsvergunningen; wet: Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de woningmarktregio; woningmarktregio: de woningmarktregio die bestaat uit het grondgebied van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk Soest, en Woudenberg; woonduur: de aaneengesloten periode dat een woningzoekende woonachtig is in zijn of haar huidige woonruimte gerekend vanaf de ingangsdatum van het huurcontract. Geldt alleen bij stadsvernieuwing; zoekprofiel: het zoekprofiel dat een beschrijving bevat van uitsluitend de vereiste eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van aanvrager op te lossen. HOOFDSTUK2.De huisvestingsvergunning Paragraaf2.1.De huisvestingsvergunningplicht Artikel2.Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1.Woonruimte van woningcorporaties met een huurprijs van ten hoogste de huurtoeslaggrens mag niet voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op: woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; onzelfstandige woonruimte; woonwagens en standplaatsen; studentenwoonruimte; woonruimte aangewezen in Bijlage 2. Artikel3.Criteria voor verlening van de huisvestingsvergunning 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning slechts woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden: het huishoudinkomen is lager dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; het huishouden bestaat tenminste uit één meerderjarig persoon; het huishouden is als woningzoekende ingeschreven in het inschrijfsysteem. 2.In afwijking van het eerste lid, onder a, kunnen ook woningzoekenden met een hoger huishoudinkomen dan de daar bedoelde inkomensgrens, voor zover zij voldoen aan de in het eerste lid, onder b en c genoemde, voorwaarden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, mits met de verhuur waarvoor de huisvestingsvergunning aangevraagd wordt, het in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet genoemde percentage niet wordt overschreden. Paragraaf2.2.Aanbieding van woonruimte Artikel4.Te huur aanbieden van woonruimte 1.Woonruimte wordt door woningcorporaties te huur aangeboden via het aanbodmodel, het lotingmodel of via directe bemiddeling; 2.Het woningaanbod via het lotingmodel bedraagt maximaal 20% van het totale woningaanbod op jaarbasis; 3.Een met maatschappelijke gelden aanzienlijk aangepaste woonruimte (zoals op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) mag pas te huur aangeboden nadat: woningcorporaties het voor verhuur beschikbaar komen van de woonruimte bij burgemeester en wethouders hebben gemeld; en, burgemeester en wethouders binnen uiterlijk zes maanden na ontvangst van de melding hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen het te huur aanbieden van de woonruimte. 4.In afwijking van het derde lid kan de woningcorporatie met instemming van burgemeester en wethouders in het derde lid bedoelde woonruimte via directe bemiddeling te huur aanbieden. Artikel5.Bekendmaking aanbod van woonruimte 1.Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt bekend gemaakt door publicatie op het digitale platform, zijnde de website https://eemvallei.mijndak.nl; 2.De in het eerste lid bedoelde bekendmaking is voor een ieder via internet toegankelijk en bevat in ieder geval: het adres en de huurprijs van de woonruimte; de inkomensgrens als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a; indien van toepassing, de toepasselijke voorrangsregels; of houders van een urgentieverklaring met voorrang voor een huisvestingsvergunning in aanmerking kunnen komen en zo ja, voor welke urgentiecategorieën dit geldt; de wijze waarop de woonruimte te huur wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, eerste lid; de mogelijkheid voor woningzoekenden om hun belangstelling voor te huur aangeboden woonruimte kenbaar te maken. 3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het te huur aanbieden van woonruimte via directe bemiddeling. Artikel6.Inschrijfsysteem van woningzoekenden 1.Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform systeem waarin huishoudens zich via de website https://eemvallei.mijndak.nl kunnen laten inschrijven als woningzoekende. 2.Woningcorporaties stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. Deze regels zijn in overeenstemming met het bepaalde in deze verordening en worden transparant medegedeeld aan huishoudens die zich willen inschrijven en aan woningzoekenden. 3.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving. 4.Indien aan een woningzoekende een huisvestingsvergunning wordt verleend, eindigt de inschrijving in het inschrijfsysteem. 5.Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst als bedoeld in dat artikel is aangegaan, eindigt in afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn of haar inschrijving niet. 6.Indien een woningzoekende i.v.m. stadsvernieuwing of woningruil een huurovereenkomst aangaat, eindigt in afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn of haar inschrijving niet. 7.Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, eindigt in afwijking van het bepaalde in het lid vierde lid zijn of haar inschrijving niet. 8.Een woningzoekende behoudt na toewijzing van een woning 75% van de inschrijfduur, op voorwaarde dat de woningzoekende zich binnen 12 maanden na beëindiging, zoals bedoeld in lid 4, opnieuw inschrijft. Paragraaf2.3.Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning Artikel7.Aanvraag van de huisvestingsvergunning 1.De huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Zij kunnen een aanvraagformulier vaststellen. 2.Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt: naam, adres, woonplaats, geboortedatum, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; de omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; het huishoudinkomen; het adres en naam van de woningcorporatie en huurprijs van de te betrekken woonruimte; de beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; indien van toepassing, een afschrift van de geldende, aan de aanvrager verleende urgentie verklaring; en de schriftelijke verklaring van de woningcorporatie dat deze bereid is de woonruimte aan aanvrager te verhuren. Artikel8.Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning 1.Burgemeester en wethouders beslissen tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de wet weigeren burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning indien: de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 3 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; voor het in gebruik geven en nemen van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft, als gevolg van de toepassing van het lotingmodel of directe bemiddeling aan een andere woningzoekende een huisvestingsvergunning is verleend; of, 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 15, tweede, derde en vijfde lid, van de wet kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning weigeren indien: de aanvrager gelet op artikel 10 tot en met 12 niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; het te huur aanbieden van woonruimte niet overeenkomstig artikel 4 heeft plaatsgevonden; voor zover van toepassing, de bekendmaking van het aanbod niet overeenkomstig artikel 5 heeft plaatsgevonden; of, de aanvrager niet als woningzoekende is ingeschreven in het inschrijfsysteem. 4.De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; aan wie de vergunning is verleend; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; en de voorwaarde dat de houder van de huisvestingsvergunning de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik dient te nemen. 5.Burgemeester en wethouders verlenen aan de binnen hun gemeente werkzame woningcorporaties een mandaat voor het behandelen van en beslissen op aanvragen om een huisvestingsvergunning. Het mandaat beperkt zich tot aanvragen die betrekking hebben op woonruimte die verhuurd wordt door de gemandateerde woningcorporatie. 6.Bij de uitoefening van het in het vorige lid bedoelde mandaat: neemt de woningcorporatie het bepaalde in de wet, in deze verordening en in de daarop berustende bepalingen in acht; wordt met de ondertekening van de huurovereenkomst door de woningcorporatie, de huisvestingsvergunning voor het in gebruik geven en nemen van de woonruimte waarop die huurovereenkomst betrekking heeft, geacht te zijn verleend; is de weigering van de woningcorporatie om met een woningzoekende een huurovereenkomst te sluiten, tevens aangemerkt als de weigering van een huisvestingsvergunning. In dat geval motiveert de woningcorporatie de weigering en stelt zij het besluit tot weigering van de huisvestingsvergunning op schrift. 7.Voor het indienen of behandelen van een aanvraag om een huisvestingsvergunning worden geen leges in rekening gebracht. Artikel9.Vruchteloze aanbieding 1.In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van artikel 8, derde lid, de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid weergegeven procedure ten minste tweemaal vruchteloos is aangeboden/geadverteerd aan de woningzoekenden die ingevolge deze verordening voor die woonruimte in aanmerking komen. 2.Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardig aan de in artikel 5 voorgeschreven wijze, vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid bedoelde woningzoekenden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde. Artikel10.Rangorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning 1.Indien op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, komen achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking: woningzoekenden die zijn ingedeeld in de urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 20 tot en met artikel 28, voor zover de aangeboden woonruimte overeenkomt met het in de urgentieverklaring vermelde zoekprofiel; woningzoekenden aan wie gelet op artikel 13 voorrang gegeven wordt bij het verlenen van de aangevraagde huisvestingsvergunning; de overige woningzoekenden. 2.De woningcorporatie kan bij het te huur aanbieden van woonruimte via het aanbodmodel als bedoeld in artikel 4 en 5 bepalen en mededelen, dat het in het eerste lid, onder a, bepaalde buiten toepassing blijft mits dit voor niet meer dan 5 % van het totale woonruimteaanbod gebeurt. 3.Dit artikel is niet van toepassing indien een woningcorporatie woonruimte aanbiedt via het lotingmodel of directe bemiddeling. Artikel11.Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep 1.De volgorde waarin de woningzoekenden als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, wordt bepaald op basis van de ingangsdatum van de urgentieverklaring en, voor zover dat geen uitsluitsel geeft, op basis van hun inschrijfduur of woonduur (bij stadsvernieuwing). 2.De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b en c achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, wordt bepaald op basis van hun inschrijfduur. Artikel12.Volgordebepaling op basis van ingangsdatum, inschrijfduur of woonduur 1.Bij de bepaling van de onderlinge volgorde van woningzoekenden op basis van ingangsdatum als bedoeld in artikel 11, komt de woningzoekende met de eerste ingangsdatum als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de laatste ingangsdatum als laatste. 2.Bij de bepaling van de onderlinge volgorde van woningzoekenden op basis van inschrijfduur als bedoeld in artikel 11, komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de kortste inschrijfduur als laatste. 3.Bij de bepaling van de onderlinge volgorde van woningzoekenden op basis van woonduur als bedoeld in artikel 11, komt de woningzoekende met de langste woonduur als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de kortste woonduur als laatste. Artikel13.Voorrang bij woningtoewijzing voor specifieke doelgroepen 1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte, behorende tot een in onderstaande tabel behorend woningtype, kan voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die behoren tot de daarbij blijkens onderstaande tabel behorende doelgroep of doelgroepen. Woningtype Doelgroepen Seniorenwoning Woningzoekenden met een leeftijd van 65 jaar of ouder. Jongerenwoning Woningzoekenden met een leeftijd tot 23 jaar. Woningzoekenden met een leeftijd van 23 tot 28 jaar. Grote woning van 4 of meer kamers Huishoudens bestaande uit minimaal 2 personen Woning met 3 kamers of minder Woningzoekenden van 60 jaar of ouder die een woning met minimaal 3 slaapkamers achterlaten kunnen van groot naar beter verhuizen. 2.De woningcorporatie bepaalt bij het te huur aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel 4 en het bekendmaken van het aanbod als bedoeld in artikel 5, of sprake is van een in de tabel van het eerste lid genoemd woningtype. Indien in de tabel bij een woningtype meer dan twee doelgroepen genoemd zijn, bepaalt de woningcorporatie in welke volgorde aan de doelgroepen voorrang wordt gegeven bij het verlenen van een huisvestingsvergunning. 3.Voor nieuwbouw worden per project aanvullende afspraken gemaakt tussen de corporatie en de gemeente m.b.t. voorrang. Dit met het oog op zaken als doorstroming en lokale binding. Artikel14.Economische en maatschappelijke binding 1.Bij ten hoogste 50 % van de verleende huisvestingsvergunningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio of de gemeente als bedoeld in artikel 14 van de wet. 2.[vervallen] Paragraaf2.4.De urgentieverklaring Artikel15.Aanvraag van de urgentieverklaring 1.De urgentieverklaring wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Zij stellen een aanvraagformulier vast. 2.Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt: naam, adres, woonplaats, geboortedatum, burgerservicenummer, huishoudinkomen, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; de omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte wil betrekken. Tot het huishouden behoren ook alle ingeschreven kinderen ongeacht hun leeftijd; een toelichting op het woonprobleem in verband waarmee de urgentieverklaring wordt aangevraagd; en, voor zover van toepassing, een ingevuld formulier ‘Bijlage aanvraag urgentie in verband met mantelzorg’. 3.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve een urgentieverklaring verlenen aan personen die behoren tot de in artikel 22, 23 of 27 bedoelde urgentiecategorie. Artikel16.Beslissing op de aanvraag 1.Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien: de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 3 van deze verordening niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of de aanvrager gelet op het bepaalde in het tweede en derde lid niet voor de urgentieverklaring in aanmerking komt. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring weigeren indien naar hun oordeel: geen sprake is van een noodsituatie waarin het voor aanvrager noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen; de aanvrager in staat is of is geweest om zijn of haar woonprobleem zelf te voorkomen of op te lossen. Hieronder kan vallen dat de aanvrager over eigen vermogen beschikt dat kan worden ingezet voor het oplossen van het woonprobleem; het woonprobleem geheel of in overwegende mate is ontstaan als gevolg van verwijtbaar doen of nalaten door aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden; bij de aanvrager sprake is van huurschulden of het veroorzaken van woonoverlast; de aangevraagde urgentieverklaring onvoldoende geschikt is om het woonprobleem van aanvrager duurzaam op te lossen; het woonprobleem van aanvrager kan worden opgelost door het betrekken van onzelfstandige woonruimte; of, het woonprobleem van aanvrager sneller of adequater op een andere manier kan worden opgelost dan door verlening van de aangevraagde urgentieverklaring. 3.Voor een urgentieverklaring komen uitsluitend in aanmerking personen die behoren tot één of meer van de in paragraaf 2.5 bedoelde urgentiecategorieën. 4.Ter voorbereiding op hun besluit op de aanvraag, kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur. Artikel17.Inhoud van de urgentieverklaring 1.De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: de naam en contactgegevens van de woningzoekende; de datum van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid van artikel 15; de urgentiecategorie waarin de houder van de urgentieverklaring is ingedeeld; en het zoekprofiel dat een beschrijving bevat van uitsluitend de vereiste eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van aanvrager op te lossen. 2.De urgentieverklaring vervalt wanneer aan de houder van de urgentieverklaring een huisvestingsvergunning wordt verleend, maar uiterlijk: op de datum van sloop van de huidige woonruimte in geval van urgentieverklaringen waarmee woningzoekenden zijn ingedeeld in de in artikel 27 genoemde urgentie categorie; of, zes maanden na de datum waarop de urgentieverklaring is verleend voor de overige urgentieverklaringen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring éénmaal met 6 maanden verlengen indien: geen van de in artikel 19, eerste lid, opgenomen intrekkingsgronden van toepassing is; en, geen sprake is van het door de houder van de urgentieverklaring niet-reageren op of weigeren van een aangeboden woonruimte die overeenkomt met het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. Artikel18.Werking van de urgentieverklaring 1.Aan de houder van een urgentieverklaring wordt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening voorrang gegeven bij de verlening van huisvestingsvergunningen. De voorrang vangt aan zodra de urgentieverklaring in werking treedt. 2.De houder van de urgentieverklaring dient gedurende de geldigheidsduur van de urgentieverklaring zelfstandig te zoeken naar en te reageren op woonruimte: die te huur wordt aangeboden op het platform, als bedoeld in artikel 5, eerste lid; en, die past binnen het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel; en, waarvoor geldt, dat aan houders van een urgentieverklaring gelet op het bepaalde in artikel 10 voorrang gegeven wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning. 3.Bij het in het lid 2 bedoelde zelfstandig zoeken dient de houder van de urgentieverklaring in ieder geval te reageren op binnen het zoekprofiel passende woonruimte. 4.Aan de houder van een urgentieverklaring kan via directe bemiddeling woonruimte die voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel, te huur aangeboden worden. Als dit aan de orde is geldt het in lid 2 genoemde niet. Artikel19.Intrekken of wijzigen van een urgentieverklaring 1.Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken als de woningzoekende: een woonruimte betrekt; niet langer behoort tot de urgentiecategorie waarin hij of zij was ingedeeld; bij de aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan de woningzoekende wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; een aangeboden woonruimte die overeenkomt met het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel heeft geweigerd; of, daartoe verzoekt. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende, al dan niet op zijn of haar verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien zij daartoe overgaan, verstrekken burgemeester en wethouders de woningzoekende dan een nieuwe urgentieverklaring. Paragraaf2.5.Urgentiecategorieën Artikel20.Urgentie in verband met uitstroom uit een voorziening voor tijdelijke opvang van personen 1.In dit artikel wordt onder zorg- en opvangvoorziening verstaan: een door de gemeente erkende voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet. 2.Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘uitstroom’ indien: de woningzoekende woonachtig is in een zorg- of opvangvoorziening als bedoeld in het eerste lid en aansluitend op zijn of haar verblijf in de zorg- of opvangvoorziening verhuist naar een woonruimte; en voor zover de problematiek die aanleiding gaf voor verblijf in de zorg- of opvangvoorziening naar het oordeel van burgemeester en wethouders het verhuizen naar een woonruimte niet in de weg staat. Artikel21.Urgentie in verband met mantelzorg 1.Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien voldaan wordt aan de onder a tot en met g genoemde voorwaarden: de mantelzorg – niet zijnde gebruikelijke ondersteuning zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of het verrichten van niet zorgtaken zoals het huishoudelijke werkzaamheden en het doen van boodschappen – voor minimaal tien uur per week, verdeeld over minimaal vier dagen per week, wordt verricht en de zorgontvanger naar verwachting duurzaam afhankelijk is van de mantelzorgverlener; de mantelzorgontvanger: beschikt over een indicatie voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg, vastgesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg waaruit blijkt dat 24-uurs zorg of permanent toezicht noodzakelijk is; of, in zijn of haar thuissituatie ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Jeugdwet ontvangt, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de woonplaats van de mantelzorgontvanger, in de vorm van individuele begeleiding ter ondersteuning van de zelfredzaamheid; of, in zijn of haar thuissituatie verpleging ontvangt, niet gepaard gaande met verblijf, verstrekt op grond van de Zorgverzekeringswet, waarvan de noodzaak is vastgesteld door de wijkverpleegkundige, zoals verpleging of verzorging bij opstaan, wassen, aankleden, douchen, wondverzorging, het geven van injecties. er sprake is van een ondersteunings- of zorgvraag die met mantelzorg kan worden beantwoord; de huidige reisafstand tussen de woning van de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener bedraagt meer dan 5 kilometer en door de met urgentieverklaring mogelijk te maken verhuizing wordt deze reisafstand minder dan 5 kilometer; de woonruimte van de mantelzorgontvanger of de woonruimte van de mantelzorgverlener gelegen is in de gemeente Nijkerk; uit een advies van door burgemeester en wethouders aan te wijzen adviseur blijkt, dat de mantelzorg voor het zelfstandig blijven wonen van de mantelzorgontvanger noodzakelijk is en dat het zelfstandig blijven wonen van de mantelzorgontvanger doelmatig is; en, er geen sprake is van een in het tweede lid bedoelde situatie. 2.Verlening van een urgentieverklaring in verband met mantelzorg is niet mogelijk in de volgende situaties: een aanvrager wil dichter bij een zorgontvanger wonen die intramurale zorg ontvangt; de urgentieverklaring wordt aangevraagd met het oog op verhuizing van de mantelzorgontvanger uit woonruimte die door het daaraan treffen van ingrijpende aanpassingen in het kader van maatwerkvoorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 naar het oordeel van burgemeester en wethouders toereikend aangepast is. Artikel22.Urgentie Vergunninghouders 1.Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘vergunninghouder’ indien: de woningzoekende een vergunninghouder is; en zijn of haar huisvesting naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt in het voorzien in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. 2.De urgentieverklaring zoals bedoeld in het eerste lid wordt verzilverd via directe bemiddeling. Artikel23.Urgentie Uitstroom uit een maatschappelijke instelling 1.De uitstroom uit een maatschappelijke instelling naar een andere gemeente in de regio Amersfoort in plaats van de gemeente van regie/herkomst is aan de orde wanneer sprake is van de volgende zwaarwegende redenen: Indien er sprake is van traumatische ervaringen die invloed hebben op het functioneren en die gekoppeld zijn aan de gemeente van regie/herkomst; Indien er sprake is van een negatief netwerk in gemeente van regie/herkomst wat de kans op terugval (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.