← Nederland

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende uitvoerings en Handhavingsstrategie 2024 – 2027

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende uitvoerings en Handhavingsstrategie 2024 – 2027 Bergen op Zoom, vastgesteld 28 november 2023 Gewijzigd vastgesteld ** december 2024 Inleiding Context Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2023-2027 (hierna: U&H-strategie) van de gemeente Bergen op Zoom. Deze U&H-strategie schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) binnen het Omgevingsrecht. Deze U&H-strategie is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende interne en externe partijen. Het beleid is vastgesteld door het college van B&W en ter kennisname naar de gemeenteraad en provincie gestuurd. De U&H-strategie geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. De U&H-strategie biedt verder de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma U&H. Vanwege de ontwikkelingen op het gebied van het Omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op 1 januari 2024, verandert de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken. Om deze redenen is de U&H-strategie een dynamisch document dat wij tussentijds kunnen aanpassen indien de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt. Waarom een Uitvoerings- en Handhavingsstrategie? Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de overheid in relatie tot inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Met deze U&H-strategie willen wij transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit hebben georganiseerd. Daarnaast bepaalt het Omgevingsbesluit dat het college van burgermeester en wethouders beleid vaststelt voor de uitvoerings- en handhavingstaken. De “BIG 8” In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen de U&H-strategie en de uitvoerings-programma’s. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In deze U&H-strategie geven wij de BIG 8 cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. De cijfers in afbeelding 1 geven de hoofdstukken van dit beleid weer. Op de volgende pagina geven wij de stappen van de BIG 8 cyclus schematisch weer in een leeswijzer. Hierbij leggen wij per icoon uit waar wij in welk hoofdstuk inhoudelijk op ingaan. Afbeelding 1: de BIG 8 cyclus Leeswijzer Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de BIG8-cyclus wij in welk hoofdstuk van deze U&H-strategie beschrijven. De dikgedrukte en onderstreepte woorden zijn de onderdelen van de BIG8-cyclus. De iconen komen bij elk bijbehorend hoofdstuk terug in dit beleid en in onderliggende documenten. 1. Omgevingsanalyse • Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in dit hoofdstuk: - De verbeterpunten uit de evaluatie van afgelopen beleidsperiode. - De relevante ontwikkelingen voor deze beleidsperiode. • In het uitvoeringsprogramma geven we de stand van zaken van deze ontwikkelingen. 4. Strategieën en werkwijzen • n hoofdstuk 4 gaan we in op de wijze waarop wij ons werk uitvoeren. • Wij vullen dit aan met mogelijke veranderingen onder de Omgevingswet en de Wkb. • Daarbij geven wij aan hoe de risicoanalyse en prioritering doorwerkt in de praktijk. 2. Missie, visie & doelstellingen • De missie in hoofdstuk 2 vloeit voort uit de evaluaties en toekomstige ontwikkelingen. • Aan de hand van onze visie bepalen we de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode. • Met de 5 hoofddoelstellingen in hoofdstuk 2 geven we richting aan het programma voor de komende beleidsperiode. • Dit programma krijgt vorm in het uitvoeringsprogramma. Daar wijzen we specifieke acties toe voor dat jaar om de doelstellingen te behalen. • We hebben een monitoringstool voor doelstellingen waarin we deze acties opnemen en waarin we de voortgang bijhouden. 5. Borging uitvoering • Wij maken de beschikbare middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk in hoofdstuk 5. • Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden bijgesteld. • In het uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in. 3. Risicoanalyse en prioritering • n hoofdstuk 3 beschrijven we hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is aangebracht. • Door middel van deze risicoanalyse en prioritering geven wij vorm aan onze werkwijze voor de VTH-taken. • Daarbij laten we zien wat de top 5 activiteiten voor de komende beleidsperiode op het gebied van het Omgevingsrecht zijn. • In het uitvoeringsprogramma maken we de koppeling tussen de risicoanalyse en prioritering en de beschikbare en benodigde middelen. 6. Evaluatie • Met de evaluatierapportage U&H maken we de beleidscyclus rond. • In hoofdstuk 6 van de U&H-strategie beschrijven wij de methode voor de evaluatie van de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma. • Jaarlijks zullen wij het uitvoeringsprogramma evalueren, zodat we eventueel bij kunnen sturen en elke beleidsperiode een evaluatie kunnen uitvoeren van de U&H-strategie. 1.1Omgevingsanalyse De Omgevingsanalyse richt de blik naar buiten, op de omgeving waarbinnen VTH werkzaam is en beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en transities die een invloed hebben op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. Allereerst beginnen we in paragraaf 1.1. Omgevingsanalyse met een korte toelichting van de strategie en ambities van de gemeente Bergen op Zoom voor het fysieke domein. In paragraaf 1.2 Ontwikkelingen blikken we terug én kijken we vooruit naar de ontwikkelingen op de VTH-organisatie. Dat werken we verder uit in de consequenties voor de VTH-werkzaamheden in de Probleemanalyse in paragraaf 1.3 De gemeente Bergen op Zoom De gemeente Bergen op Zoom is een vestingstad gelegen op de Brabantse Wal in de provincie Noord-Brabant. Bergen op Zoom is strategisch gelegen tussen Rotterdam, Antwerpen en Zeeland en profileert zich met haar oude binnenstad en cultuurhistorische vestigingen van de Zuidelijke Waterlinie, zijn bijzonder en divers winkelaanbod en met zijn evenementen als duurzame BeLeefstad aan de Zeeuwse delta. Bergen op Zoom is van de 5 grote steden in West-Brabant de enige stad met een Brabantse kust en is daarmee uniek. De overgang tussen de Zeeuwse delta en de bosgebieden van de Brabantse Wal maken dat Bergen op Zoom barst van omgevingskwaliteit. Uniek door de combinatie van de rivier de Schelde, de historische vesting en de groene omgeving van de Brabantse Wal met dorpen als Halsteren, Lepelstraat, De Kladde en Heimolen. Een bijzondere plaats, waar gewoond, gewerkt maar vooral ook geleefd en beleefd wordt. De gemeente Bergen op Zoom heeft de organisatie opgedeeld in directies. Binnen deze directies zijn afdelingen gevormd. Sinds mei 2023 valt vergunningverlening Bouwen en Toezicht en Handhaving bouw-taken onder de directie Ruimte en Economie en zijn samen onderdeel van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vergunningverlening. De gemeente Bergen op Zoom heeft een organisatievisie vastgesteld. Daarin wordt gesteld dat grote maatschappelijke opgaven, initiatiefrijke inwoners, technologische en sociologische ontwikkelingen en de ambities met onze medewerkers vragen om een moderne gemeentelijke organisatie. Deze moderne organisatie werkt op verschillende regionale schaalniveaus, ziet instellingen en bedrijven als partners in het realiseren van maatschappelijke opgaven en legt nadrukkelijk verantwoordelijkheid neer bij de samenleving. Deze U&H-strategie sluit aan bij deze organisatievisie. Toekomstvisie In 2021 heeft de gemeente Bergen op Zoom haar toekomstvisie 2035 vastgesteld. Daarin benoemt de gemeente vijf hoofdthema’s en bij elk thema worden handelingsperspectieven benoemd. De toekomstvisie 2035 is een dynamisch beeld die doorkijkt naar het Bergen op Zoom in 2035 als duurzame BeLeefstad aan de Schelde. De vijf thema’s zijn: 1. Partnerschap om samen doelen te bereiken; 2. Duurzame stad en gemeenschappen; 3. Goede gezondheid en welzijn; 4. Duurzaam wonen en beleven; 5. Eerlijke groei en economische groei. De toekomstvisie 2035 is de koepelnota voor beleidsvisies van de gemeente. De toekomstvisie is de strategische visie, die op tactisch niveau wordt uitgewerkt in de Omgevingsvisie, Economische visie, Visie Sociaal en Veiligheid en Organisatievisie. Via uitvoeringsnota’s wordt dit verder op operationeel niveau geconcretiseerd. Omgevingsvisie De kerninstrumenten van de Omgevingswet worden gestructureerd middels een beleidscyclus (zie afbeelding 2). Een van die kerninstrumenten is de Omgevingsvisie. Iedere gemeente is onder de Omgevingswet verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen voor de fysieke leefomgeving. Op 28 juni 2023 heeft de gemeente Bergen op Zoom een Omgevingsvisie vastgesteld die houvast biedt voor de verdere ontwikkeling van Bergen op Zoom en waarin ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn zijn benoemd. De Omgevingsvisie start met de beschrijving wat voor plek wij willen zijn en welke waarden en doelen we terug willen zien bij ontwikkelen. Daarnaast onderscheiden we 4 gebiedsprofielen (landelijk leven, stedelijk leven, natuurlijk leven en waterrijk leven en zijn er 3 sleutelgebieden aangewezen (Bergse entree, Waterfront en Bos) in verbinding. De Omgevingsvisie geeft zowel initiatiefnemers als VTH houvast bij het beoordelen van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven in de stad. Afbeelding 2: Beleidscyclus onder de Omgevingswet 1.2Ontwikkelingen Op deze pagina blikken we allereerst terug op de verbeterpunten van de afgelopen beleidsperiode. Daarna kijken we vooruit en beschrijven we welke juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen van invloed zijn op de U&H-werkzaamheden. Evaluatie Eind 2020 heeft een objectieve kwaliteitsborger een interne audit uitgevoerd bij de gemeente Bergen op Zoom. Daarnaast heeft de gemeente een evaluatie uitgevoerd op de twee vorige beleidsplannen die betrekking hadden op de U&H-werkzaamheden. In deze evaluatie is de interne audit meegenomen en is gerapporteerd, conform artikel 7.7.1 Besluit Omgevingsrecht, over: • Het bereiken van de doelstellingen in het beleidsplan. • De uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de prioriteitenstelling. • De uitvoering van de afspraken met ketenpartners. Over het algemeen wordt grotendeels voldaan aan de procescriteria en de gemeente heeft stappen gezet in de verbetering van de proceskwaliteit (de BIG-8). Daarnaast werkt de gemeente risico gestuurd. Dit is ingezet door de risicoanalyse op te nemen in de beleidsplannen. Verbeterpunten die hieruit volgen zijn het opstellen van een integrale risicobeoordeling voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving, het dichter bij elkaar brengen van beleid en uitvoering en het meer SMART formuleren van de beleidsdoelstellingen. Aandachtspunten die naar voren komen uit de evaluatie zijn dat de personele formatie invloed heeft op de mate waarin aan de activiteiten en doelstellingen uit de uitvoeringsprogramma's wordt voldaan. Daarnaast vragen ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en Wkb de komende jaren inzet en capaciteit van de VTH-medewerkers. Deze verbeterpunten worden meegenomen in deze integrale U&H-strategie. Vooruit kijken Naast de Toekomstvisie 2035 en de Omgevingsvisie blikken we ook vooruit met het bestuursakkoord op hoofdlijnen (2022-2026) Samen Bergen Verzetten. Dit bestuursakkoord vormt een verbreding en verdieping op het Focusakkoord en maakt het toekomstperspectief uit de Toekomstvisie 2035 concreter. In dit akkoord worden de hoofdlijnen (het wat) beschreven over waar Bergen op Zoom terug naar de basis moet om vooruit te kijken, waarbij zij stil staat bij wat goed gaat en zich hard maakt voor wat beter kan. In het bestuursakkoord benoemen we de belangrijkste prioriteiten per programma uit de huidige begroting. Hieronder geven wij de programma’s welke van invloed zijn op dit beleid. Specifieke uitwerking hiervan staat in het bestuursakkoord. • Programma 1 Besturen, Samenwerking en Veiligheid: Onze inwoners behoren zich veilig te voelen. Zichtbare handhaving kan hier een bijdrage aan leveren. • Programma 3 Economie en werkgelegenheid, vrijetijdseconomie en onderwijs: We willen dat het in de gemeente Bergen op Zoom fijn wonen, werken en (be)leven is. • Programma 4 Woon- en leefomgeving (fysiek domein): We moeten wonen in Bergen op Zoom betaalbaar en toegankelijk maken en houden. • Programma 5 Bedrijfsvoering, financiën en dienstverlening: Onze inwoners, ondernemers en verenigingen willen wij een optimale dienstverlening bieden, vanuit het principe “ja, mits”. Juridische ontwikkelingen De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb op 1 januari 2024 vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente voor uitdagingen op het gebied van de werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen Door een reeks ingrijpende maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken krijgen, zoals duurzaamheid, klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek, de aanpak van ondermijnende criminaliteit en de woningbouwopgave worden de VTH-werkzaamheden complexer en wellicht daarmee ook belangrijker. Bijzondere aandacht verdienen hierbij de huisvesting van arbeidsmigranten en duurzaamheid van het beschermd stads- en dorpsgezicht. Deze twee laatste ontwikkelingen worden in hoofdstuk 1.3 Probleemanalyse maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen nader toegelicht. Organisatorische ontwikkelingen Deze U&H-strategie is het eerste integrale beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierdoor wordt de uitvoering van werkzaamheden meer op elkaar afgestemd en integraal uitgevoerd. Sinds 2020 heeft COVID-19 een grote impact gehad op de organisatie en de dienstverlening. De gemeente heeft ambities op het gebied van (digitale) dienstverlening en digitaal werken. De afgelopen periode zijn de ontwikkelingen hierin in een stroomversnelling gekomen. Dat zal de komende jaren worden doorgezet. Ook heeft VTH te maken met een capaciteitsprobleem, die van invloed zijn op de werkwijze en mate van dienstverlening. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma’s wordt doorgerekend wat de benodigde capaciteit is en dit wordt afgezet tegen de beschikbare capaciteit in dat specifieke jaar. 1.3Probleemanalyse De ontwikkelingen op de vorige pagina zijn allen van invloed op de gehele VTH-organisatie. In deze paragraaf richten we ons specifiek op de te verwachten ontwikkelen die direct invloed hebben op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. Impact juridische ontwikkelingen Omgevingswet In de vorige paragraaf is aangegeven dat de Omgevingswet en Wkb in werking treden op 1 januari 2024. De impact van de Omgevingswet voor de VTH-werkzaamheden zijn o.a.: - Alle vergunningprocedures in 8 weken; - Het omgevingsplan vraagt participatie en afweging bij de planvorming; - Meer maatwerk daarbij vergen besluiten een goede afweging en onderbouwing; - Bredere integrale afweging en integrale afhandeling van proces; - Gedrag en cultuurverandering; - Transparantie van informatievoorziening, omdat alle digitale informatie op één plek te vinden is. Het juridisch instrumentarium voor toezicht en handhaving blijft hetzelfde. Deze veranderingen vragen aanpassingen in proces, beleid en competenties. De gemeente Bergen op Zoom bereidt zich aan de hand van de routekaart 2022 van de VNG voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb. De focus op het gebied van VTH ligt op de minimaal benodigde acties. Werkprocessen en bijbehorende systemen maken we Omgevingswet- en Wkb-proof, we zorgen ervoor dat medewerkers hiervan op de hoogte zijn en dat zij beschikken over voldoende kennis en kunde, we werken aan het op orde brengen van de communicatie zowel intern als extern, we zetten in op de ontwikkeling van de benodigde ‘soft skills’ die horen bij het werken in de geest van de wet en we creëren inzicht in de financiële consequenties van de Omgevingswet en Wkb. Daarnaast introduceert de Omgevingswet een aantal kerninstrumenten (zie afbeelding 2 op pagina 5). Deze kerninstrumenten worden op dit moment ontwikkeld. De exacte invulling en consequenties van deze kerninstrumenten wordt de komende jaren duidelijk en dan krijgt VTH een nadrukkelijke rol in de monitoring en evaluatie hiervan. Ook nadat de kerninstrumenten zijn ontwikkeld, blijven het dynamische documenten, waarin uitvoering en visie- en planvorming constant met elkaar in gesprek zijn om de kerninstrumenten op een passende manier in te zetten. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het doel van de Wkb is het verbeteren van bouwkwaliteit en het bouwtoezicht door inschakeling van private kwaliteitsborgers en het versterken van de positie van de bouwconsument. In de praktijk zal dit betekenen dat het bouwkundig en constructief toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten in veel gevallen door een marktpartij wordt uitgevoerd. Eind 2021 heeft Bergen op Zoom een impactanalyse Wkb uitgevoerd naar de gevolgen voor de werkvoorraad van vergunningverlening en toezicht voor de activiteit Bouwen. Door het wegvallen van deze Bouwbesluit gerelateerde werkzaamheden bij vergunningverlening en toezicht voor de Besluit bouwwerken leefomgeving vrije bouwwerken (Gevolgklasse 0) en de bouwaanvragen die naar de kwaliteitsborger gaan (gevolgklasse 1) zal naar verwachting werkvoorraad wegvallen. Uiteraard betekent de Wkb niet alleen het verdwijnen van taken, maar komen er ook nieuwe (administratieve) taken bij. Daarnaast komen we met deze U&H-strategie in een overgangsfase terecht, waarbij er nog zaken zullen lopen die getoetst moeten worden aan oude wetgeving. Ook kan de Omgevingswet zorgen voor nieuwe vergunningplichten en de toename van zorgplichten waar VTH op moet toezien. Ook zal VTH, in het kader van de beleidscyclus, een nadrukkelijkere rol krijgen bij het opstellen van regels. Tijdens de beleidsperiode treden de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging in werking. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s werken we de impact verder uit. 1.3Probleemanalyse Impact werkvoorraad Aantal verwachte aanvragen vergunningverlening Zoals hiernaast te zien, is er een stijgende lijn in het aantal vooroverleggen en aantal vergunningaanvragen. Voor de komende beleidsperiode (2024-2027) verwachten wij een hoger aantal vooroverleggen, vanwege de wijziging in proceduretijd door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor het aantal vergunningaanvragen verwachten wij daling ten opzichte van het aantal als in 2022 als gevolg van de langere doorlooptijd van een vooroverleg. De keuzes die de gemeente gaat maken in het uiteindelijke omgevingsplan kunnen van invloed zijn op vergunningplichten en uiteindelijk de work-load. Aantal verwachte zaken toezicht en handhaving Zoals te zien in de tabel is het aantal gerealiseerde uren in 2022 hoger dan de raming. Dit komt door controles m.b.t. permanente bewoning en huisvesting van vluchtelingen. Wij verwachten door de stelselwijziging (Omgevingswet en Wkb) op het gebied van Bouwen (nieuw- en bestaande bouw) in de begin fase een toename op het gebied van Toezicht en Handhaving. Dit zal echter de komende periode moeten blijken en daarom nemen we in het uitvoeringsprogramma hier extra uren voor op. Aantal verwachte klachten, handhavingsverzoeken en informatievragen De gemeente Bergen op Zoom kan niet handhavend optreden tegen alle overtredingen die worden geconstateerd of via een melding of handhavingsverzoek worden ontvangen. Om die reden is er een risicoanalyse opgesteld waaruit een prioritering is ontstaan (zie hoofdstuk 3). Op dit moment hebben wij geen zicht op de aantallen binnenkomende klachten, meldingen, handhavingsverzoeken en informatievragen. Dat komt, omdat deze binnenkomen via diverse kanalen. Aangezien we vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet breder met de VTH-applicatie gaan werken, zal de komende beleidsperiode de monitoring hiervan aandacht behoeven. 1.3Probleemanalyse Impact maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen In hoofdstuk 1.2 zijn verschillende ontwikkelingen genoemd waar de gemeente mee te maken heeft. Hieronder worden de ontwikkelingen met bijzondere aandacht in de komende beleidsperiode uitgewerkt. Kwalitatieve huisvesting van arbeidsmigranten In de gemeente zien we dat kamerbewoning een grote vlucht lijkt te hebben genomen. Dit zorgt voor meldingen bij de gemeente met vragen over onder andere overlast, registratie, bewoning en kamerbewoning in meerdere woningen in een straat. Ook leidt het opkopen van woningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten tot een hogere druk op de steeds krapper wordende woningmarkt. In de Woonvisie Aangenaam Wonen in Bergen op Zoom 2020-2024 staat dat beleid moet worden gevormd voor humane huisvesting voor arbeidsmigranten, met als doelstelling: “het welkom, legaal, goed en veilig huisvesten van de door de arbeidsmarkt noodzakelijke arbeidsmigranten in de regio”. Het beleid Humane Huisvesting Arbeidsmigranten is in 2022 vastgesteld en vormt nu dus onderdeel van het toets kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen Bergen op Zoom. Dat houdt in dat binnenkomende vergunningaanvragen, toezichtzaken of meldingen/handhavings-verzoeken met betrekking tot huisvesting arbeidsmigranten ook worden getoetst aan de hand van dit beleid. Nota Ruimtelijke Kwaliteit De gemeente kent een cultuurhistorische binnenstad, welke binnen het Beschermd Stadsgezicht is gelegen. Daarnaast bezit onze gemeente een groot monumentenbestand. De wens om te verduurzamen is een speerpunt dat ook onze gemeente omarmt. Het verduurzamen van het beschermd stadsgezicht gaat veelal niet hand in hand met de cultuurhistorische kwaliteit van een gebied. Vanuit de gemeenteraad is het verzoek gekomen om bij het herijken van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit aandacht te hebben voor dit verduurzamingsvraagstuk. Hier zal VTH de komende beleidsperiode aan meewerken. Doorwerking gemeentelijk beleid Vergunningverlening, toezicht en handhaving betreft het uitvoering geven aan een wettelijke taak waarbij gemeentelijk beleid veelal als toetsingskader geldt. Voor o.a. de maatschappelijke ontwikkelingen uit paragraaf 1.2 maakt de gemeente Bergen op Zoom binnen andere teams beleid, zoals bijvoorbeeld Bibob-beleid en beleid ten aanzien van de energietransitie. Het is van belang dat beleid en uitvoering samen optrekken bij de totstandkoming van nieuw beleid. Ervaringen uit de uitvoering kan bijdragen aan een werkbaar en integraal beleid dat de kwaliteit van het beleid ten goede komt. Tot dusver vindt er tussen uitvoering en beleid nog te weinig afstemming plaats, waardoor vergunningverlening en ook handhaving te vaak worden geconfronteerd met beleid dat in mindere mate aansluit bij de praktijk. Voor een goede doorwerking van gemeentelijk beleid naar de VTH-uitvoering zal VTH een nadrukkelijkere rol moeten innemen bij beleidsvorming van nieuw beleid en bij de monitoring- en evaluatie van bestaand beleid. Dit vraagt echter capaciteit van de VTH-medewerkers. Regionaal beleid In 2018 hebben we het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader VTH 2018 Regio Midden- en West Brabant vastgesteld. Dit uitvoeringskader vormt het raamwerk voor het meerjaren uitvoeringsprogramma van de OMWB voor de basistaken en de ingebrachte verzoektaken. Dit gemeenschappelijke uitvoeringskader beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaak (vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied). Risicogericht werken en programmeren is hierbij het centrale uitgangspunt. 2.1Missie en visie In dit hoofdstuk beschrijven wij de missie en visie voor de komende beleidsperiode. De missie en kernwaarden uit de Organisatievisie van de gemeente Bergen op Zoom staan in deze U&H-strategie centraal. Aan de hand van deze missie, kernwaarden, de verbeterpunten van het vorige beleid en de eerder benoemde ontwikkelingen geven wij in onze visie aan hoe wij hier als VTH invulling aan geven. De visie wordt in paragraaf 2.1 verder uitgewerkt in doelstellingen. Deze visie en doelstellingen geven richting aan de komende beleidsperiode. Missie De gemeente Bergen op Zoom is een actieve, betrouwbare, dienstverlenende organisatie. Wij zetten de vraag van de burger centraal, doen wat we beloven en realiseren met focus de bestuurlijke opdrachten. Samen zetten we resultaten neer waar de Bergenaren trots op zijn. Visie Het behouden en bevorderen van een veilige en leefbare (leef)omgeving voor iedereen, waarin het algemeen belang voorop staat en wij tegelijkertijd oog hebben voor individuele belangen van burgers en bedrijven. Vanuit onze unieke positie ondersteunen wij initiatieven die zorgen voor een prettige leefomgeving en zien wij toe op de naleving van geldende wet- en regelgeving. Onze kernwaarden Betrouwbaar Je weet wat je aan ons hebt Betrokken We leveren toegevoegde waarde Vooruit We willen presteren en bij de beste gemeenten horen Voor elkaar Samenwerken, effectief, efficiënt en wendbaar Dienstbaar Zowel intern als extern Integraal werkend Ons werk reikt verder dan de gemeentelijke organisatie 2.2Procesdoelstellingen Wij hebben 3 procesdoelstellingen en 3 beleidsdoelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. De procesdoelstellingen zijn gericht op de kwaliteit van onze interne organisatie rondom VTH en de beleidsdoelstellingen zijn kwalitatieve doelstellingen om met VTH de komende periode een bijdrage te kunnen leveren aan opgaven en beleid die binnen de gemeente spelen. Deze 6 doelstellingen geven dus invulling aan de toekomstige ontwikkelingen, probleemanalyse en aan onze missie en visie. Allereerst zetten we neer wat we willen bereiken (de zes doelstellingen), daarna geven we aan wat we daarvoor gaan doen (de hoofdactiviteiten) en wanneer we tevreden zijn (de indicator of het gewenste resultaat). De doelstellingen zullen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt in activiteiten. Deze uitwerking in activiteiten maken we in de monitoringstool (zie bijlage 1). In de monitoringstool nemen we de activiteiten op, stellen we een planning vast, benoemen we de verantwoordelijke voor deze actie en de aanpak voor het komende jaar. Op die manier maken wij de doelstellingen concreet en haalbaar. Hieronder volgen eerst de procesdoelstellingen en op de volgende pagina de beleidsdoelstellingen. 2.3Beleidsdoelstellingen 3.Risicoanalyse en prioritering Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren. Een U&H-strategie opstellen, betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit gebeurt aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maakt het cluster vergunningen, toezicht en handhaving keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. In bijlage 10 van de bijlagebundel staat onze gehele risicoanalyse en prioritering. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke activiteiten binnen de gemeente prioriteit hebben en welke minder. Deze afweging vindt plaats door toepassing van een risicomodel. Het model biedt de mogelijkheid om op basis van een risico-inschatting en prioritering de inzet te bepalen. Deze inschatting wordt gezamenlijk gemaakt. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop handhavingsverzoeken in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). Uitleg risicoanalyse en prioritering Voor alle relevante activiteiten die in het kader van het Omgevingsrecht worden uitgevoerd, is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen, te weten: • Gezondheidsrisico’s • Veiligheidsrisico’s • Risico’s voor de leefomgeving • Financiële risico’s • Bestuurlijke (afbreuk)risico’s Top 5 hoogste en gemiddelde prioritering Omgevingsrecht Cultuurhistorie gemeentelijk Hoog Cultuurhistorie rijks Hoog Brandveiligheid gebouwgroep A Hoog Illegaal (ver)bouwen/verstoren monument Hoog Strijdige gebruik bewoning Gemiddeld Top 5 laagste prioritering Omgevingsrecht Ruimtelijk bouwen en gebruiken Laag Ruimtelijk en technisch bouwen Laag Brandveiligheid gebouwgroep C Laag Illegaal bouwen ruimtelijk (omgevingsplanactiviteit) Laag Illegaal bouwen technisch (bouwactiviteit) Laag 4.Strategieën en werkwijzen De werkwijze waarop wij de doelen en prioritair werken willen bereiken is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën in de bijlagebundel. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. Ten opzichte van de vorige beleidsplannen zijn de strategieën drastisch herzien, mede door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb. De komende beleidsperiode gaan we de uitvoering van deze nieuwe strategieën monitoren en evalueren. Indien hiertoe aanleiding is, zullen de strategieën worden herzien. In de Bijlagebundel zijn de strategieën nader uitgewerkt. Afbeelding 3: De uitvoeringsstrategieën 5.Borging en uitvoering Financiële middelen Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Dit benodigde budget is geborgd in de begroting. In de begroting zijn verschillende kostenposten gelabeld voor de uitvoering van de VTH-taken. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden de financiële middelen voor dat specifieke jaar in kaart gebracht. Uitvoeringsprogramma De U&H-strategie werken wij jaarlijks uit in uitvoeringsprogramma’s voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. Wij beschrijven in de monitoringstool welke activiteiten wij in het betreffende jaar oppakken. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet en waar eventuele tekorten zijn. Het uitvoeringsprogramma sturen wij naar de provincie (het Interbestuurlijk Toezicht; hierna: IBT) en ter kennisname naar de gemeenteraad. Uitvoering proces De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen. Afstemming ketenpartners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op, die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. In de bijlagebundel wordt de samenwerking met ketenpartners verder uitgewerkt. De onderdelen van de U&H-strategie die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving zijn afgestemd met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast stemmen wij per geval/case af met de strafrechtelijke handhaving én indien wij starten met bijvoorbeeld integrale of projectmatige handhavingsacties waarbij ook strafrechtelijke handhaving is betrokken. Daarnaast hebben wij met verschillende ketenpartners, zoals de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, de GGD en woningcorporaties afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking op het gebied van VTH-taken. Personele middelen Het Omgevingsbesluit stelt eisen ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk procescriteria en eisen ten aanzien van de kritieke massa. De kritieke massa stelt eisen ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. De kritieke massa beschrijft de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 28 verschillende deskundigheidsgebieden. Aan deze deskundigheidsgebieden zijn specifieke activiteiten gekoppeld. Op dit moment hebben wij in beeld of wij voldoen aan de kwaliteitscriteria. Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht Op 14 december 2023 heeft de raad de Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht Bergen op Zoom vastgesteld. Hierin hebben wij opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisaties en of wij voldoen aan de kwaliteitscriteria en zo niet, een motivatie waarom wij daar van afwijken. De monitoring en evaluatie van de kwaliteitscriteria binnen de gemeente Bergen op Zoom is een vast onderdeel van de jaarlijkse evaluatierapportage. 6.Evaluatie De laatste stap van de BIG 8 cyclus is de evaluatie. In dit hoofdstuk beschrijven wij de onderdelen en op welke manier wij deze evalueren. Evaluatie uitvoeringsprogramma’s Jaarlijks rapporteren wij over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma en evalueren in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt en activiteiten zijn uitgevoerd. Hierbij wordt minimaal beoordeeld of: • Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd. • De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma hebben bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan. • De U&H-strategie (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast dient te worden. Aan de hand van de monitoringstool kunnen we de eerste twee punten evalueren. De rapportage en evaluatie documenteren wij in een evaluatierapportage. De resultaten van de evaluatie worden gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. Evaluatie U&H-strategie Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode is verstreken, evalueren wij de U&H-strategie. Er wordt dan beoordeeld of: • Vastgestelde beleidsdoelen uit de U&H-strategie zijn bereikt. • De voorgenomen activiteiten uit de U&H-strategie zijn uitgevoerd. • Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in een jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor de nieuwe U&H-strategie van de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. Afbeelding 4: de BIG 8 cyclus Bijlagen 1. Monitoringstool doelstellingen en acties VTH 2. Prioritering 3. Bijlagenbundel U&H-strategie Bijlage1 Monitoringstool doelstellingen en acties VTH Hierboven een weergave van de monitoringstool. De monitoringstool is een planning- en monitoringsinstrument voor de VTH-medewerkers en wordt daarom niet vastgesteld door het college van B&W. Bijlage2 Prioritering Bijlage3 Bijlagenbundel U&H-strategie Bijlagenbundel Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Bijlagenbundel Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Vastgesteld 28 november 2023 Gewijzigd vastgesteld ** december 2024 Inleiding Voor u ligt de Bijlagenbundel van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (hierna U&H-strategie) voor de komende beleidsperiode van 2024-2027 van de gemeente Bergen op Zoom. In deze strategie beschrijven wij hoe wij als gemeente omgaan met onze Uitvoerings- (vergunningen) en Handhavingstaken (toezicht en handhaving) (hierna U&H-taken); derhalve vindt u hierin de prioritering, strategie, beoordelingscriteria en werkwijzen van de gemeente bij de van de U&H-taken. Voorheen werd deze strategie ook wel het VTH-beleid genoemd. Op basis van de verplichtingen die voortvloeien uit de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) omvatten deze taakvelden o.a. omgevingsplanactiviteiten (zoals bouwen, slopen, kappen, aanleggen uitrit, afwijken omgevingsplan) erfgoed en milieu. In deze U&H-strategie is ervoor gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de terminologie en begrippen van de Omgevingswet. VTH Beleidscyclus en procescriteria De procescriteria voor de gezamenlijke beleidscyclus voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten is voorgeschreven in de Omgevingswet (H13, Afdeling 13.2 Omgevingsbesluit). De U&H strategie kent een cyclus van vier jaar. Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. De jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma vormt de basis van de evaluatierapportage (voorheen het jaarverslag). In deze jaarlijkse evaluatie wordt bezien of die evaluatie aanleiding geeft tot aanpassing van de U&H-strategie en deze bijlagebundel. De U&H-strategie en de bijlagenbundel zijn dus dynamische documenten. De U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en de evaluatierapportage worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (B&W). Het college informeert de provincie, gemeenteraad en partners over deze documenten. De gemeenteraad kan het beleid desgewenst agenderen voor bespreking en vaststelling. Leeswijzer In deze bijlagenbundel staan de strategieën uit het eerste deel gedetailleerd uitgewerkt. Hieronder in Figuur 1 wordt schematisch het proces en de structuur van de uitvoeringsstrategieën (en dus deze bijlagebundel) weergegeven. Figuur 1 Uitvoerings- en Handhavingsstrategieën en leeswijzer bijlagebundel Bijlage1:Vergunningenstrategie 1.Inleiding In deze bijlage wordt de vergunningenstrategie uiteengezet. Dit betreft het bovenste gedeelte van het schema van Figuur 1. Figuur 2 Schematische weergave vergunningenstrategie Allereerst wordt een algemeen inzicht gegeven in de werkwijze die casemanagers hanteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarna worden de beoordelingscriteria voor vergunningverlening en de bijbehorende vergunningen en meldingen weergegeven. Waar de werkwijze afwijkt van de algemene werkwijze wordt een nadere toelichting gegeven. 2.Omgevingswet Vergunningplichten komen voort uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunningplicht geldt. Het college van B&W is bevoegd gezag voor de aanvraag van een omgevingsvergunning als die aanvraag alleen 1 of meer van de volgende activiteiten bevat: • Bouwactiviteit; • omgevingsplanactiviteit die niet van provinciaal of nationaal belang is; • rijksmonumentenactiviteit, voor zover het geen enkelvoudige aanvraag met betrekking tot een archeologisch monument betreft; • milieubelastende activiteit. 2.1Werkwijze Omgevingswet vergunningen 2.1.1 Binnenkomst Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De U&H-applicatie is gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kan worden samengewerkt met andere overheden bij aanvragen waarvoor een advies of instemming nodig is. Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO, bijvoorbeeld: • vooroverleg • aanvraag vergunning; • melding; • informatie; • informatie ongewoon voorval; • aanvraag maatwerkvoorschrift; • melding gelijkwaardige maatregel; • aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel. Voor zover niet wettelijk voorgeschreven kunnen vragen en indieningsvereisten door de gemeente zelf worden bepaald middels toepasbare regels in het DSO. Zo is het mogelijk om de suggestie van het vooroverleg/Initiatieven Mogelijke Maken-overleg (IMM) eerder in het proces onder de aandacht te brengen zodat vaker voor deze optie wordt gekozen. 2.1.2 Voortraject Voor een vergunningaanvraag wordt ingediend heeft de initiatiefnemer verschillende opties in het voortraject, namelijk - de informatievraag; - het IMM proces; - vooroverleg bouw; - vooroverleg RO. Hieronder gaan we in op het IMM proces en de vooroverleggen bouw en RO. Een ingekomen initiatief (informatievraag of IMM) wordt getoetst aan het omgevingsplan. Indien het initiatief in strijd is met het omgevingsplan wordt getoetst of er binnen het omgevingsplan mogelijkheden zijn om daar medewerking aan te kunnen verlenen. Indien het omgevingsplan geen mogelijkheden bevat, wordt een maatwerkroute gekozen waarbij gewerkt wordt met de ja, mits-houding. In de eerste plaats wordt een initiatief beoordeeld op wenselijkheid. Bij een positieve beoordeling wordt vervolgens bezien hoe het initiatief mogelijk te maken is. Onderdeel van deze maatwerkroute is bijvoorbeeld het organiseren van een 1 of meerdere omgevingstafels en het voeren van een omgevingsdialoog. Binnen het maatwerkproces wordt getoetst aan de volgende aspecten: 1. Meerwaarde voor de gemeenschap 2. Wenselijkheid en bijdrage aan doelstellingen (vanuit visies); 3. Overige wet- en regelgeving. Vanaf dat moment start het vooroverleg Bouw of RO (afhankelijk van initiatief). Een vooroverleg kan ook los via het DSO worden aangevraagd. Bij het vooroverleg Bouw/RO wordt de formele aanvraag omgevingsvergunning voorbereid. De gemeente Bergen op Zoom stimuleert het indienen van een vooroverleg, omdat hier op een informele wijze knelpunten worden gesignaleerd en mogelijk worden opgelost, zodat de uiteindelijke vergunningaanvraag binnen de termijn van 8 weken kan worden afgehandeld. De gemeente heeft hiervoor een proces ontwikkeld. Bij een positieve uitslag wordt geadviseerd hoe aan de aanvraag verder medewerking kan worden verleend. Medewerking kan plaatsvinden door aanpassing van het omgevingsplan en de omgevingsvisie of het aanvragen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het aanvragen van vooroverleg Bouw en RO wordt door de gemeente Bergen op Zoom gestimuleerd. Door middel van communicatie (website en KCC) worden initiatiefnemers gestuurd naar het vooroverleg. 2.1.2.1 Verplichte participatie De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. De gemeenteraad van Bergen op Zoom heeft besloten om een omgevingsdialoog verplicht te stellen bij aanvragen die strijdig zijn met het omgevingsplan. Voor dit type aanvragen is een omgevingsdialoog een aanvraagvereiste en is het ontbreken hiervan een grond om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Om deze omgevingsdialoog op een juiste manier te kunnen voeren heeft de gemeenteraad ook de ‘Handreiking Omgevingsdialoog’ vastgesteld. Hierin zijn kaders opgenomen voor het voeren van de dialoog. Het vormgeven van deze dialoog blijft echter maatwerk en is afhankelijk van de impact van een initiatief. 2.1.3 Procedure Na het indienen van een volledige aanvraag zijn er 8 weken voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. Dit is geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Dat houdt in dat het bestuursorgaan in gebreke kan worden gesteld en een dwangsom moet betalen als de beslistermijn is verstreken. De hoogte van de dwangsom moet bij besluit worden vastgesteld. Daarnaast kan direct beroep bij de rechtbank worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. De reguliere procedure kan met 6 weken worden verlengd tot 14 weken. Wanneer de aanvraag niet compleet is, kan een verzoek om aanvulling worden gedaan, waarbij de termijn van behandeling stil komt te liggen (Algemene wet bestuursrecht) totdat de aanvulling is gedaan. De rechtsgevolgen bij de reguliere procedure zijn bezwaar bij het college van B&W, beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Net als onder de Wabo het geval was kan de aanvrager meerdere activiteiten in één keer (een meervoudige aanvraag) indienen. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing (met uitzondering van de gevallen die hieronder zijn genoemd). De activiteit met de zwaarste procedure bepaalt bij een meervoudige aanvraag de toe te passen procedure. 2.1.3.1 Uitgebreide procedure In sommige gevallen kan een uitgebreide procedure van 6 maanden (26 weken) van toepassing zijn. Hiervoor zijn drie mogelijke redenen: - Een aantal wettelijke gevallen zijn opgenomen in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit; - Het college van B&W kan een uitgebreide procedure van toepassing verklaren als daarvoor gegronde redenen zijn (het is een politiek gevoelige aanvraag en de belangen zijn niet goed in beeld); - De aanvrager kan zelf verzoeken of instemmen met de uitgebreide procedure. Ook bij de uitgebreide procedure geldt geen vergunning van rechtswege, maar een termijn van orde. Na het verstrijken van de beslistermijn is de Wet dwangsom en beroep van toepassing. De rechtsgevolgen bij de uitgebreide procedure zijn beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2.1.3.2 Advies van gemeenteraad aan college De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op de (door de gemeenteraad) aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van B&W bevoegd gezag is. 2.1.3.3 Advies wanneer ander bevoegd gezag Magneetactiviteiten Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welk bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De eventuele andere activiteiten die in de vergunningaanvraag zijn meegenomen gaan dan over naar het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk). Bij omgevingsplanactiviteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag geworden is, wordt het college van B&W, als oorspronkelijk bevoegd gezag, om advies gevraagd. Bij meervoudige aanvragen wordt het college van B&W om advies met instemming (art. 4.10 Omgevingsbesluit) gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd (ontwerpbesluit) en moet daarover binnen 4 weken een advies geven. Enkelvoudige aanvragen Bij enkelvoudige aanvragen geldt voorgaande niet, omdat dan het bevoegd gezag (college van B&W) beslist op de enkelvoudige aanvraag. Dat sluit afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen niet uit. 2.1.4 Risicoanalyse Het is in de praktijk onmogelijk om aanvragen 100% te beoordelen en gedurende het hele bouwproces toezicht te houden (voor de onderdelen waar we zelf nog verantwoordelijk voor zijn). Dit houdt in dat er keuzes moeten worden gemaakt. De vraag hierbij is dan: Wat doe je wel en wat doe je niet? Wat kan met de beschikbare capaciteit worden opgepakt en waar kun je (een deel van) de verantwoordelijkheid aan de burger of het bedrijfsleven overlaten? De keuzes die hierin gemaakt zijn, zijn gebaseerd op het inschatten van de risico’s (zie bijlage 10). Op deze manier wordt de inzet beheersbaar, worden financiële middelen effectief ingezet en worden risico’s geminimaliseerd. Deze wijze van werken geldt niet alleen voor taken die de gemeente zelf uitvoert, maar ook voor taken waarvoor externe partners ingezet worden. In de wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen of een melding moeten indienen om ze te mogen uitvoeren. Het is echter niet nodig om elke aanvraag die wordt ingediend even diepgaand te toetsen aan de betreffende wet- en regelgeving. Sommige activiteiten zijn namelijk wel vergunningplichtig, maar scoren laag op risico’s voor bijvoorbeeld veiligheid en gezondheid. De uniforme werkwijzen voor het behandelen van aanvragen omgevingsvergunning en meldingen sloop en brandveilig gebruik zijn vastgelegd in werkprocesbeschrijvingen. Deze zijn bekend bij alle medewerkers. In bijlage 9 ‘Werkwijze prioritair werken’ wordt verder uitgewerkt wat de prioritering betekent voor deze werkwijzen. 2.1.5 Rapportage Om te kunnen monitoren moeten de processtappen en uitkomst daarvan geregistreerd worden. Voor alle Omgevingswet-taken gebeurt dit in de U&H-applicatie. De sloopmeldingen worden afgehandeld door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant die daarvoor een eigen applicatie gebruiken. 2.2 Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen 2.2.1 AMvB’s Hieronder worden de belangrijkste beoordelingskaders van de Omgevingswet voor het verlenen van vergunningen genoemd. Het betreft de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); • Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl); • Omgevingsbesluit (Ob). Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit (met daarin de bruidsschat), het gemeentelijke omgevingsplan (tijdelijk of nieuwe stijl) en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving toegelicht, welke van belang zijn in het vergunning-verleningsproces. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per aanvraag omgevingsvergunning te vinden. 2.2.2 Lokaal beleid en verordeningen Naast de beoordelingscriteria vanuit de Omgevingswet zijn er ook lokale verordeningen en beleidsregels, waarin beoordelingscriteria zijn opgenomen voor de toetsing van de aanvraag Omgevingsvergunning. Belangrijke beleidsstukken en verordeningen. Dit zijn onder andere: • Nota Ruimtelijke Kwaliteit; • Houtopstandenverordening Bergen op Zoom 2011; • Beleidsregel planologische kruimelgevallen Bergen op Zoom; • Havenverordening voor de gemeente Bergen op Zoom; • Marktverordening Bergen op Zoom 2016; • Algemeen plaatselijke verordening; • Erfgoedverordening 2017; • Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren. 2.3 Omgevingsvergunningen Met de invoering van de Omgevingswet (via artikel 5.1) is het bouwen opgeknipt in een technisch en een ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden; de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. In deze paragraaf worden de verschillende omgevingsvergunningen opgesomd: - Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit - Omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit (binnenplans/buitenplans) • Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk. • Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk • Omgevingsplanactiviteit voor monumenten, beschermd stads-of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed • Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat) - Rijksmonumentenactiviteit - Milieubelastende activiteiten - Maatwerkvoorschriften - Gelijkwaardige maatregel - Overige activiteiten in het kader van vergunningverlening (verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit, wijzigen omgevingsvergunning, wijzigen voorschriften omgevingsvergunning, intrekken omgevingsvergunning, beoordeling onderzoeksrapporten (zonder omgevingsvergunning), niet genoemd besluit op aanvraag) 2.4 Werkwijze meldingen De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten is te vinden in het Bal en Bbl. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Waarin de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De melder wordt hierover geïnformeerd. Hieronder wordt een aantal belangrijke meldingsplichten toegelicht. Als een vergunningplicht is vastgesteld in een specifiek geval dan komt de meldingsplicht te vervallen. De gemeente Bergen op Zoom heeft specifieke werkprocessen opgesteld voor de werkwijze meldingen. In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens. Dat regelt artikel 2.17 van het Bal. 2.4.1 Melding sloop Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 dagen (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag (artikel 7.10 van het Bbl). Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). Het afhandelen van de sloopmeldingen en het verrichten van toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de OMWB belegd. In artikel 7.13 van het Bbl staan de gegevens en bescheiden die tijdens de sloopwerkzaamheden aanwezig moeten zijn. 2.4.2 Melding brandveilig gebruik Onder de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Deze zijn genoemd in artikel 6.8 va het Bbl. Wanneer een melding brandveilig gebruik wordt ingediend via het DSO bij de gemeente Bergen op Zoom, wordt deze doorgezet naar de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. Zij brengen een advies uit aan de gemeente en de gemeente handelt vervolgens de melding administratief verder af. 2.4.3 Melding bouwactiviteit in het kader van de Wkb Onder de Wkb is publiek toezicht nog steeds van belang maar dit wordt op een andere manier ingevuld. De melder moet namelijk verantwoording afleggen aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente, over het voldoen aan de bouwtechnische voorschriften. In het nieuwe bouwproces zijn er verschillende momenten waarop de melder in contact treedt met de gemeente. Uiterlijk 4 weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden, dient bij de gemeente aan te worden gegeven voor welke kwaliteitsborger is gekozen en welk instrument toegepast gaat worden. Bij deze ‘melding bouwactiviteit’ worden alle benodigde gegevens en bescheiden aangeleverd, waarna een termijn van 4 weken aanvangt. Twee dagen vóór de daadwerkelijke start van de bouw maakt de initiatiefnemer hiervan een melding bij de gemeente. Tijdens de bouw geeft de kwaliteitsborger uitvoering aan zijn of haar taak. De kwaliteitsborger heeft de plicht om technische onvolkomenheden, waarbij de afgifte van de verklaring door de kwaliteitsborger in gevaar komt, direct te melden bij de gemeente als een melding non-conformiteit. De gemeente kan hierop handhavend optreden. Na het einde van de bouwwerkzaamheden – maar uiterlijk 2 weken vóór ingebruikname van het bouwwerk – legt de initiatiefnemer verantwoording af bij de gemeente. Dit doet de kwaliteitsborger door, bij de gereedmelding, een dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger aan te leveren. De gemeente beoordeelt het dossier bevoegd gezag op volledigheid, binnen twee weken op volledigheid. Na deze termijn mag het bouwwerk in gebruik genomen worden. Als de gemeente tot het oordeel komt dat er onvolkomenheden zijn in het dossier bevoegd gezag, kan de gemeente de ingebruikname met een beschikking weigeren. Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden in bezwaar en zo nodig in beroep gaan bij de bestuursrechter. De gemeente Bergen op Zoom heeft de processen voor deze melding beschreven en geïmplementeerd. Bijlage2:Nalevingsstrategie 1.Inleiding Op grond van het Omgevingsbesluit is de gemeente verplicht om een toezicht- en sanctiestrategie te hebben. Daarnaast verplicht de Omgevingswet ook om te beschrijven wat de gedoogstrategie van de gemeente is en hoe zij omgaat met overtredingen door de eigen organisatie of door andere overheden. Het geheel van deze strategieën tezamen vormt de nalevingsstrategie. In de komende bijlages worden de verschillende strategieën beschreven, waarbij de kanttekening moet worden gemaakt dat deze niet los van elkaar kunnen worden gezien en in de praktijk elkaar vaak overlappen. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) in Figuur 6 wordt verder toegelicht bij de handhavingsstrategie in bijlage 5. Figuur 3 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) 2.Preventiestrategie De preventiestrategie omvat activiteiten/instrumenten die worden ingezet om de naleving van wet- en regelgeving te bevorderen, waarbij de activiteiten vooral zijn gericht op het voorkomen van overtredingen. Duidelijkheid en communicatie staan hierbij centraal. Het is van belang dat communicatie op de juiste manier en op het juiste moment plaats vindt. In het kader van preventie vinden in ieder geval de volgende activiteiten plaats: Communicatie bij nieuwe wet- en regelgeving Indien een regel niet bekend is kan deze ook niet worden nageleefd. Bij het van kracht worden van nieuwe wet- en regelgeving is het van belang dat burgers tijdig worden geïnformeerd. Bij nieuwe landelijke wet- en regelgeving wordt de communicatie grotendeels uitgevoerd door de Rijksoverheid. Bij lokale regelgeving wordt bijvoorbeeld gecommuniceerd via de gemeentelijke website, via het plaatselijk huis-aan-huis-blad, door het opnemen van extra informatie in brieven en, waar mogelijk, ook mondeling tijdens klantcontacten. Bij nieuwe lokale regelgeving voor een specifieke doelgroep worden, indien mogelijk en wenselijk, ook informatiebijeenkomsten georganiseerd. Voorlichting aan personen die milieubelastende activiteit uitvoeren Het uitvoeren van een milieubelastende activiteit is gebonden aan wet- en regelgeving en gaat veelal gepaard met complexe voorschriften. Het is daarom van belang dat personen die een milieubelastende activiteit uitvoeren op de hoogte zijn van de voor hen geldende voorschriften. Enerzijds betreft dit een eigen verantwoordelijkheid, anderzijds is het van belang dat vanuit de overheid goede voorlichting wordt gegeven. Tijdens milieucontroles die namens de gemeente worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) worden personen die een milieubelastende activiteit uitvoeren door toezichthouders voorgelicht over de voor hen geldende voorschriften, alsmede over toekomstige wetswijzigingen die het bedrijf aangaan. Deze informatie wordt, indien van belang voor de naleving van wetgeving, ook opgenomen in het bezoekverslag dat wordt opgesteld naar aanleiding van de uitgevoerde controle. Daarnaast wordt voorlichting gegeven op de website van de OMWB. Zo kunnen burgers op de site van de OMWB bijvoorbeeld met de Activiteitenbesluit Internet Module zelf vaststellen welke regels voor hun bedrijf van belang zijn, staat er informatie over vergunningaanvragen en voorschriften, over diverse vormen van overlast e.d. Ook wordt via de landelijke site Kenniscentrum InfoMil van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu-informatie gegeven over voorschriften uit het omgevingsrecht. Voorlichting tijdens overig toezicht Voor alle handhavingsvelden geldt dat toezichthouders tijdens het uitvoeren van toezicht, voor zover dat in betreffende situatie passend is, proactief burgers en ondernemers voorlichting geven. Dit gebeurt zowel gevraagd als ongevraagd. Buurtpreventie Niet alleen de gemeente en de politie hebben een verantwoordelijkheid voor de veiligheid en leefbaarheid in een buurt. Ook de burger speelt hierin een belangrijke rol. Sociale controle in een wijk draagt niet alleen positief bij aan het veiligheidsgevoel, het bevordert ook de naleving van wet- en regelgeving. De gemeente stimuleert en faciliteert buurtpreventieteams. Burgers spreken elkaar aan op ontoelaatbaar gedrag en/of kleine overtredingen. De buurtpreventieteams werken hierbij nauw samen met de gemeente en politie. Eén van de boa’s heeft Buurtpreventie als taakaccent. Deze boa sluit aan bij coördinatorenbijeenkomsten en fungeert als vast aanspreekpunt voor de buurtpreventie coördinatoren. Buurtbemiddeling Naast dat er wordt ingezet op buurtpreventie wordt in de gemeente ook aandacht besteed aan buurtbemiddeling. Buurtbemiddeling is er voor inwoners die overlast ervaren met of van buren en die graag een oplossing willen voor het conflict en er graag samen uit willen komen. Buurtbemiddeling wordt uitgevoerd door WijZijn Bergen op Zoom. De bemiddeling bestaat uit een bemiddelingsgesprek op neutraal terrein waarbij de bemiddelaars zorgen dat het gesprek goed verloopt. Het gesprek wordt afgesloten met gezamenlijke (schriftelijke) uitspraken. Wanneer een boa of toezichthouder merkt dat inzet van buurtbemiddeling zou kunnen helpen informeert de toezichthouder de inwoners daarover. Er is een brochure met informatie en contactgegevens. De partijen nemen vervolgens zelf contact op met WijZijn. Vergroten van acceptatie van regelgeving Het is van belang om redenen van slecht naleefgedrag zoveel mogelijk weg te nemen. Regels moeten bekend en duidelijk zijn. Wanneer de indruk bestaat dat regels voor een bepaalde doelgroep niet bekend zijn wordt hier via verschillende media extra aandacht aan besteed. Ook toezichthouders besteden hier in het contact met burgers extra aandacht aan. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het bevestigen van het belang van wet- en regelgeving. Indien een ondernemer van een toezichthouder verneemt waarom een regel er is bestaat de kans dat een regel ook eerder wordt geaccepteerd. In dat kader is ook het gemotiveerd uitdragen van doelen en prioriteiten van belang. Na vaststelling van de U&H-strategiewordt dit gepubliceerd in het plaatselijk huis-aan-huis-blad en op de gemeentelijke website zodat burgers en ondernemers hier kennis van kunnen nemen. Bewustwording en maatschappelijke beïnvloeding Ten aanzien van bewustwording en maatschappelijke beïnvloeding is een actieve rol belegd bij de brandweer Midden- en West-Brabant. Naast het repressieve optreden en de standaard regelgerichte advisering van de brandweer speelt de brandweer een belangrijke rol bij de bewustwording en maatschappelijke beïnvloeding voor een (brand)veilige leef- en werkomgeving. Dit kan bereikt worden door: Het vergroten van het (brand)veiligheidsbewustzijn van betrokkenen (gebruiker/eigenaar/bewoner); - doelgroep- of themagerichte voorlichtingen/ communicatie; - netwerken en betrokkenheid aan de voorkant van (plan)ontwikkelingen; - betrokkenen wijzen op hun eigen verantwoordelijkheden; - beperkingen van de huidige wet- en regelgeving in beeld brengen en uitdragen in relatie tot het feitelijke brandgedrag, vluchtveiligheid, brandbestrijding, crisisbeheersing en brandonderzoek; - gebiedsgerichte aanpak. Voorlichting bij een begunstigend besluit Aan een begunstigend besluit, zoals het verlenen van een vergunning of ontheffing, zijn vaak voorwaarden gekoppeld. Hierbij is het van belang dat er in het besluit voorlichting wordt gegeven over de van toepassing zijnde voorwaarden en voorschriften. Goed gedrag belonen Soms wordt naleving bevorderd door het belonen van goed gedrag. Een voorbeeld hiervan is het uitreiken van de sticker ‘Brandveilige camping’ aan eigenaren van campings die aan alle brandveiligheidseisen voldoen. Bijlage3:Werkwijze toezicht en handhaving melding bouwactiviteit (Wkb) Toezicht en handhaving onder de Wkb De Wkb brengt een aantal veranderingen met zich mee in het toezicht en de handhaving bij bouwactiviteiten. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid en blijft het bevoegd gezag. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving en het toezicht op de naleving van de omgevingsvergunning door de gemeentelijke toezichthouder tijdens de bouw wordt vervangen voor toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk. Veranderende rol gemeente De gemeente toetst niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften, maar controleert of de opdrachtgever werkt met een toegelaten, bij de bouwactiviteit passend instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger. Ook controleert de gemeente of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd. 1.1 Voor de bouw Voor de start bouw doet de initiatiefnemer een melding bouwactiviteit, met daarin een risicobeoordeling en borgingsplan. Deze zijn bedoeld om de gemeente inzicht te geven in de risico’s in een bouwwerk en de borging daarvan door de kwaliteitsborger en de bouw zelf. De gemeente Bergen op Zoom controleert deze melding op volledigheid, de informatie over de kwaliteitsborger en het instrument en of de risico’s die vooraf meegegeven zijn aan de initiatiefnemer opgenomen zijn in het borgingsplan. 1.2 Tijdens de bouw Allereerst doet de kwaliteitsborger bij aanvang van de bouw een startmelding bij de gemeente. De gemeente Bergen op Zoom stuurt op het indienen van de startmelding door informatievoorziening hierover op orde te brengen en de initiatiefnemer op de hoogte te stellen van deze melding in de acceptatiebrief van de melding bouwactiviteit. Is sprake van een strijdigheid die aan de verklaring van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk voldoet aan de eisen uit het Bbl in de weg staat (3.86 lid 1, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. De gemeente Bergen op Zoom handhaaft alleen bij hoge prioritering, meldingen over constructieve veiligheid en meldingen over de vooraf meegegeven risico’s. Wij wijzen de initiatiefnemer er altijd op dat de mogelijkheid bestaat dat het bouwwerk niet in gebruik genomen kan worden, vanwege deze strijdigheid met het Bbl. 1.3 Na de bouw Bij de gereedmelding wordt een zogenoemd dossier bevoegd gezag verstrekt. Doel van het dossier is dat de gemeente – bijvoorbeeld in geval van een calamiteit of toekomstige verbouwingen – over informatie beschikt die nodig is voor het toezicht op het gerealiseerde bouwwerk. De gemeente heeft als taak om te toetsen of dat dossier volledig is en dus of alle stukken aanwezig zijn. Een gemeente kan vervolgens - net als bij de bouwmelding - kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen met als doel eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Het is ook mogelijk om deze stukken – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – te archiveren voor toekomstig gebruik. De gemeente Bergen op Zoom kiest ervoor de gereedmelding enkel administratief af te handelen. In de uitvoeringsprogramma’s die volgen vanuit deze U&H-strategie zal de gemeente uren opnemen om steekproefsgewijs de gereedmeldingen te controleren. Bevoegd gezag na ingebruikname Het college is bevoegd gezag voor de handhaving na ingebruikname van het bouwwerk. De gemeente kan hiervoor de door de vergunninghouder en eventueel de kwaliteitsborger aangeleverde informatie gebruiken, waaronder het aangeleverde borgingsplan en de risicobeoordeling. Het borgingsplan gaat in op de mogelijke risico’s van het specifieke bouwwerk met betrekking tot het naleven van de bouwtechnische voorschriften, met bijzondere aandacht voor onderdelen van het bouwwerk die aan het zicht worden onttrokken en de lokale voorschriften. De bedoeling hiervan is dat gemeenten, wanneer handhaving nodig is, middels het borgingsplan beter invulling kunnen geven aan hun taak. De gemeente Bergen op Zoom houdt gedurende deze beleidsperiode rekening met het leren werken volgens deze werkwijze en het monitoren van de werkwijze. Wij stellen de werkwijze dan ook bij, wanneer nodig. Gefaseerde oplevering/in gebruik name Op grond van artikel 2.21 (ingebruikname bouwwerk) van het Bbl mag een bouwwerk pas in gebruik genomen worden twee weken na gereedmelding. Bij een project met bijvoorbeeld meerdere woningen zou ingebruikname volgens de letter van de wet dus pas zijn toegestaan nadat ook de laatste woning / deel van het project gereed is. Eerdere ingebruikname is formeel gesproken een overtreding van de voorschriften. Gereedmelding per woning of deeloplevering bestaat niet onder de OW en Wkb. Te verwachten valt dat de wens van gefaseerde ingebruikname ontstaat. Hierin hebben we drie opties: 1. Gezien de WKB het (middels dossier bevoegd gezag) vermoeden levert dat een bouwactiviteit aan de regels van het Bbl voldoet, kan het bevoegd gezag er vanuit gaan dat de gereedmelding na afronding van de bouwactiviteit volgt. 2. Is er toch eerder informatie gewenst, dan kan het bevoegd gezag (mits hier aanleiding toe

  1. is)op grond van de Wkb specifieke informatie voorafgaand aan de oplevering opvragen. 3. Wil de gemeente vooraf aan de ingebruikname een volledig dossier bevoegd gezag hebben, dient de initiatiefnemer, per fase van oplevering een bouwmelding en gereedmelding te doen. Bijlage4:Toezichtstrategie 1.Inleiding In deze bijlage wordt de toezichtstrategie toegelicht. De toezichtstrategie is het middelste gedeelte van Figuur 1 Figuur 4 Schematische weergave toezichtstrategie De toelichting van de toezichtstrategie volgt het bovenstaande schema. Voorafgaand aan de specifieke toelichting op vergunningentoezicht op de Omgevingswet wordt eerst een algemene beschrijving gegeven van toezicht, de verschillende vormen van toezicht en de algemene werkwijze. 2.Wat is toezicht? Onder toezicht wordt verstaan het controleren of de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezicht is grofweg in te delen in twee soorten. Toezicht op de naleving en opsporing. Toezicht op de naleving zijn werkzaamheden die door de gemeente worden verricht om na te gaan of voorschriften worden nageleefd. Opsporing bestaat uit werkzaamheden ter vaststelling of een strafbaar feit is gepleegd op basis van een redelijk vermoeden dat dit het geval is. Het onderscheid tussen deze twee vormen wordt ook soms aangeduid met structureel of reactief toezicht. Het toezicht op de vergunningen en meldingen, de thematische controle tijdens de gebruiksfase en projectmatig toezicht op de bestaande voorraad en surveillance vallen onder toezicht op de naleving. Toezicht aan de hand van klachten en incidentmeldingen, niet-routinematig toezicht, kan zowel onder toezicht op de naleving als onder opsporing vallen. Dit is afhankelijk van de aard en de inhoud van de klacht of incidentmelding. Over het algemeen valt toezicht dat plaats vindt aan de hand van klachten en incidentmeldingen binnen het omgevingsrecht onder toezicht op de naleving. Toezicht dat plaats vindt naar aanleiding van klachten en incidentmeldingen met betrekking tot de APV en bijzondere wetten vallen meer onder opsporing. Een toezichthouder heeft naast het houden van toezicht op zijn of haar eigen beleidsterrein ook een signalerende functie. Zo kunnen toezichthouders ook de ogen en oren zijn voor andere specialismen en kunnen zij indien noodzakelijk een signaal afgeven als er een overtreding wordt geconstateerd dat buiten hun eigen specialisme valt. 3.Algemene werkwijze van toezicht In deze paragraaf wordt de algemene werkwijze beschreven voor toezicht op het gebied van de omgevingswettaken. In de paragrafen die hier op volgen (4.1 t/m 4.5) worden de verschillende toezichtsvormen en de werkwijze die daarbij wordt gehanteerd nader toegelicht. 3.1 Werkwijze prioritair werken De prioriteit van een handhavingstaak bepaalt de wijze waarop aan het toezicht uitvoering wordt gegeven. Zo wordt er bij toezichttaken met een hoge prioriteit, en dus een hoger risico, intensiever gecontroleerd dan bij taken met een lage prioriteit. Hierbij moet worden aangetekend dat klachten zich niet laten plannen. Wel kan op basis van de prioritering worden bepaald hoe er op de klacht wordt gereageerd. Daarnaast wordt in de jaarplanning tijd ingeruimd voor de afhandeling van klachten. Om te komen tot een prioritering is een risicoanalyse uitgevoerd (zie bijlage 10). De werkwijze met betrekking tot de prioritering is uitgewerkt in bijlage 9. 3.2 Voorbereiding van toezicht De gemeente Bergen op Zoom draagt zorg voor de kwaliteit van de uitvoering van toezicht. Er wordt voor gezorgd dat de controles door toezichthouders op een uniforme wijze worden uitgevoerd. Dit is onder andere mogelijk door een goede voorbereiding. Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een vergunning zijn deze documenten samengevoegd in een dossier in de U&H-software LEEF. De volledigheidstoets op de stukken is in dat geval al gedaan door vergunningverlening. Uitgezonderd hiervan zijn de documenten die nog aangeleverd moeten worden tijdens het proces. Als nog geen dossier is gemaakt, bijvoorbeeld wanneer een melding wordt ontvangen over een bouw zonder vergunning, maakt de toezichthouder dit dossier door alle relevante documenten te verzamelen. Hierbij kunnen, voor zover medewerkers daarvoor bevoegd zijn, onder meer de volgende systemen worden geraadpleegd: Corsa, BRP, GWS, SBA, ZTC, GIS-Stroomlijn, Suwi-net, RDW en registratiesysteem van de OMWB. Vervolgens worden de stukken door de toezichthouders beoordeeld op volledigheid. Afhankelijk van de toegekende prioriteit (zie bijlage 10) worden ook de vergunningsvoorwaarden doorgenomen. Indien gewenst wordt intern eerst een overleg gehouden tussen verschillende afdelingen en/of met ketenpartners alvorens een toezichtcontrole wordt uitgevoerd. 3.3 Uitvoeren toezicht Toezicht kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Toezicht wordt, waar mogelijk en wenselijk, integraal uitgevoerd. Toezicht vindt plaats met gebruikmaking van de wettelijk toegekende bevoegdheden. Een woning wordt zonder toestemming van een bewoner enkel betreden met een rechtmatig afgegeven machtiging tot binnentreden. Daarbij worden de voorschriften uit de Algemene wet op het binnentreden in acht genomen. Een toezichthouder deelt de reden van het bezoek mede en toont desgevraagd een legitimatiebewijs. De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert eigen waarnemingen en neemt indien nodig verklaringen op. Bij de uitvoering van het toezicht wordt, afhankelijk van het soort toezicht, gebruik gemaakt van checklisten. Soms worden foto’s gemaakt. Voor zover mogelijk wordt de betrokken persoon op de hoogte gebracht van de gedane bevindingen. Indien de consequenties van de bevindingen direct en 100% duidelijk zijn, brengt de toezichthouder de betrokken persoon hiervan direct op de hoogte. Checklist Er kunnen verschillende soorten controles plaatsvinden. Voor deze controles wordt gebruik gemaakt van checklisten, voor zover sprake is van repeterend werk. Checklisten worden bijvoorbeeld gebruikt bij het uitvoeren van integrale bedrijvencontroles, controles voor toezicht tijdens de bouw, controles op onrechtmatige bewoning, controles op verwijderen van asbest, integrale bouwen-controles bij bouwclubs voor Carnaval en quickscans brandveiligheid door boa´s. Indien een controle wordt uitgevoerd naar aanleiding van een signaal gaat het vaak om controle op een of enkele specifieke aspecten. In een dergelijke situatie wordt niet met een checklist gewerkt, maar wordt bij de voorbereiding van de controle ten aanzien van betreffend aspect bekeken op welke criteria moet worden gecontroleerd. Hierbij wordt onder meer het Bbl geraadpleegd en omgevingsplanvoorschriften uit GIS Stroomlijn. Verder worden voor de planmatige controles draaiboeken gemaakt met een duidelijke werkbeschrijving. Voor grote integrale controleacties wordt tevens een briefing gehouden waarin de werkwijze nader wordt toegelicht. 3.4 Rapportage 3.3.1 Zaakrapportage Te allen tijde wordt, van toezicht tot en met de afhandeling, gehandeld met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De bevindingen van een controle worden vastgelegd in een constateringsrapport. In het constateringsrapport wordt, afhankelijk van het soort controle, doorgaans vastgelegd wie de controle heeft uitgevoerd, waar, wanneer, wat de aanleiding was, met wie er gesproken is, welke bevoegdheden zijn aangewend, wat er feitelijk is waargenomen, of sprake is van een overtreding en welke eventuele vervolgactie noodzakelijk is. Indien sprake is van een overtreding wordt duidelijk aangegeven welke wettelijke bepaling is overtreden en wordt het toezicht opgevolgd conform de in deze nota vastgelegde sanctiestrategie. Alle constateringsrapporten worden digitaal geregistreerd in LEEF. Hier wordt een zaak aangemaakt waaraan het constateringsrapport digitaal wordt gekoppeld. Betreffende medewerker ontvangt het opgemaakte constateringsrapport in een persoonlijke werkvoorraad en kan zo de benodigde vervolgacties bewaken. Een vervolgactie kan zijn het schrijven van een vooraanschrijving. Ook een vooraanschrijving of een handhavingsbesluit wordt digitaal aan de zaak in LEEFgekoppeld en komt in de werkvoorraad van betreffende medewerker. Een medewerker heeft zo zicht op de acties die nog genomen moeten worden en kan zo tijdig een hercontrole plannen. Nadat de benodigde vervolgacties zijn uitgevoerd kan de zaak digitaal worden afgehandeld. Voordat een handhavingsbesluit wordt genomen vindt een zorgvuldige afweging van belangen plaats. Een zorgvuldige afweging van belangen en een deugdelijke motivering worden ook als zodanig opgenomen in een handhavingsbesluit. Door deze manier van rapporteren wordt het mogelijk om de uitvoering en de voortgang te monitoren. Monitoring en analyse van de gegevens levert informatie over het effect van activiteiten op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als bij een beleidsevaluatie blijkt dat een activiteit niet het gewenste effect oplevert zal de strategie mogelijk moeten worden bijgesteld. 3.3.1.1 Rapportage OMWB De uitkomsten van een controlebezoek van de OMWB worden vastgelegd in een zogenaamd bezoekverslag. Binnen de OMWB is hiervoor een standaard opzet aanwezig. Afhankelijk van de bevindingen en de verkregen inzichten wordt besloten om de zaak af te handelen zonder vervolgactie of wordt een handhavingstraject opgestart (bij tekortkomingen en/of overtredingen). Deze afweging vindt plaats conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. De status van een controle wordt afgesloten met de oplevering en vaststelling van het controlerapport en de oplevering van een zogenoemde bevindingenbrief. De bevindingenbrief en eventueel het controlerapport wordt vervolgens verzonden aan de uitvoerder van de milieubelastende activiteit. Daarin staat eventueel een waarschuwing, een legalisatievoorstel of een aankondiging dat een handhavingstraject gestart gaat worden. Een handhavingstraject vindt plaats door middel van het opstarten van een nieuwe ‘zaak’, type ‘handhavingsbesluit nemen’. Indien een zaak volledig is afgerond wordt het zaakdossier afgesloten en ter archivering overgedragen aan het bevoegd gezag. In sommige situaties wordt een handhavingszaak al op een eerder moment in de handhavingsprocedure door de OMWB overgedragen aan een jurist van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vergunningen. 3.3.2 Beleidscyclus De gegevens in de zaakrapportage leveren informatie over het effect van de handelingen die de gemeente uitvoert op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als een activiteit niet het gewenste effect oplevert vormt dit input om de interventiestrategie aan te passen. Op die manier draagt de zaakrapportage op lange termijn bij aan de strategievorming. Daarnaast kan de analyse van de zaakrapportage gebruikt worden om onderwerpen voor toekomstige projectmatig(
  2. e)toezicht en handhaving te bepalen. 4.Toezicht op de Omgevingswettaken 4.1 Vergunningentoezicht onder de Omgevingswet Voor vergunningentoezicht wordt onder de Omgevingswet/Bbl onderscheid gemaakt tussen toezicht op de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit en de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. 4.1.1 Toezicht op de omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit Er wordt toezicht gehouden op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit noodzakelijk is. Dit gebeurt door tijdens de uitvoeringsfase van werken door controles te waarborgen dat o.a. een ruimtelijke en cultuurhistorische basiskwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving wordt bereikt of behouden. Daarnaast wordt door controle in de sloopfase gezorgd dat gebouwen op een veilige en milieuverantwoorde wijze worden gesloopt, met inachtneming van geldende wet‐ en regelgeving. Structureel - Omgevingsvergunningen voor bouwwerkzaamheden worden tijdens de bouw gecontroleerd. Nadruk bij deze controles zijn naleving van de vergunningvoorschriften voor de ruimtelijke vergunning. - Omgevingsvergunningen voor een monument en reclame worden gecontroleerd op het voldoen aan de voorschriften. - Locaties waar vergunningen geweigerd/buiten behandeling zijn gelaten worden steekproefgewijs gecontroleerd op eventuele illegale bouw. - Tijdelijke vergunningen worden na afloop van de instandhoudingtermijn gecontroleerd. Reactief - Toezicht en handhaving op basis van klachten en meldingen gerelateerd aan (het ontbreken van) een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. 4.1.2 Toezicht op de omgevingsvergunning voor de Bouwactiviteiten onder gevolgklasse 2 en 3 Voor gevolgklasse 2 en 3 is de gemeente vooralsnog bevoegd gezag om toezicht te houden op de uitvoering van de bouwactiviteit. Een bouwwerk dient dan tijdens de bouw op een aantal essentiële punten beoordeeld te worden om een volledig beeld te kunnen krijgen van de kwaliteit van de uitvoering en de wijze waarop een bouwwerk is geconstrueerd. Bestuurlijk is bepaald dat de nadruk ligt op de constructieve veiligheid en de brandveiligheid. Voor de beoordeling van de constructieve veiligheid zijn diverse vaste controlemomenten. Op het moment dat er beton wordt gestort, bijvoorbeeld bij de fundering en de diverse vloeren. Voor het aspect brandveiligheid wordt de expertise van de brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt. Middels een integrale controle (bouwtoezicht en adviseur brandweer) wordt dit aspect opgepakt. Nu is het echter niet efficiënt en daarnaast praktisch onmogelijk om elk bouwwerk op elk moment in de bouw te controleren. Daartoe ontbreken kortweg de mogelijkheden. Het toezicht richt zich dan ook op de cruciale momenten in het bouwproces. Tijdens de bouw wordt een aantal toezichtmomenten onderscheiden, waarbij wordt opgemerkt dat een toezichtmoment kan noodzaken tot meerdere bezoeken: 1. Aanloop (aanwijs landmeters, bouwkundig peil en eerste contact met aannemer); 2. Constructieve controlemomenten (betonstort); 3. Oplevering (met uitzondering van dakkapellen, aanbouwen en overige ondergeschikte bouwwerken). Het aantal gedefinieerde toezichtmomenten behoeft niet altijd te worden aangehouden. Bij kleinere projecten kan een selectie worden gemaakt. Bij grotere projecten kan een vastgelegd toezichtmoment tot meerdere bezoeken noodzaken. Bij toezicht tijdens de bouwfase wordt, zeker bij grote en complexe gebrouwen, ook specifiek aandacht besteed aan de brandveiligheid. Het uitgangspunt bij het uitvoeren van het bouwtoezicht is dat alle verleende vergunningen, hoe bescheiden van omvang ook, worden gecontroleerd. In al deze gevallen zal in ieder geval de opleveringscontrole worden uitgevoerd. Deze opleveringscontrole is ook een juridisch belangrijk moment omdat daarmee de werking van de vergunning eindigt en het bouwwerk een bestaand bouwwerk is geworden. 4.1.3 Voortgang- en/of opleveringstoezicht Toezicht tijdens en/of aan het einde van een traject. Deze vorm van toezicht vindt vooral plaats binnen het omgevingsrecht. Bijvoorbeeld bij toezicht op het naleven van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen, slopen, aanleg en monumenten Ook kan sprake zijn van een voortgangscontrole in een langdurig verbetertraject waarbij tussentijds wordt nagegaan hoe de voortgang is en of de gemaakte afspraken worden nageleefd. 4.2 Meldingentoezicht onder de Omgevingswet 4.2.1 Sloopmelding De toezichthouders van de OMWB houden toezicht op naleving van de voorschriften bij het slopen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden letten zij in het bijzonder op naleving van de bepalingen uit het Asbestverwijderingsbesluit en het sloopveiligheidsplan. Het aantal controles is afhankelijk van de aard en omvang van de sloopsituatie. Vanaf 2015 voert de OMWB voor de gemeente Bergen op Zoom alle taken sloop- en/of asbestverwijdering uit. Dit betreft zowel de basistaak als de overige asbesttaken. - Basistaak: het milieutoezicht op bedrijfsmatige asbestverwijdering en het in dat kader beoordelen van de asbestinventarisatierapporten. - Overige asbesttaken: het afhandelen van asbestmeldingen voor bedrijfsmatige asbestverwijdering en het afhandelen van meldingen van particulieren en het toezicht daarop. Ten aanzien van het uitvoeren van de basistaken wordt de navolgende werkwijze gehanteerd. Het toezicht door de OMWB start met de ontvangst van een (digitale) startmelding twee dagen voorafgaand aan de uitvoering. Een startmelding wordt door een asbestverwijderingsbedrijf gedaan via het portaal van het Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid dan wel via het Landelijk Asbest Volgsysteem. De gemeente ontvangt een doormelding en stuurt deze naar de OMWB op asbest@omwb.nl. Nadat de melding is ontvangen wordt deze geregistreerd en beoordeeld of de gemelde sanering in aanmerking komt voor toezicht op locatie. Dit gebeurd risicogericht op basis van het naleefgedrag van de saneerder en de gemelde risicoklasse. Vervolgens wordt de zaak toegevoegd aan de werkvoorraad van de toezichthouder met de taak asbest. De toezichthouder doorloopt de volgende stappen: - Voorbereiden toezicht op locatie. Er wordt naar de inhoud van de sloopmeldingen (inventarisatierapport) gekeken, om na te gaan of en welke risico’s er ter plaatse aangetroffen kunnen worden. Deze informatie kan ook door de gemeente aan de OMWB worden aangeleverd. - Toezicht op locatie, waarbij de toezichthouder gebruik maakt van de toezichtstrategie die ten aanzien van de asbesttaak is vastgesteld. De toezichthouder controleert of de asbestverwijdering conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)/Asbestverwijderingsbesluit/SC-530 wordt uitgevoerd. De beoordeling vindt plaats door middel van een landelijk vastgestelde checklist. De checklist is onderverdeeld in: controle van de administratie op locatie en controle van de uitvoering van het asbestverwijderingswerk. - Uitvoeren van administratief toezicht. Na ontvangst van de eindmelding van de sanering wordt door de toezichthouder een controle uitgevoerd met als doel om vast te stellen dat het asbest correct uit de keten is verwijderd. Als het toezicht is uitgevoerd en de constateringen in het proces-verbaal van bevindingen zijn opgenomen wordt het verslag aan de ‘onder toezicht staande’ verzonden. Afhankelijk van de ernst van de constateringen zal dit positief of negatief zijn. De volgende situaties kunnen zich voordoen, die conform de Landelijke Handhavingstrategie worden ingeschaald: - alles is in orde; - waarschuwingsbrief met termijnstelling waarbinnen overtreding(
  3. en)moet(
  4. en)zijn hersteld; - toepassen van (spoed)bestuursdwang wanneer de overtredingen dusdanig zijn dat stilleggen gerechtvaardigd is; - opleggen van een last onder dwangsom met een termijn en een bedrag wanneer (spoed)eisende bestuursdwang niet het beoogde effect oplevert. Een gedetailleerde beschrijving van de asbesttaken is verwoord in het document ‘Uitvoering geven aan de basistaak asbest, opgesteld door de OMWB en in september 2018 naar de gemeenten gestuurd. 4.2.2 Melding brandveilig gebruik De melding brandveilig gebruik komt binnen bij de gemeente en wordt voor advies uitgezet naar de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio adviseert het college van B&W over de acceptatie van de melding op basis van volledigheid en of op basis van de melding controle of ingrijpen noodzakelijk is. Het toezicht op de meldingen wordt projectmatig door de Veiligheidsregio uitgevoerd. Hierbij ligt de nadruk op het toezicht op minder zelfredzaamheid. 4.2.3 Gebruik openbaar gebied Voor het gebruik van de openbare ruimte dient een melding gedaan te worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een steiger, container, hekken, etc. De toezichthouder voert na een melding gebruik openbare ruimte een controle uit in het kader van de veiligheid (doorstroming verkeer, hulpdiensten, etc.). 4.3 Toezicht tijdens de gebruiksfase 4.3.1 Doelgroep- of thema gericht toezicht Hierbij gaat het toezicht dat is gericht op een specifieke doelgroep of een specifiek thema. Vaak vinden deze vormen van toezicht planmatig plaats en gaat het om toezicht op een aantal specifieke aspecten. Enkele voorbeelden: toezicht op vuurwerkopslag, toezicht op brandveiligheid zorginstellingen, toezicht op slopen met asbest, toezicht op verbod alcohol schenken/verkopen aan minderjarigen, toezicht op het niet ruimen van hondenpoep of niet aanlijnen van honden, toezicht op de schoolroutes, toezicht in panden bij hennepruimingen, toezicht tijdens evenementen, etc. 4.3.2 Toezicht op milieubelastende activiteiten Dit toezicht wordt uitgevoerd conform het werkprogramma OMWB. Het betreft de uitvoering van milieutoezicht door toezichthouders van de OMWB. Het werkprogramma OMWB is integraal onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst die met de OMWB is afgesloten. In het werkprogramma is aangegeven welke taken de gemeente Bergen op Zoom bij de OMWB heeft belegd. Aan deze taken zijn uren gekoppeld, welke als basis dienen voor de programmeringen en begroting van de OMWB. Aan het werkprogramma is een toezichtprogramma gekoppeld waarin jaarlijks de te controleren milieubelastende activiteiten en controlefrequenties wordt vastgelegd. De hoofdlijnen van het toezichtprogramma zijn jaarlijks als bijlage opgenomen in het uitvoeringsprogramma Handhaving van de OMWB. 4.3.2.1 Werkwijze toezicht milieubelastende activiteiten De werkwijze van de OMWB bij het toezicht op milieubelastende activiteiten staat beschreven in het toezicht- en handhavingsbeleid van de OMWB. Deze is nog niet aangepast sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ze hebben wel al een Omgevingswetproof werkprogramma dat deel uit maakt van de Gemeenschappelijke uitvoeringskader (GUK). Bij de volgende beleidsherziening zal ook deze Omgevingswetproof worden gemaakt. Dit betekent dat de werkwijze die hieronder beschreven is nog niet is aangepast aan de nieuwe situatie. Zodra de OMWB een nieuw beleid vaststelt zullen we de onderstaande tekst hier op aanpassen. Voorbereiding toezicht Ter voorbereiding op de uit te voeren controle raadpleegt de toezichthouder verschillende in- en externe bronnen. Hierbij wordt onder meer informatie uit het informatiesysteem van de OMWB en de gemeente geraadpleegd. Er wordt uitgebreid dossieronderzoek uitgevoerd waarbij, ook wordt gekeken naar de toezicht- en handhavingshistorie. Bij de voorbereiding wordt tevens gekeken naar de van toepassing zijnde wetgeving en de regels in het Omgevingsplan van de gemeente. Als de in- en externe bronnen onvoldoende informatie en inzicht bieden voor het uit te voeren toezicht vindt eerst nader (extern) overleg plaats met bijvoorbeeld collega’s met specialistische kennis of medewerkers van de gemeente. Daarin worden aandachtspunten, risico’s, knelpunten en randvoorwaarden van het toezicht besproken. Uitvoering toezicht De daadwerkelijke inspectie kan zowel de beoordeling van documenten (administratief toezicht) inhouden, als het bezoeken van de te controleren locatie. Bij aanvang vindt eerst een wederzijdse introductie plaats. Naar aanleiding van verplichtingen vanuit de omgevingsvergunning deelactiviteit milieu, artikelen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of andere direct werkende wetgeving, worden administratieve stukken gecontroleerd. Bij de voorbereiding van een controle wordt al nagegaan welke milieuwetgeving van toepassing is op de milieubelastende activiteiten en vervolgens wordt bepaald wélke administratieve zaken gecontroleerd gaan worden tijdens de controle. Het bedrijf is wettelijk verplicht inzage te geven in deze stukken. Tijdens de controle worden de stukken dan ook ter inzage gevraagd. Soms wordt dit op voorhand bij het maken van de afspraak met de uitvoerder van een milieubelastende activiteit al aangegeven, zodat deze de stukken al gereed heeft. Ook kan blijken dat tijdens een controle nog inzage in andere specifieke stukken nodig is. Op voorhand of bij twijfels over de stukken wordt ook geprobeerd de stukken via landelijke databases te verifiëren. Een voorbeeld hiervan is het LMA (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen). Bij het toezicht op bepalingen wordt met milieubelastende activiteit bedoeld stoffen, trillingen, warmte die of geluid dat direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden, onderscheidenlijk wordt gebracht. Tijdens een controle worden hierbij zowel de visuele aspecten bekeken als de administratieve aspecten. Mocht naar aanleiding van een van deze punten onduidelijkheid bestaan dan wordt de expertise van een specialist ingeschakeld. Ook kan naar aanleiding van een klacht op dit gebied een specialist worden ingeschakeld voor een controle op deze specifieke aspecten. Een adequate controle op bodemverzet wordt tevens van belang geacht. Onder meer bodemonderzoeken, bodemsaneringen, uitvoer van grondverzet, transport en storten van grond maken hier onderdeel van uit. Door de OMWB wordt hier toezicht op uitgeoefend. Ook wordt specifiek toezicht gehouden op afvalbedrijven. Zo wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of slip uit riolen, kolken en gemalen op correcte wijze wordt verwerkt (door bevoegde bedrijven, juiste wijze van registratie etc.). Ook hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie van het LMA. Vervolgens vindt een rondgang door het bedrijf plaats. Tijdens deze rondgang worden wederom de verplichtingen vanuit omgevingsvergunning deelactiviteit milieu, artikelen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of andere direct werkende wetgeving gecontroleerd op naleving. Bevindingen worden genoteerd en, waar mogelijk en wenselijk, direct besproken. Vervolgens wordt de controle afgerond. Afwerking controle De uitkomsten van een controlebezoek worden vastgelegd in een zogenaamd controlerapport. In een controlerapport bevat alle relevante bevindingen en de conclusie over eventuele verdere maatregelen. De vergunninghouder ontvangt binnen 4 weken na controlebezoek het controlerapport en een bijbehorende brief. Op die manier is ook de vergunninghouder op de hoogte van de rapportage. Het controlerapport en de bijbehorende brief worden ook in afschrift gestuurd naar het bevoegd gezag (in dit geval dus de gemeente Bergen op Zoom), waar het conform de Woo voor een ieder opvraagbaar is. De frequentie van routinematige controlebezoeken De OMWB werkt in opdracht van de gemeente Bergen op Zoom. Het werkprogramma wordt jaarlijks opgesteld door de gemeente in overleg met de OMWB. In dit werkprogramma wordt opgenomen welke activiteiten worden uitgevoerd. Daarbij wordt concreet aangegeven welke bedrijven worden gecontroleerd. Bij het samenstellen van deze bedrijvenlijst worden onderstaande controlefrequenties als richtlijn gehanteerd. Er kunnen zich echter zaken voordoen waaruit blijkt dat de standaard controlefrequentie niet voldoende is. In dat geval kan van deze controlefrequentie worden afgeweken. Daarnaast kunnen deze bedrijven ook worden bezocht in het kader van de klachtenafhandeling. Omschrijving Controlefrequentie ex-VVGB-bedrijven1Dit waren bedrijven waarvoor conform de Wabo een ‘verklaring van geen bedenkingen Milieu’ werd afgegeven door de provincie. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor het milieudeel van de omgevingsvergunning op 1 januari 2014 afgeschaft, waardoor de gemeente nu volledig het bevoegde gezag is. eenmaal per jaar IPPC-bedrijven2De afkorting IPPC staat voor Integrated Pollution and Prevention Control. Het betreft de EU-richtlijn in zake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. Het doel is om milieuproblemen integraal aan te pakken (lucht, afval, water en bodem) zodat verontreiniging van een milieucompartiment (bv bodem) niet een nieuw milieuprobleem veroorzaakt in een ander milieucompartiment (bv lucht). eenmaal per jaar voormalige categorie 4 bedrijven3Een verouderde beschrijving van bedrijven welke qua milieuschadelijkheid naar de omgeving toe zijn ingeschaald in de vierde en tevens zwaarste milieucategorie. eenmaal per jaar vuurwerkverkooppunten eenmaal per jaar voormalige categorie 3 bedrijven4Een verouderde beschrijving van bedrijven welke qua milieuschadelijkheid zijn ingeschaald in de derde milieucategorie. eenmaal per twee jaar B2-bedrijven eenmaal per 2 tot 5 jaar. B1 en A-bedrijven worden meegenomen tijdens gebiedsgerichte controles Toelichting indeling bedrijven A niet meldingsplichtig B1 meldingsplichtig BARIM B2 meldingsplichtig BARIM wel basistakenpakket v.w.b. toezicht & handhaving C1 vergunningplichtig (niet zijnde C2, D1, D2) C2 RIS inrichtingen, kunnen zowel vergunningplichtig als meldingsplichtig zijn D1 IPPC vergunningplichtig: Dit betreft zowel veehouderijen als overige IPPC bedrijven 4.3.2.2 Toezicht op industriële bedrijven Het toezicht op de zware risicovolle industriële bedrijven is volledig gemandateerd aan de OMWB. Het toezicht op deze bedrijven wordt periodiek uitgevoerd in het uitvoeringsprogramma van de OMWB in samenwerking met de Brandweer Midden- en West Brabant. De OMWB heeft een programma Risicorelevante bedrijven. Doel van dit programma is inzicht in de risico’s voor bestuur en omgeving en beperking van deze risico’s door goede borging van de uitvoering van de VTH-taken door actuele vergunningen en risico gestuurd toezicht. Met de risicokaart als uitgangspunt is door de OMWB een overzicht samengesteld van bedrijven welke als risicovol zijn ingeschat. Binnen het grondgebied van de gemeente Bergen op Zoom zijn vijf BRZO bedrijven (locaties) gevestigd. Voor de BRZO bedrijven is de Provincie het bevoegd gezag. De BRZO-bedrijven worden een aantal keer per jaar gecontroleerd. Er zijn echter ook bedrijven die net onder de zogenaamde BRZO-grens vallen, maar toch als risicovol zijn ingeschat omdat deze bedrijven een relevante bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid in de woonomgeving. Dit zijn de zogenaamde Risicorelevante bedrijven. Ook deze bedrijven zijn in het programma van de OMWB opgenomen en worden ieder jaar gecontroleerd. Naast de jaarlijkse reguliere controle vindt in de regel ook een onaangekondigde controle plaats. 4.3.3 Risico gestuurd toezicht Op basis van ervaring en/of op basis van vastgestelde risico-indicatoren kan worden bepaald waar een risico op niet-naleving aanwezig is, zodat daar gericht toezicht kan worden uitgevoerd. Uit ervaringen in het verleden blijkt dat tijdens evenementen een groot risico bestaat op het niet naleven van de geluidsnormen. Op basis van deze ervaring kunnen bijvoorbeeld ‘preventieve’ geluidsmetingen worden uitgevoerd tijdens evenementen. 4.3.4 Gebiedsgericht toezicht Toezicht dat in een specifiek gebied plaats vindt. Deze vorm van toezicht vindt vaak planmatig plaats. Zo vindt bijvoorbeeld gebiedsgericht toezicht plaats op een (deel) van een bedrijventerrein. 4.3.5 Integraal toezicht Uitgangspunt is het zoveel, waar mogelijk, integraal uitvoeren van toezicht en handhaving. Met deze integrale aanpak wordt tegemoetgekomen aan de ambities die de gemeente heeft in het kader van verbetering van de dienstverlening naar burgers en het bedrijfsleven toe. Ook wordt hiermee tegemoetgekomen aan de extra eisen die aan het toezicht worden gesteld. Bestuursorganen moeten controles afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Dit zodat exploitanten zo weinig mogelijk toezichtlast ervaren. Daarnaast is integraal toezicht effectiever en efficiënter. Er kunnen verschillende vormen van integraal toezicht worden onderscheiden: • controleren met elkaar. Vanuit de verschillende taakvelden (bijvoorbeeld milieu, bouw en brandveiligheid) wordt gezamenlijk een integrale controle uitgevoerd. Deze vorm is toepasbaar in situaties die complexer zijn of een hoge bestuurlijke prioriteit hebben; • controleren na elkaar. Verschillende toezichthouders voeren een controle uit. Omdat deze controles plaatsvinden over een relatief langere periode heeft deze aanpak een sterk preventieve werking. De toezichtlast gaat hiermee niet omlaag; • controleren voor elkaar. Hierbij wordt de integrale controle van de taakvelden door één toezichthouder/handhaver uitgevoerd. Deze vorm wordt vooral gebruikt in situaties die worden gekenmerkt door een zeer geringe complexiteit. • signaleren voor elkaar. Aspectcontrole door één toezichthouder. Deze toezichthouder neemt tijdens de controle aspecten van de andere beleidsvelden of van andere bestuursorganen mee, al dan niet aan de hand van een checklist (oog- en oorfunctie). Als de toezichthouder waarneemt dat er op het gebied van de andere beleidsterreinen/bestuursorganen iets mis is, seint de toezichthouder collega’s of het andere bestuursorgaan in. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de burger of het bedrijf. Hierbij wordt waar mogelijk aangesloten bij de omgevingsvergunning. Bij een enkelvoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor het bouwen van een dakkapel) zal de toezichthouder vanuit het eigen vakgebied een inspectie uitvoeren waarbij de toezichthouder oog- en oorfunctie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor brandveilig gebruik bij een milieubelastende activiteit) zullen de toezichtmomenten waar mogelijk gecoördineerd worden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf tot een minimum beperkt wordt. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, worden de controles vanuit de verschillende vakgebieden uitgevoerd. Naast het integraal uitvoeren van toezicht en handhaving met externe partners wordt, waar mogelijk en wenselijk, ook met de verschillende interne teams integraal afgestemd. 4.3.6 Ketentoezicht Het toezicht op naleving van milieuregels wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door de OMWB. De OMWB speelt een belangrijke rol in het zogenaamde ketentoezicht. Binnen een keten zijn verschillende actoren actief die vanuit toezicht en handhaving de benodigde (afgestemde) integrale aandacht verdienen. De OMWB coördineert dit ketentoezicht en werkt daarbij zo nodig ook samen met bijvoorbeeld de inspectie op de arbeidsomstandigheden, de Veiligheidsregio (brandweer) en de waterschappen. Denk hierbij aan het ketentoezicht op de BRZO-bedrijven, op asbest, op afvalverwerking en op bodemverzet. Jaarlijks worden met de OMWB in een werkprogramma maatwerkafspraken gemaakt. Er worden afspraken gemaakt over: - de uitvoering van signaaltoezicht; - de uitvoering van gezamenlijk toezicht met toezichthouders van gemeente; - de uitvoering van toezicht op naleving van het Besluit activiteiten leefomgeving waarbij uren zijn gekoppeld aan specifieke onderwerpen en toezicht- en handhavingstaken. De OMWB heeft een aantal boa’s domein II in dienst die ingezet kunnen worden voor repressieve strafrechtelijke handhaving en de opsporing van (economische) milieudelicten. De gemeente beheert de dossiers van alle uitvoerders van milieubelastende activiteiten. Voor wat betreft de taken die door de OMWB worden uitgevoerd worden de gegevens betreffende de bestuursrechtelijk- en strafrechtelijke handhaving aan de gemeente aangeboden om op te nemen in het onderliggende dossier van de milieubelastende activiteiten. 4.3.7 Regulier toezicht openbare ruimte Dagelijkse vorm van toezicht (surveillance) waarbij controlerondes plaats vinden in buurten, wijken en buitengebied. Het betreft de zogenaamde ‘oog- en oorfunctie’. Dit vindt rijdend, fietsend of lopend plaats. Lichte handhavingstaken of aandachtspunten worden in de ronde meegenomen. Het betreft voornamelijk toezicht op naleving van de APV en de afvalstoffenverordening. Bijzondere constateringen worden gerapporteerd en indien nodig bestuursrechtelijk of strafrechtelijk opgevolgd. 4.3.8 Signaal gestuurd toezicht Toezicht naar aanleiding van een klacht of melding. Dit betreft zowel klachten/meldingen die binnenkomen bij de gemeente als klachten die binnenkomen bij de klachtenlijn van de OMWB. Het betreft een gerichte en specifieke vorm van toezicht waarbij naar aanleiding van het signaal op basis van een feitelijke constatering wordt beoordeeld of er sprake is van overtreding van wet- en regelgeving. Deze vorm van toezicht kan plaats vinden binnen alle handhavingsvelden. 4.3.9 Hercontrole Toezicht naar aanleiding van een eerder gedane bevinding en handhavingsactie. Het kan bijvoorbeeld een controle betreffen nadat een begunstigingstermijn in een handhavingsbrief is verstreken. Beoordeeld wordt of een overtreding binnen de gestelde termijn is beëindigd. Het kan ook een controle betreffen op mondeling of schriftelijk gemaakte afspraken. 4.3.10 Meetcontrole Toezicht door middel van meten. Deze vorm van toezicht kan plaats vinden naar aanleiding van een signaal, maar kan ook preventief worden uitgevoerd (zoals preventieve geluidsmetingen). Door het uitvoeren van metingen kan een overschrijding van normen of bijvoorbeeld een verontreiniging worden vastgesteld. Voorbeelden van meetcontroles: geluidsmetingen, geurmetingen en bodemmetingen. 4.3.11 Administratief toezicht Soms vindt administratief toezicht plaats. Dit vindt onder meer plaats bij de grotere uitvoerders van milieubelastende activiteiten zoals bedrijven in de afvalverwerking en bijvoorbeeld gronddepots. Administratief toezicht vindt bijvoorbeeld plaats door middel van controle op de boekhouding, zoals het controleren van de afvalstromen (waar komt het afval vandaan en waar gaat het naar toe). Ook moeten vaak schriftelijke documenten worden overlegd en gecontroleerd, bijvoorbeeld een vloeistofdichtheidsverklaring. 4.3.12 Huisbezoek Toezicht dat wordt uitgevoerd bij burgers thuis. Deze vorm van toezicht wordt vooral toegepast bij vermoedens van onrechtmatige bewoning (strijdigheid omgevingsplan en/of Bbl). 4.3.13 Overig Naast de voornoemde specifieke onderwerpen van toezicht op de Omgevingswet kennen we nog diverse andere toezichtstaken in het kader van bijvoorbeeld de Woningwet. Deze toezichtstaken worden naar aanleiding van signalen of planmatig uitgevoerd. Voor het toezicht op onrechtmatige bewoning wordt een controleactie georganiseerd bij geselecteerde adressen op basis van signalen of een bepaald risico (bijvoorbeeld binnen een project op basis van risico indicatoren). Deze controles worden zo nodig integraal uitgevoerd door gemeente, belastingdienst en soms ook met de politie, vreemdelingenpolitie en/of arbeidsinspectie. Hierbij wordt door de gemeente gekeken of sprake is van strijdig gebruik met het omgevingsplan, maar ook of veilig en gezond wordt gewoond. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar het aantal mensen dat in een woning verblijft, de brandveiligheid, vluchtmogelijkheden en daglichttoetreding. 4.4 Projectmatig toezicht onder de Omgevingswet Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt gaan worden, wordt dit uitgewerkt in het evaluatieverslag en het uitvoeringsprogramma. In het evaluatieverslag wordt opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen het VTH-domein te maken heeft gekregen en in het uitvoeringsprogramma worden de werkwijze en de beschikbare middelen voor het projectmatige toezicht opgenomen. 4.5 Signaal gestuurd toezicht: Meldingen en klachten Binnen de vakgroep VTH zijn afspraken gemaakt over spoedmeldingen. Een calamiteit of spoedmelding is een melding van een situatie die een acuut gevaar is voor de gezondheid of de veiligheid of die leidt tot onomkeerbare situaties en die niet kan wachten tot de volgende werkdag. Een melding waarbij iemand “op heterdaad” betrapt kan worden valt hier ook onder; dit kan niet wachten tot de volgende werkdag. Bij binnenkomst van meldingen en klachten worden de volgende stappen genomen. 1. Meldingen en klachten worden allereerst inhoudelijk beoordeeld. Er wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen meldingen en klachten met en zonder acuut gevaar: a. Acuut gevaar voor veiligheid en/of gezondheidsrisico: toezicht wordt direct opgepakt (dezelfde dag) en er is contact met de melder; b. Geen acuut gevaar, maar wel een hoge prioriteit (zie bijlage 10: Prioritering) dan wordt de controle binnen een week ingepland. De planning wordt aan de melder aangegeven. c. Geen acuut gevaar en ook geen hoge prioriteit (zie bijlage 10: Prioritering) dan wordt de controle opgepakt in lijn met de daarvoor afgesproken werkwijze prioritair werken (bijlage 9). 2. Na toezicht/controle, wordt: a. een overtreding geconstateerd en wordt handhavend opgetreden; b. geen overtreding geconstateerd; c. In beide gevallen wordt de melder in kennis gesteld. Meldingen van klanten (burgers, bedrijven, interne collega’s etc.) worden geregistreerd in het gemeentelijke zaaksysteem. Het digitaal invoeren van een melding verloopt snel en eenvoudig met zo weinig mogelijk gegevensinvoer. Klanten kunnen 24/7 online een nieuwe Melding Handhaving indienen. Deze melding wordt uiterlijk de eerstvolgende werkdag na melding doorgegeven aan de verantwoordelijke in de BackOffice. De meldingen worden in het zaaksysteem vervolgens toebedeeld aan een behandelend ambtenaar die verantwoordelijk is voor de afhandeling van de melding en terugkoppeling naar de melder. Klachten over milieubelastende activiteiten kunnen 24 uur per dag 7 dagen per week worden ingediend bij het klachtenteam van de OMWB. Zodra de OMWB een ernstige klacht of ongewoon voorval ontvangt wordt deze onderzocht. Het onderzoek wordt opgepakt door de toezichthouder van de desbetreffende overtreder. Indien een overtreding is vastgesteld wordt binnen twee maanden na afloop van de hersteltermijn een hercontrole uitgevoerd. Bijlage5:Handhavingsstrategie 1.Inleiding De handhavingsstrategie is bepalend voor de wijze waarop de gemeente optreedt bij geconstateerde overtredingen. Het opleggen en uitvoeren van sancties draagt eveneens bij aan preventie bij anderen en zorgt ervoor dat regels beter worden nageleefd. De handhavingsstrategie van de gemeente Bergen op Zoom sluit aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Bij het opstellen van deze handhavingsstrategie is tevens afstemming gezocht met diverse afdelingen en partners. Daarbij kunt u denken aan de medewerkers van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vergunningverleningen aan de managers van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD), Publieksdiensten, Openbare Orde en Veiligheid. Daarnaast is ook afstemming gezocht met externe partners die eveneens belast zijn met strafrechtelijke handhaving (politie en OM), met de OMWB en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Ten aanzien van de uitvoering van de zorgplichtbepalingen met betrekking tot bodem en afvalstoffen is afgesproken dat tijdens het regulier toezicht of vrij veld controles van de OMWB de zorgplichtbepalingen mee worden genomen. Wanneer wordt geconstateerd dat deze zijn geschonden, wordt hierover contact opgenomen met de gemeente en wordt verdere afhandeling conform de LHSO afgestemd. Wanneer binnen de taken van de OMWB een overtreding (dit geldt ook voor overtredingen met betrekking tot stoffen, preparaten of andere producten) conform de LHSO in aanmerking komt voor strafrechtelijk optreden, dan wordt contact opgenomen met het Functioneel Parket. Er wordt dan besloten of al dan niet tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. Wanneer tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan vindt hierover afstemming met de politie plaats, waarbij concreet wordt afgesproken wie de casus verder gaat behandelen: een boa van de OMWB, de politie of gezamenlijk. 2.Bestuursrecht en strafrecht Bij professionele handhaving (conform het Omgevingsbesluit) biedt de handhavingsstrategie ook inzicht in de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling wordt afgestemd (artikel 13.6 lid d.). In de interventiematrix (Figuur 6) wordt aangegeven met welk sanctie-instrumentarium gehandhaafd moet worden indien er sprake is van een te handhaven overtreding: - Alleen bestuursrechtelijk, - Alleen strafrechtelijk of - Een combinatie van bestuurs- en strafrechtelijk handhaven. De keuze van inzet van een sanctie-instrumentarium hangt af van factoren die samenhangen met de overtreding en de overtreder. Centraal uitgangspunt is dat het bestuursrecht vooral gericht is op herstel, terwijl het strafrecht vooral op straffen is gericht. Indien een overtreding en de gevolgen ervan niet meer ongedaan te maken zijn, is het bestuursrecht niet effectief. Indien daar wel sprake van is, hangt het van een aantal aspecten af of het strafrecht ook een rol zou moeten spelen. Deze zijn: - Acuut gevaar - Ernstige milieuschade - Economisch voordeel van ten minste € 50.000,- - Een malafide, calculerende, recidiverende of belemmerende dader 3.Instrumenten Bij het uitoefenen van toezicht kunnen overtredingen van regels worden geconstateerd waarbij handhavend opgetreden moet worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van repressieve of sanctionele instrumenten. De meest voorkomende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten worden in de volgende paragrafen toegelicht. 3.1 Bestuursrechtelijke instrumenten 3.1.1 Last onder dwangsom Met dit instrument wordt de overtreder opgedragen om binnen een gestelde termijn (begunstigingstermijn) de overtreding ongedaan te maken. Wanneer de overtreder dit niet doet volgt een boete (last onder dwangsom). Dit gebeurt door middel van een brief waarin de overtreder op de hoogte wordt gebracht van het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. De overtreder wordt hierbij altijd in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. De zienswijze wordt meegenomen in de afweging van het college om al dan niet de last onder dwangsom op te leggen. Als de overtreding voortduurt, volgt een beschikking met een nieuwe termijn, waarbij de last onder dwangsom wordt opgelegd. Deze termijn wordt een begunstigingstermijn genoemd. De begunstigingstermijn heeft tot doel om de overtreder een redelijke termijn geven om de overtreding ongedaan te maken. Als de overtreding niet binnen die gestelde termijn is beëindigd, verbeurt de overtreder van rechtswege de opgelegde dwangsom. Via een invorderingsbeschikking wordt deze dwangsom geïnd. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom in een handhavingsprocedure, wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de dwangsom ruimschoots het mogelijk toekomstig financiële voordeel bij voortzetting van de overtreding dient te overtreffen. Tevens wordt hierbij gekeken naar de ernst van de overtreding. Indien overtredingen na de aanschrijving niet binnen de gestelde termijn zijn beëindigd en de dwangsom volledig is verbeurd, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om opnieuw een (hogere) dwangsom op te leggen dan wel om de overtreding met een last onder bestuursdwang te laten beëindigen en de kosten daarvan op de overtreder te verhalen. Op grond van het bepaalde in artikel 5:32b, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de dwangsom vastgesteld als bedrag ineens, als bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd of als bedrag per overtreding en wordt een bedrag bepaald waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Bij het bepalen van de begunstigingstermijn wordt als uitgangspunt gehanteerd dat deze voldoende lang is om aan de lastgeving te kunnen voldoen zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. 3.1.2 Last onder bestuursdwang Bij het instrument last onder bestuursdwang wordt hetzelfde proces doorlopen als bij de last onder dwangsom, met als verschil dat de gemeente zelf fysiek ingrijpt en de herstelmaatregelen treft als de overtreder dit niet doet of wil doen. De overtreder krijgt een termijn gegund om zelf de overtreding te beëindigen. Als de overtreding niet binnen die gestelde termijn is beëindigd, dan neemt de gemeente, op kosten van de overtreder, zelf de benodigde acties om de overtreding ongedaan te maken. Na afloop van de handhavingsactie worden de daarvoor gemaakte kosten via een kostenbeschikking op de overtreder verhaald. Het opleggen van een last onder bestuursdwang is een complexe procedure die grote financiële risico’s voor de gemeente met zich kan brengen als de gemaakte kosten niet kunnen worden verhaald. Het is daarnaast het meest ingrijpende middel dat ons bestuursrechtelijk ter beschikking staat. Bij de toepassing van bestuursdwang grijpen wij als college zelf in door bijvoorbeeld voorzieningen te treffen of illegaal gestort afval te verwijderen. Dit instrument wordt daarom alleen in spoedeisende en bij ernstige overtredingen toegepast die directe dreiging vormen voor veiligheid, openbare orde of de volksgezondheid. 3.1.2.1 Acute bestuursdwang Het college kan, bijvoorbeeld om onveilige situaties te voorkomen of weer veilig te maken, onmiddellijk herstelmaatregelen treffen. De overtreder ontvangt hiervoor achteraf de rekening. Het proces is hetzelfde als bij de last onder bestuursdwang met het verschil dat de gemeente direct handelt. Het proces wordt in dit geval na afloop doorlopen en op schrift gesteld, zodat alsnog achteraf een besluit is genomen. Dit instrument wordt veelal ingezet bij bouwen of slopen zonder de daartoe vereiste vergunning. Om te voorkomen dat verder wordt gegaan met bouwen of slopen, en daarmee de overtreding wordt vergroot, wordt dan bij constatering van de overtreding door de toezichthouder mondeling opdracht gegeven de activiteiten stil te leggen. Dit wordt daarna zo snel mogelijk schriftelijk bevestigd. Indien voor de activiteit vergunning kan worden verleend zal de overtreder worden aangeschreven om alsnog een vergunning aan te vragen. Indien geen vergunning kan worden verleend zal de situatie, voor zover mogelijk, naar de oude situatie moeten worden hersteld. Daarbij wordt alsnog de procedure van last onder dwangsom of bestuursdwang gevolgd. 3.1.3 Intrekken vergunning Wanneer een vergunning is verleend en de vergunninghouder houdt zich niet aan de daarin gestelde voorwaarden kan de vergunning worden ingetrokken. Van dit instrument kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als vergunningplichtige bedrijven consequent in afwijking van een verleende vergunning handelen. Als het opleggen van een last onder dwangsom niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan (alsnog) worden overgegaan tot het intrekken van de vergunning en daarna (indien van toepassing) met een last onder bestuursdwang doen staken van de milieubelastende activiteiten. 3.2 Strafrechtelijke instrumenten Als er sprake is van een strafbaar feit, kan een proces-verbaal (PV) worden opgemaakt van de overtreding door een boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) of door de politie. Het Openbaar Ministerie kan strafvervolging instellen. Daarnaast zijn er bestuurlijke strafsancties, te weten de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. 3.2.1 Bestuurlijke strafbeschikking Het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking houdt in dat de boa met de bon naar het gemeentehuis gaat en zelf de gegevens en feitcode in het gemeentelijke systeem invoert. Vervolgens stuurt de boa dit door naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat voor de inning van de boete zorgt. Als de overtreder niet betaalt, geeft het CJIB (na aanmaning) de zaak in handen van de deurwaarder voor uitvoering van de strafbeschikking. Is de ‘bestrafte’ persoon het er niet mee eens, dan moet deze persoon zelf in actie komen en verzet instellen bij het Openbaar Ministerie. 3.2.2 Strafbaarstelling op grond van de Wet op de economische delicten (Wed) In de Wed wordt het

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.