← Nederland

Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Hoorn 2024 (Hoorn)

Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Hoorn 2024Zaaknummer: 2004976 betreft: Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Hoorn 2024 De Raad van de gemeente Hoorn besluit: De Verordening gemeentelijke rekenkamer Hoorn 2024 vast te stellen. De Verordening Rekenkamercommissie Gemeente Hoorn 2009 in te trekken. Verordening gemeentelijke rekenkamer Hoorn 2024 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders; rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; voorzitter: voorzitter van de rekenkamer. secretaris: secretaris-onderzoeker van de rekenkamer Artikel2.Rekenkamer Er is een rekenkamer. De rekenkamer bestaat uit vier leden, waaronder een voorzitter. Artikel3.Klankbordgroep Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer. De klankbordgroep bestaat uit 3 raadsleden, aan te wijzen door de raad. De klankbordgroep zal namens de gemeenteraad periodiek klankborden met de rekenkamer, met aandacht voor onder meer: reflectie op de jaarlijkse onderwerpselectie c.q. groslijst aanbevelingen naar aanleiding van een jaarlijkse evaluatie van werkzaamheden door de rekenkamer zelf. Artikel4.Herbenoeming De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal voor een periode van twee keer zes jaar worden herbenoemd. Artikel5.Ambtelijke ondersteuning De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris. Artikel6.Budget De voorzitter van de rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de rekenkamer. Artikel7.Vergoeding De leden van de rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding: de voorzitter € 469,

  1. Overige rekenkamerleden: € 352,
  2. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de gemeentelijk gehanteerde indexpercentages. Wanneer leden extra taken uitvoeren kan hiervoor een aanvullende vergoeding vastgesteld worden die past bij de zwaarte van de uitbreiding van taken. De leden van de rekenkamer ontvangen daarnaast een vergoeding voor hun reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed. Artikel8.Evaluatie werkzaamheden en monitoring aanbevelingen De rekenkamer geeft in elke rapport aanbevelingen aan de raad, en evalueert jaarlijks tenminste eenmalig de eigen werkzaamheden. De griffie verstrekt de raad jaarlijks een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer die door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop de voorstellen zijn uitgevoerd. Artikel9.Slotbepalingen Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer Gemeente hoorn
  4. Aldus vastgesteld d.d. 14 december. De griffier, De voorzitter van de raad TOELICHTING: Algemeen Deze modelverordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en Xla (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2023, met een overgangstermijn van een jaar, dus uiterlijk 1 januari 2024 moet de raad een rekenkamer hebben ingesteld. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet. De rekenkamer moet een reglement van orde voor haar werkzaamheden vaststellen (artikel 81i van de Gemeentewet). Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel
  5. Rekenkamer In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet). Artikel
  6. Klankbordgroep Rekenkamers hebben in de praktijk soms behoefte om informatie in te winnen bij een afvaardiging van de raad. Voor vragen als wat leeft er binnen de raad en hoe is de organisatie van de raad geregeld. Ook bestaat soms behoefte om organisatorische wijzigingen binnen de rekenkamer of veranderingen in het rekenkamerbudget te bespreken. De raad stelt een klankbordgroep in, die fungeert als het aanspreekpunt voor de rekenkamer. Drie raadsleden vormen de klankbordgroep. Enkele taken van de klankbordgroep worden genoemd, maar dit is niet-limitatief. Artikel 4 Herbenoeming De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag 'word ik wel herbenoemd' dan al te snel weer wordt gevoeld. De herbenoemtermijn is twee keer een periode van zes jaar, waarbij het gaat om een maximum. Leden kunnen uiteraard zelf besluiten eerder te stoppen. In totaal kan iemand dan maximaal 18 jaar lid zijn van de RK. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p.
  7. Artikel
  8. Ambtelijke ondersteuning Dit artikel voorziet in het benoemen van een secretaris voor de rekenkamer. In de Gemeentewet is geregeld dat burgemeester en wethouders op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j, tweede lid). De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid). Artikel
  9. Budget De raad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet). Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken. Artikel
  10. Vergoeding De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten (artikel 81k van de Gemeentewet). Voor de vergoeding is het gemiddelde bedrag van de VNRR aangehouden, voor middelgrote gemeenten zoals Hoorn. Er is een bepaling die mogelijkheden geeft de vergoeding te verhogen. Het licht voor de hand aan te sluiten bij het rechtpositiebesluit raads- en commissieleden als het gaat om de wijze van vaststellen van de verzwaarde talen, en de berekening van de opslag van de vergoeding. Artikel
  11. Evaluatie werkzaamheden en Monitoring aanbevelingen Volgens artikel 185a van de Gemeentewet moet het college jaarlijks aan de raad een overzicht sturen van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Niet alle voorstellen, of meestal aanbevelingen genoemd, zijn voor wat betreft de uitvoering de verantwoordelijkheid van het college. Er zijn ook aanbevelingen die de raad zelf moet uitvoeren. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de status van alle aanbevelingen uit de rekenkamerrapporten, kan de raad ervoor kiezen om de griffie jaarlijks ook een overzicht op te laten stellen met de status van de aanbevelingen die aan de raad zijn gericht, door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd. Dit kan de raad helpen om een overzicht te behouden van de overgenomen aanbevelingen en de status hiervan.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.