Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over overeenkomsten nadeelcompensatie omgevingsplanactiviteiten en omgevingsplanwijzigingen (Beleidsregels inzake overeenkomsten nadeelcompensatie omgevingsplanactiviteiten en omgevingsplanwijzigingen Den Helder 2024)Het college van de gemeente Den Helder; gezien de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024; gelet op het bepaalde in artikel 13.3c van de Omgevingswet; BESLUIT: De navolgende Beleidsregels inzake overeenkomsten nadeelcompensatie omgevingsplanactiviteiten en omgevingsplanwijzigingen Den Helder 2024 vast te stellen: Beleidsregels inzake overeenkomsten nadeelcompensatie omgevingsplanafwijkingen en omgevingsplanwijzigingen Den Helder 2024 Inleiding De realisatie van een bouwplan of project op grond van of in afwijking van het omgevingsplan, kan leiden tot schade voor derden. Voor deze schade is in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Omgevingswet voorzien in een regeling voor ‘nadeelcompensatie’, zoals uiteengezet in Titel 4.5 Awb. De oorzaken van schade zijn geregeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet Een regel in het omgevingsplan die rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevat kan een oorzaak zijn van schade (een algemene regel). Als een omgevingsplan regelt dat voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is, is niet het omgevingsplan de schadeoorzaak. Dat is in die situatie de omgevingsvergunning. Het feit dat er mogelijk recht is op een schadevergoeding, betekent niet automatisch dat alle schade wordt vergoed. Het toekennen van nadeelcompensatie is een uitzondering op een hoofdregel. De hoofdregel is dat schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen in beginsel tot het normale maatschappelijke risico hoort. Gevallen waarin de schade niet geacht wordt uit te komen boven het normaal maatschappelijk risico zijn aangewezen in Artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) op grond van artikel 15.7 lid 4 van de Omgevingswet. In beginsel draagt de gemeente de verantwoordelijkheid voor de tegemoetkoming in de schade, maar het is mogelijk om deze verantwoordelijkheid over te dragen aan de aanvrager van de nieuwe planologische situatie via een overeenkomst voor nadeelcompensatie. Titel 4.5 Awb bevat niet de bevoegdheid om de schadevergoeding te verhalen op de initiatiefnemer die baat heeft bij een nieuwe ontwikkeling. Voor besluiten in de fysieke leefomgeving is het echter mogelijk dat de kosten die zijn gemoeid met de vergoeding van nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk wel op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Artikel 13.3c van de Omgevingswet is de wettelijke grondslag voor het sluiten van een dergelijke overeenkomst. Deze regeling biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om de kosten redelijk te verdelen, afhankelijk van de mate waarin de vergoeding toe te rekenen is aan de activiteit van de initiatiefnemer en zijn belang bij de nieuwe ontwikkeling die schade veroorzaakt, ongeacht of het bevoegd gezag instemt met deze ontwikkeling op eigen initiatief of op verzoek van de initiatiefnemer. Deze nota heeft tot doel duidelijkheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bieden met betrekking tot schadeovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 13.3c van de Omgevingswet voor projecten of activiteiten op grond of in afwijking van het omgevingsplan in de gemeente Den Helder. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente Den Helder een procedureverordening hanteert voor de behandeling van verzoeken om tegemoetkoming in de schade, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in 2022. Artikel1Toepassing beleidsregels De in deze nota vastgelegde beleidsregels worden toegepast op het moment dat er een verzoek om afwijken van het omgevingsplan dan wel tot wijziging van een omgevingsplan binnenkomt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, maar ook bij aanvragen om het gebruik van panden te wijzigen. De beleidsregels worden toegepast voordat een positief besluit over het verzoek wordt genomen. Bij een negatief besluit op het verzoek om afwijking of wijziging van het omgevingsplan dat gebaseerd is op overige (inhoudelijke) gronden komt het afsluiten van een schadeovereenkomst uiteraard niet aan de orde. Artikel2Beleidsregels De beleidsregels die ten aanzien van het verhaal van nadeelcompensatie bij activiteiten op grond of in afwijking van het omgevingsplan de tegemoetkoming in de schade op grond van wetgeving zijn te ontwikkelen, en door de gemeente Den Helder worden toegepast, zijn als volgt: Artikel2.1Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) (artikel 5.1 onder a Ow): Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten (OPA) zijn de activiteiten waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd zijn met het omgevingsplan. Een OPA is in het algemeen van ondergeschikte aard, bestaande uit uitbreidingen van gebouwen zoals aanbouwen, dakkapellen, dakopbouwen of soortgelijke uitbreidingen. De kans op een succesvolle nadeelcompensatieclaim is in dit soort gevallen klein en in deze gevallen weegt de te besteden (extra) tijd niet op tegen het minimale risico dat de gemeente een schadevergoeding zal moeten uitkeren. Voor deze OPA’s hoeven geen nadeelcompensatieovereenkomsten afgesloten te worden. Uitgezonderd hierop zijn OPA’s die aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en/of waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, zoals bijvoorbeeld de realisatie van de tweede dienstwoning of het vergroten van een agrarisch bouwblok van 1 Ha naar 1,5 Ha. Voor die OPA-aanvragen moet wel een nadeelcompensatieovereenkomst worden afgesloten. Artikel2.2Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) (Bijlage Ow): Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.