Beleidsregel groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluitenGedeputeerde staten van Zuid-Holland; Gelet op de artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5.44 van de Omgevingswet en de artikelen 9.1, eerste lid, en 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; Overwegende dat het waarborgen van de externe veiligheid als provinciaal belang is aangemerkt in de Omgevingsvisie Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is om artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving nader te duiden door kaders te schetsen voor de groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluiten; Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluiten Artikel1.Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: aandachtsgebied: aandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; berekende groepsrisico: groepsrisico dat wordt berekend met behulp van het rekenpakket Safeti-NL, RBM II of CAROLA, conform de Rekenvoorschriften Omgevingsveiligheid, genoemd in de Omgevingsregeling. buisleiding met gevaarlijke stoffen: milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving; externe veiligheid: risico’s die de kans vergroten op overlijden van personen die zich bevinden in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen, een luchthaven of windturbine; groepsrisico: de kans op overlijden van een groep van tien of meer persoenen als rechtstreeks gevolg van ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico’s; milieubelastende activiteit: activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; oriëntatiewaarde: referentiewaarde waaraan het berekende groepsrisico wordt getoetst of waarmee het kwalitatief benaderde groepsrisico wordt vergeleken; projectbesluit: projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet; risicobron: milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s die opgenomen zijn in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de niet-basisnet transportroutes, bedoeld in artikel 7.21 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; transportwegen voor vervoer van gevaarlijke stoffen: wegen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen waaronder de aangewezen Basisnetroutes, bedoeld in artikel 11 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de niet-basisnet transportroutes, bedoeld in artikel 7.21 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; veiligheidsregio: veiligheidsregio als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s; verhoogd groepsrisico: groepsrisico waarbij het berekende groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt, of bij een kwalitatieve inschatting van het groepsrisico aannemelijk is dat de oriëntatiewaarde wordt overschreden; windturbines: milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving; zeer kwetsbare gebouwen: gebouwen als bedoeld in bijlage VI, onder E, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel2.Toepassingsbereik Gedeputeerde staten hanteren deze beleidsregel bij een projectbesluit dat verband houdt met externe veiligheidsrisico’s: waarbij het plangebied zich geheel of gedeeltelijk binnen een brand- of explosie aandachtsgebied van een risicobron bevindt; dat betrekking heeft op de volgende activiteiten met externe veiligheidsrisico's: de aanleg van een transportweg voor vervoer van gevaarlijke stoffen; het exploiteren van een buisleiding voor gevaarlijke stoffen; de opwekking van elektriciteit met windturbines. waarbij het plangebied geheel of gedeeltelijk binnen het verantwoordingsgebied groepsrisico van Rotterdam The Hague Airport bevindt. Artikel3.Uitgangspunten groepsrisicobeoordeling Gedeputeerde staten hanteren bij de beoordeling van het groepsrisico, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de volgende uitgangspunten: ter voorkoming van ongevallen met gevaarlijke stoffen waarbij veel slachtoffers kunnen vallen, beoordelen gedeputeerde staten het berekende groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde, die fungeert als referentiewaarde; bij het berekenen of het inschatten van het groepsrisico wordt rekening gehouden met aanwezige en voorgenomen of geplande locaties, gebouwen of risicobronnen: zoals vastgelegd in het omgevingsplan; waarvoor een omgevingsvergunning is verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; waarvoor een ontwerp omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten ter inzage is gelegd. indien in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een verhoogd groepsrisico als verantwoord wordt beschouwd, betrekken gedeputeerde staten dit bij de beoordeling van het groepsrisico op grond van artikel 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In deze situatie wordt er gestreefd naar een groepsrisico dat maximaal gelijk blijft. Artikel4.Kwalitatieve of kwantitatieve verantwoording van het groepsrisico 1.Gedeputeerde staten hanteren bij een projectbesluit dat betrekking heeft op windturbines een kwantitatieve verantwoording van het groepsrisico indien: er binnen de maximale werpafstand van de geplande windturbine risicobronnen aanwezig zijn, waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige en voorgenomen of geplande risicobronnen. Het groepsrisico wordt berekend met inachtneming van de domino-effecten; en er in het aandachtsgebied van een omliggende risicobron meer dan 5 personen per hectare langdurig aanwezig zijn. Bij een beperkte of lage personendichtheid met minder dan 5 personen hectare wordt het groepsrisico als verantwoord beschouwd. 2.Gedeputeerde staten hanteren bij een projectbesluit dat betrekking heeft op buisleidingen met gevaarlijke stoffen een kwantitatieve verantwoording van het groepsrisico indien: het aandachtgebied van de buisleiding met gevaarlijke stoffen geheel of gedeeltelijk buiten een risicogebied ligt. Voor het gebied buiten het risicogebied wordt een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Hierbij wordt verondersteld dat de personen/werknemers van milieubelastende activiteiten binnen het risicogebied zelfredzaam zijn, mede op basis van de getroffen maatregelen bij de vaststelling van het risicogebied externe veiligheid; en er in het aandachtsgebied van de buisleiding met gevaarlijke stoffen, dat buiten het risicogebied ligt, een bevolkingsdichtheid van meer dan 5 personen per hectare is. 3.Gedeputeerde staten hanteren een kwalitatieve verantwoording van het groepsrisico wanneer het plangebied van een projectbesluit geheel of gedeeltelijk binnen het verantwoordingsgebied groepsrisico van Rotterdam The Hague Airport ligt. Dit verantwoordingsgebied is vastgelegd in een provinciaal beleidsdocument met betrekking tot externe veiligheid en luchtvaartactiviteiten. 4.In andere gevallen dan bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, waarbij sprake is van een projectbesluit, als bedoeld in artikel 2, hanteren gedeputeerde staten een kwalitatieve of kwantitatieve verantwoording van het groepsrisico. Artikel5.Groepsrisicobeoordeling bij projectbesluiten 1.Gedeputeerde staten betrekken bij de beoordeling van het groepsrisico tenminste: een verantwoording conform de beoordelingsregels voor externe veiligheidsrisico’s, zoals beschreven in artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; een beschrijving van de uitvoering en borging van de maatregelen, waarvan in de kwalitatieve of kwantitatieve benadering van het groepsrisico wordt uitgegaan dat die aanwezig zijn, geborgd en in werking zijn. Wanneer maatregelen niet worden gerealiseerd, dient dit afdoende te worden gemotiveerd; het advies van de veiligheidsregio, over te nemen maatregelen op het gebied van: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; en de mogelijkheid voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval zich voordoet. een berekening van het groepsrisico indien niet wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid. 2.Indien de groepsrisicoberekening, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en vierde lid, wijst op een verhoogd groepsrisico of een verdere toename van het groepsrisico in de autonome situatie waarin een verhoogd groepsrisico al bestaat, beschouwen gedeputeerde staten het groepsrisico verantwoord indien: een projectbesluit een nieuwe risicobron introduceert, zoals bijvoorbeeld een buisleiding met gevaarlijke stoffen, waarbij er binnen het aandachtsgebied gestreefd wordt om zeer kwetsbare gebouwen zo veel mogelijk te vermijden om de meest kwetsbare groepen te beschermen; er redelijkerwijs wordt gekozen voor een alternatief met een zo laag mogelijk of het laagste groepsrisico; alle mogelijke maatregelen die het risico aan de bron reduceren redelijkerwijs worden uitgevoerd en geborgd. Indien maatregelen niet wordt gerealiseerd, wordt dit gemotiveerd; middels een tweede groepsrisicoberekening waarin zo kwantitatief mogelijk aannemelijk is gemaakt dat met de uitvoering en borging van de genoemde maatregelen op termijn aan de oriëntatiewaarde wordt voldaan of dat het groepsrisico maximaal gelijk blijft. Artikel6.Beoordeling aanvaardbaarheid bij een verhoogd groepsrisico Wanneer uit de nadere beoordeling van het groepsrisico blijkt dat het berekende groepsrisico nog steeds de oriëntatiewaarde overschrijdt, of als het groepsrisico verder is toegenomen ten opzichte van de autonome situatie waarin een verhoogd groepsrisico al bestaat, bepalen gedeputeerde staten de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling in relatie tot de risico’s. Artikel7.Intrekking Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen De Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt. Artikel8.Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2024. Artikel9.Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluiten. Den Haag, 5 december 2023Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,drs. M.J.A. van Bijnen MBAdrs. J. Smit, voorzitterToelichting bij de Groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluiten Algemeen deel In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is de ambitie opgenomen om het risico dat grote groepen mensen slachtoffer worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen te minimaliseren. De provincie stimuleert daarom een zo veilig mogelijke inrichting van de leefomgeving. Hierin spelen het groepsrisico en groepsrisicoverantwoording een cruciale rol. Het groepsrisico verwijst naar de kans dat een groep van tien of meer mensen gelijktijdig komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval bij een milieubelastende activiteit met gevaarlijke stoffen, windturbine of vliegramp. Het betreft mensen die niet direct betrokken zijn bij de betreffende activiteit met gevaarlijke stoffen, luchthaven of windturbine. Het groepsrisico heeft betrekking op groepen mensen en niet op individuen. Groepsrisicoverantwoording omvat het toelichten en onderbouwen van het groepsrisico in situaties waar risicovolle activiteiten samengaan met groepen mensen. De beleidsregel voorziet in kaders voor de groepsrisicoverantwoording bij provinciale projectbesluiten die verband houden met externe veiligheidsrisico’s. De beleidsregel verduidelijkt hoe gedeputeerde staten bij projectbesluiten het groepsrisico zal beoordelen en hoe risicoreducerende maatregelen worden vastgesteld (indien nodig). Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen Nadere toelichting op oriëntatiewaarde en berekende groepsrisico Provinciale staten hebben de beleidskeuze gemaakt om in bepaalde gevallen rekenkundig te bepalen wat de jaarlijkse kans is dat een groep personen van een bepaalde omvang tegelijkertijd slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit berekende groepsrisico wordt vervolgens getoetst aan de oriëntatiewaarde en meegewogen in de besluitvorming om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling wenselijk is, gezien de mogelijke externe veiligheidsrisico's. Het behoud van de mogelijkheid om een groepsrisicoberekening uit te voeren is van cruciaal belang, met name voor de provincie Zuid-Holland waar een hoge bevolkingsdichtheid en industrialisatie samenkomen. Groepsrisicoberekeningen verschaffen een verbeterd inzicht in externe veiligheidsrisico's en hun oorzaken. De verkregen inzichten door een berekend groepsrisico bieden een verbeterde kans om effectieve veiligheidsmaatregelen te implementeren. In 1993 heeft de minister van VROM (Tweede Kamer, 1993-1994, 22.666 nr. 3) de oriëntatiewaarde gedefinieerd als een waarde die wordt meegenomen in de bestuurlijke afweging om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is, gezien de potentiële risico’s. Met andere woorden, de oriëntatiewaarde dient om na te denken, af te wegen en verantwoording af te leggen over het groepsrisico, met als uiteindelijk doel het voorkómen van maatschappelijke ontwrichting. Deze rol en beoogd doel van de oriëntatiewaarde zijn onveranderd overgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. In de toelichting op dit besluit staat dat de oriëntatiewaarde kan blijven dienen als referentie en niet als grenswaarde. Grafisch wordt de oriëntatiewaarde weergegeven door een lijn die punten verbindt, waarbij voor milieubelastende activiteiten en transportroutes verschillende punten op de lijn de kans op ongevallen met tien of meer dodelijke slachtoffers per jaar aangeven. Voor milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s tonen de punten op de lijn: de kans op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers 10-5 per jaar (kans van één op de honderdduizend jaar); de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers 10-7 per jaar (kans van één op de tien miljoen jaar); en de kans op een ongeval met 1.000 of meer slachtoffers 10-9 per jaar (kans van één op de miljard jaar). Voor transportroutes tonen de punten op de lijn: de kans per kilometer transportroute op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers 10-4 per jaar (een kans van één op de tienduizend jaar); de kans per kilometer transportroute op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers 10-6 per jaar (een kans van één op de miljoen jaar); en de kans per kilometer transportroute op een ongeval met 1.000 of meer dodelijke slachtoffers 10-8 per jaar (kans van één op de honderd miljoen jaar). In de onderstaande figuur is de oriëntatiewaarde weergegeven voor milieubelastende activiteiten en transportroutes. Het groepsrisico geeft de kans weer op het overlijden van een groep van tien of meer mensen die niet direct betrokken zijn bij de risicobron, zoals een milieubelastende activiteit met gevaarlijke stoffen, vliegveld, windmolen, buisleiding, of transportroute (weg, water, spoor) met gevaarlijke stoffen. Dit wordt in een fN-curve grafisch weergegeven, waarbij het aantal potentiële slachtoffers (N) wordt afgezet tegen de jaarlijkse kans op een incident (f). Het is belangrijk om te benadrukken dat de verhouding tussen het aantal potentiële dodelijke slachtoffers (N) en de jaarlijkse kans op een incident (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.