De raad van de gemeente Lisse; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders gelet op het bepaalde in artikelen 149 en 181o van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de Verordening Rekenkamercommissie Lisse: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Gemeentewet; commissie: rekenkamercommissie van de gemeente Lisse ; voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; raad: gemeenteraad; college: college van burgemeester en wethouders. Artikel 2 Rekenkamercommissie Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie. De commissie bestaat uit 5 leden, met inbegrip van de voorzitter. Artikel 3 Benoeming leden De raad benoemt 2 leden van de commissie uit zijn midden en benoemt voorts 3 externe leden. Externe leden kunnen geen lid zijn van een andere door of namens de raad ingestelde commissie. De raad benoemt een van de externe leden als voorzitter. De leden van de commissie die tevens raadsleden zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen. De externe leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de leden en met de ambtelijk secretaris. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren. Voorafgaand aan de vervulling van tussentijdse vacatures pleegt de raad overleg met de commissie. De raad kan de leden maximaal twee keer herbenoemen. De leden van de commissie maken openbaar welke andere functies zij vervullen. Artikel 4 Eed Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de commissie in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de commissie benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in de commissie te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” (“Dat verklaar en beloof ik”) Artikel 5 Ontslag en non-activiteit Een lid van de commissie wordt door de raad ontslagen: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; wanneer hij bij onherroepelijk geworden gerechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien hij bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is zijn functie in de commissie te vervullen. Het lidmaatschap van een lid dat tevens raadslid is eindigt indien het lid aftreedt als lid van de raad. Een lid van de commissie kan door de raad worden ontslagen: indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is de functie te vervullen; indien hij handelt in strijd met artikel 81h Gemeentewet. De raad stelt een lid van de commissie op non-activiteit indien: hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft gekregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak. De raad kan een lid van de commissie op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan vermeld in het eerste lid onder a, en derde lid onder a zouden kunnen leiden. De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het vijfde lid, de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste 3 maanden verlengen. Artikel 6 Vergoedingen voor de voorzitter en externe leden van de rekenkamercommissie De voorzitter en de externe leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen. De hoogte zal jaarlijks bij de vaststelling van de programmabegroting worden bepaald met dien verstande dat de hoogte voor 2005 is bepaald op € 64,25 + 20% per vergadering. Artikel 7 Ambtelijk secretaris De voorzitter wordt in zijn taak bijgestaan door een secretaris. Als secretaris wordt door de gemeenteraad voor onbepaalde tijd benoemd de griffier en zijn waarnemer. De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken terzijde. De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers. De commissie kan het college verzoeken tegen betaling permanente of ad hoc ambtelijke ondersteuning te leveren ten behoeve van secretariële en/of onderzoekstaken. De ambtenaren genoemd in het zesde lid kennen geen betrokkenheid tot het dossier dat onderwerp is van onderzoek door de commissie, zij zijn tot geheimhouding verplicht en alleen verantwoording schuldig aan de commissie. Artikel 8 Reglement van orde De commissie stelt een Reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. De commissie zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad en maakt het bekend door plaatsing in het gemeenteblad dan wel door opneming in een andere door de gemeente algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave. Artikel 9 Taak van de commissie De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Hierbij ligt de nadruk op de doelmatigheid. Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2 van de Gemeentewet. Artikel 10 Onderwerpselectie en opdrachtverlening De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen 2 maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. Artikel 11 Werkwijze De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. De commissie vergadert in beslotenheid. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. Artikel 12 Bevoegdheden De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de commissie ter vervulling van haar taak nodig acht. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. De commissie heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. De commissie is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de commissie van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen. De commissie kan, indien de documenten, bedoeld in het vijfde lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. De commissie stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis. Artikel 13 Besluitvorming in de rekenkamercommissie In vergaderingen van de commissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel 14 Rapportage De commissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste vier weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. De commissie deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zijn naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij terzake voorstellen doen. De commissie stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. De commissie zendt een afschrift van haar rapport en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 12, leden 4 tot en met 6 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de commissie tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam. De rapporten en de verslagen van de commissie zijn openbaar. Op grond van belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten en verslagen die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. Artikel 15 Budget De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de gemeentebegroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: de vergoedingen aan de externe leden; interne onderzoeksmedewerkers; externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld; eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel 16 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.