Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024 (Verordening Afvalstoffenheffing 2024)De raad van de gemeente Zwolle; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2023; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3.De afvalstoffenheffing bestaat uit: 4.een vast bedrag per jaar, vermeerderd met 5.gedifferentieerde bedragen per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: a. één persoon € 209,13 b. meer dan één persoon € 261,41 2.Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen ter zake, aan het begin van het belastingjaar, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is. 3.Het tarief van lid 1 wordt als volgt vermeerderd: a. Per lediging van een grijze restafvalcontainer aan huis (240 liter, buitengebied) € 9,90 b. Per lediging in een ondergrondse restafvalcontainer van 30 liter € 0,83 c. Per lediging in een ondergrondse restafvalcontainer van 40 liter € 1,10 d. Per lediging in een ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter € 1,65 e. Per lediging in een ondergrondse restafvalcontainer van 80 liter € 2,20 Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting bedoeld in artikel 5 van deze verordening, wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze verordening, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.De belasting bedoeld in artikel 4, lid 2, van deze verordening, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting in artikel 4, lid 1, van deze verordening, per jaar verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste deel van dat bedrag als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 4.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de belasting in artikel 4, lid 1, van deze verordening per jaar voor zoveel driehonderdvijfenzestigste deel van dat bedrag belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.