Subsidieregeling Versnellingsagenda regio Noordoost-Fryslân 2024BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLAN; In aanvulling op de Algemene Subsidieverordening gemeente Noardeast-Fryslân (ASV); Gelet op artikel 3 van de ASV; Gelet op artikel 156 van de Gemeentewet; Gelet op de overeengekomen Regio Deal; Gelet op de samenwerkingsovereenkomst getiteld: Samenwerkingsovereenkomst Provincie Fryslân – De Gemeenten behorende bij de Regio Deal Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân; b e s l u i t e n vast te stellen de navolgende regeling: Subsidieregeling Versnellingsagenda regio Noordoost-Fryslân 2024 Artikel1– Begrippen In deze regeling wordt verstaan onder: ASV: de Algemene subsidieverordening Noardeast-Fryslân; Awb: de Algemene wet bestuursrecht; Bestuurlijk Overleg: het bestuurlijk overleg van de Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân; Businesscase: onderdeel van het Programmaplan Versnellingsagenda rondom een bepaald thema, met eigen doelstellingen, waarbinnen projecten worden gefinancierd; Cofinanciering: een bijdrage met publieke of private middelen – in geld of in kind – aan een op grond van deze regeling te subsidiëren project; College: het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân; De-minimisverklaring: de verklaring waarin de aanvrager en de overige projectpartners aangeven of zij in het lopende en de twee direct voorafgaande belastingjaren reeds de-minimissteun heeft ontvangen, en zo ja, tot welk bedrag. Dit zoals bepaald in de De-minimisverordening; De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen daarvan; Gemeente: de gemeente Noardeast-Fryslân; Flat-rate: wijze van loonkostenberekening waarbij per medewerker een individueel uurtarief berekend wordt op basis van de bruto jaarloon, vermeerderd met opslag vakantiegeld, werkgeverslasten en vervolgens een opslag voor overhead; IKS-tarieven: Integrale kostensystematiek (IKS) is een manier om directe en indirecte kosten toe te rekenen aan kostendragers, zoals arbeidsuren of machine-uren. Deze kosten houden verband met, en zijn noodzakelijk voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor u subsidie aanvraagt. In kind bijdrage: Alle subsidiabele kosten binnen een project die niet in de vorm van financiële middelen worden ingebracht; Kennis- en onderzoeksinstellingen: een onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit: een andere dan onder i bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft om via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen. Non-profitorganisatie: een organisatie zonder winstoogmerk; Penvoerder: de aanvrager van de subsidie is de penvoerder van het project en is het aanspreekpunt voor het project; Regio: het gezamenlijk grondgebied van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel; Regioboard: onafhankelijke beoordelingscommissie die een zwaarwegend advies geeft aan het College over de te verstrekken subsidies, bestaande uit vertegenwoordigers van de triple helix (bedrijfsleven, onderwijs en overheid); RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, een uitvoerende dienst van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat; Samenwerkingsovereenkomst: een door alle deelnemende projectpartners ondertekend document waarin de onderlinge afspraken, taken en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn vastgelegd; Stichting Qop: Stichting Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân, statutair gevestigd in de gemeente Achtkarspelen en opgericht op 23 december 2019 met KvK-nummer 76712729, opererend onder de naam Stichting Qop; Uitbreidingsinvestering: een investering die dient om de kapitaal(goederen)voorraad per saldo te vergroten; Versnellingsagenda: Het uitvoeringsprogramma van de Regio Deal zoals dat is vastgelegd in het document ‘Regio Deal fase II: De Versnellingsagenda. Noordoost Friese economie in de versnelling’ van 17 juli 2018, welke is bekrachtigd met de ondertekening van een intentieverklaring door de 42 samenwerkende partijen op 24 september 2018, alsmede het op 12 december 2022 ondertekende bijbehorende addendum waarmee de einddatum is verplaatst naar 31 december 2025; Vervangingsinvestering: een investering die dient ter vervanging van versleten, verouderde en/of afgeschreven kapitaalgoederen, zonder dat de kapitaal(goederen)voorraad toeneemt. Artikel2– Doel van de subsidie Het doel van de subsidie is projecten te stimuleren die bijdragen aan het behalen van de doelen van de Versnellingsagenda, om daarmee de structurele economische versterking van en de samenwerking in de Regio te stimuleren. Artikel3– Subsidiabele activiteiten Het College kan op aanvraag een eenmalige subsidie verlenen voor alle activiteiten binnen een project die voldoende invulling geven in de regio aan de gestelde doelen in één of meerdere aangewezen businesscases van de Versnellingsagenda, zoals die vermeld zijn in de bij deze regeling bijbehorende Businesscases Versnellingsagenda Noordoost-Fryslân. Artikel4– Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle projectkosten, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde kosten, in aanmerking voor subsidie. Niet subsidiabele kosten zijn: kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, tenzij het kosten betreft van projectvoorbereiding, planvorming, onderzoek of voorlichting en voor zover die gemaakt zijn maximaal een jaar voordat het project is gestart; kosten van rente voor bankdiensten en/of financieringen; kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties; verrekenbare of compensabele omzetbelasting; vervangingsinvesteringen; kosten voor de reguliere bedrijfsvoering; inbreng van arbeid verricht door vrijwilligers; aankoop of inbreng van onroerend goed; voorbereidingskosten met een intensiteit hoger dan 15% t.o.v. de aangevraagde subsidie. In geval van uitbreidingsinvesteringen en/of in kind bijdrage geldt dat enkel op de economische levensduur gebaseerde afschrijvingskosten die vallen binnen de projectperiode subsidiabel zijn. Lid 3 van dit artikel geldt niet voor non-profit organisaties zonder verdienmodel voor zover het uitbreidingsinvesteringen betreft. Inbreng van betaalde arbeid wordt forfaitair gewaardeerd op € 50,00 per uur, waarbij voor kennis- en onderzoeksinstellingen en non-profitorganisaties als bedoeld in artikel 1, de inbreng van betaalde arbeid gewaardeerd kan worden op basis van goedgekeurde en gecontroleerde IKS tarieven of, indien deze niet van toepassing zijn, flat-rate systematiek met een vaste opslag van maximaal 35% en een maximum tarief van € 120,00 per uur (inclusief opslag). Artikel5– Hoogte subsidie De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van de activiteiten en bedraagt nooit meer dan 65% van de subsidiabele kosten van het volledige project. De subsidie is inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele omzetbelasting. Het College kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun, die ertoe leidt dat de totale aan de subsidieontvanger verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de overheid geldende verplichtingen krachtens een Europees verdrag in mindering brengen op het subsidiebedrag bedoeld in het eerste lid. Artikel 6 – Subsidieplafond en verdelingswijze subsidies tot en met € 25.000,00 Voor subsidies tot en met € 25.000,00 geldt een totaal subsidieplafond van € 500.000 tot de uiterste aanvraagdatum zoals vermeld in artikel 8 lid 2. Verdeling van het subsidiebudget bedoeld in het eerste lid geschiedt op volgorde van binnenkomst van de volledige subsidieaanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor de toepassing van dit artikel de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt het College de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting. Artikel7– Subsidieplafond en verdelingswijze subsidies hoger dan € 25.000,00 Elke aanvraagperiode gelden er subsidiedeelplafonds per aangewezen businesscase. De hoogten van de subsidiedeelplafonds worden steeds per aanvraagperiode per businesscase door het College vastgesteld. Verdeling van de subsidiedeelbudgetten geschiedt per aanvraagperiode op basis van een advies van de onafhankelijke beoordelingscommissie, de Regioboard. Bij overschrijding van het subsidiedeelplafond voor een businesscase in een aanvraagperiode bepaalt het puntenaantal welke aanvraag in aanmerking komt voor subsidie, waarbij de aanvraag met het hoogste puntenaantal voorrang krijgt. Bij een gelijk puntenaantal van twee of meer aanvragen wordt de volgorde bepaald op basis van de verhouding tussen de cofinanciering en het aangevraagd subsidiebedrag, waarbij de aanvraag met het hoogste percentage cofinanciering voorrang krijgt. Indien verlening van een subsidie tot overschrijding van het subsidiedeelplafond zou leiden, en die overschrijding niet meer zou bedragen dan 10% van het aangevraagde subsidiebedrag, wordt aan de aanvrager het aanbod gedaan om het dan nog beschikbare budget als subsidie verleend te krijgen onder de voorwaarde dat door de aanvrager een aangepaste sluitende begroting wordt overgelegd. De subsidieaanvrager wordt daarbij een termijn van 10 werkdagen gegund om de subsidie te aanvaarden, onder gelijktijdige aanlevering van die aangepaste begroting. Overigens komen aanvragen die het subsidiedeelplafond te boven zouden gaan in ieder geval niet voor subsidieverlening in aanmerking. Een eventueel resterend budget kan worden toegevoegd aan budgetten van latere aanvraagperioden; Voor zover in relatie tot het doel en algemeen belang van de Versnellingsagenda noodzakelijk en adequaat, kan het Bestuurlijk Overleg , in afwijking van artikel 7 lid 1, per programma of programmalijn een cumulatief totaalplafond door het College laten vaststellen. Artikel 8 – Aanvraagperiode en beslistermijn In afwijking van het bepaalde in artikel 5 tweede lid ASV dienen aanvragen tot subsidie te worden ingediend alvorens de aanvrager met de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is aangevangen. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 6 kan het gehele jaar worden ingediend, tot en met 1 juli 2025, voor zover nog sprake is van beschikbaar budget. Het College doet van uitputting van het beschikbare budget mededeling op haar website. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, kan enkel worden ingediend binnen de door het College vastgestelde aanvraagperioden. De aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, derde lid, wordt drie keer per jaar opengesteld, waarbij geldt dat de openstellingsperiode is als volgt: 1 januari tot en met 20 februari, 23.59 uur 15 april tot en met 31 mei 23.59 uur 1 september tot en met 31 oktober 23.59 uur. De laatste openstelling van de subsidieregeling voor subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 7 is 1 september t/m 31 oktober 2024. Indien de sluitingsdatum zoals genoemd in lid 4, in het weekend of op een erkende feestdag valt, wordt de sluitingsdatum opgeschoven naar de eerstvolgende werkdag 23:59 uur. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 2 van de ASV bedraagt de beslistermijn voor aanvragen van subsidies hoger dan € 25.000,00, 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode. Artikel9– Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door publieke en/of private organisaties, of een samenwerkingsverband daarvan. Subsidie hoger dan € 5.000,00 wordt enkel verstrekt aan een samenwerkingsverband van twee of meer zelfstandige publieke of private organisaties. In afwijking op lid 2 kan tevens subsidie worden verstrekt aan één enkele organisatie indien uit de statuten blijkt dat deze organisatie een samenwerkingsverband vormt wat door de samenwerkende projectpartners is of wordt opgericht ten behoeve van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Dit is ter beoordeling door het college. Artikel10– Aanvraag Een aanvraag om subsidieverlening moet schriftelijk worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe bestemd en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de ASV dienen bij een aanvraag om subsidieverlening de volgende stukken en gegevens te worden overgelegd: een volledig projectplan volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format, met daarin ten minste uitgewerkt: een volledige beschrijving van het project; met de op te leveren resultaten/producten en mijlpalen; borging van de continuïteit na afloop van de subsidieverstrekking; een meetbare onderbouwing van het effect in de regio; een projectplanning; de opzet van de projectorganisatie (geldt alleen in geval van een aanvraag om subsidie hoger dan € 5.000,00); en een sluitende begroting en dekkingsplan. een rechtsgeldig ondertekende cofinancieringsverklaring(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.