Verordening op de heffing en de invordering van Reclamebelasting 2024De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 7 november 2023, afdeling Bedrijfsvoering, gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; b e s l u i t : de verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2024 vast te stellen. Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, logo of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirect steun vindt in of op de grond; onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; jaar: een kalenderjaar. Artikel2Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Oisterwijk zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart. Artikel3Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel4Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop en waarbij, dan wel ten behoeve waarvan, één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. De heffingsmaatstaf is een bedrag dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt: Zone A: 0,2032 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 356,85 en een maximumbedrag van € 1.189,35; Zone B: 0,1694 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 254,50 en een maximumbedrag van € 890,80. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel9Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: die korter dan vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.