Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023 Gelet op artikelen 156, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 225 Gemeentewet en de Parkeerverordening 2021 Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024 Artikel1Begripsomschrijvingen 1.De Parkeerverordening 2021 behoort als bijlage bij deze belastingverordening. 2.De begripsomschrijvingen in artikel 1 van de Parkeerverordening 2021 zijn van toepassing op de bepalingen in deze belastingverordening. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven in de woonplaats Alphen aan den Rijn, in de door het college aangewezen gebieden: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel 1, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt niet geheven van degene die op voet van het tweede lid, onderdeel 2, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel5Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3.Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel7Termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren op de wijze zoals op de desbetreffende parkeerapparatuur is aangegeven. 2.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving en moet worden betaald op het tijdstip van aanvraag tot het verlenen van de vergunning. 4.Een naheffingsaanslag moet direct worden betaald en wordt via een voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. Artikel8Ontheffing en heffing naar tijdsgelang Voor de belasting, bedoeld in artikel 6, tweede lid kan op schriftelijk verzoek van de houder ontheffing worden verleend. De ontheffing wordt berekend over zoveel twaalfde deel, gelijk aan het aantal kalendermaanden ingaande de 15e dag van de maand, dat de vergunning nog zijn geldigheid heeft, nadat het verzoek is ingekomen. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde deel van het jaar, ingaande de 15e van de maand, dat er nog kalendermaanden overblijven. Artikel9Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel10Vrijstellingen De parkeerbelastingen worden niet geheven van: Houders van een geldige Europese Gehandicaptenkaart, landelijke gehandicaptenkaart gewestelijke of buitenlandse gehandicaptenkaart, mits deze parkeerkaart duidelijk zichtbaar in het voertuig is aangebracht en staat geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats aangeduid met bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.