← Nederland

Mandaatregister gemeente Woerden 2024 (Woerden)

lege van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Woerden, ieder handelend voor zover het de eigen bevoegdheden betreft; Gelet op het bepaalde in de artikelen van de afdeling 10.1

Artikel1

Beleidsadviseur A en Vakinhoudelijk medewerker A en B belast met Burgerservice 1.Aanwijzen van instellingen als bedoeld in artikel 2.40 Wet basisregistratie personen (hierna: Wet BRP). 2.Uitvoering van artikel 2.50 Wet BRP. 3.Het op grond van de Wet BRP uitoefenen van alle bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden op grond van artikel 2.8 tweede lid, sub e, waarbij ondermandaat niet is toegestaan. 4.Beschikkingen (ambtshalve of op verzoek) met betrekking tot het aanbrengen van wijzigingen in de basisadministratie persoonsgegevens, anders dan op grond van aangifte door de burger (Wet BRP). 5.Beschikkingen met betrekking tot selecties uit de basisadministratie persoonsgegevens (Wet BRP). 6.Beschikkingen tot het verstrekken en respectievelijk weigeren van inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens (Wet BRP). 7.Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van reisdocumenten. 8.Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van rijbewijzen. 9.Het in ontvangst nemen en doorsturen van aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag. 10.Benoeming van stembureauleden (Kieswet). 11.Het aanwijzen van stemlocaties. 12.Afgifte van vervangende stempassen en volmachtsbewijzen om aan verkiezingen deel te kunnen nemen op grond van de Kieswet en Kiesbesluit. 13.Het uitoefenen van alle in de Rijkswet op het Nederlanderschap en in het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden. 14.Het verzoek tot verstrekking van inlichtingen uit de justitiële documentatie (E-justis) ten behoeve van de beoordeling van aanvragen tot het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. 15.Afgifte van laissez-passer voor het vervoer van een overledene naar het buitenland (Wet op de lijkbezorging). 16.Verlof verlenen tot het ontleden en begraven of cremeren van een stoffelijk overschot (Wet op de lijkbezorging). 17.Beslissen op aanvragen op verlof tot ontleding en toestemming tot verlenging van de termijn tot begraven of verbranden en de afgifte van een laissez passer voor lijken op grond van de Wet op de Lijkbezorging. 18.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester van de gemeente bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. Artikel2Medewerker publieke dienstverlening B belast met Burgerservice 1.Het in ontvangst nemen en doorsturen van aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag. 2.Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van reisdocumenten. 3.Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van rijbewijzen. 4.Het uitoefenen van alle in de Rijkswet op het Nederlanderschap en in het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden. 5.Beschikkingen met betrekking tot uitstel lijkbezorging (Wet op de lijkbezorging). 6.Afgifte van laissez-passer voor het vervoer van een overledene naar het buitenland (Wet op de lijkbezorging). 7.Verlof verlenen tot het ontleden en begraven of cremeren van een stoffelijk overschot (Wet op de lijkbezorging). 8.Het uitoefenen van alle in de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland en het Paspoortbesluit aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden. Artikel3Medewerker publieke dienstverlening B en C belast met Burgerservice 1.Het legaliseren van handtekeningen en het waarmerken van documenten. 2.Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van reisdocumenten. 3.Het uitoefenen van de in het Reglement rijbewijzen en de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het in behandeling nemen van de aanvragen tot het uitreiken en inhouden van rijbewijzen. 4.Beschikkingen met betrekking tot uitstel van lijkbezorging (Wet op de lijkbezorging). 5.Afgifte van laisser-passer voor het vervoer van een overledene naar het buitenland (Wet op de lijkbezorging). 6.Verlof verlenen tot het ontleden en begraven of cremeren van een stoffelijk overschot (Wet op de lijkbezorging). 7.Het afgeven van gehandicaptenparkeerkaarten op grond van artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. 8.Het in ontvangst nemen en doorsturen van aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag. 9.Bevoegdheid tot het in behandeling nemen van aanvragen, het uitreiken en inhouden van reisdocumenten. Artikel4Medewerker publieke dienstverlening D 1.Het legaliseren van handtekeningen en waarmerken van documenten. 2.Het uitoefenen van de in de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland en het Paspoortbesluit aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het uitreiken en inhouden van reisdocumenten. 3.Het uitoefenen van de in het Reglement rijbewijzen en de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het uitreiken en inhouden van rijbewijzen. §2Ondermandaten van de Heffingsambtenaar Artikel5Medewerker publieke dienstverlening B en C belast Burgerservice 1.Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. 2.Optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in hoofdstuk 1 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. Hoofdstuk4ONDERMANDATEN VERGUNNINGEN, TOEZICHT EN HANDHAVING §

Artikel1

Senior medewerker Toezicht en Handhaving en Medewerker publieke dienstverlening A en B 1.Beslissen op verzoek om omgevingsvergunning voor alle activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet die onder het takenpakket van het team Vergunningen, toezicht en handhaving vallen. 2.Buiten behandeling laten, aanhouden, verdagen of verlengen van de beslistermijn van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel. 3.Beslissen inzake teruggave van legeskosten ten aanzien van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel. 4.Beslissen ter zake van een verzoek om het aanbrengen van voorwerpen, stoffen of andere goederen op de openbare weg (zogeheten "precariovergunning"). 5.Doen van een mededeling dat het bouwwerk vergunningsvrij is. 6.Intrekken van een vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel. 7.Beslissen inzake het voornemen om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op te starten en het ontwerpbesluit ter inzage te leggen op aanvragen voor buitenplanse omgevingsactiviteiten op grond van de Omgevingswet. 8.Beslissen inzake het voornemen om een ontheffingsprocedure hogere grenswaarde als bedoeld in artikel 100 van de Wet geluidhinder, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op te starten. 9.Beslissen om een ontheffing hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, te verlenen, indien dit noodzakelijk is in verband met het verlenen van een vergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet. 10.Vrijstelling verlenen van het Besluit bouwwerken leefomgeving of de Bouwverordening. 11.Verzoek om inlichtingen omtrent gedrag bij de politie ten behoeve van de uitvoering van de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de APV. 12.Administratieve begeleiding en advisering op aanvragen om ontheffingen, vrijstellingen of verklaringen aan de minister. 13.Aanvragen van uittreksels uit het Strafregister en het aanvragen van justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens voor de uitvoering van de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen. 14.Correspondentie en eerste aanschrijvingen in het kader van de uitvoering van de Alcoholwet. 15.Beslissen op verzoek om ontheffingen voor zwak-alcoholische drank bij bijzondere zeer tijdelijke gelegenheden. 16.Beslissen op verzoek om een vergunning tot het aanwezig hebben van speelautomaten. 17.Beslissen op verzoek om een loterijvergunning als bedoeld in artikel 3 Wet op de Kansspelen. 18.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van optochten. 19.Verkorten termijn en in behandeling nemen mondeling verzoek aan burgemeester. 20.Beslissen op verzoek om een vergunning voor een feest, muziek en wedstrijd e.d. op de openbare weg. 21.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het anders gebruiken van de weg of een weggedeelte. 22.Beslissen op verzoek om een evenementenvergunning voor evenementen die, op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), vallen in de risicoklasse A. 23.Beslissen op verzoek om een ontheffing voor het bezigen van consumentenvuurwerk. 24.Beslissen op verzoek om een ontheffing geluidhinder. 25.Beslissen op verzoek om een ventvergunning hetzij voor de duur van één dag, hetzij voor de duur van een jaar. 26.Beslissen op verzoek om een tijdelijke standplaatsvergunning en een standplaatsvergunning voor de duur van één jaar. 27.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van een snuffelmarkt. 28.Toekennen en weigeren van huisnummers. 29.Gegevens verstrekken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 30.Bijhouden openbaar register. 31.Beslissen op verzoek om een Alcoholwetvergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet. 32.Beslissen op verzoek om een tijdelijke ontheffing Alcoholwetvergunning op grond van artikel 35 van de Alcoholwet. 33.Het meedelen van het resultaat in de verschillende fasen van de behandeling van een principeverzoek om medewerking aan een ruimtelijk initiatief in de fysieke leefomgeving. 34.Beslissen op verzoek om een ontheffing voor parkeren van voertuigen langer dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter op de weg. Artikel1AMedewerker publieke dienstverlening B en Ondersteunend medewerker C 1.De mededeling doen dat het bouwwerk vergunningsvrij is. 2.Gegevens verstrekken aan het CBS. 3.Bijhouden openbaar register. Artikel2Senior medewerker Toezicht en Handhaving en medewerker Toezicht en Handhaving A, B en C 1.Het geven van een mondeling bevel tot stillegging van de werkzaamheden in geval van illegale bouw en sloop. 2.Op een melding van het voornemen tot sloop besluiten tot: de mededeling dat de melding is aanvaard (instemming); de mededeling dat binnen de wettelijke termijn ontbrekende gegevens moeten worden overgelegd; de mededeling dat het voornemen vergunningplichtig is; het niet behandelen van de melding wegens onvolledigheid (artikel 4:5 Awb). 3.Een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekken. 4.Een verleende omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit intrekken. 5.Gegevens verstrekken aan het CBS. 6.Alle bevoegdheden krachtens de Wet kwaliteitsborging (Wkb) en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten. Artikel3Juridisch adviseur A en B en senior medewerker publieke dienstverlening 1.Stilleggen bouwwerkzaamheden. 2.Stilleggen sloopwerkzaamheden. 3.Stilleggen bouwwerkzaamheden op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel5:32 Awb (dwangsom). 4.Stilleggen sloopwerkzaamheden op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 5:32 Awb (dwangsom). 5.Een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekken. 6.Een verleende omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit intrekken. 7.Het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:24 Awb. 8.Het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 Awb. 9.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 10.Het beslissen op verzoek op grond van de Wet open overheid. Artikel4Senior medewerker Toezicht en Handhaving, medewerker Toezicht en Handhaving A, B en C en juridisch adviseur A en B en senior medewerker publieke dienstverlening 1.Opmaken van processen-verbaal van constatering als bedoeld in artikel 10 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). 2.Opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument. Artikel5Ondersteunend medewerker B 1.Beslissen op verzoek om splitsings-, samenvoegings-, onttrekkings-, en omzettingsvergunningen als bedoeld in de Huisvestingsverordening juncto Huisvestingswet 2014. 2.Beslissen inzake het buiten behandeling laten van een verzoek om één of meerdere van de vergunningen als bedoeld in het eerste lid. 3.Beslissen inzake de aanhouding van een verzoek om één of meerdere van de vergunningen als bedoeld in het eerste lid. 4.Beslissen inzake de verdaging of verlenging van de beslistermijn van één of meerdere vergunningen als bedoeld in het eerste lid. 5.Nemen van huisnummerbesluiten als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG juncto artikel 3 van de Verordening naamgeving en nummering adressen juncto artikel 108 van de Gemeentewet. 6.Beslissen ter zake van een verzoek om het aanbrengen van voorwerpen, stoffen of andere goederen op de openbare weg (zogeheten "precariovergunning"). 7.Intrekken van een vergunning. 8.De behandeling van een aanvraag om een vergunning te staken. 9.Verzoek om inlichtingen omtrent gedrag bij de politie ten behoeve van de uitvoering van de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de APV. 10.Administratieve begeleiding en advisering op aanvragen om ontheffingen, vrijstellingen of verklaringen aan de minister. 11.Aanvragen van uittreksels uit het Strafregister en het aanvragen van justitiële gegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor de uitvoering van de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen. 12.Correspondentie en eerste aanschrijvingen in het kader van de uitvoering van de Alcoholwet. 13.Beslissen op verzoek om ontheffingen voor zwak-alcoholische drank bij bijzondere zeer tijdelijke gelegenheden. 14.Beslissen op verzoek om een vergunning tot het aanwezig hebben van speelautomaten. 15.Beslissen op verzoek om een loterijvergunning als bedoeld in artikel 3 Wet op de Kansspelen. 16.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van optochten. 17.Verkorten termijn en in behandeling nemen mondeling verzoek aan burgemeester. 18.Beslissen op verzoek om een vergunning voor een feest, muziek en wedstrijd e.d. op de openbare weg. 19.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het anders gebruiken van de weg of een weggedeelte. 20.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het organiseren van een evenement. 21.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het bezigen van consumentenvuurwerk. 22.Beslissen op verzoek om een ontheffingen geluidhinder. 23.Beslissen op verzoek om een ventvergunning hetzij voor de duur van één dag, hetzij voor de duur van een jaar. 24.Beslissen op verzoek om een tijdelijke standplaatsvergunning en een standplaatsvergunningen voor de duur van één jaar. 25.Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van een snuffelmarkt. §2Ondermandaten van Heffingsambtenaar Artikel6Teammanager B 1.Vaststellen van nota's inzake leges als genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. 2.Het optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49, en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. Artikel7Senior medewerker publieke dienstverlening en medewerker publieke dienstverlening A en B van het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving 1.Kwijtschelding of restitutie van leges verlenen. 2.Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. 3.Optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening. Hoofdstuk5 ONDERMANDATEN INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE Artikel1ICT-specialist A en B en ICT-projectleider B Nemen van besluiten om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en de volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten. Hoofdstuk6ONDERMANDATEN GEGEVENSBEHEER Artikel1Vakinhoudelijk medewerker A belast met het beheer van de BAG en Specialist A 1.Het opstellen van de 'ambtelijke verklaringen' behalve die bedoeld in artikel 3 van de Wet BAG. 2.Het toetsen van brondocumenten aan de vereisten voor inschrijving (artikel 11 Wet BAG). 3.Het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers. 4.Het inschrijven van de in artikel 10 van de Wet BAG aangewezen brondocumenten in het adressenregister dan wel het gebouwenregister (artikel 10 Wet BAG). 5.Het op basis van de brondocumenten opnemen van gegevens in de adressenregistratie en de gebouwenregistratie overeenkomstig de voorschriften (artikel14 Wet BAG). 6.Het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen c.q. verzoeken, inclusief de verwerking daarvan (artikelen 31, 37, 38, 39, 40 en 41 Wet BAG). 7.Het op verzoek aan eenieder verlenen van inzage in het adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en de gebouwenregistratie, alsmede het aan eenieder verstrekken van de in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens (artikel 32, eerste lid, sub a Wet BAG), waarbij artikel 5.1, eerste en tweede lid van de Wet open overheid van toepassing zijn. 8.Het opmaken van processen-verbaal van constatering als bedoeld in artikel 10 van de Wet BAG. Artikel2Vakinhoudelijk medewerker A belast met het kwaliteitsmanagement gegevensbeheer 1.Het toetsen van de brondocumenten aan vereisten voor inschrijving. 2.Het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers. 3.Het inschrijven van documenten in het register en het opnemen van gegevens daarover in de registratie. 4.Het plaatsen van aantekeningen op het brondocument. 5.Het verwerken van kadastrale mutaties in de administratie. 6.Het verstrekken van een bewijs van inschrijving. 7.Het waarmerken van afschriften van brondocumenten, waarbij publiekrechtelijke beperkingen zijn opgelegd (artikel 3 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken). 8.Het op verzoek verstrekken van afschriften of uittreksels uit het register en registratie. 9.Het verstrekken van verklaringen, dat uit het register blijkt, dat op het betreffende aangevraagde perceel geen publiekrechtelijke beperkingen van toepassing zijn. 10.Het herstellen van fouten en doorvoeren van correcties. 11.Het (doen) verstrekken van berichten aan de landelijke voorziening. Artikel3Vakinhoudelijk medewerker C belast met het beheer van de BAG en Specialist A Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument. Artikel4Vakinhoudelijk medewerker B en C belast met het beheer van de BAG Het bepalen van de oppervlakte van een verblijfsobject op basis van de (aanvraag) omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Artikel5Senior vakinhoudelijk medewerker, Vakinhoudelijk medewerker A en Vakinhoudelijk medewerker B, allen belast met landmeetkundige werkzaamheden 1.Het vaststellen van de definitieve geometrie van panden en verblijfsobjecten, als bedoeld in artikel 8 van de Wet BAG. 2.Het opmaken van processen-verbaal van constatering, als bedoeld in artikel 10 van de Wet BAG. 3.Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument. Artikel6Vakinhoudelijk medewerker B belast met landmeetkundige werkzaamheden 1.Het opmaken van processen-verbaal van constatering, als bedoeld in artikel 10 van de Wet BAG. 2.Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument. Artikel7Vakinhoudelijk medewerker A belast met het beheer van het document Managementsysteem Het verzorgen van een zodanige opzet van het adressenregister en het gebouwenregister, dat de inhoud daarvan duurzaam kan worden bewaard en te allen tijde binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is. Hoofdstuk7ONDERMANDATEN JURIDISCHE ZAKEN Artikel1Juridisch adviseur A 1.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 2.Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid. 3.Het beslissen op verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming. Artikel2Juridisch adviseur A belast met klachtencoördinatie 1.Besluit nemen over het wel of niet in behandeling nemen van het klaagschrift (artikel 4, tweede lid van de Klachtenregeling en artikel 9:8 Awb). 2.In geval van formele behandeling van de klacht: Bevestiging ontvangst klacht, in kennis stellen van de klager over wel of niet in behandeling nemen (artikel 9:6 en 9:8 Awb). Maken van verslag van het horen (artikel 9:10, derde lid, Awb). Indien nodig aan partijen schriftelijke mededeling van verdaging doen (met maximaal vier weken) (artikel 9:11, tweede lid, Awb). In kennis stellen van de klager over de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele conclusies (artikel 9:12, eerste lid, Awb). 3.Registreren en jaarlijks publiceren van klachten (artikel 6 Klachtenregeling en artikel 9:12a Awb). 4.Fungeren als contactpersoon voor de Nationale Ombudsman. Hoofdstuk8ONDERMANDATEN PERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel1Juridisch adviseur B Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. Artikel2Senior beleidsadviseur, belast met P&O Het afsluiten van collectieve verzekeringen ten behoeve van personeel. Artikel3Vakinhoudelijk medewerker A belast met P&O Het betaalbaar stellen van de salarissen en afdrachten sociale premies, belastingen en verzekeringen. Hoofdstuk9ONDERMANDATEN STRATEGIE, FINANCIËN EN CONTROL §

Artikel1

Senior vakinhoudelijk medewerker en vakinhoudelijk medewerker C Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. Artikel2Beleidsadviseur A Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer. Artikel3Ondersteunend medewerker C Het afsluiten van verzekeringen. §2Ondermandaten van de Heffingsambtenaar Artikel4Concern controller, Senior beleidsadviseur, beleidsadviseur B, senior vakinhoudelijk medewerker, vakinhoudelijk medewerker C, Team Strategie, Financiën en Control 1.Vaststellen en verzenden van aanslagen en nota's conform de vigerende belastingverordening inzake aanslagen precariobelasting, nota's lijkbezorgingsrechten, nota's marktgelden, nota's havengelden, nota's reinigingsrechten, nota's leges, nota's recognities. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende belastingverordeningen. Artikel5Beleidsadviseur A, senior vakinhoudelijk medewerker en vakinhoudelijk C, Team Financiën Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende belastingverordeningen. §3Ondermandaten Inkoop Artikel6Senior beleidsadviseur Het adviseren over en/of het starten van een nationale openbare of een Europese aanbesteding. Artikel7Beleidsadviseur B Het adviseren over en/of het starten van een nationale openbare of een Europese aanbesteding. Hoofdstuk10ONDERMANDATEN REALISATIE EN BEHEER Artikel1Juridisch adviseur A 1.Het vertegenwoordigen van het college en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 2.Belanghebbenden in de gelegenheid stellen mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren te brengen als bedoeld in afdeling 3.4 Awb. 3.Ter inzage leggen en het verstrekken van (kopieën) van (ontwerp)besluiten, verzoeken om vergunning of ontheffing, verslagen, nota's en andere stukken. 4.Vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens, als bedoeld in artikel 4:4 Awb. 1.

  1. In de gelegenheid stellen tot het aanvullen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:5 van de Awb en besluiten om de aanvraag niet te behandelen. 5.Het horen van een aanvrager, als bedoeld in de artikelen 4:7 tot en met 4:10 Awb. 6.Het aansprakelijk stellen van derden voor schade die zij aan het openbaar gebied hebben toegebracht. 7.Het voeren van correspondentie naar aanleiding van controles door toezichthouders, zoals het opstellen en verzenden van (voor)waarschuwingen in het voortraject van handhaving van wet- en regelgeving. 8.Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang. 9.Het nemen van besluiten over het opleggen van een last onder dwangsom. Artikel2Ondersteunend medewerker B/Medewerker uitvoering en beheer A Het af- of goedkeuren van aanvragen in MOOR omtrent kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatiewet en de geldende Algemene verordening ondergrondse infrastructuur en bijbehorende geldende beleidsregels. Artikel3Projectleider A en B 1.Het doen van een aanvraag omgevingsvergunning. 2.Het garantstellen voor beschadiging van leidingen van nutsbedrijven tijdens de bouwfase van nieuwbouwprojecten. Artikel4Senior Beleidsadviseur, Beleidsadviseur A en Beleidsadviseur B 1.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 2.Het nemen van besluiten over verkeersmaatregelen ("verkeersbesluiten") op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. 3.Het nemen van besluiten over ontheffingen, als bedoeld in artikel87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en artikel 149, eerste lid, aanhef en sub d van de Wegenverkeerswet
  2. 4.Het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen als bedoeld in artikel 34 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. 5.Het nemen van besluiten ten aanzien van de instelling van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, als bedoeld in artikel 56 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. 6.Het nemen van besluiten op grond van de Wegenwet. Hoofdstuk11ONDERMANDATEN WIJKONDERHOUD §

Artikel1

Medewerker uitvoering en beheer A 1.Het afhandelen van klachten en praktische uitvoeringsaangelegenheden op het gebied van wijkonderhoud. 2.Het doen van een aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden. 3.Het doen van een aanschrijving tot het verwijderen van hinderlijke beplanting in verband met de verkeersveiligheid op grond van de geldende APV. Artikel2Juridisch adviseur A 1.Het afhandelen van klachten en uitvoeringswerkzaamheden met betrekking tot de markt en gebruik van openbaar vaarwater. 2.Het nemen van besluiten op grond van de marktverordening, het daarbij behorende geldende inrichtingsplan, de Verordening op het gebruik van het openbaar vaarwater en de APV. Artikel3Medewerker B toezicht en handhaving Het nemen van besluiten op grond van de geldende marktverordening en het daarbij behorende geldende inrichtingsplan. Artikel4Senior medewerker uitvoering en beheer en Beleidsadviseur A belast met het beheer van begraafplaatsen Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de lijkbezorging, de geldende beheersverordening begraafplaatsen en het daarbij behorende geldende uitvoeringsbesluit begraafplaatsen. §2Ondermandaten van de heffingsambtenaar Artikel5Teammanager A Wijkonderhoud 1.Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening voor ontheffingen/vergunningen, nota’s inzake lijkbezorgingsrechten genoemd in de geldende verordening lijkbezorgingrechten met bijbehorende tarieventabel, nota's inzake marktgelden als bedoeld in de geldende verordening marktgelden en van nota's inzake havengelden als bedoeld in de geldende verordening havengelden. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de tarieventabel behorende bij geldende legesverordening, de geldende verordening lijkbezorgingsrechten, de geldende verordening marktgelden en de geldende verordening havengelden. Artikel6Juridisch adviseur A 1.Vaststellen nota's inzake marktgelden als bedoeld in de geldende verordening marktgelden en van nota's inzake havengelden als bedoeld in de geldende verordening havengelden. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening havengelden. Artikel7Medewerker B toezicht en handhaving 1.Vaststellen van nota's inzake marktgelden als bedoeld in de geldende verordening marktgelden. 2.Vaststellen van nota's inzake havengelden als bedoeld in de geldende verordening havengelden. 3.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordeningen marktgelden en havengelden. Artikel8Senior medewerker uitvoering en beheer en Beleidsadviseur A belast met het beheer van begraafplaatsen 1.Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de lijkbezorging, de geldende beheersverordening begraafplaatsen en het daarbij behorende geldende uitvoeringsbesluit begraafplaatsen. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening lijkbezorgingsrechten en bijbehorende tarieventabel en de geldende verordening havengelden. Hoofdstuk12ONDERMANDATEN AFVAL EN REINIGING §

Artikel1

Medewerker uitvoering en beheer A 1.Het afhandelen van klachten en van praktische uitvoeringsaangelegenheden op het gebied van afval en reiniging. 2.Het nemen van besluiten op grond van de geldende afvalstoffenverordening en het daarbij behorende uitvoeringsbesluit afvalstoffen. Artikel2Medewerker uitvoering B Het geven van schriftelijke aanwijzingen strekkend tot een doelmatige verwijdering van afvalstoffen, die worden aangeboden bij de milieustraat. Artikel3Medewerker toezicht A Het opleggen van waarschuwingen en een bestuurlijke boete. §2Ondermandaten van de Heffingsambtenaar Artikel4Teammanager A, Team Afval en Reiniging 1.Vaststellen van nota's als bedoeld in de geldende verordening reinigingsheffingen. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening reinigingsheffingen. Artikel5Medewerker uitvoering en beheer A 1.Vaststellen van nota's als bedoeld in de geldende verordening reinigingsheffingen. 2.Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordeningen reinigingsheffingen. Hoofdstuk13ONDERMANDATEN RUIMTELIJKE PLANNEN Artikel1Senior Beleidsadviseur, Senior Specialist, Specialist A, Beleidsadviseur A, Beleidsadviseur B, Juridisch adviseur A, Juridisch adviseur B, Juridisch adviseur C en Vakinhoudelijk medewerker C 1.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 2.Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. 3.Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. 4.Het geven van opdrachten door de budgethouder, die passen binnen het budget en tot maximaal 50.000 euro exclusief Btw. 5.Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid. Hoofdstuk14ONDERMANDATEN RUIMTELIJK BELEID EN PROJECTEN Artikel1Senior projectleider, Projectleider A, Projectleider B, Projectleider C, Programmamanager, Senior beleidsadviseur en Beleidsadviseur A Het binnen de grenzen van een goedgekeurd projectplan en conform het Richtsnoer Projectmatig Werken, nemen van besluiten en ondertekenen daarvan, indien die binnen de grenzen van dat project vallen en indien de bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever daarmee ingestemd hebben. Artikel2Senior projectleider, Projectleider A, Projectleider B, Projectleider C, Senior ondersteunend medewerker, Programmamanager, Senior beleidsadviseur en Beleidsadviseur A Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. Artikel3Programmamanager, Senior beleidsadviseur en Beleidsadviseur A Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en de daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. Hoofdstuk15ONDERMANDATEN STRATEGIE & BELEID SOCIAAL DOMEIN Artikel1Beleidsadviseur A 1.Het voeren van correspondentie naar aanleiding van controles door toezichthouders, zoals het opstellen en verzenden van (voor)waarschuwingen in het (voortraject) van handhaving van wet- en regelgeving. 2.Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang. 3.Het nemen van besluiten over het opleggen van een dwangsom. 4.Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. 5.Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning. 6.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester in juridische procedures waarin de gemeente als partij is uitgenodigd of opgeroepen. Artikel2Beleidsadviseur B 1.Het voeren van correspondentie naar aanleiding van controles door toezichthouders, zoals het opstellen en verzenden van (voor)waarschuwingen in het voortraject van handhaving van wet- en regelgeving. 2.Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang. 3.Het nemen van besluiten over het opleggen van een dwangsom. 4.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester in juridische procedures waarin de gemeente als partij is uitgenodigd of opgeroepen. 5.Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. Artikel3Beleidsadviseur A en B 1.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester in juridische procedures waarin de gemeente als partij is uitgenodigd of opgeroepen. 2.Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en de daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels. 3.Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening leerlingenvervoer en bijbehorende geldende beleidsregels. 4.Het nemen van besluiten op grond van de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, de regeling Wet kinderopvang en de geldende beleidsregels handhaving Wet kinderopvang. 5.Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. 7.Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang. 8.Het nemen van besluiten over het opleggen van een dwangsom. Hoofdstuk16ONDERMANDATEN VASTGOED Artikel1Senior beleidsadviseur Het aangaan van overeenkomsten voor het leveren van diensten. Artikel2Senior beleidsadviseur, belast met gebruik van gebouwen 1.Het aangaan van huurovereenkomsten. 2.Het vertegenwoordigen van de gemeente in een Vereniging van Eigenaren waarvan de gemeente lid is. Artikel3Senior beleidsadviseur en beleidsmedewerker A, belast met beheer van gebouwen Het nemen van besluiten op grond van de geldende onderwijshuisvestingsverordening en bijbehorende geldende beleidsregels. Artikel4Senior beleidsadviseur, beleidsmedewerker A en beleidsmedewerker B, belast met beheer van gebouwen schrappen 1.Het indienen van subsidieaanvragen voor gemeentelijke projecten. 2.Het indienen van aanvragen om omgevingsvergunning. 3.Het binnen de grenzen van een goedgekeurd projectplan en conform de Richtsnoer Projectmatig Werken, nemen van besluiten en ondertekenen daarvan, indien die binnen de grenzen van dat project vallen en indien de bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever daarmee ingestemd hebben. 4.Het binnen de grenzen en budgetten van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) nemen van besluiten. 5.De gemeente vertegenwoordigen in Vereniging van Eigenaren van complexen waarvan de gemeente een appartementsrecht bezit. Artikel 5 Juridisch adviseur A en senior juridisch adviseur Het inschrijven van stukken met betrekking tot het voorkeursrecht bij het Kadaster. Artikel 6 Vakinhoudelijk medewerker B Vastgoed Afwijzen van aanvragen tot aankoop hoofdgroen en buurtgroen. Hoofdstuk17ONDERMANDATEN REGIONAAL BUREAU LEERPLICHT/RMC UTRECHT NOORDWEST Artikel1Teammanager B 1.Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen. 2.De bevoegdheden/taken op grond van artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 147 en 148 van de Wet op de expertisecentra in verband met de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten door gemeente. Artikel2Specialist A, Senior vakinhoudelijk medewerker, Vakinhoudelijk medewerker A (Leerplicht en Doorstroompunt) De bevoegdheden/taken, genoemd in de artikelen 1a1, tweede tot en met vierde lid, 3a, 3b, 6, 7, 15, 16, 18 19, 21, 21a, 22, 23 en 25 van de Leerplichtwet 1969 en de uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra). Artikel3 Vakinhoudelijk medewerker B (Junior Leerplichtambtenaar en Senior ondersteunend medewerker RBL) De uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra). Artikel4ondersteunend medewerker A (ondersteunend medewerker RBL) De bevoegdheden/taken, genoemd in de artikelen 18, 19, 21 en 25 (voor wat betreft het verstrekken van statistische gegevens) van de Leerplichtwet 1969 en de uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra). Hoofdstuk18ONDERMANDATEN TEAM OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID Artikel1Beleidsadviseur A 1.Het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:24 Awb. 2.Het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 Awb. De secretarisDrs. M.H. BranderDe burgemeesterV.J.H. MolkenboerAldus besloten door de burgemeester van de gemeente Woerden op 12 december 2023V.J.H. Molkenboer TOELICHTING Hoofdstuk 1 UITGANGSPUNTEN MANDAATREGISTER Het mandaatregister bestaat uit drie delen. Het eerste deel wordt gevormd door het algemene deel. Het tweede deel bestaat uit externe en bijzondere mandaten. Het derde deel bestaat uit de ondermandaten. Het Mandaatregister is in 2022 integraal geactualiseerd. Per mandaat is bekeken of de mandaten nog actueel zijn en waar nodig zijn deze herzien. Ook de ondermandaten zijn in 2022 herzien. Op enkele punten blijken er sindsdien nieuwe wijzigingen nodig te zijn in de mandaten en ondermandaten. Daarnaast zijn er wijzigingen nodig in het mandaatregister door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De reikwijdte van het mandaat. Het mandaat aan de directie, de concerncontroller, teammanagers en programmamanagers is gekoppeld aan hun takenpakket. Het mandaat dient binnen de grenzen van dit takenpakket te worden uitgeoefend. Het takenpakket is omschreven in het eveneens geactualiseerde Uitvoeringsbesluit ten behoeve van de (tevens geactualiseerde) Organisatieregeling. Hoofdstuk 2. AANWIJZINGEN BIJ DE UITOEFENING VAN MANDATEN § 1 Inleiding Het kenmerkende verschil tussen een burger en de overheid is dat een burger in principe alles mag, tenzij het verboden is en dat de overheid eigenlijk niets mag, tenzij het uitdrukkelijk is toegestaan. Dit volgt uit het legaliteitsbeginsel. Gelukkig wordt niet iedere handeling geraakt door dit legaliteitsbeginsel. Alleen handelingen die gericht zijn op een rechtsgevolg moeten berusten op een wettelijke bevoegdheid. Veel van de werkzaamheden die de collega's in ons stadhuis verrichten zijn van feitelijke aard. Het voorbereiden en uitvoeren van besluitvorming, het voorlichten van burgers, het bijhouden van de administratie of zelfs het blussen van branden zijn geen handelingen die gericht zijn op een rechtsgevolg. Voor die handelingen hoeft geen mandaat gegeven te worden en die handelingen staan daarom in het algemeen niet in het Mandaatregister. Zoals hierboven aangegeven volgt uit het legaliteitsbeginsel dat rechtshandelingen altijd gebaseerd moeten zijn op een wettelijke bevoegdheid. Binnen de gemeente zijn deze bevoegdheden toegewezen aan drie bestuursorganen: het college, de burgemeester en de raad. Het is ondoenlijk om alle besluiten die genomen moeten worden, alleen door deze drie organen te laten nemen, daarom zijn in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mandaat en delegatie opgenomen. Beide rechtsfiguren zorgen ervoor dat de last van besluitvorming verdeeld kan worden over de ambtelijke organisatie. § 2 Mandaat in de Algemene wet bestuursrecht 2.1 Het begrip Mandaat en Delegatie In afdeling 10.1.1 van de Awb staan de wettelijke voorschriften die gelden voor mandaat. Artikel 10:1 Awb definieert het begrip mandaat als de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Voorbeeld: Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde orgaan met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen. Als het college aan de teammanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de afdeling Dienstverlening de bevoegdheid tot het verlenen van deze vergunningen mandateert, houdt dat in dat de teammanager namens het college een omgevingsvergunning kan verlenen. Het college blijft echter ten volle verantwoordelijk voor de wijze van uitoefening van deze bevoegdheid. Juridisch gezien zijn de besluiten, die door de teammanager zijn genomen, besluiten van het college. Dit blijkt uit de ondertekening van de omgevingsvergunning, waarin staat dat de teammanager namens het college van burgemeester en wethouders tekent. Het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke bevoegdheid heeft en dat het mandaat heeft verleend, wordt mandaatgever genoemd. Degene aan wie het mandaat verleend wordt noemt men de gemandateerde. In het gekozen voorbeeld is de mandaatgever het college van burgemeester en wethouders, en de gemandateerde de teammanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving. De mandaatgever kan voorschriften aan een mandaat verbinden en bovendien kan hij te allen tijde besluiten de bevoegdheid weer zelf uit te oefenen. In het bovengenoemde voorbeeld is sprake van een beslissingsmandaat: de beslissing om de omgevingsvergunning bouwen te verlenen wordt genomen door de teammanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Een mandaat kan zich echter ook beperken tot alleen ondertekening. In dit voorbeeld zou dan het college zelf het besluit nemen, maar ondertekent de teammanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving. In de ondertekening zou dan staan 'overeenkomstig het door het college genomen besluit'. Een mandaat mag altijd verleend worden, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. Artikel 10.3 Awb noemt een aantal gevallen waarin mandaatverlening in ieder geval is uitgesloten. De mandaatgever blijft juridisch gezien verantwoordelijk voor de bevoegdheid die hij heeft gemandateerd. Bij delegatie is dat juist niet het geval. Van delegatie is namelijk sprake als een bestuursorgaan een bevoegdheid overdraagt aan een ander orgaan. Met deze overdracht gaat ook de verantwoordelijkheid over. Na de overdracht van de bevoegdheid kan het oorspronkelijk bevoegde orgaan de overgedragen bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen. De delegaatgever is niet meer juridisch verantwoordelijk voor de beslissingen van degene die de delegaat uitoefent. In de gemeentelijke praktijk worden met name de bevoegdheden van de raad gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Dat is niet vreemd, omdat bevoegdheden niet gedelegeerd mogen worden aan ondergeschikten. Daarvoor is het mandaat bedoeld. Het college kan bevoegdheden die het zelf gedelegeerd heeft gekregen wel doormandateren aan de ambtelijke organisatie. Een ander belangrijk verschil tussen delegatie en mandaat is dat delegatie alleen is toegestaan als de wet dat toelaat. 2.2 Mandaat en ondermandaat Een gemandateerde kan de aan hem gegeven bevoegdheid doorgeven aan een aan hem ondergeschikte ambtenaar. Er is dan sprake van ondermandaat. Ondermandaat wordt geregeld in artikel 10:9 Awb. De voorschriften die voor het mandaat gelden, zijn ook van toepassing op het ondermandaat. Voorbeeld: De teammanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving mandateert de bevoegdheid tot het verlenen van omgevingsvergunningen, die hij krachtens mandaat heeft, vervolgens aan de medewerker publieke dienstverlening A. In een dergelijk geval spreken we van ondermandaat. Het college van burgemeester en wethouders blijft het bevoegde orgaan. Het college is derhalve ten volle verantwoordelijk voor de besluiten van de medewerker publieke dienstverlening A. Juridisch gesproken zijn de besluiten van de medewerker publieke dienstverlening A besluiten van het college. De mandaatgever blijft verantwoordelijk voor de besluiten van degene aan wie de bevoegdheid in ondermandaat is gegeven. De mandaatgever zal daarom toestemming moeten geven voor ondermandaat. Uit de voorschriften van het mandaatbesluit blijkt of de mandaatgever ondermandaat heeft toegestaan. 2.3 Mandaat aan niet-ondergeschikten Mandaatverlening is in de eerste plaats bedoeld voor ondergeschikte ambtenaren, maar er is ook een mogelijkheid in de Awb opgenomen om het verlenen van mandaat aan niet-ondergeschikten mogelijk te maken. Artikel 10:4 Awb regelt deze figuur. Voorbeeld: Het college van burgemeester en wethouders mandateert de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen van het Wegenverkeersreglement voor uitzonderlijk vervoer aan de chef uitvoerende dienst van Politiedistrict Rijn en Venen. De chef uitvoerende dienst mag dus zelf besluiten tot het verlenen van die ontheffing. Het college blijft echter juridisch verantwoordelijk voor de besluiten die de chef uitvoerende dienst neemt. Als een bevoegdheid wordt gemandateerd aan een niet-ondergeschikte, dan is mandaatverlening slechts mogelijk na instemming van degene die het mandaat krijgt en in het voorkomende geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt. Met het geven van de instemming verplicht de gemandateerde zich volgens de aanwijzingen van de mandaatgever te handelen. Ook kan hij aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van een onjuiste uitoefening van het mandaat. Op deze manier wordt het ontbreken van een hiërarchische relatie gecompenseerd. § 3 Vertegenwoordiging en machtiging De bevoegdheid om namens een gemeentelijk orgaan besluiten te nemen, moet worden onderscheiden van de bevoegdheid om dit orgaan te vertegenwoordigen. Voorbeeld: De gemeente wil nieuwe strooiwagens kopen. De bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het sluiten van een overeenkomst om strooiwagens te kopen, berust ingevolge artikel 160, eerste lid, sub d, van de Gemeentewet bij het college. Het college besluit dus de overeenkomst aan te gaan. Als het contract ter ondertekening wordt voorgelegd, mag het college echter niet tekenen. De bevoegdheid om de rechtspersoon gemeente te vertegenwoordigen is namelijk in artikel 171 van de Gemeentewet aan de burgemeester gegeven. Die zal daarom het contract moeten ondertekenen. Als in het bovengenoemde voorbeeld het wenselijk zou zijn dat de teammanager van het team wijkonderhoud de strooiwagens kon kopen, dan moeten er dus twee bevoegdheden worden doorgegeven. Enerzijds is er een mandaat van het college nodig om het besluit tot het aangaan van de overeenkomst te mogen nemen, anderzijds is er een volmacht van de burgemeester nodig om het contract namens de gemeente te mogen tekenen. Het is daarom verstandig bij het verlenen van het bovengenoemde mandaat ook te regelen dat dezelfde persoon een volmacht heeft. Op grond van het Mandaatregister is een teammanager in beginsel bevoegd om namens het college te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten die vallen binnen zijn of haar takenpakket. Ook heeft hij/zij op grond van het Mandaatregister een volmacht om deze overeenkomst namens de gemeente te ondertekenen. Gaat het evenwel om een overeenkomst met verstrekkende gevolgen of zijn er grote bedragen meegemoeid, lees meer dan het bedrag waarvoor de teammanager tekenbevoegd is, dan dient het sluiten van de overeenkomst aan het college te worden voorgelegd. In de praktijk vindt in de meeste gevallen besluitvorming over het aangaan van overeenkomsten dan ook door het college plaats. Net zoals bij het aangaan van overeenkomsten een onderscheid moet worden gemaakt tussen het besluit tot het aangaan van de overeenkomst en de ondertekening daarvan, moet bij het voeren van rechtsgedingen onderscheid worden gemaakt tussen het besluit in rechte op te treden en de daadwerkelijke vertegenwoordiging bij de rechter. Dit is lastige materie, vooral omdat het verschil uitmaakt of er sprake is van een bestuursrechtelijk geschil of een privaatrechtelijk geschil. § 4 Beperkingen aan het mandaat Het krijgen van een mandaat brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee en daarom is het belangrijk te weten wat een gemandateerde wel mag en vooral wat hij niet mag. In de eerste plaats bepaalt de tekst van het mandaat zelf welke beperkingen er zijn. De letterlijke tekst van het mandaat bepaalt welke bevoegdheden zijn doorgegeven en welke niet. Als de tekst van het mandaat ruimte laat voor twijfel, moet de gemandateerde ervan uitgaan dat de bevoegdheid waar twijfel over bestaat niet is doorgegeven. Daarnaast kunnen in het Mandaatregister specifieke beperkingen zijn opgenomen die bij dat bepaalde mandaat horen. Naast deze specifieke beperkingen, zijn er ook algemene beperkingen die voor alle mandaatbesluiten gelden. Zo wordt ieder mandaatbesluit begrensd door de voorschriften die in hoofdstuk 10.1 van de Awb staan over mandaten. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat mandaat niet strekt tot de afdoening van bezwaarschriften tegen een eerder krachtens mandaat genomen beslissing. Ook geldende wet- en regelgeving die specifiek betrekking hebben op de bevoegdheid die is gemandateerd kunnen een mandaat beperken. Het mandaat is immers geen excuus om de wet te overtreden. Daarnaast geldt dat een mandaat niet mag worden uitgeoefend als het te nemen besluit ingrijpende politieke of maatschappelijke gevolgen heeft. Dan moet het besluit worden genomen door het orgaan dat het mandaat heeft verleend. Een besluit zou gevoelig kunnen zijn als er uitgebreide aandacht in de media voor is, of als verschillende belangengroepen die zich actief met het onderwerp bezighouden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemandateerde de gevolgen van een te nemen besluit te overzien en zich af te vragen of hij er, gezien de omstandigheden, verstandig aan doet dit besluit in mandaat te nemen. Tenslotte is de gemandateerde gebonden aan de bestaande financiële ruimte, met andere woorden: een ter uitvoering van het mandaat genomen beslissing mag niet leiden tot overschrijding van het budget. Deze beperkingen zijn opgenomen in het algemene deel van het Mandaatregister. § 5 Overige voorschriften bij een mandaatbesluit Het mandaatbesluit dient te verwijzen naar het toepasselijke voorschrift (bijvoorbeeld een wet of een verordening). Uit het mandaatbesluit moet ook duidelijk blijken welke bevoegdheden zijn gemandateerd, zodat de reikwijdte van het mandaat voor buitenstaanders, zoals de burger maar ook de rechter duidelijk is. Het mandaat kan hiervoor verwijzen naar de artikelen van de regeling waarin de gemandateerde bevoegdheid is opgenomen, of er kan een zo exact mogelijke omschrijving van deze bevoegdheden in het mandaatbesluit worden opgenomen. Het mandaat wordt verleend aan een functionaris en niet aan een persoon. Dit heeft als voordeel dat bij vertrek van de betreffende persoon het mandaat niet behoeft te worden gewijzigd. Voorbeeld: De heer Jansen is teammanager Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Het mandaat dient in dit geval aan de teammanager Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving te worden verleend, en niet aan de heer Jansen. Alleen de teammanager en de directie (bij personeelsbevoegdheden) mogen ondermandaat verlenen. Iemand die een ondermandaat heeft gekregen, mag dat niet zelf verder doorgeven. Bovendien geldt een ondermandaat alleen als het is opgenomen in deel 2 van het Mandaatregister. Deze voorschriften staan in artikel 4 van hoofdstuk 1 en zijn bedoeld om zich te houden aan de ondermandatering. Een teammanager die ondermandaat wil verlenen dient daarom eerst contact op te nemen met zijn of haar juridisch consulent. Als een nieuw mandaatbesluit is genomen, moet het worden bekend gemaakt. Dat gebeurt door publicatie in het (digitale) Gemeenteblad. Om te garanderen dat alle mandaatbesluiten gepubliceerd worden, moet een afschrift van ieder mandaatbesluit aan het team Juridische Zaken gestuurd worden. Dit team zorgt dan voor publicatie en ook voor het opnemen van het mandaatbesluit in het Mandaatregister. Op deze manier blijft het Mandaatregister actueel. § 6 Modellen Voor het verlenen van een ondermandaat dient het in de bijlage opgenomen model te worden gebruikt. Bijlage 1 MODEL ONDERMANDAAT ONDERMANDAAT De teammanager van het team (teamnaam); gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en met in achtneming van het bepaalde in de algemene voorschriften van hoofdstuk 1 van het Mandaatregister gemeente Woerden 2022; besluit; I ……………..(functionaris) mandaat te verlenen tot het namens hem nemen van besluiten ter zake van ………………………… (omschrijving te mandateren bevoegdheid) II. het ondermandaat op te nemen in het Mandaatregister in Hoofdstuk ……………. (nr. Hoofdstuk)………… (naam hoofdstuk) in artikel ………..(nr. artikel), lid …...(nr.) III. aan de verlening van dit mandaat de volgende voorschriften te verbinden: a. een verder ondermandaat is niet toegestaan; b. brieven en besluiten ter uitvoering van een door het college verleend mandaat worden in de meervoudsvorm geredigeerd; c. Een ter uitvoering van het mandaat opgemaakt stuk wordt als volgt ondertekend: Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Woerden, (handtekening) (naam) (functie) IV. Dit besluit bekend te maken op de voorgeschreven wijze. Aldus besloten, d.d (datum) (naam) Teammanager (team)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.