Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2024Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2024 HOOFDSTUK1BEGRIPPEN Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Voorzieningen algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; algemene voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo 2015 en jeugdhulpvoorziening die vrij toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige en/of zijn ouders; andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; collectieve maatwerkvoorziening: maatwerkvoorziening die in collectieve vorm wordt verstrekt; maatwerkvoorziening: niet-vrij toegankelijke voorziening, op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo; individuele voorziening: jeugdhulpvoorziening, toegesneden op de jeugdige en/of zijn ouders en niet-vrij toegankelijk; Overig adl: algemene dagelijkse levensverrichtingen; dit zijn de dagelijks terugkerende basisverrichtingen die je moet doen om zelfstandig te kunnen blijven leven op een binnen de maatschappij fatsoenlijk geacht niveau; besluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of Besluit Jeugdwet, door het Rijk vastgesteld; bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wmo; cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; financiële tegemoetkoming: een forfaitair geldbedrag dat de cliënt krijgt om een voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren; fout: het onbedoeld onjuist handelen en daarmee oneigenlijk gebruik maken van maatwerkvoorzieningen, individuele voorzieningen of pgb als gevolg van onduidelijkheid, vergissing of onoplettendheid. fraude: het opzettelijk onjuist handelen, en daarmee handelen in strijd met de regelgeving, met het oogmerk op eigen of andermans (financieel) gewin. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Gebruikelijke hulp in relatie tot jeugdhulp is de dagelijkse verzorging en/of opvoeding die (pleeg)ouders/wettelijk vertegenwoordigers aan kinderen geacht worden te bieden; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo of aan jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet; hulpvrager: cliënt als bedoeld in de Wmo en jeugdige en/of zijn ouders als bedoeld in de Jeugdwet; ingezetene: cliënt die het hoofdverblijf heeft in de gemeente Assen op basis van feitelijk verblijf of inschrijving in de Basisregistratie persoonsgegevens (BRP). Een cliënt met een postadres in de gemeente Assen die feitelijk in een andere gemeente verblijft, wordt niet gezien als ingezetene van de gemeente Assen mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college, als bedoeld in dit artikel onder o; nadere regels: besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen; niet-integer handelen: misbruik maken van voorkennis, persoonlijke en medische informatie van cliënten. Zich laten beïnvloeden in zijn oordeel als gevolg van een persoonlijke relatie, sociale status, uiterlijk, sekse en bevolkingsgroep. Iemand te bewegen door bedreiging, het aanbieden van geld of diensten of andere voordelen, door het uitoefenen van lichamelijke of psychische druk, dan wel het hanteren van listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, met als doel een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of overeenkomst te verkrijgen op grond van de Wmo 2015 en/of Jeugdwet; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. Wmo, of als bedoeld in artikel 8.1.1 Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan cliënten dat hen in staat stelt een maatwerkvoorziening te betrekken of een jeugdige en/of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; pgb-aanbieder: een derde die in opdracht van een cliënt dan wel diens vertegenwoordiger of jeugdige en/of zijn ouders diensten die tot een maatwerk- dan wel individuele voorziening behoren uitvoert; pgb-beheerder, ook wel budgethouder: beheerder van pgb, dit kan zowel de cliënt als jeugdige en/of zijn ouders zelf zijn dan wel diens vertegenwoordiger; pgb-vertegenwoordiger: een door jeugdige en/of zijn ouders gemachtigd persoon die de aan het pgb verbonden taken uitvoert en toeziet op waarborging van de kwaliteit van de aan de maatwerk- of individuele voorziening verbonden taken; resultaat: het doel waartoe een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening wordt verstrekt; resultatenplan: weergave van het onderzoek naar noodzakelijk in te zetten hulp op het gebied van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, gezondheid en veiligheid; sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de hulpvrager een sociale relatie onderhoudt; verhuiskostenvergoeding: financiële tegemoetkoming bedoeld voor de kosten van het verhuizen naar een nieuwe woning. Dit kan ook gebruikt worden voor het inrichten van de nieuwe woning; vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; ZIN: zorg in natura. ZIN-aanbieder: rechtspersoon die jegens het college, op grond van de met aanbieder gesloten (raam-) overeenkomst, gehouden is een algemene voorziening, maatwerk- of individuele voorziening te leveren. Alle begrippen die in de verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo, Jeugdwet en Awb. Hoofdstuk2TOEGANG Artikel2.Toegang maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1. tot en met 2.3.5. van de Wmo en artikel 2.3. van de Jeugdwet bij nadere regels op welke manier in samenspraak met de hulpvrager wordt vastgesteld of hij voor een maatwerk- of individuele voorziening in aanmerking komt. Artikel3.Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. HOOFDSTUK3RESULTATEN Artikel4.Resultaten De maatschappelijke ondersteuning voor zover het gaat om diensten en jeugdhulp richt zich op de domeinen veilig (V), zelfredzaam (Z), meedoen (M) en gezond (G). De domeinen zijn verdeeld in de volgende hoofdresultaten: V1 Veilige huiselijke relatie in een gezin zonder kinderen V2 Veilig wonen Z1 Zelfstandig wonen Z2 Financiën op orde Z3 Omgang met instanties op orde Z4 Activiteiten dagelijks leven (ADL) op orde Schoon en leefbaar huis M1 Dagbesteding uitstroom (on)betaald werk M2 Dagbesteding naar onderwijs M3 Dagbesteding zinvolle daginvulling M4 Sociaal netwerk M5 Maatschappelijke participatie G1 Gezondheid G2 Verslaving G3 Gezond opgroeien/ opvoeden G4 Dyslexie De hoofdresultaten genoemd in lid 1 maken onderdeel uit van het resultatenplan. De afwegingskaders, toetsingscriteria en voorwaarden (waaronder venstertijden schoon en leefbaar huis) van de in dit artikel genoemde resultaten worden door het college vastgesteld in nadere regels. Voor schoon en leefbaar huis wordt gebruik gemaakt van het HHM-Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (met aanvulling 2022). Artikel5.Interventieniveaus Ondersteuning op de volgende interventieniveaus is vrij toegankelijk: Interventieniveau 1: universele preventie Interventieniveau 2: selectieve preventie Interventieniveau 3: kortdurende ondersteuning Ondersteuning op de volgende interventieniveaus kan vrij of niet vrij toegankelijk zijn: Interventieniveau 4: de ondersteuning die laagfrequent en bij een enkelvoudig te behalen resultaat ingezet wordt Ondersteuning op de volgende interventieniveaus is niet vrij toegankelijk: Interventieniveau 5: de ondersteuning die frequent wordt ingezet Interventieniveau 6: de ondersteuning die hoogfrequent wordt ingezet en waarbij bepaalde kenmerken van toepassing zijn Interventieniveau 7: de ondersteuning, exclusief verblijf, in de vorm van daghulp, dagbesteding, G1 gezondheid of Thuiswonen+ Interventieniveau 8: de ondersteuning die in combinatie met verblijf en 24 uur per dag wordt geboden. HOOFDSTUK4Maatwerk Wmo Artikel6.Criteria voor maatwerkvoorziening Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het gesprek als bedoeld in artikel 2.3.2., eerste lid van de Wmo een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2. van de Wmo, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk, naar vermogen, weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Als er recht op een maatwerkvoorziening bestaat, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de hier bovengenoemde criteria. Artikel6a.Gebruikelijke hulp Het college beoordeelt in hoeverre de persoon of de personen met wie de hulpvrager samenleeft, daadwerkelijk in staat is/zijn tot het verlenen van gebruikelijke hulp. Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor gebruikelijke hulp wordt geen maatschappelijke ondersteuning verleend. Ondersteuning wordt in kortdurende zorgsituaties (maximaal 3 maanden) als gebruikelijke hulp beschouwd als uitzicht op herstel dusdanig groot is dat ondersteuning daarna niet meer nodig is. In langdurige of chronische situaties zijn algemeen aanvaarde normen bepalend voor de vraag of sprake is van gebruikelijke hulp. Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen gebruikelijke hulp verwacht van een partner of ouder. Artikel6b.Gebruikelijke hulp bij het huishouden Partners, ouder(s), inwonende volwassen kinderen en huisgenoten, worden geacht naast hun reguliere bezigheden zoals een (fulltime) baan en/of studie gebruikelijke hulp te verlenen. In geval van fysieke afwezigheid van de huisgenoot van wie gebruikelijke hulp verwacht mag worden, kan het college een voorziening toekennen voor niet uitstelbare taken indien de betreffende huisgenoot gedurende enkele dagen en nachten per week aaneengesloten afwezig is en daardoor niet in staat is gebruikelijke hulp te verlenen. Bij hulp door minderjarige huisgenoten wordt onderzocht of het vermogen van het desbetreffende kind om huishoudelijk werk te verrichten toereikend is. Meegenomen wordt leeftijd, ontwikkelingsfase en psychosociaal functioneren van de jeugdige. Onder gebruikelijke hulp bij het huishouden verstaat het college in ieder geval regie voeren over het huishouden en het uitvoeren van huishoudelijke (schoonmaak)taken. Artikel6c.Gebruikelijke hulp bij begeleiding Onder gebruikelijke hulp bij begeleiding verstaat het college in ieder geval: het bieden van begeleiding op het gebied van maatschappelijke participatie; het begeleiden van de hulpvrager bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie en vrienden, de huisarts enzovoort; het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; het leren omgaan met derden. Artikel7.Voorwaarden en weigeringsgronden Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; indien de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan het moment van de melding zijn gemaakt; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend; indien de voorziening niet langdurig noodzakelijk is; Indien opzettelijk onjuiste informatie wordt verstrekt of opzettelijk informatie wordt verzwegen, met oogmerk om op oneigenlijke gronden een maatwerkvoorziening te verkrijgen of te doen verkrijgen; de gemeente verstrekt geen verhuiskostenvergoeding aan een Wlz-gerechtigde die gaat verhuizen naar een Wlz-instelling of een wooncomplex die uitsluitend toegankelijk is met een Wlz-indicatie. Het college weigert een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als: de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Assen, onverminderd hetgeen bepaald is in de Wmo over beschermd wonen en opvang; de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was; de voorziening voorzienbaar was, en van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij zelf maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt; Het college verstrekt geen woningaanpassing: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, aangezien de voorziening bedoeld is voor woningen die de eigenschappen hebben van een zelfstandige woonruimte, permanent bewoond worden, en als hoofdverblijf dienen. Dit geldt bovendien voor specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. Hierbij wordt wel een uitzondering gemaakt voor het bezoekbaar maken van een woning; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen betreft; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; ten behoeve van levensloopbestendige woongebouwen, die bij de nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen; indien de woning conform het van toepassing zijnde bouwbesluit al aan de noodzakelijk geachte specificatie moest voldoen. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, onder c. kan het college besluiten woningaanpassingen toe te kennen voor zover het elektrische deuropeners, het aanbrengen van drempelhulpen, hellingen of vlonders betreft. Als een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of tenzij de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Artikel8.Beschikking In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is en de specifieke afspraken hierover. Het resultatenplan maakt integraal onderdeel uit van de beschikking; de ingangsdatum en duur van de verstrekking; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van pgb vermeldt de beschikking in aanvulling op het vermelde onder lid 2: welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe dit tot stand is gekomen; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Artikel9.Pgb Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het persoonsgebonden budget uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken of; personen die aangemerkt zijn als ZZP-er (zelfstandige zonder personeel). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het persoonsgebonden budget uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door: personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt. De hoogte van een pgb: wordt mede bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende voorziening in natura; De hoogte van het pgb tarief voor formele hulp bedraagt voor: Schoon en leefbaar huis € 34,91 per uur Schoon en leefbaar huis met overname regie € 35,45 per uur Z1 Zelfstandig wonen, Z2 Financiën op orde, Z3 Omgang met instanties op orde, Z4 Activiteiten dagelijks leven (ADL) op orde, M4 Sociaal netwerk, M5 Maatschappelijke participatie, G1 Gezondheid en G2 Verslaving € 51,36 per uur M1 Dagbesteding uitstroom (on)betaald werk € 42,98 per dagdeel M2 Dagbesteding naar onderwijs € 74,42 per dagdeel M3 Dagbesteding zinvolle daginvulling € 36,80 per dagdeel M4 Sociaal netwerk in de vorm van logeren op interventieniveau 8 € 231,28 per etmaal G3 Time-out 90% van het vergelijkbare alternatief in natura G3 Begeleid kamerwonen 18+ € 77,45 per etmaal V2 Veilig wonen in de vorm van beschermd wonen € 5.349,39 per maand. Dit is inclusief een vergoeding voor huisvesting (NHC) V2 Veilig wonen in de vorm van thuiswonen+ € 2.959,83 per maand. Dit is exclusief een vergoeding voor huisvesting (NHC). Bovenstaande bedragen zijn inclusief vervoer. De hoogte van het pgb voor informele hulp voor: Schoon en leefbaar huis is € 20,40 per uur inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde verlofuren Z1 Zelfstandig wonen, Z2 Financiën op orde, Z3 Omgang met instanties op orde, Z4 Activiteiten dagelijks leven (ADL) op orde, M4 Sociaal netwerk, M5 Maatschappelijke participatie, G1 Gezondheid en G2 Verslaving is € 24,40 inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde verlofuren. M1 Dagbesteding uitstroom (on)betaald werk, M2 Dagbesteding naar onderwijs, M3 Dagbesteding zinvolle daginvulling is € 23,29 per dagdeel M4 Sociaal netwerk in de vorm van logeren op interventieniveau 8 is € 167,03 per etmaal V2 Veilig wonen in de vorm van beschermd wonen is € 3.477,10 per maand V2 Veilig wonen in de vorm van thuiswonen+ is € 1.923,89 per maand.Het college bepaalt bij nadere regels welke voorwaarden gesteld worden aan de verstrekking van een pgb, waaronder de voorwaarden voor het betrekken van ondersteuning van een persoon die behoort tot het sociale netwerk en de voorwaarden die verbonden zijn aan een pgb-beheerder/vertegenwoordiger. Artikel10.Pgb en financiële tegemoetkoming hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen De hoogte van een pgb voor hulpmiddelen wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura. De hoogte van een pgb voor een niet elektrisch hulpmiddel wordt bepaald op basis vanmaximaal de huurprijs inclusief reparatie en onderhoud van de goedkoopst compenserende voorziening in natura maal zeven jaar. Indien een voorziening met een lagere prijs aangeschaft wordt, kan 25% van deze aanschafprijs bij het bedrag opgeteld worden tot het maximum van het pgb bereikt is. De hoogte van een pgb voor een elektrisch hulpmiddel wordt bepaald op basis vanmaximaal de huurprijs inclusief reparatie, verzekering en onderhoud van de goedkoopst compenserende voorziening in natura maal vijf jaar. Indien een voorziening met een lagere prijs aangeschaft wordt, kan 25% van deze aanschafprijs bij het bedrag opgeteld worden tot het maximum van het pgb bereikt is. Het college verstrekt op aanvraag een forfaitair bedrag ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie waarmee de cliënt wordt geacht de voorziening aan te schaffen of de hulp te organiseren. Dit bedraagt voor: gebruik eigen auto: maximaal € 412,- per jaar gebruik taxi: maximaal € 4.773,- per jaar gebruik rolstoeltaxi: maximaal € 6.190,- per jaar verhuiskostenvergoeding of het op verzoek van het college ontruimen van de woonruimte: 1, 2 of 3 persoonshuishouden: maximaal € 2.362,- inclusief btw 4 of meerpersoonshuishouden: maximaal € 2.646,- inclusief btw huurderving en tijdelijke huisvesting: begrensd door de maximale rekenhuur, zoals gesteld onder de voorwaarden voor huurtoeslag onderhoud traplift: maximaal € 180,42 excl. btw per jaar woningsanering (vervanging vloerbedekking in noodzakelijke verblijfsruimtes) bedraagt maximaal € 18,- (incl. btw) per m². Het pgb per m² hangt af van de leeftijd van de huidige vloerbedekking volgens de volgende staffel: 0-2 jaar oud: 100% 3-4 jaar oud: 75% 5-6 jaar oud: 50% 7-8 jaar oud: 25%. De hoogte van een pgb voor vervoersvoorzieningen wordt bepaald voor: Een niet elektrisch verplaatsingsmiddel: maximaal de huurprijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura maal zeven jaar. Voor een kostprijs lager dan hiervoor genoemd geldt de kostprijs plus een opslag van 25% voor onderhoud en reparatie begrensd door het pgb. Een elektrisch verplaatsingsmiddel: maximaal de huurprijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura maal vijf jaar. Voor een kostprijs lager dan hiervoor genoemd geldt de kostprijs plus een opslag van 25% voor onderhoud, reparatie en verzekering begrensd door het pgb. Een al dan niet aangepast gesloten gehandicaptenvoertuig: op basis van de goedkoopst compenserende optie van twee offertes. Aanschaf of een aanpassing van een eigen auto: op basis van de goedkoopst compenserende optie van twee offertes. De voorwaarden en toetsingscriteria worden door het college vastgesteld in nadere regels. Aanschaf van een reeds aangepaste auto: op basis van de oorspronkelijke offerte van de aanpassing minus de afschrijvingstermijn van deze aanpassing. Of op basis van de kostprijs van de aangepaste auto minus de gemiddelde kostprijs van 2 auto’s zonder aanpassing van hetzelfde merk, type, bouwjaar en met een vergelijkbare kilometerstand. De hoogte van het pgb voor woonvoorzieningen wordt bepaald voor: Een bouwkundige of woontechnische voorziening: op basis van de goedkoopst compenserende optie van twee offertes. Een niet-bouwkundige of niet-woontechnische voorziening: maximaal de huur- of kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura. Traplift: maximaal de kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura. Uitraasruimte: op basis van de goedkoopst compenserende optie van twee offertes. Het bezoekbaar maken van woonruimte: op basis van de goedkoopst compenserende optie van twee offertes of op basis van de kostprijs van de voorziening in natura. Het bedrag per woning is maximaal € 2.500 incl. btw. Artikel11.Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen in natura of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, in natura zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt . De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb is gelijk aan de kostprijs, tot aan het in artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 genoemde bedrag, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. In geval van samenloop van een dienst en een zaak wordt de bijdrage geïnd op de maatwerkvoorziening die het langst loopt. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: huurderving; tijdelijke huisvesting; de maatwerkvoorzieningen opgenomen in artikel 3.8, derde lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik kan maken. Voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer is een cliënt een reizigersbijdrage verschuldigd ter hoogte van het voltarief voor het reizen met de OV-chipkaart in de bus in Drenthe en Groningen. De kostprijs van een: algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel12.Vrijstelling bijdrage in de kosten Het college kan tijdelijk vrijstelling geven in de bijdrage van de kosten voor een maatwerkvoorziening. De voorwaarden en toetsingscriteria voor deze tijdelijke vrijstelling worden door het college vastgesteld in nadere regels. Artikel13.Waardering mantelzorgers Het college bepaalt bij nadere regels waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. Artikel14.Cliëntondersteuner Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op onafhankelijke, kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wmo en artikel 2.3 van de Jeugdwet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. HOOFDSTUK5Maatwerk jeugd Artikel15.Voorwaarden en weigeringsgronden voor individuele voorzieningen Jeugdige en/of zijn ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover: zij op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag; zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door gebruik te maken van een andere voorziening. Geen individuele voorziening wordt verstrekt: indien de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt; indien het een voorziening betreft die de jeugdige en/of zijn ouders na de aanvraag en vóór datum van besluit heeft/hebben gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria, zoals genoemd in het eerste lid, of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen. Artikel15a.Gebruikelijke hulp ouders voor kinderen Indien sprake is van gebruikelijke hulp, verstrekt het college geen jeugdhulp. Van gebruikelijke hulp is sprake als de hulp valt onder de zorgplicht van ouders voor hun kinderen zoals volgt uit artikel 247 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De wetgever verstaat onder de zorgplicht in ieder geval de volgende acht kernpunten van goed ouderschap: een onvoorwaardelijke toewijding continuïteit in de opvoedingsrelatie verzorging en zorg voor lichamelijk welzijn opvoeding tot zelfstandigheid en sociale en maatschappelijke participatie het organiseren en monitoren van de opvoeding in het gezin, op school en in het publieke domein zorgdragen voor de vorming van de afstammingsidentiteit van het kind zorgdragen voor contact- en omgangsmogelijkheden met voor het kind belangrijke personen een veilige opvoedsituatie van het kind. Bij de beoordeling wordt de in lid 4 van dit artikel opgenomen richtlijn ‘gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel per leeftijd’ als uitgangspunt gehanteerd. Gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel per leeftijd: Kinderen van 0 tot 3 jaar Hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij toiletgang; hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur per week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tandenpoetsen; hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeel ook. Ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Artikel15b.Eigen kracht van de ouders Ook indien sprake is van boven gebruikelijke hulp verstrekt het college geen voorziening voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders toereikend zijn. Voor het beoordelen van de eigen mogelijkheden van ouders moet een aantal factoren worden onderzocht, die kunnen worden samengevat in de volgende vragen. Na de beantwoording van deze vragen, maakt het college een afweging of de eigen kracht van de ouders de verstrekking van een voorziening overbodig maakt. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? Ontstaan er financiële problemen in het gezin door het bieden van hulp? Het college hanteert bij het beoordelen van deze vraag de volgende uitgangspunten: er ontstaan geen financiële problemen als het gezinsinkomen niet wijzigt door het bieden van hulp door ouders als het gezinsinkomen wijzigt door het bieden van hulp door ouder(s), moeten ouders aannemelijk maken dat er financiële problemen ontstaan een voorziening voor jeugdhulp is niet bedoeld als inkomen voor de ouders. Artikel16.Afstemming met andere voorzieningen Overgang naar volwassenheid. Het college draagt zorg dat voor jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken en ook na hun 18e verjaardag een ondersteuningsvraag hebben tijdig afstemming plaatsvindt welke andere voorzieningen benodigd zijn. In het geval er sprake is van verlengende jeugdhulp vindt de afstemming op latere leeftijd, maar altijd tijdig plaats. Het college draagt zorg dat in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en/of zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder een andere voorziening valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Afstemming gezondheidszorg. Het college draagt zorg dat wanneer het een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars. Het college draagt zorg dat in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en/of zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Afstemming langdurige zorg. Het college draagt zorg dat het de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening. Afstemming maatschappelijke ondersteuning. Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na de 18e verjaardag voortgezet moet worden onder de Wmo, de continuïteit gewaarborgd wordt. Zo nodig wordt een besluit hiertoe (mede) voorbereidt. Artikel17.Beschikking In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening, wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is en de specifieke afspraken hierover. Het resultatenplan maakt integraal onderdeel uit van de beschikking de ingangsdatum en duur van de verstrekking. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van pgb vermeldt de beschikking in aanvulling op het vermelde onder lid 2: welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe dit tot stand is gekomen; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Artikel18.Pgb De hoogte van een pgb: wordt mede bepaald aan de hand van een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende individuele voorziening in natura. De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt: Z1 Zelfstandig wonen, Z2 Financiën op orde, Z3 Omgang met instanties op orde, Z4 Activiteiten dagelijks leven (ADL) op orde, M4 Sociaal netwerk, M5 Maatschappelijke participatie, G1 Gezondheid en G2 Verslaving € 51,36 per uur M1 Dagbesteding uitstroom (on)betaald werk € 42,98 per dagdeel M2 Dagbesteding naar onderwijs € 74,42 per dagdeel M3 Dagbesteding zinvolle daginvulling € 26,56 per dagdeel G1 Behandeling basis GGZ € 85,19 per uur G1 Behandeling specialistische GGZ, G1 medicatie controle en G2 behandeling verslaving € 93,90 per uur G3 Vaktherapie behandeling € 65,63 per uur G3 Ambulante gezinsbehandeling € 63,34 per uur G3 Verblijf met begeleiding € 142,57 per etmaal G3 Begeleid kamer wonen € 77,45 per etmaal G3 Gezinshuis € 154,22 per etmaal G3 Time-out 90% van het vergelijkbare alternatief in natura M4 Sociaal netwerk in de vorm van logeren op interventieniveau 8 € 231,28 per etmaal De in lid 2 genoemde bedragen zijn inclusief vervoer. De hoogte van het pgb voor informele hulp voor begeleiding is gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. De hoogte van het pgb voor informele hulp voor begeleiding is € 24,40 inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde verlofuren. De hoogte van het pgb voor informele hulp voor dagbesteding bedraagt € 23,29 per dagdeel. Het college bepaalt bij nadere regels welke voorwaarden gesteld worden aan de verstrekking van een pgb, waaronder de voorwaarden voor het betrekken van ondersteuning van een persoon die behoort tot het sociale netwerk en de voorwaarden die verbonden zijn aan een pgb-beheerder/vertegenwoordiger. Artikel19.Regeling bijzondere kosten Het college kan ten behoeve van de jeugdige een vervangende bijdrage ter beschikking stellen, als aan alle volgende criteria is voldaan: de kosten zijn noodzakelijk en bijzonder; er is sprake van een voogdijmaatregel of de jeugdige is onder toezicht gesteld en op grond van een machtiging uit huis geplaatst; voor deze kosten kan geen vergoeding op grond van een andere regeling worden verstrekt; de kosten zijn redelijkerwijs niet te verhalen op de onderhoudsplichtige ouders. De bijdrage zoals bedoeld in lid 1 wordt uitbetaald aan de voogd of de jeugdhulpaanbieder. De voogd of jeugdhulpaanbieder dient aan te tonen dat zij voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan. De gemeente kan nadere regels vaststellen over het ter beschikking stellen van de in het eerste lid genoemde bijdrage. Artikel19a.Regeling zak- en kleedgeld Het college kan ten behoeve van de jeugdige die verblijft in een jeugdhulpvoorziening, niet zijnde pleegzorg, zak- en kleedgeld ter beschikking stellen: zakgeld: voor jeugdige vanaf 6 jaar tot 12 jaar zak- en kleedgeld: voor jeugdigen ouder dan 12 jaar tot maximaal 23 jaar wanneer er sprake is van verlengde jeugdhulp. Bij een verzoek voor zak- en kleedgeld toont de jeugdhulpaanbieder aan dat zij voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan. De hoogte van het zakgeld en het zak- en kleedgeld wordt gebaseerd op de Nibud-norm. Het zakgeld en het zak- en kleedgeld wordt uitbetaald aan de jeugdhulpaanbieder. Artikel20.Vertrouwenspersoon Het college zorgt ervoor dat jeugdige en/of zijn ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Het college wijst jeugdige en/of zijn ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. HOOFDSTUK6Herziening, wijziging en terugvordering maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Artikel21.Herziening en intrekking De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015. De jeugdige en/of zijn ouders doen aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet of een pgb als bedoeld in artikel 8.1.1. van de Jeugdwet. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015 en/of artikel 2.3 of artikel 8.1.1. van de Jeugdwet herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat: de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders of de vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb is aangewezen; de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders niet voldoet aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb, of de cliënt of jeugdige en/of zijn ouders de maatwerk- of individuele voorziening of het pgb voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken voor zover blijkt dat het pgb niet is aangewend voor de bekostiging van de maatwerk- of individuele voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel22.Verzoek tot opschorting uitbetaling pgb Het college kan de Sociale verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo en/of 8.1.4 eerste lid onder a, d of e van de Jeugdwet. Artikel23.Terugvordering Als het college een beslissing op grond van artikel 21 lid 3 onder a van deze verordening heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en diegene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van ten onrechte genoten maatwerkvoorziening, individuele voorziening of pgb. Indien de aanbieder van pgb en/of ZIN op grond van de Wmo 2015 aantoonbaar opzettelijk ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldwaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb- en/of ZIN- aanbieder. Indien de aanbieder van pgb en/of ZIN op grond van de Jeugdwet aantoonbaar ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldwaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb- en/of ZIN-aanbieder. Het college kan tot terugvordering overgaan indien: vervallen; voor zover een cliënt het budget of een deel daarvan niet kan verantwoorden; de pgb- en/of ZIN-aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend; voor zover cliënt wist of heeft kunnen weten dat het pgb ten onrechte is betaald, dan wel de maatwerk- of individuele voorziening ten onrechte is verstrekt; het recht op een in eigendom verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken; het recht op een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken; een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is toegeëigend, vervreemd of verpand; een maatwerk- of individuele voorziening of pgb zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet. Hoofdstuk7Kwaliteit Artikel24.Kwaliteit Ten aanzien van de kwaliteit van voorzieningen geldt als uitgangspunt dat verantwoorde hulp wordt geboden. Hieruit volgt dat aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te verstrekken; de voorziening af te stemmen op de reële behoefte van de cliënt; de voorziening af te stemmen op andere vormen van zorg en ondersteuning die de cliënt ontvangt; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; de voorziening te verstrekken met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt; cliënt een passend leefklimaat te bieden en een fysieke leefomgeving die van goede kwaliteit is. Onder de in het eerste lid onder a genoemde begrippen wordt verstaan: veiligheid: de cliënt wordt correct en respectvol bejegend; de veiligheid van de cliënt en zijn systeem wordt gewaarborgd, zowel fysiek als mentaal; de aanbieder beperkt veiligheidsrisico's voor de cliënt; de aanbieder houdt toezicht op de veiligheid van de cliënt; de aanbieder weet hoe op te treden bij acuut onveilige situaties voor een cliënt; de privacy van de cliënt is geborgd; doeltreffendheid (het op een effectieve wijze leveren van hulp/ondersteuning): de aanbieder werkt resultaat gericht; de aanbieder heeft aandacht voor veranderingen in de situatie van de cliënt en speelt hier actief op in; de aanbieder meet en werkt aan cliënttevredenheid; de aanbieder is gericht op continue kwaliteitsverbetering van de ondersteuning/begeleiding/behandeling; doelmatigheid (het op een efficiënte wijze leveren van hulp/ondersteuning): de aanbieder werkt systematisch aan kwaliteit en voldoet aan de in de branche vigerende certificaten en kwaliteitskeurmerken; de aanbieder werkt zoveel mogelijk met bewezen effectieve interventies; de aanbieder werkt planmatig aan ondersteunings-/begeleidingsdoelen van cliënten; de aanbieder maakt gebruik van vakbekwame en deskundige medewerkers en heeft een verantwoord personeelsbeleid; de aanbieder stemt af met andere hulpverleners en betrokkenen in alle leefdomeinen; cliëntgerichtheid: de cliënt beschikt over keuzevrijheid, medezeggenschap en inspraak; de cliënt heeft de regie over zijn ondersteuningsbehoefte; er is duidelijkheid voor de cliënt over de reikwijdte van de ondersteuning; de cliënt heeft, indien aan de orde, duidelijkheid over continuïteit van de ondersteuning; de aanbieder werkt samen met de cliënt aan (perspectief zoekende en perspectief biedende) doelen; de aanbieder geeft cliënten de mogelijkheid om voor hun individuele belangen op te komen; de aanbieder draagt zorg voor de behartiging van gemeenschappelijke belangen van cliënten; de aanbieder waarborgt de privacy van cliënten; de aanbieder beschikt over een klachtenprocedure; cliënten hebben en kennen de mogelijkheid om klachten te uiten. De in dit artikel genoemde kwaliteitseisen: veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid, gelden ook voor ondersteuning die geboden wordt op grond van een pgb. Hierbij geldt dat: de kwaliteit van de met het pgb ingekochte formele hulp minimaal aan de kwaliteitseisen voldoet die het college stelt aan aanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren; er aangepaste kwaliteitseisen gelden voor informele hulp die met het pgb wordt ingekocht. Het college stelt deze eisen vast in nadere regels. Bij de beoordeling of een voorziening in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt, kunnen de doelmatigheidscriteria zoals benoemd in dit artikel, een rol spelen. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel25.Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de voorziening stelt het college een reële prijs vast voor het leveren van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo. Deze geldt als ondergrens voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en voor het aangaan van een overeenkomst met de derde. Het college baseert de reële prijs voor door derden te leveren diensten of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht, waaronder de loonkosten en overige kosten voortvloeiend uit de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst, de kosten van wettelijke verplichtingen verbonden aan het leveren van een dienst; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; reis- en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; overige kosten als gevolg van gemeentelijke verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren hulpmiddelen, in ieder geval rekening met: de marktprijs van het hulpmiddel en de eventuele extra taken die van de leverancier worden gevraagd zoals: aanmeten, leveren en plaatsen van het hulpmiddel; onderhoud van het hulpmiddel; verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. Hoofdstuk8Toezicht en handhaving Artikel26.Toezicht en handhaving Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze toezicht wordt gehouden op de rechtmatigheid en integere uitvoering van maatwerk- en individuele voorzieningen (Wmo 2015 en Jeugdwet). Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze toezicht wordt gehouden op de kwaliteit en doelmatigheid van maatwerkvoorzieningen (Wmo 2015). Voor de uitvoering van het toezicht als bedoeld in lid 1 en lid 2 wijst het college toezichthoudende ambtenaren aan. Een toezichthoudend ambtenaar belast met het toezichthouden op de rechtmatigheid kan tevens worden aangesteld als buitengewoon opsporingsambtenaar. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze wordt gehandhaafd indien er sprake is van niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen, onrechtmatigheid, niet integer handelen, fouten of fraude. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze rapporten van bevindingen opgesteld door een toezichthoudend ambtenaar over de kwaliteit van maatwerkvoorzieningen verstrekt op grond van de Wmo 2015 openbaar worden gemaakt. Artikel27.Controle maatwerk- of individuele voorzieningen en pgb's Het college onderzoekt periodiek - al dan niet op basis van een vooraf vastgesteld programma, signalen en/of steekproefsgewijs - het gebruik van maatwerk- en individuele voorziening en pgb's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Het college monitort het gebruik van maatwerk- en individuele voorzieningen en pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen. Artikel28.Tegengaan oneigenlijk gebruik Het college spant zich in om fouten bij het gebruik van een maatwerk- of individuele voorziening of pgb te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval de volgende activiteiten: Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordigers en aanbieders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen of uitvoeren van een maatwerk- of individuele voorziening of pgb's zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van maatwerk of individuele voorziening of pgb. Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met andere gemeenten, organisaties die zich ook bezighouden met de kwaliteit, het tegengaan van niet integer handelen, fouten en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen. Het college verricht zo nodig onderzoek bij zorgverleners van maatwerk-, algemene of individuele voorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Assen hebben of die ondersteuning verlenen op grond van een pgb aan cliënten. Deze partijen zijn verplicht om (kosteloos) hun medewerking te verlenen. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, (accountants)controles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. Het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in artikel 26 worden nagekomen. Artikel29.Meldpunt kwaliteit en rechtmatigheid Het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over onvoldoende kwaliteit, oneigenlijk gebruik, niet integer handelen en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de Wmo 2015 en Jeugdwet. HOOFDSTUK9CALAMITEITEN EN GEWELD Artikel30.Meldingsregeling calamiteiten en geweld Voor maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo: treft het college een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan; melden aanbieders iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar; onderzoekt de toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de Wmo, de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Hoofdstuk10Klachten, medezeggenschap en inspraak Artikel31.Klachtregeling Het college behandelt klachten van cliënten of jeugdige en/of zijn ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen of aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de regeling afhandeling klachten. Indien cliënten of jeugdige en/of zijn ouders niet tevreden zijn over de afhandeling van de klacht door het college dan kan de klacht worden voorgelegd aan de Gemeentelijke Ombudsman. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een periodiek cliëntervaringsonderzoek. Het college neemt in de contracten met aanbieders op dat de aanbieders een effectieve en laagdrempelige klachtregeling moeten hebben voor de behandeling van klachten van cliënten of jeugdige en/of zijn ouders ten aanzien van gedragingen van de aanbieder jegens hen. Klachten als bedoeld in het eerste lid moeten door cliënten of jeugdige en/of zijn ouders zonder financiële bijdrage kunnen worden ingediend. Artikel32.Medezeggenschap Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel33.Betrekken van inwoners bij het beleid Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Het college stelt ingezetenen, en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid. HOOFDSTUK11Slotbepalingen Artikel34.Intrekking oude verordening en overgangsrecht Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2016 wordt ingetrokken. Cliënten of jeugdigen en/of hun ouders houden recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2016 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Het nieuwe besluit wordt genomen met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2016, geschiedt op grond van die verordening. Deze behoudt ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht. Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van cliënten of jeugdigen en/of hun ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.