← Nederland

Verordening van de raad van Waalwijk regelende de heffing en invordering van leges 2024 (Waalwijk)

Verordening van de raad van Waalwijk regelende de heffing en invordering van leges 2024De raad van de gemeente Waalwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet

2. voor het behandelen op de omgevingstafel voorzover van toepassing, complexe strijdigheid met omgevingsplan € 2.500,

per in te schakelen (externe) adviseur verhoogd met: € 250,

Artikel 2

.4.1 Andere in dit hoofdstuk opgenomen diensten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, wordt, indien in het kader van een omgevingsoverleg een andere in dit hoofdstuk opgenomen dienst dient te worden uitgevoerd, het tarief voor het omgevingsoverleg vermeerderd met de leges zoals vermeld in deze tarieventabel voor die betreffende dienst of diensten. Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten € 0 tot € 25.000 bedragen: 1,3% - van de bouwkosten, met een minimum van: € 200,

b. indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: 1,18% - van de bouwkosten, met een minimum van: € 325,

c. indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: 0,8% - van de bouwkosten, met een minimum van: € 619,

d. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 2.500.000 bedragen: 1,06% - van de bouwkosten, met een minimum van: € 1.819,

e. indien de bouwkosten € 2.500.000 of meer bedragen: 0,81% - van de bouwkosten, met een minimum van: € 26.256,

en een maximum van: € 400.000 - Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  1. voor een omgevingsplanactiviteit waarbij sprake is van een bouwactiviteit a. indien de bouwkosten € 0 tot € 25.000 bedragen: 3,90% 3,75% van de bouwkosten, met een minimum van: € 500,00 € 500,00 b. indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: 3,53% 3,25% van de bouwkosten, met een minimum van: € 975,00 € 937,50 c. indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: 2,40% 1,75% van de bouwkosten, met een minimum van: € 1.856,00 € 1.750,00 d. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 2.500.000 bedragen: 3,19% 2,80% van de bouwkosten, met een minimum van: € 5.456,00 € 4.375,00 e. indien de bouwkosten € 2.500.000 of meer bedragen: 2,44% 1,80% van de bouwkosten, met een minimum van: € 78.768,00 € 68.775,00 en een maximum van: € 400.000,00 € 400.000,00
  2. De tarieven genoemd onder lid 1 worden in voorkomende gevallen verhoogd als volgt: a. als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met: € 118,35 -
  3. Onverminderd de voorgaande onderdelen van dit artikel wordt indien sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) het tarief verhoogd met: a. indien de aanvraag is voorafgegaan door een omgevingsoverleg zoals bedoeld in artikel 2.4:
  4. voor activiteiten die overeenkomen met de gevallen zoals deze zijn opgenomen en opgesomd in bijlage A: € 641,25 € 673,30
  5. voor overige activiteiten die niet overeenkomen met de gevallen zoals genoemd onder 1: € 7.079,30 € 7.433,25 b. Indien de aanvraag niet is voorafgegaan door een omgevingsoverleg zoals bedoeld in artikel 2.4 worden de tarieven genoemd in het voorgaande lid vermeerderd met de tarieven zoals opgenomen in artikel 2.4: € 1.000,

Artikel 2

.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit € 652,75 € 646,30 Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten

  1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke Erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1˚ voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument danwel het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:: € 230,70 € 228,45
  2. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke Erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Indien de activiteit bestaat uit maatregelen ter verduurzaming van het monument als bedoeld in bijlage 1 van deze tarieventabel, vinden de leges onder lid 2.8.1.a van dit artikel geen toepassing. (Groene leges) € 0,00 Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument danwel het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 462,00 € 457,45 b. Indien de activiteit bestaat uit maatregelen ter verduurzaming van het monument als bedoeld in bijlage 1 van deze tarieventabel, vinden de leges onder lid a van dit artikel geen toepassing. € 0,00 Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht (gereserveerd) Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed (gereserveerd) Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
  3. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in het omgevingsplan of paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.591,

  1. In afwijking van 2.12 lid 1 als het gaat om een activiteit voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem is een tarief verschuldigd van: € 1.036,40 - Artikel 2.13 Overige milieubelastende activiteiten (afdeling 3.2 tot en met 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.886,50 - b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: € 7.125,25 - c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: € 9.716,25 - Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit (gereserveerd) Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 530,40 - Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven (gereserveerd) Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde (gereserveerd) Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.242,89 € 1.128,60 Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 108,75 € 107,70 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 435,20 € 430,90 Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit: € 285,55 € 282,75 en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: b. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 994,50 - Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: Alarminstallatie (gereserveerd) Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 108,75 € 107,70 Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame (gereserveerd) Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg] GERESERVEERD Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (gereserveerd) Artikel 2.34a Omgevingsplanactiviteit: Geluidwaarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit betreffende het vaststellen van een hogere geluidwaarde als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving € 1.500,00 € 1.185,00 Artikel 2.34b Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 1.060,80 € 269,30 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
  2. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 530,40 € 269,30
  3. voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 1.060,80 € 269,30 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
  4. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  5. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  6. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
  7. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 530,40 - b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 530,40 - Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
  8. Bij een aanvraag om maatwerkvoorschrift(-en) of een vergunningvoorschrift krachtens artikel 4.5 van de Omgevingswet bedraagt het tarief bij a. één maatwerkvoorschrift: € 2.591,

b. twee of meer maatwerkvoorschriften, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid, de som van het tarief onder a en per extra maatwerkvoorschrift: € 1.295,50 - Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 530,40 - Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: € 530,40 - b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief: € 530,40 - c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief: € 2.591,

d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c: € 530,40 - Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 530,40 - Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit: € 2.591,

Artikel 2

.42 Intrekken omgevingsvergunning (gereserveerd) Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens (gereserveerd) Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of van het nemen van een ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 12.000,00 € 12.325,20 Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 271,95 - Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 10,00% 10,00% met een minimum van € 100,00 en een maximum van € 1.000,00 Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 3.238,75 - b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.060,80 - c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 1.060,80 - Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. een milieukundig bodemrapport: € 473,48 € 250,00 b. een archeologisch bodemrapport: € 473,48 € 250,00 c. een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: € 473,48 € 250,00 d. een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: € 473,48 € 250,00 e. een ecologisch onderzoeksrapport: € 473,48 € 250,00 f. een milieueffectrapportage (MER): € 8.246,48 - g. Een verkeer- en parkeeronderzoek € 473,48 € 250,00 h. Onderzoek EV € 265,20 € 250,00 i. een aanmeldnotitie MER € 265,20 € 250,00 j. een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (Goflo) € 265,20 € 250,00 k. een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 265,20 € 250,00 Artikel 2.50 Advies

  1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 296,20 € 296,20 b. voor elk advies van de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € 252,50 € 250,00 c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op het aspect monumenten € 252,50 € 250,00 d. voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen € 825,00* € 1.016,40 e. voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen en hiertoe een bedrijfsbezoek wordt afgelegd € 890,00* € 1.098,95 f. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
  2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Advies met instemming
  3. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a. het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
  4. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg
  5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: 100% van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.
  6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag (gereserveerd) Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% - van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 75% € 269,30 van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, waarbij het minimale bedrag aan leges van € 256,50 blijft verschuldigd Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% - van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 25% - van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen dertien weken na de indiening van de aanvraag: 50% - van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf dertien weken na de indiening van de aanvraag: 25% - van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 5% - van de verschuldigde leges voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 5% - van de verschuldigde leges voor de activiteit waarvoor de aanvraag is geweigerd, waarbij een minimaal bedrag aan leges van € 384,60 blijft verschuldigd b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
  7. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 50,00 wordt niet teruggegeven. HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: € 333,20 € 317,30 b. Een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet (inclusief uittreksel inschrijving Kamer van Koophandel) € 367,65 € 350,10 c. Het aanbrengen van wijzigingen van een in dit hoofdstuk genoemde vergunning € 113,10 € 107,70 d. Een ontheffing als bedoeld in art. 35 van de Alcoholwet € 113,10 € 107,70 e. Het wijzigen van een ontheffing genoemd in artikel 3.1 € 113,10 € 107,70 f. Voor een aanvraag uit artikel 3.1 die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.2 Vergunning seksbedrijf
  8. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf: € 1799,30 € 1713,60 b. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a: € 1799,30 € 1713,60 c. voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 1799,30 € 1713,60
  9. Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend. Artikel 3.3 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: a. Het beheer in een seksinrichting of een escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3.15, 2e lid van de APV € 909,15 € 865,85 b. De duur van de vergunning (jaarlijkse verlenging) € 763,25 € 726,90 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.4 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet, het overdragen van een toestemming om een ontheffing aan een ander, of het intrekking van een bedoelde ontheffing € 113,10 € 107,70 Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.5 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. Voor een evenement tot 350 bezoekers (klein evenement) € 169,65 € 161,55 b. Voor een evenement tot 350 bezoekers, passend binnen de voorwaarden van art 2.25 lid 2 APV (melding) € 0,00 € 0,00 c. Voor een evenement met 350 tot 1600 bezoekers € 299,95 € 285,65 d. Voor een evenement boven 1600 bezoekers € 599,80 € 571,20 e. Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend. f. Indien de aanvraag als bedoeld in artikel 3.2.1 wordt aangevraagd minder dan 10 werkdagen voor de datum van het evenement, worden de volgens dit hoofdstuk verschuldigde leges verhoogd met 25% 25% Artikel 3.6 gereserveerd Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.7 gereserveerd Artikel 3.8 gereserveerd Artikel 3.9 Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om, en voor het wijzigen/overschrijven van, een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: € 113,10 € 107,70 Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Artikel 3.10 Vergunning onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: € 314,25 € 299,25; Artikel 3.11 Vergunning samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b,van de Huisvestingswet 2014: € 314,25 € 299,25; Artikel 3.12 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c,van de Huisvestingswet 2014: € 314,25 € 299,25 Artikel 3.13 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014: € 314,25 € 299,25 Artikel 3.14 Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerst lid van de Huisvestingswet 2014: € 254,50 € 242,35 Artikel 3.15 intrekking aanvraag vergunning splitsen/onttrekken/samenvoegen/omzetten Voor een aanvraag die voor het einde van de behandeltermijn wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend. Artikel 3.17 aanvraag na activiteit Onverminderd het bepaalde in deze titel, bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit: van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. 150% 150% Paragraaf 3.8 Kinderopvang Artikel 3.18 Kinderopvang a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een kindcentrum als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek door de GGD benodigd is € 787,50 € 750,00 b.Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor bieden van een voorziening voor gastouderopvang(door gastouders) als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek van de GGD benodigd is € 262,50 € 250,00 c. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het in exploitatie nemen van een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang, waarvoor een onderzoek door de GGD benodigd is € 682,50 € 650,00 d. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een mededeling van wijziging inzake het bieden van een voorziening voor gastouderopvang indien een reeds geregistreerde voorziening voor gastouderopvang op een ander adres op gaat vangen en er sprake is van een verkort inspectiebezoek € 210,00 € 200,00 Paragraaf 3.8 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 113,10 € 107,70 Behorende bij raadsbesluit van 21 december 2023 De griffier van Waalwijk, Jeske W.M. Louer Bijlage 1: Lijst verduurzamende maatregelen monumenten, zoals bedoeld in artikelen 2.8 en 2.9 van de tarieventabel (‘groene leges’) Tot de verduurzamende maatregelen worden gerekend: a. Isolatie van dak, gevel, spouwmuur en vloer b. Isolatieglas c. Warmtepomp, bron: bodem, lucht of gevel d. Warmtepompboiler/combinatiewarmtepomp e. WTW voor ventilatie f. Zonnepanelen g. Zonnecollectoren/zonneboiler h. LTV (lage temperatuur verwarming) i. Douche WTW j. Vraag-/druk-/CO2 gestuurde ventilatieroosters k. Groen dak l. Overige maatregelen die naar het oordeel van het College aantoonbaar bijdragen aan de beperking van de energievraag ofwel vermindering van de CO2-uitstoot ofwel bijdragen aan klimaatadaptatie. Categorie 1: bouwactiviteit in afwijking van een toebedeelde functie Reikwijdte 1.1 Het verrichten van een bouwactiviteit in strijd met de op grond van het geldende omgevingsplan toebedeelde functie met uitzondering van: Bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan binnen bestaand stedelijk gebied, zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende Omgevingsverordening Noord-Brabant; Bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan buiten bestaand stedelijk gebied, zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende Omgevingsverordening Noord-Brabant, met een hoogte van maximaal 5 m of een oppervlakte van maximaal 150 m2; Bouwwerken, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk met een maximale hoogte van 10 meter en een oppervlakte van maximaal 50 m2; Een antenne-installatie niet hoger dan 40 meter; Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening voor zover het betreft: een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, water- of luchtverkeer: niet hoger dan 5 meter en minder dan 50 m² oppervlakte Toelichting begripsbepalingen en wijze van meten Voor de toepassing van in de hele lijst gebruikte begrippen wordt aangesloten bij de begripsbepalingen zoals die in de betreffende wetgeving en bestaande jurisprudentie zijn opgenomen, tenzij de specifieke artikelsgewijze daar van afwijkt. Artikelsgewijze toelichting Ad. 1.1 Aangewezen voor advies van de raad zijn het bouwen, aanleggen, realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde (in strijd met de op grond van het geldende omgevingsplan toebedeelde functie). Hieronder wordt in ieder geval begrepen bebouwing ten behoeve van een of meerdere woningen, bedrijven, horeca, detailhandel, dienstverlening, energievoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen (zoals educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, welzijnsvoorzieningen). En daarnaast het oprichten of uitbreiden van nieuwe opstellingen van zonnevelden, windturbines (zowel in aantal turbines als in de hoogte daarvan) en andere installaties voor duurzame energie zoals biomassavergisting. De opgenomen uitzonderingen zijn gebaseerd op de Kruimellijst en sluiten daarmee aan bij de bestaande situatie onder de Wabo. Bijbehorende bouwwerken en uitbreidingen daarvan met een bepaalde hoogte of oppervlakte buiten bestaand stedelijk gebied zijn aangewezen. De bepaling van hoogte en oppervlakte geldt afzonderlijk van elkaar. Het woordje ‘of’ betekent dat de bepaling van hoogte en oppervlakte beide afzonderlijk bepalen of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) voor een bijbehorend bouwwerk en uitbreiding daarvan buiten bestaand stedelijk gebied moet worden voorgelegd aan de raad of niet. Is bijvoorbeeld de hoogte minder dan 5 meter maar de oppervlakte meer dan 150 m² dan is een advies van de raad nodig. Bouwwerken die geen gebouwen zijn, zijn eveneens aangewezen als daarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig is en deze bouwwerken hoger zijn dan 10 meter én groter zijn dan 50 m². Of een bouwwerk geen gebouw is, wordt bepaald door de definitie van gebouw. Valt het niet onder die definitie dan is het geen gebouw. Het gaat om bouwwerken als vlaggenmasten of kunstwerken. Er is geen onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. Onder een antenne installatie wordt hier verstaan: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. Bij het bepalen van de hoogte moet de installatie in uitgeschoven toestand beoordeeld worden. Een antenne-installatie met een hoogte van meer dan 40 meter is aangewezen als geval waarover de raad advies moet geven indien daarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) wordt gevraagd. In dit onderdeel worden bepaalde gebouwen ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen in openbaar gebied aangewezen. Als voor deze gebouwen een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) wordt gevraagd, is een bindend advies van de raad nodig indien de gebouwen hoger zijn dan 5 meter én groter zijn dan 50 m². Categorie 2: Gebruik gronden en/of bestaande bebouwing in afwijking van de toebedeelde functie Reikwijdte 2.1 Huisvesting van personen die geen huishouden vormen die niet voldoet aan de ‘Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk’ die gelden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. 2.2 Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een periode van meer dan 10 jaar, met uitzondering van: Het gebruiken van bestaande bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein binnen het bestaand stedelijk gebied zoals is aangeduid op de verbeelding van de ten tijde van de aanvraag geldende omgevingsverordening Noord-Brabant. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. het uitbreiden met maximaal 20 % van de bestaande oppervlakte van sportaccommodaties/velden, recreatieterreinen en begraafplaatsen. Artikelsgewijze toelichting Ad 2.1 Het gaat hier om de logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Om op een verantwoorde wijze invulling te geven aan haar autonome bevoegdheid heeft het college beleidsregels vastgesteld; de ‘Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten, vergunninghoudende vluchtelingen en overige personen die geen huishouden vormen gemeente Waalwijk – 4e wijziging’. Wanneer een initiatief niet voldoet aan deze of actuelere beleidsregels is advies van de raad nodig. Ad 2.2 Het gebruik van gronden en bouwwerken voor een periode van meer dan 10 jaar waarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) nodig is, is aangewezen. De opgenomen uitzonderingen zijn gebaseerd op de Kruimellijst en sluiten daarmee aan bij de bestaande situatie onder de Wabo. Voor de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied wordt aangesloten bij de verbeelding van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zoals die geldt op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Binnen de bebouwde kom is gebruik van bestaande bouwwerken niet aangewezen. Tijdelijk gebruik van gronden en bouwwerken voor de duur van maximaal 10 jaar is conform de huidige situatie ook niet aangewezen. In onderdeel 2 wordt een uitzondering gemaakt voor niet-ingrijpende herinrichtingen van het openbaar gebied. Het gaat in dit geval bv om het aanleggen van een paar parkeerplaatsen in een groenstrook. Voor het bepalen van wat een ingrijpende herinrichting van openbaar gebied is, moeten de te verwachten gevolgen van de herinrichting voor omwonende en gebruikers van het desbetreffende gebied worden beschouwd. We sluiten daarbij aan bij jurisprudentie op dit onderdeel. Onderdeel 3 is gebaseerd op de VNG handreiking. In dit onderdeel zijn uitbreidingen van sportaccommodaties/velden, recreatieterreinen en begraafplaatsen aangewezen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. Indien de uitbreidingen groter zijn dan 20 % van de oppervlakte is advies van de raad nodig.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.