(2)woningvorming (‘te verbouwen tot twee of meer woonruimten’). Artikel 31 stelt op grond van artikel 35, eerste lid van de wet regels met betrekking tot de wijze waarop een vergunning kan worden aangevraagd, de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beoogdeling vna de aanvraag. De vergunning wordt aangevraagd bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen: het college van burgemeester en wethouders. In het tweede lid is aangegeven welke gegevens en bescheiden in ieder geval bij de aanvraag dienen te worden overlegd. In het derde lid wordt tenslotte de mogelijkheid geopend om advies in te winnen bij de Kamer van Koophandel, waarmee de belangenafweging nog beter kan plaatsvinden. Artikellen 32 en 33 gaan over de voorwaarden en voorschriften van de vergunning, evenals de weigeringsgronden. De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening mogelijke voorwaarden en voorschriften en weigeringsgronden op te nemen ten aanzien van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet. Een weigeringsgrond is slechts aan de orde als door het stellen van voorwaarden en voorschriften het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad onvoldoende kan worden gewaarborgd. Uitgangspunt is dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het belang van de aanvrager. Onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad valt het belang van het tegengaan en verder voorkomen van schaarste en het belang van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand, oftewel de leefbaarheid. In artikel 26 van de wet zijn intrekkingsgronden opgenomen. Deze gelden rechtstreeks en zijn in de verordening niet herhaald. Onder artikel 39, sub b (voorschriften in het kader van de borging van een goed woon- en leefklimaat), vallen bijvoorbeeld voorschriften over de aanwezigheid van voldoende ruimte ten behoeve van (fiets)parkeren, het voorkomen van (geluids)hinder, het voorkomen van verrommeling etc. Om het kader voor vergunningverlening - met name in het kader van de controle op een goed woon- en leefklimaat - scherper te maken, zijn beleidsregels opgesteld. Deze worden bij de toetsing van een aanvraag betrokken. Slotbepalingen In de artikelen 34 t/m 38 zijn enkele slotbepalingen opgenomen. Artikel 34 regelt dat – onder voorwaarden – op experimentbasis mag worden afgeweken van de regel in de verordeningstekst. Artikel 35 geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om een boete op te leggen aan verhuurders of woningzoekenden die in strijd met de huisvestingsverordening handelen. Artikel 36 (de hardheidsclausule) geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om ten gunste van de woningzoekende af te wijken van de regel in de verordening. De artikelen 37 en 38 regelen de intrekking van de oude verordening, de overgang en de inwerkingtreding van de nieuwe verordening. Bijlage 2:Zorgwoningen en woongroepen Artikel
- Reikwijdte De volgende woonruimten zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e: zorgwoningen als bedoeld in artikel 2 van deze bijlage; woonruimte bewoond door een in artikel 3 van deze bijlage genoemde woongroep. Artikel
- Zorgwoningen Uitgezonderd van de in artikel 8 van de wet genoemde vergunningplicht zijn woonruimten die uitsluitend verhuurd worden aan huishoudens waarvan één of meer leden zorg ontvangen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de onder a bedoelde zorg wordt verleend op basis van een tussen de zorgontvanger en zorgverlener gesloten overeenkomst; de huurovereenkomst en onder a. bedoelde overeenkomst vormen één overeenkomst of zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; en, de zorgverlener is door de gemeente aangewezen voor het verlenen van de onder a. bedoelde zorg Artikel
- Woongroepen Uitgezonderd van de in artikel 8 van de wet genoemde vergunningplicht zijn woonruimten die verhuurd worden aan de volgende woongroepen: Aalbes 1 - 10 Atalantapark 89 - 143 Boutenspad 1 - 8 Gorterpad 1 - 8 Methorstheem 17 - 33 Nachtzwaluw 4 - 24 Sterrenschans 1 - 15 Vrijheem 20 - 36 Bijlage 3:Aanvullende bepalingen voor urgentie in verband met relatiebeëindiging. Artikel
- Toepassingsbereik Bijlage 3 Deze bijlage is alleen van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring als bedoeld in artikel
- Artikel
- Bewijsstukken die in ieder geval ingediend worden Bij het aanvragen van een urgentieverklaring worden in ieder geval de volgende bewijsstukken ingediend: een ouderschapsplan; een afschrift van één van de volgende documenten: de beschikking van de rechtbank waarmee het huwelijk of het geregistreerde partnerschap is beëindigd of, indien de rechtbank de beschikking nog niet heeft gegeven, het bij de rechtbank ingediende verzoek tot ontbinding van het huwelijk of het geregistreerde partnerschap; het echtscheidingsconvenant, indien het huwelijk beëindigd is zonder beschikking van rechtbank; de overeenkomst tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, indien van toepassing; de inschrijving van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de basisregistratie personen; de overeenkomst tot beëindiging van de samenlevingsovereenkomst, indien van toepassing of, indien overeenstemming over de beëindiging ontbreekt, de eenzijdige opzeggen van de samenlevingsovereenkomst; de vaststellingsovereenkomst waarmee de samenwoonrelatie is beëindigd, indien geen sprake was van een huwelijk of een samenwoonrelatie die met één van de hiervoor onder i tot en met v bedoelde documenten eindigde. De in het eerste lid bedoelde vaststellingsovereenkomst is door beide voormalige partners ondertekend, is gelegaliseerd door een notaris en bevat tenminste het volgende: de aanvangsdatum van de samenlevingsrelatie. Deze datum dient overeen te stemmen met de in de basisregistratie personen vastgelegde gegevens; de datum van beëindiging van de samenlevingsrelatie; de regeling over de hoofdverblijfplaats van de kinderen, als dit niet in het ouderschapsplan is vastgelegd. Artikel
- Bewijsstukken die ingediend worden als aanvrager een woning verlaat Indien aanvrager een huurwoning verlaat, worden bij het aanvragen van een urgentieverklaring de volgende bewijsstukken ingediend: de beschikking van de rechtbank waaruit blijkt, wie van de voormalige partners het gebruik van voormalige gemeenschappelijke woning verkrijgt; een kopie van de huurovereenkomst van de voormalige gemeenschappelijke woning; een kopie van het bankafschrift met daarop de betaling van de huur van de voormalige gemeenschappelijke woning, niet ouder dan twee maanden; actuele en volledige opgave van het inkomen van aanvrager, in ieder geval door indiening van een kopie van een salarisspecificatie. Indien aanvrager een koopwoning verlaat, worden bij het aanvragen van een urgentieverklaring de volgende bewijsstukken ingediend: de beschikking van de rechtbank waaruit blijkt, wie van de voormalige partners het gebruik van voormalige gemeenschappelijke woning verkrijgt; de volgende informatie over de verkoop van de voormalige gemeenschappelijke woning of de overname daarvoor door de voormalige partner van aanvrager: de in verband met de verkoop of overname gesloten overeenkomst of overeenkomsten; stukken waaruit de financiële gevolgen voor de aanvrager van de verkoop of overname blijken.