Beleidsregels leerlingenvervoer Zaltbommel 2024 Algemeen Bij de behandeling van een aanvraag voor leerlingenvervoer gelden een aantal algemene uitgangspunten. Deze uitgangspunten staan opgenomen in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zaltbommel 2024 (hierna: de Verordening). Deze beleidsregel geeft een nadere uitwerking over de uitvoering van deze uitgangspunten. 1.Bepalen afstand en mogelijkheid openbaar vervoer Afstandsbepaling ten behoeve van vergoeding Voor het bepalen van de kortste en meest veilige afstand tussen het woonadres en het school- of stageadres maken we gebruik van de ANWB-routeplanner (www.ANWB.nl). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de optie 'kortste route' per auto, waarna het gemiddelde van zowel de heen- als de terugreis wordt vastgesteld. Wegwerkzaamheden worden in de berekening van de afstand niet meegenomen. Mogelijkheid openbaar vervoer Er wordt uitgegaan van de informatie van de website 9292.nl bij het vaststellen of reizen feitelijk met het openbaar vervoer mogelijk is. 2.Bepalen Fietsafstand Afstandsbepaling ten behoeve van vergoeding Voor het bepalen van de fietsafstand maken we gebruik van de gemiddelde van de heen- en terugreis gemeten met de ANWB-routeplanner, optie 'kortste route' per fiets. Of deze afstand veilig en haalbaar is wordt gebaseerd op informatie die door ouders/kind wordt verstrekt. Het betreft dus maatwerk. 3.Advies onafhankelijk deskundige Om een goede belangenafweging te kunnen maken wint de gemeente advies in bij ouders, de school en andere deskundigen die al betrokken zijn bij het kind. Denk hierbij aan het type vervoer dat passend is en de noodzaak van begeleiding. In voorkomende gevallen kan een advies van een onafhankelijke instantie noodzakelijk zijn. Wanneer de gemeente dergelijk advies inwint wordt de aanvrager geacht hieraan volledige medewerking te verlenen. De gemeente betaalt de kosten van dit advies. Dit advies inzake de medische en/of sociale situatie is leidend bij de toekenning van een vervoersvoorziening. Pas wanneer dit aanvullende advies is ontvangen is de aanvraag compleet en gaat de behandeltermijn van acht weken in. Gehandicapte leerling In de verordening is bepaald dat gehandicapte leerlingen die op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen op een passende wijze moeten worden vervoerd. De noodzaak voor begeleiding en/of aangepast vervoer wordt aangetoond door ouders door middel van een nader (medisch) advies. Wanneer dit aangeleverde advies geen duidelijkheid schept over de noodzaak kan de gemeente een onafhankelijke deskundige om advies vragen. Bij dit advies draait het om de volgende kernvragen: Is het kind in staat zelfstandig te reizen? Is het kind in staat onder begeleiding te reizen met het openbaar vervoer of per fiets (ongeacht of de ouders in staat zijn om het te begeleiden)? Is er sprake van een structurele handicap? 4.Structurele handicap Onder een leerling met een structurele beperking of handicap wordt verstaan : Een leerling met een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap die drie maanden of langer duurt en Een leerling die niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. Er kan een beschikking af worden gegeven voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. 5.Verschillende woonadressen (structureel verblijf) Een kind kan meerdere woonadressen hebben, bijvoorbeeld bij co-ouderschap. Bepalend is waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Onder een structureel verblijf verstaan wij minimaal twee nachten per schoolweek gedurende een periode van minimaal drie maanden aaneengesloten. Per adres dient de daar wonende ouder een aanvraag in te dienen. De beide aanvragen worden apart beoordeeld. Woont één van de ouders in een andere gemeente, dan moet het leerlingenvervoer voor de tijd dat het kind daar verblijft bij die gemeente aangevraagd worden. 6.Opvangadres Leerlingenvervoer is in beginsel alleen bedoeld voor vervoer naar en van school vanuit de woning. Op grond van artikel 6, zevende lid, van de Verordening kan het college besluiten het vervoer van en naar een opvangadres na of voor schooltijd, anders dan de woning te bekostigen. Onder een opvangadres valt in ieder geval niet: een adres voor een vorm van therapie, dagbehandeling of een sportvoorziening. Er valt in ieder geval wel onder: geregistreerde buitenschoolse opvang, geregistreerde gastouderopvang, opa en/of oma of andere familie en buren. De gemeente beslist op een aanvraag in het individuele geval of vervoer naar het opvangadres is toegestaan. De basis voor toekenning van een vervoersvoorziening blijft de woning. Vervoer van en/of naar een opvangadres voor of na schooltijd is géén recht en alleen mogelijk als in ieder geval voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de leerling maakt al gebruik van aangepast vervoer; het opvangadres wijkt maximaal twee kilometer af van de reguliere route; er is één extra adres naast het woonadres toegestaan; er moet sprake zijn van een vast patroon, dat wil zeggen een vooraf bepaald schema van ophalen/afzetten op het tweede adres op vaste dagen per week. Incidentele wijzigingen zijn niet mogelijk; een volwassene dient ter plekke aanwezig te zijn om de leerling op te vangen. De chauffeur moet de leerling aan de volwassene kunnen overdragen bij de taxi(bus).De gemeente draagt geen verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de leerling de taxi(bus) heeft verlaten; vervoer vanaf het opvangadres naar het woonadres en vice versa behoort in geen enkel geval tot de mogelijkheden; het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 15 van de verordening blijft onverminderd van toepassing. De gemeente kan de toestemming voor het tweede adres intrekken, bijvoorbeeld wanneer de route wijzigt of bij een verhuizing. Toestemming voor het vervoer van en naar een ander woonadres of opvangadres kan alleen door de gemeente worden verleend. 7.Vervoer naar stageadres Is de stage een onderdeel van het onderwijsprogramma, zoals opgenomen in de schoolgids, dan bestaat in beginsel aanspraak op leerlingenvervoer naar het stageadres. Ter voorbereiding op deelname in het maatschappelijk verkeer en het vergroten van de zelfredzaamheid wordt voor het stagevervoer gekeken naar de mogelijkheden van het reizen met de fiets en/of het openbaar vervoer. Er kan dus voor een stage een andere vervoersvoorziening worden ingezet dan voor het vervoer naar school. Het streven is een zo maximaal mogelijke zelfstandige manier van reizen van en naar het stageadres. Dit vormt de basis van de vergoeding.; De school wordt geacht, rekening houdend met het bovenstaande, een stageadres te zoeken zoveel mogelijk in de buurt van het woonadres van de leerling, zodat de leerling de stageplek zelfstandig (of met begeleiding) kan bereiken. Of een stageplek die inpasbaar is op de route van de woning van de leerling naar school.; Wanneer bovenstaande genoemd onder b niet lukt of onmogelijk is, vindt altijd vooraf overleg plaats tussen de school en de gemeente. Indien door school of ouders/verzorgers wordt aangetoond dat het vinden van een stageadres op de route van de woning naar de school niet mogelijk is, dan wordt alleen stagevervoer toegekend wanneer het stageadres maximaal twintig kilometer van de school of de woning verwijderd ligt.; Het stagevervoer vindt plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Afhankelijk van de locatie kan er een wachttijd zijn van maximaal één uur.; Het komt voor dat stagevervoer op andere tijden aangevraagd wordt dan de reguliere schooltijden. In dat geval wordt gevraagd de stagetijden aan te passen. Vervoer wordt alleen toegekend op tijden die niet aansluiten bij de schooltijden wanneer er geen mogelijkheid is de stage gedurende de schooltijden uit te voeren: de school of de ouders/verzorgers moeten beschrijven welke acties ondernomen zijn om de stage op een andere wijze vorm te geven en waarom dit niet lukt; er wordt maximaal één extra rit ingezet per stagedag. Dit betekent dat of de begintijd of de eindtijd van de stage moet aansluiten bij de reguliere route.; Indien ouders (een deel) van het stagevervoer zelf uitvoeren kan dit worden bekostigd via een kilometervergoeding zoals opgenomen in de verordening leerlingenvervoer. Indien de stage doorgang heeft op een voor de school vrije dag (zoals een studiedag), gaat het leerlingenvervoer voor deze leerling door; Stagevervoer vanaf 17.00 uur, tijdens weekenden of schoolvakanties wordt niet bekostigd; Het praktijkonderwijs valt onder het regulier voortgezet onderwijs (Wet voortgezet onderwijs 2020). Gemeenten hebben geen zorgplicht in het kader van het leerlingenvervoer voor leerlingen die het reguliere voortgezet onderwijs bezoeken. Een uitzondering geldt voor leerlingen die vanwege een structurele handicap in het geheel niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Zij hebben wel recht op een vervoersvoorziening. De gemeente kan zich laten adviseren door een medisch deskundige over de vervoersmogelijkheden van de leerling. Indien een leerling met een structurele handicap stage loopt in Geldermalsen bij de ‘pilot van Werkzaak Rivierenland’ waarin het arbeidsvermogen onderzoek is inbegrepen kan stagevervoer worden aangevraagd. Voor gehandicapte leerlingen van PRO De Brug wordt de school, in overleg met ouders, als opstapplaats aangewezen door burgemeester en wethouders. 8.Loosmeldingen Onder loosmeldingen wordt verstaan: een leerling is zonder kennisgeving niet aanwezig en/ of gaat niet mee met het aangeboden aangepast vervoer op het afgesproken tijdstip. De volgende acties worden hierover afgesproken: op de heenrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien een leerling niet aanwezig is op het ophaaladres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. op de terugrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis dat het kind niet is ingestapt en overlegt met school of hij moet wachten of niet; op de terugrit, indien er niemand aanwezig is op het afzetadres: de centrale probeert contact op te nemen met de ouder(s)/verzorgers en het noodcontactadres om te informeren naar de situatie. De leerling blijft in het voertuig en de chauffeur rijdt aan het einde van de route naar een alternatief adres in de directe omgeving dat is doorgegeven door de ouder(s)/verzorgers. Of de chauffeur rijdt nogmaals naar het afzetadres, waar de chauffeur met de leerling wacht tot iemand arriveert om de leerling aan over te dragen. De chauffeur mag de leerling alleen aan personen overdragen die door de ouders zijn doorgegeven, dus niet aan de buren of bij een vriendje. De gemeente wordt geïnformeerd en er volgt een waarschuwingsbrief. bij herhaalde loosmeldingen, wordt de gemeente geïnformeerd en volgt vanuit de gemeente een waarschuwingsbrief aan ouders/verzorgers; na 3 schriftelijke waarschuwingen kunnen burgemeester en wethouders de toegang tot aangepast vervoer voor maximaal 3 weken ontzeggen;. 9.Individueel vervoer Individueel vervoer kan eventueel tijdelijk, bij wijze van uitzondering worden ingezet wanneer: er een dringende medische noodzaak is, waarvoor een gericht behandelplan is opgesteld en; begeleiding in het gecombineerde vervoer geen oplossing biedt en; ouders kunnen aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn zelf te rijden. 10.Afwijking van lestijden Het vervoer bij wisselende of afwijkende schooltijden behoort niet tot de gemeentelijke taak, maar is de verantwoordelijkheid van ouders zelf. Ook voor uitvaluren, bij examens en toetsweken of bij halve vrije dagen bijvoorbeeld vanwege studiedagen of vakanties worden geen (extra) taxiritten ingezet. Uitgezonderd de laatste vrijdag voor de zomervakantie en de kerstvakantie. Verschillende lesroosters binnen één school In artikel 13 lid 2 van de Verordening staat dat een wachttijd aangehouden kan worden bij verschillende lesroosters binnen één school. Deze wachttijd mag maximaal twee klokuren zijn. Aangepast lesrooster vanwege structurele handicap Uitsluitend wanneer de structurele handicap van een leerling noodzaakt tot het volgen van slechts een deel van het onderwijsprogramma, dient de gemeente het vervoer tijdens de schooltijd te bekostigen. De ouders dienen hun verzoek om een vervoersvoorziening op deze afwijkende tijden te onderbouwen door: een verklaring van de leerplichtambtenaar waaruit een leerplichtakkoord blijkt; een opbouwschema om te komen tot een volledig schoolprogramma/onderwijstijd; een verklaring van de (directie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.