Verordening Nadeelcompensatie gemeente Echt-SusterenDe raad van de gemeente Echt-Susteren, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. dinsdag 19 september 2023 met kenmerk Z21/111015-D-115268; gelet op het bepaalde in artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; Besluit: De ‘Verordening Nadeelcompensatie gemeente Echt-Susteren’ met de daarbij horende toelichting vast te stellen. Artikel1.Toepassingsbereik 1.Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2.Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is. Artikel2.Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,-. geheven. Artikel3.Aanvraag 1.De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2.In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel4.Adviescommissie 1.Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2.Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,- voor particulieren of € 1000,- voor bedrijven. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3.Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4.Een adviescommissie wordt benoemd als tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel5.Procedure 1.Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2.De adviescommissie hoort het college van burgemeester en wethouders (het college), de aanvrager, eventuele andere bestuursorganen en belanghebbenden. Indien het naar het oordeel van de adviescommissie noodzakelijk is kan zij een hoorzitting organiseren. 3.De adviescommissie kan van het horen afzien en doet daarvan schriftelijk mededeling, indien het college, de aanvrager, eventuele andere bestuursorganen en belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord dan wel hebben verklaard hun standpunt schriftelijk toe te lichten. 4.De adviescommissie bepaalt of zij de situatie ter plaatse wil bezichtigen en bepaalt het tijdstip waarop dat zal plaatsvinden. De adviescommissie nodigt in ieder geval de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 5.Van de in lid 2 genoemde hoorzitting en de in lid 4 genoemde bezichtiging wordt door de adviescommissie een verslag gemaakt dat onderdeel is van het advies. 6.De adviescommissie brengt binnen twaalf weken na de aanwijzing door het college een conceptadvies uit aan het college. Tegelijkertijd ontvangen de aanvrager, eventuele andere bestuursorganen en belanghebbenden een afschrift van het conceptadvies. 7.Het college, de aanvrager, eventuele andere bestuursorganen en belanghebbenden worden door de adviescommissie gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na de verzending van het conceptadvies een schriftelijke zienswijze in te dienen bij de adviescommissie. 8.De adviescommissie brengt binnen vier weken na het verstrijken van de in lid 7 bedoelde termijn advies uit aan het college. 9.Indien de termijnen als bedoeld in het zesde en achtste lid niet toereikend zijn voor achtereenvolgens het uitbrengen van het conceptadvies en een advies doet de adviescommissie een schriftelijk en gemotiveerd verzoek bij het college de termijnen te verlengen. Het college kan de termijnen met ten hoogste acht weken verlengen en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de aanvrager, eventuele andere bestuursorganen en belanghebbenden. Artikel6.Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald 4 weken na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel7.Aanvraag voorschot 1.Het bestuursorgaan kent de aanvrager op diens schriftelijke aanvraag een voorschot toe indien hij naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een tegemoetkoming en zijn belang naar het oordeel van het bestuursorgaan zodanig voorschot vordert. Het bestuursorgaan beslist op de aanvraag, gehoord de adviseur. 2.Een besluit tot het verlenen van een voorschot is geen erkenning van een aanspraak op een tegemoetkoming. 3.Het voorschot kan uitsluitend worden verleend indien de aanvrager van het voorschot schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over het teveel betaalde, te rekenen vanaf de datum van betaling van het voorschot. Het bestuursorgaan kan daarvoor zekerheidstelling verlangen. Artikel8.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking ervan, maar niet eerder dan 1 januari 2024 nadat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet in werking zijn getreden. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening nadeelcompensatie Echt-Susteren 2023’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad d.d. donderdag 9 november 2023.De raad voornoemd,griffier voorzitterToelichting Verordening nadeelcompensatie Echt-Susteren 2023 Algemeen Nadeelcompensatieregeling Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. Op 1 januari 2024 treedt ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeel-compensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow). Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Modelverordening De VNG heeft een modelverordening opgesteld om het thema nadeelcompensatie te regelen. Deze modelverordening is als uitgangspunt gebruikt bij het opstellen van de voorliggende verordening. De VNG heeft ervoor gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een modelverordening en niet in een modelbeleidsregel. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. In de modelverordening is dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie geregeld. De VNG acht het verder niet wenselijk om het heffen van dit recht op te nemen in de legesverordening, maar in een verordening nadeelcompensatie. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd. Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. De VNG ziet ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van leges en andere rechten. Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Een adviescommissie zou wel in beleidsregels geregeld kunnen worden, maar omdat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet en dus niet in een beleidsregel kan worden opgenomen, geeft het duidelijkheid om alle artikelen over nadeelcompensatie bij elkaar te houden en daarmee te kiezen voor een verordening nadeelcompensatie. Zo is het ook kenbaar voor de inwoners in welke gevallen en welke vorm de adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding. Een andere reden om de adviescommissie in de verordening te regelen (en niet per afzonderlijke beleidsregel) is dat daarmee afdeling 3.3 van de Awb wordt binnengehaald. Die afdeling gaat immers over adviseurs die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met adviseren. Artikelsgewijze toelichting Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.