Verordening op de heffing en invordering Riool- en Waterzorgheffing Noardeast-Fryslân 2024De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2023; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering Riool- en Waterzorgheffing Noardeast-Fryslân 2024 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: Perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan. Gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente. Onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele Afvalwaterbehandeling (I.B.A.'s) begrepen. Water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt of kan worden afgevoerd. 2.Met betrekking tot de belasting, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan; ingeval een perceel ter beschikking wordt gesteld voor volgtijdig gebruik, degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.De belasting wordt voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen geheven naar een vast bedrag en het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water als bedoeld in het vorige lid wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid afgevoerd water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsuren-teller, waarvan het aantal uren dat dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen De eerste volzin is niet van toepassing op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet is afgevoerd. Artikel6Belastingtarieven Het tarief van de rioolheffing bedraagt: voor een perceel, dat in hoofdzaak tot woning dient € 240,21; voor een perceel, dat niet in hoofdzaak tot woning dient: bij een waterverbruik tot en met 150 m³ € 240,21; bij een waterverbruik van meer dan 150 m³ voor de eerste 150 m³ € 240,21; het in lid b vermelde bedrag wordt verhoogd met € 21,21 voor iedere volle eenheid van 150 m³, dat een waterverbruik van 150 m³ te boven gaat. De belasting bedraagt voor een zelfstandig perceel dat: niet beschikt over een directe of indirecte aansluiting op het waterleidingnet en/of een pompinstallatie als bedoeld in artikel 5, derde lid van deze verordening € 47,59; wel beschikt over een directe of indirecte aansluiting op het waterleidingnet en/of een pompinstallatie als bedoeld in artikel 5, derde lid van deze verordening maar daarover per belastingjaar (kalenderjaar) niet meer dan 10 m3 toevoert € 47,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.