Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 december 2023, UTSP-255965938-7760, houdende de verlening van mandaat en machtiging aan de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Utrecht (Mandaatbesluit RUD Utrecht - provincie Utrecht 2024) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Overwegende dat: dit mandaatbesluit van toepassing is op de door de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht verleende mandaten; het algemeen bestuur en de directeur van de RUD Utrecht hebben ingestemd met mandaatverlening door de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht aan de RUD Utrecht; Gelet op artikel 158 van de Provinciewet, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, lid 3, artikel 18 en artikel 19, lid 3, van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Utrecht; Besluiten vast te stellen navolgend Mandaatbesluit RUD Utrecht - provincie Utrecht 2024: Artikel1:Definities De in artikel 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Utrecht opgenomen definities zijn van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder: directeur: de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Utrecht, bedoeld in artikel 27 van de regeling; college: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht; dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de regeling; regeling: Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Utrecht. Artikel2:Mandaat en ondermandaat 1.Het college verleent aan de directeur mandaat voor het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen welke nodig zijn ter uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst en aanvullende opdrachten welke tussen de provincie Utrecht en de RUD Utrecht gesloten is. 2.Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 18.10 Omgevingswet. 3.Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 4.Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten om namens de provincie, provinciale staten of het college rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren. 5.De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, in ondermandaat verlenen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Artikel3:Voorschriften 1.Bij de uitoefening van een mandaat wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wettelijke regelingen, besluiten, verordeningen, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen, beleidsregels van het Rijk en het college betrokken dan wel, indien dat in een van de genoemde regels is bepaald, in acht genomen, conform de algemene en specifieke instructies en financiële afspraken die gelden op grond van de regeling voor de uitoefening van de betreffende taak. 2.Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht, van het college toe. 3.Het college zorgt ervoor dat de directeur over de informatie beschikt die noodzakelijk is conform het eerste lid. De directeur zorgt ervoor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent, eveneens kunnen beschikken over de informatie, bedoeld in de eerste volzin. 4.Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur over uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de Regionale uitvoeringsdienst uitvoert. 5.De directeur treedt in overleg met het college indien hij het noodzakelijk acht af te wijken van de kaders of beleid, bedoeld in het eerste lid. Artikel4:Informatie- en afstemmingsplicht 1.De directeur informeert het college periodiek over ingekomen aanvragen en verzoekschriften en over de resultaten van de controles van de Regionale uitvoeringsdienst, die betrekking hebben op gemandateerde bevoegdheden, bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.