Welstandsbeleid van de gemeente MoerdijkDe Raad van de gemeente Moerdijk, in de vergadering van 14 december 2023; overwegende dat, het gewenst is om regels vast te stellen omtrent de wijze waarop aan de welstandstoets vorm wordt gegeven: gelet op de artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.19 van de Omgevingswet en artikel 22.29 van de bruidsschat; b e s l u i t vast te stellen het: Welstandsbeleid van de gemeente Moerdijk 1.1Het doel van welstandsbeleid Welstandsbeleid heeft als doel het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit van gebouwde zaken en hun omgeving. Dit met in het achterhoofd dat een aantrekkelijkere leefomgeving een hogere economische waarde heeft dan een minder aantrekkelijke leefomgeving. Welstand heeft dus minder betrekking op ‘mooi’ en ‘lelijk’, en meer op de waarde van het eigendom van mensen. Welstand heeft daarom ook niet het doel om mensen te beperken in hun mogelijkheden tot het bouwen van zaken. Het werkelijk doel van welstand is het beschermen van de waarde van het eigendom van mensen. Ruimtelijke kwaliteit is tenslotte een optelsom van objecten en hun omgeving. Het welstandsbeleid van de gemeente Moerdijk is gericht op het zo veel mogelijk vrijheid geven aan de bouwmogelijkheden van mensen, zonder daarbij het beschermen van het eigendom van anderen uit het oog te verliezen. Begin 2002 heeft de rijksoverheid aangegeven dat het welstandsgebeuren duidelijker en objectiever moet worden. Alle gemeenten moesten voor 1 juli 2004 een welstandsbeleid hebben vastgesteld om daarna bouwaanvragen aan welstand te mogen toetsen. Wanneer er dus geen welstandsbeleid is vastgesteld, hoeft een bouwaanvraag niet meer aan redelijke eisen van welstand te voldoen. Los van de door de rijksoverheid gevraagde duidelijkheid en vergroting van objectiviteit heeft de gemeente Moerdijk, met dit welstandsbeleid, ook de kans aangegrepen om op het gebied van welstand ook meer vrijheid voor mensen te creëren. Er wordt meer verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving bij de mensen zelf gelegd. Hierbij wordt echter nooit de beschermende taak van de overheid op dit gebied uit het oog verloren. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat de individuele vrijheid van de ene persoon de economische waarde van het bezit van de andere persoon aantast. Dat is de reden dat in dit welstandsbeleid niet gekozen is voor welstandsvrije gebieden, er is altijd minimaal een excessenregeling van toepassing. Wel is op de meeste gebieden ervoor gekozen om de zaken waarover welstand mag oordelen te beperken. Vooral op detailniveau zijn de aspecten waarop welstand mag oordelen over bouwwerken sterk beperkt. 1.2Opzet van de nota In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op hoe het welstandsbeleid vorm krijgt en wat de rol van de gemeente daarin is. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe het welstandsoordeel procedureel in elkaar steekt. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de vorm en inhoud van het welstandsadvies. In hoofdstuk 4 wordt beschreven hoe de welstandscriteria zijn opgebouwd. In de hoofdstukken 5,6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de opzet van de loket-, gebieds- en algemene criteria. In hoofdstuk 8 zijn de bijlagen vermeld. 1.3Relatie met andere beleidsterreinen De welstandnota heeft relatie met bestemmingsplannen. De verhouding tussen het welstandsbeleid en bestemmingsplannen is simpel: Bestemmingsplannen prevaleren boven welstandsbeleid. Dat wat een bestemmingsplan mogelijk maakt mag niet door welstandsbeleid worden tegengehouden. Jurisprudentie geeft aan dat afhankelijk van de flexibiliteit van een bestemmingsplan, welstand wel de geboden mogelijkheden mag beperken mits de bedoelde functie nog steeds uitvoerbaar is. De gemeente Moerdijk kiest echter voor een optimale vrijheid voor de initiatiefnemer door de mogelijkheden van het bestemmingsplan niet te laten beperken om welstandsredenen. 1.4Vaststelling van het welstandsbeleid en inwerkingtreding van de Omgevingswet De gemeenteraad stelt het welstandsbeleid vast. Met de invoering van de nieuwe Woningwet in 2002 werd een gemeentelijke welstandsnota een voorwaarde voor het uitvoeren van welstandstoezicht. Na vaststelling van de welstandsnota in 2004 door de gemeenteraad kon de welstandsbeoordeling alleen nog maar worden gebaseerd op de criteria die in de welstandsnota zijn genoemd. Voor de welstandsnota en de toetsing aan redelijke eisen van welstand (voorheen artikel 12 en 12a van de Woningwet) geldt overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaats van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de aanvraag om omgevingsvergunning (artikel 22.29 van de bruidsschat). 1.5Aanvullingen op de welstandsnota Na vaststelling van de welstandsnota kunnen tussentijdse aanvullingen op de welstandsnota noodzakelijk zijn. Dit is vooral het geval bij de grotere nieuwe projecten waarvoor aanvullende welstandscriteria in de vorm van nieuwe welstandgebiedscriteria worden opgesteld. Het vaststellen van aanvullingen in de vorm van welstandsgebiedscriteria wordt gemandateerd aan het college van Burgemeester en wethouders. Alle overige aanvullingen op het beleid kunnen enkel door de gemeenteraad worden vastgesteld. 1.6Handhaving welstandstoezicht De gemeente zal de regels uit het welstandsbeleid handhaven, in het gemeentelijk handhavingsprogramma is aangegeven hoe handhaving is vormgegeven. Daarnaast zal ook handhaving plaats vinden van bestaande bouwwerken of gebouwen die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de zogenaamde excessenregeling. 1.Het welstandsoordeel 2.1Burgemeester en wethouders voeren het welstandstoezicht uit De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van de omgevingsvergunningen ligt bij burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. Over het welstandstoezicht wordt afhankelijk van het type gebied, hetzij ambtelijk, hetzij door een onafhankelijke ‘adviescommissie visuele omgevingskwaliteit Moerdijk’ geadviseerd. Hierna wordt voor beide gevallen de term ‘toetser’ gehanteerd. 2.2Waarover wordt geadviseerd Welstandsadvies wordt gegeven over: alle vergunningplichtige bouwwerken, in gebieden waarin alleen de excessenregeling van toepassing is enkel wanneer er sprake van een exces is. niet vergunningplichtige bouwwerken waarvan het vermoeden bestaat dat deze niet aan redelijke eisen van welstand voldoen. Rijks- en gemeentelijke monumenten en daarnaast over bouwwerken in rijksbeschermde stadsgezichten. 2.3Afwijking van het advies, afwijken van de criteria Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het welstandsadvies van de toetser. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden: Afwijken van het advies op inhoudelijke grond: Burgemeester en wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de toetser indien zij tot het oordeel komen dat de toetser de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de toetser naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Indien burgemeester en wethouders bij een reguliere bouwvergunningaanvraag op inhoudelijke grond tot een ander oordeel komen dan de toetser, dan vragen zij voordat het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen, maar binnen de daarvoor geldige afhandelingtermijn, een second-opinion aan bij een onafhankelijk deskundige. Het advies van deze deskundige speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en wethouders. Indien het advies van de toetser en de onafhankelijk deskundige tegengesteld zijn en burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de toetser wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. De toetser wordt hiervan op de hoogte gesteld. Afwijken van het advies om andere redenen Burgemeester en wethouders hebben de mogelijkheid om bij het in strijd zijn van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de omgevingsvergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. De toetser wordt hiervan op de hoogte gesteld. 2.4Bezwarenprocedure Bezwaren tegen een welstandsadvies worden behandeld als elk andersoortig bezwaar in een omgevingsvergunningsprocedure. De bezwarenprocedure in het geval van de aanvraag van een omgevingsvergunning is vastgelegd in de AWB. 2.Het welstandsadvies (vorm en inhoud) Het advies van de toetser, hetzij ambtelijk, hetzij de ‘adviescommissie visuele omgevingskwaliteit’, aan burgemeester en wethouders wordt altijd schriftelijk uitgebracht. Het geeft aan of 'het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet is strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Alle adviezen worden schriftelijk gemotiveerd. Een behandeling van een plan kan de volgende uitkomst hebben: Voldoet De toetser adviseert positief aan B & W omdat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria voldoet aan redelijke eisen van welstand. Eventueel geeft de toetser nog suggesties om het plan te verbeteren. Formeel gezien is het bouwplan dan echter akkoord. Voldoet mits Een 'voldoet mits' houdt in dat het plan niet voldoet aan de toetsingscriteria uit de welstandsnota, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden zoals de toetser heeft geformuleerd. De toetser geeft aan welke onderdelen van het plan gewijzigd moeten worden. Hierna zal nog een toetsmoment plaats vinden om vast te stellen of aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Voldoet niet De toetser is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat een bouwplan ingrijpend moet worden gewijzigd. Adviseert de toetser negatief, dan wordt een schriftelijke motivering gegeven. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten die niet voldoen. 3.1Openbaarheid Als toetsing plaats vindt door de adviescommissie visuele omgevingskwaliteit dan vinden beraadslagingen en beoordeling in openbaarheid plaats, tenzij op verzoek van de aanvrager en de gemeente hiervan om redenen die in de Wet Openbaarheid van Bestuur, artikel 10 vermeld staan, van moet worden afgeweken. Indien de openbare behandeling van een plan niet gewenst is, dan wordt dit gelijktijdig met de aanbieding van de overige plangegevens en tekeningen schriftelijk bekend gemaakt aan de adviescommissie visuele omgevingskwaliteit. 3.2Vooroverleg Voorafgaand aan een formele adviesaanvraag kan een vooroverleg worden aangevraagd met de toetser. Dit vooroverleg resulteert niet in een formeel welstandsadvies. Er wordt ook geen formeel advies op schrift gesteld. Er wordt wel een gespreksverslag opgesteld. 3.3Monumenten en welstandscriteria Voor bouwplannen op, aan of nabij monumenten vormt de redengevende beschrijving van het monument het welstandscriterium. Alle monumenten worden vermeld in de gebiedsbeschrijving. Monumenten vormen niet zelden een uitzondering in hun omgeving. Ze hebben vaak specifieke vorm- en stijlkenmerken, die afwijken van de gebiedskarakteristiek. Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn als een apart gebied beschreven en vallen onder het hoogste welstandsniveau. 3.Welstandscriteria 4.1Een samenhangend stelsel van criteria Een gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in die gemeente worden getoetst. De gemeente Moerdijk hanteert de volgende typen criteria: loketcriteria gebiedscriteria algemene criteria De algemene criteria en de loketcriteria behandelen aspecten die niet gebiedsgebonden zijn, de gebiedscriteria zijn gekoppeld aan specifieke gebieden binnen de gemeente. Loketcriteria: criteria voor veel voorkomende, kleine plannen. Wanneer hier volledig aan wordt voldaan dan kan gelijk door een gemeentelijk ambtenaar een welstandsgoedkeuring worden afgegeven. Gebiedsgerichte criteria: met welke gebiedsgebonden aspecten moet bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden? Wanneer een plan voldoet aan de betreffende gebiedscriteria, dan voldoet het eveneens aan redelijke eisen van welstand. Excessen daargelaten. De gebiedsgerichte criteria bestaan uit criteria voor allerlei bouwwerken in een gebied. Wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat bepaalde criteria niet van toepassing zijn op een aanvraag, dan spelen deze criteria geen rol bij de toetsing. Algemene criteria: deze algemene architectonische criteria kunnen worden toegepast in het geval dat een ontwikkeling wel gewenst is maar de gebiedscriteria niet geschreven zijn voor een dergelijke ontwikkeling. Dit is vooral van toepassing voor welstandgebiedscriteria die een groot gebied omvatten waarin voornamelijk 1 functie aanwezig is. Denk bijvoorbeeld aan een aanvraag voor een de verbouwing van een school in een woonwijk. 4.2Wettelijke basis van het welstandsadvies Artikel 4.19 van de Omgevingswet luidt: Als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, stelt de gemeenteraad beleidsregels vast voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken. 4.3Excessenregeling Deze regeling beschrijft de aanschrijvingsmogelijkheid van B en W indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Burgemeester en wethouders kunnen de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Criteria hiervoor moeten in de welstandsnota zijn opgenomen. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Voor de gemeente geldt het criterium dat er bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken waaraan een groot deel van de mensen zich ergert. Vaak heeft dit betrekking op het onbruikbaar maken van bouwwerken, ernstig verval van bouwwerken, het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk, armoedig materiaalgebruik, toepassing van felle of contrasterende kleuren, te opdringerige reclames of een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. 4.Loketcriteria en objectieve welstandgebiedscriteria Bij de loketcriteria en objectieve welstandsgebiedscriteria mandateren burgemeester en wethouders ambtenaren om zelf te toetsen aan redelijke eisen van welstand zonder advies te vragen aan de adviescommissie visuele omgevingskwaliteit. Loketcriteria zijn criteria voor kleine, veelvoorkomende onderdelen van gebouwen, die met regelmaat ook als wijziging van een bestaand gebouw worden aangevraagd. Objectieve welstandgebiedscriteria zijn criteria in gebieden die volledig objectief te toetsen zijn en waar geen specifieke inhoudelijke deskundigheid voor nodig is. Wanneer een bouwplan niet aan de loketcriteria of objectieve welstandsgebiedscriteria voldoet of wanneer er sprake is van een bijzondere situatie, waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van deze criteria, wordt het bouwplan alsnog aan de adviescommissie visuele omgevingskwaliteit voorgelegd. De adviescommissie visuele omgevingskwaliteit zal in deze gevallen met inachtneming van de gestelde criteria en met onder andere de algemene welstandscriteria beoordelen of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een bijzondere situatie is in ieder geval altijd sprake in door het Rijk aangewezen beschermde stads- of dorpsgezichten en bij, op of aan door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. De gemeente Moerdijk hanteert loketcriteria voor: aan- en uitbouwen aan de achter- en zijkant bijgebouwen en overkappingen aan de achter- en zijkant kozijn- en gevelwijzigingen dakkapellen Erfafscheidingen Erkers 5.Gebiedscriteria Voor het hele grondgebied van de gemeente Moerdijk zijn gebiedscriteria opgesteld, tenzij expliciet is aangegeven dat voor een gebied enkel de excessenregeling van toepassing is. Het laatste is bijvoorbeeld het geval voor het overgrote deel van het buitengebied en voor flinke delen van de grotere bedrijventerreinen. De te toetsen criteria worden doorgaans voorafgegaan door een algemene beschrijving van de ligging en opbouw van het betreffende gebied De gebiedsbeschrijving en de -criteria zijn opgesteld aan de hand van de aspecten: Hoofdaspecten In deze categorie gaat het om stedenbouwkundige beeldaspecten. Daarbij gaat het vooral om de situering van een gebouw ofwel de positie van het gebouw in relatie tot de omringende gebouwen en de publieke ruimte. Tevens worden de massa en vorm van de gevelopbouw, de kapvorm en het aantal bouwlagen en het materiaal en de kleur van de hoofdvlakken belicht. Deelaspecten Het gaat hier om de compositie van de massa en de verschillende onderdelen. Met name wordt aandacht besteed aan de gevelindeling en de vormgeving van de verschillende gevelelementen. Daarnaast komen onder dit kopje ook de aan- en bijgebouwen aan de orde. Het gaat met name om de karakteristiek van het gebouw als object. Detailaspecten In deze paragraaf gaat het over het materiaalgebruik, de gebruikte kleur en de mate van detaillering, op onderdelen. Er wordt aandacht besteed aan de mate van oorspronkelijkheid / toevoegingen en decoraties. Monumenten zijn individueel aangegeven. 6.1Welstandsniveaus Op basis van de inventarisatie van de ruimtelijk samenhangende gebieden is voor alle gebieden een ruimtelijk ambitieniveau vastgesteld. Hierbij spelen aspecten als ruimtelijke kwaliteit, zichtbaarheid, oorspronkelijkheid, omvang en herkenbaarheid een rol. Het welstandsniveau bepaalt de aard en de intensiteit waarmee de bouwplannen aan de diverse criteria zullen worden getoetst. Afhankelijk van de waarde en gevoeligheid van het gebied is voor elk gebied een niveau vastgesteld: bijzonder (niveau 1), regulier (niveau 2), soepel (niveau 3). Het welstandsniveau wordt in de context van elke kern afzonderlijk bepaald. Op deze manier worden de gebiedseigen waarden met betrekking tot beeldkwaliteit doeltreffend beschermd. Welstandsniveau 1: is van toepassing op gebieden waar een strikte hantering van criteria noodzakelijk is om de aanwezige cultuurhistorische waarden en beeldbepalende objecten te beschermen. Monumenten vallen altijd onder welstandsniveau
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.