Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Zundert en Rucphen 2024Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: de rekenkamer: de gezamenlijke rekenkamer van de gemeente Zundert en de gemeente Rucphen; de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; de raden: de deelnemende gemeenteraden. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Zundert en Rucphen. Artikel2Belang Het belang ter behartiging waarvan deze regeling is aangegaan is het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81 l van de Gemeentewet. Artikel3Gemeenschappelijk orgaan 1.Door de raden van de deelnemende gemeenten wordt een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 8 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld. 2.Het gemeenschappelijk orgaan is genaamd ‘Rekenkamer Zundert en Rucphen’ en is gevestigd in Zundert. Artikel4Taken De rekenkamer verricht onderzoek naar en adviseert aan de raad over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Artikel5Bevoegdheden Aan de rekenkamer komen de bevoegdheden toe als genoemd in hoofdstuk XIA van de Gemeentewet en de bevoegdheden die bij of krachtens wettelijk voorschrift aan de gemeentelijke rekenkamer wordt toegekend. Artikel6Samenstelling 1.De rekenkamer heeft één lid, tevens directeur. 2.De directeur wordt in haar of zijn werkzaamheden ondersteund door een coördinator/secretaris. 3.Bij langdurige afwezigheid van de directeur treedt de coördinator/secretaris als plaatsvervangend directeur in haar of zijn plaats. 4.De directeur en de plaatsvervangend directeur geven een overzicht van de openbare betrekkingen die zij bekleden. Deze zijn niet in strijd met artikel 81f en 81 h van de Gemeentewet. 5.De directeur en de plaatsvervangend directeur leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in handen van de voorzitter van de raad de verklaring en belofte of eed af. 6.Het lidmaatschap van de rekenkamer vervalt door een desbetreffend, met redenen omkleed, besluit van de gemeenteraad of ontslagname op eigen verzoek. Artikel7Raad van Advies 1.Er is een raad van advies voor de rekenkamer waarin twee leden van de raad van Zundert en twee leden van de raad van Rucphen zitting nemen. De raad heeft zodoende vier leden. 2.De raden kiezen deze twee leden uit hun midden. De raad van advies benoemt de voorzitter uit zijn midden. 3.De leden van de raad van advies vertegenwoordigen de raden van de eigen gemeente richting de rekenkamer, zonder last. 4.De raad van advies onderhoudt de contacten tussen de raad en de rekenkamer. Zij overlegt met de rekenkamer en maakt afspraken over: het onderzoeksprogramma; de onderzoeksopzet; de urenraming, inclusief verdeling van onderzoeks-uren naar rato van de jaarlijkse bijdrage, verdeeld over de deelnemende gemeenten; het beheer van budgetten; het doen van extra onderzoek. 5.De raad van advies brengt indien nodig verslag uit aan de raden. Artikel8Budget van de rekenkamer en kostenverdeling 1.De raden stellen jaarlijks een budget beschikbaar aan de rekenkamer voor de uitvoering van haar taken. 2.Elke raad stelt voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vast. 3.Ten minste twaalf maanden voor afloop van de periode als bedoeld in lid 2 stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. 4.De rekenkamer verantwoordt de besteding van het budget en de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar die zij voor haar taken heeft gedaan in het jaarverslag aan de raden, als bedoeld in artikel 185, derde lid van de Gemeentewet. 5.De kosten van het gemeenschappelijk orgaan worden door de deelnemende gemeenten naar rato van de grootte van de bijdrage gedragen. Artikel9Begroting rekenkamer 1.De rekenkamer stelt elk jaar voor 30 april de algemeen financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting van het daaropvolgende jaar vast. De rekenkamer zendt die documenten toe aan de deelnemende raden. 2.De raden kunnen een eventuele zienswijze indienen. 3.De rekenkamer stelt jaarlijks voor 15 september de begroting voor het daarna volgende kalanderjaar vast met inachtneming van de bepalingen in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4.De bepalingen van artikel 35 eerste, derde en vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot verhoging van de door de deelnemende gemeenten verschuldigde bijdrage in de kosten van het gemeenschappelijk orgaan. Artikel10Jaarrekening 1.De rekenkamer stelt jaarlijks de jaarrekening over het daaraan voorafgaand kalenderjaar vast, zoals bepaald in artikel 34 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.De jaarrekening wordt voorafgaand aan de vaststelling ter controle voorgelegd aan een accountant. 3.De rekenkamer zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval uiterlijk 15 juli, aan de raden en gedeputeerde staten. Artikel11Onderzoeksplan 1.De rekenkamer doet periodiek een uitvraag van onderwerpen bij de raadsfracties en zij consulteert de raad. Die uitvraag resulteert in een onderzoeksplan dat de rekenkamer voorlegt aan de raad. 2.In het onderzoeksplan geeft de rekenkamer per onderwerp aan: de afbakening van het onderzoekterrein; de formulering van de onderzoeksopdracht; eventuele randvoorwaarden; de gewenste planning. 3.De raad is bevoegd op grond van artikel 182 lid 2 Gemeentewet de rekenkamer te verzoeken een onderzoek in te stellen. 4.Bestuursorganen, diensten en instellingen als bedoeld in artikel 184 Gemeentewet reageren binnen een maand op verzoeken van de rekenkamer, tenzij de rekenkamer anders bepaalt. 5.De raad kan indien hij dat wenselijk acht inwoners betrekken bij het onderzoeksplan. Artikel12Het onderzoek 1.De rekenkamer bepaalt welke onderzoeken worden verricht. De rekenkamer bericht in hoeverre daarmee wordt voldaan aan het onderzoeksplan als geformuleerd in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.